Een belangrijk basisprincipe is dat wát je traint,
daar word je goed in. Je zult dus de trainingen moeten aanpassen aan je
doel. Dit betekent ook dat je tijdens een training de verschillende
aspecten van het fietsen de revue zult moeten laten passeren.
Onderstaand wordt per training uitgelegd waar deze
toe dient, wanneer en hoe vaak je deze dient uit te voeren, hoe lang je
moet trainen en hoe lang het herstel is. Klik hierboven op de training
om rechtstreeks naar de betreffende training te gaan.
|
H |
Hersteltraining |
|
hartslag: |
60% tot 75% van je omslagpunt |
|
duur: |
60 tot
90 minuten |
|
doel: |
bevorderen van het herstel ("uitfietsen") |
|
gebruik: |
als
afsluiting van een zware trainingsperiode of fietstocht |
|
frequentie: |
soms |
|
herstel: |
n.v.t. |
Als je vermoeid bent
geraakt door een training, kun je twee dingen doen: rust nemen of een
hersteltraining doen. Meestal volstaat de eerste methode, maar soms is
het beter het herstel te bevorderen door het doen van een
hersteltraining. Met een hersteltraining bevorder je de afvoer van
afvalstoffen uit je spieren en de doorbloeding van je spieren.
Belangrijk is, dat je je
na een hersteltraining beter voelt dan voor de training. Is dat niet het
geval, dan heb je te hard gefietst.
Uitvoering
Omdat het tempo laag is,
maakt het niet zoveel uit op welke fiets je de training uitvoert. Dit
mag dus de racefiets zijn, maar ook de gewone dagelijkse fiets volstaat
prima. Zoek een parcours uit zonder al te veel hindernissen, zoals
bruggen, en, als het hard waait, met voldoende beschutting.

|
D1 |
rustige duurtraining |
|
hartslag: |
75% tot 85% van je omslagpunt |
|
duur: |
90 tot
300 minuten |
|
doel: |
opbouwen van basisconditie voor lange tochten |
|
gebruik: |
op
zichzelf staand of als opwarm- en herstelperiode tijdens interval- of
krachttraining |
|
frequentie: |
vrijwel altijd |
|
herstel: |
afhankelijk van de trainingsduur 24 tot 48 uur |
De rustige duurtraining
hoort de belangrijkste te zijn in je trainingsschema. Door veelvuldig
doen van deze training bouw je een belangrijke basisconditie op, welke
je later verder kunt uitbouwen. Tijdens een rustige duurtraining leer je
je lichaam effectief om te gaan met de beschikbare middelen (voeding,
water, zuurstof etc.), waardoor je in een later stadium, zoals tijdens
een zware tocht, deze beter kunt volhouden.
Een rustige duurtraining
is ook écht rustig. Vooral mensen die dit niet gewend zijn, zullen het
idee hebben te langzaam te fietsen. Dit is slechts een kwestie van
gewenning, want na een tijdje zal de gemiddelde snelheid tijdens deze
training hoger komen te liggen dan voorheen bij de hoge hartslag.
De lage intensiteit van
de training kent 2 grote voordelen: het herstel is kort, waardoor je
snel weer kunt beginnen met trainen en de kans op blessures is erg
klein.
Uitvoering
In de eerste vijf
minuten breng je de hartslag rustig naar je D1-zone. Daarna probeer je
met een zo constant mogelijke hartslag te rijden met een beentempo van
minimaal 90 omwentelingen per minuut. Tegen de wind in mag de hartslag
een paar slagen hoger zijn dan met wind mee.
Door de duur van de
training kun je zeer lange tochten maken, tot wel 150 kilometer.
Belangrijk is dus zeker om voldoende voeding en vocht mee te nemen en
dit tijdig te nuttigen. Om de beweging niet te eentonig te maken, kun je
zo nu en dan eens een stukje kort aanzetten, bijvoorbeeld door na een
scherpe bocht staand op de pedalen naar je duurtempo te gaan.

|
D2 |
intensieve
duurtraining |
|
hartslag: |
85% tot 95% van je omslagpunt |
|
duur: |
90 tot
120 minuten |
|
doel: |
ontwikkelen van een hogere snelheid, die je langdurig kan volhouden |
|
gebruik: |
meestal in een intervaltraining, maar ook op zichzelf staand |
|
frequentie: |
enkele
keren per maand |
|
herstel: |
48 tot
72 uur |
Dit is de zone waar veel
fietsers onbewust in trainen. Je ademhaling in relatie tot je hartslag
is namelijk het efficiëntst in deze zone. Hierdoor zal je gemiddelde het
hoogst zijn, terwijl je gevoelsmatig dit goed kan volhouden.
De training heeft echter
een belangrijk nadeel: het herstel is vrij lang. Van 48 uur wanneer je
de training doet in een interval, tot wel 72 uur (drie dagen) wanneer je
de training op zichzelf staand uitvoert. Hierdoor duurt het dus lang
voordat je weer kan beginnen met de volgende training, waardoor het
effect uiteindelijk minder kan zijn dan bij een rustige duurtraining in
D1.
Toch kent de training
ook voordelen: je leert te fietsen in een tempo die je veel zult
gebruiken tijdens tochten. Bovendien win je door het doen van training
in D2 aan snelheid, ook in een later stadium als je trainingen doet in
D1.
Als je slechts 2x per
week kort kunt of wilt trainen, dan kun je het beste voor deze training
kiezen. Let er dan wel op dat er tussen de trainingen minimaal 2 dagen
rust zitten. De verleiding is groot om als je de frequentie en/of duur
van de trainingen uitbreidt, in D2 te blijven fietsen. Doe je dit, dan
zal herstel nooit volledig zijn en dus de kans op blessures groot.
Uitvoering
De training kan zowel in
interval als op zichzelf staand worden uitgevoerd:
Interval
Rij eerst een half uur
warm in D1. Voer daarna de intervaltraining uit. Dit kan bijvoorbeeld
een blok zijn van 30 minuten in D2, of 2x 20 minuten in D2 met 20 minuten
rust tussen beide blokken. Daarna fiets je minimaal 30 minuten uit in
D1.
Op zichzelf staand
In de eerste 5 minuten
de hartslag rustig laten stijgen tot D1. In de daarop komende 5 tot 10
minuten laat je de hartslag stijgen naar D2. Vervolgens voer je
D2-training uit (maximaal 120 minuten) en je eindigt met minimaal 10
minuten uitfietsen in D1.

|
D3 |
Mlss-training |
|
hartslag: |
95% tot 100% van je omslagpunt |
|
duur: |
90 tot
120 minuten |
|
doel: |
leren fietsen op de hoogste frequentie die je langdurig vol kan houden |
|
gebruik: |
uitsluitend in een intervaltraining |
|
frequentie: |
enkele
keren per maand |
|
herstel: |
48 tot
72 uur |
MLSS staat voor Maximum
Lactate Steady State, oftewel die hartslag waarbij de aangemaakte en
afgevoerde afvalstoffen (Lactaat) nog net in evenwicht ("Steady") zijn.
Tijdens een
MLSS-training leer je je lichaam om te gaan met deze hoge hartslag: je
zorgt dat je ademhaling onder controle blijft en dat je spieren
voldoende aanvoer van voeding krijgen en houden. Je leert dus om het
rijden net onder je Omslagpunt vol te kunnen houden.
Deze training is erg
belangrijk, omdat je deze hartslag tijdens tochten en/of wedstrijden
regelmatig tegen zult komen. Denk hierbij aan een beklimming van een
berg, of bijvoorbeeld wanneer je in een groep voorop rijdt. Door het
doen van MLSS-trainingen creëer je bovendien een stuk snelheid, nog meer
als door trainingen in D2.
Omdat de training zeer
intensief is, wordt deze uitsluitend in een interval uitgevoerd. Het
herstel van de training zou anders erg lang duren en daardoor de kans op
blessures groot. Een training dus die een verplicht onderdeel is, maar
die wel met beleid moet worden uitgevoerd.
Uitvoering
De MLSS-training wordt
uitsluitend in interval uitgevoerd. Je begint altijd met een half uur
warm rijden in D1. Daarna voer je de intervaltraining uit. Dit kunnen
bijvoorbeeld 3 blokken zijn van 8 minuten in D3, elk met 8 minuten rust
in D1 ertussen. Ook kan je er voor kiezen om bijvoorbeeld 1 blok van 20
minuten te rijden in D3. Dit laatste kan echter pas als je al wat beter
getraind bent. Het beentempo is hoog, boven de 100 omwentelingen per
minuut.

|
D3 |
Weerstandstraining |
|
hartslag: |
> 100% van je omslagpunt (dus maximaal) |
|
duur: |
90 tot
120 minuten |
|
doel: |
pijntolerantie trainen |
|
gebruik: |
uitsluitend in
korte intervaltraining |
|
frequentie: |
afhankelijk van het doel, 3 tot 10 keer per jaar |
|
herstel: |
maximaal 48 uur |
Tijdens een
Weerstandstraining bevindt je hartslag zich boven het Omslagpunt. Dit
betekent dat het lactaat in je spieren steeds toeneemt. Met deze
training leer je om te gaan met het nare gevoel wat dit geeft in je
spieren.
Het doel van een
Weerstandstraining is het maximale uit jezelf te halen. Je gebruikt deze
hartslag tijdens een tocht of wedstrijd, als je bijvoorbeeld een korte
klim doet, of na de klim of een bocht een gaatje probeert dicht te
rijden.
Uitvoering
Het gaat er in deze
training om, om in een zo kort mogelijke tijd zoveel mogelijk afstand af te leggen. Je begint
met een half uur warm rijden in D1. Daarna voer je de intervaltraining
uit. Je doet dit in blokken van 30 seconden tot een minuut, elk met
minimaal 3 tot 5 keer de duur van het blok als herstel. Je kan
bijvoorbeeld 3 blokken van 1 minuut doen, elk met 5 minuten herstel. Het
beentempo is niet belangrijk.

Uitbreidingen
De krachttraining wordt
gebruikt om het verlies aan snelheid te compenseren, dat je creëert door
het doen van veel rustige duurtrainingen. De training is dus een
tegenhanger hiervan: doe je veel rustige duurtrainingen, dan doe je veel
krachttrainingen. In de meeste gevallen wordt krachttrainingen dan ook
gecombineerd met een rustige duurtraining, maar ook combinaties met een
hersteltraining zijn mogelijk.
Uitvoering
Je begint altijd met
minimaal een half uur warm rijden. Daarna kies je een steil stuk weg,
bijvoorbeeld een viaduct, die je in ongeveer 30 seconden omhoog kunt
fietsen. Voor het begin kies je nu een grote versnelling , zodanig dat
je ongeveer nog 60 pedaalomwentelingen per minuut maakt. Nu probeer je
met dit verzet boven te komen. Zakt de cadans onder de 50 omwentelingen,
dan moet je de volgende keer een lichtere versnelling kiezen, andersom
kies je de volgende keer een iets groter verzet.
Eenmaal boven neem je
ongeveer anderhalve minuut rust door uit te fietsen en daarna herhaal je
de oefening. Dit herhaal je 5 tot 6 keer, daarna neem je een kwartier
rust en doe je dezelfde sessie nogmaals.
De oefening mag zowel
zittend als staand worden uitgevoerd, bijvoorbeeld door de eerste sessie
zittend, en daarna de tweede sessie staand uit te voeren, of binnen de
sessies om-en-om zittend en staand omhoog te rijden.

Een intervaltraining wil
zeggen dat je tijdens een training op gezette tijden in een bepaalde
hartslag fietst. De letters H*I*R staan voor het volgende:
- H - het aantal herhalingen
- I - de duur van de interval in minuten
- R - de duur van de rustperiode tussen de intervallen in minuten
Dit kan het beste worden
toegelicht aan de hand van een tweetal voorbeelden:
Tijdens deze training fiets je dus 3x 8 minuten in D3, en tussen deze
sessies fiets je 12 minuten in D1. Zowel voor als na de intervaltraining
fiets je minimaal 30 minuten in D1. De training duurt dus op zijn minst
30 + 8 + 12 + 8 + 12 + 8 + 30 = 108 minuten.
Tijdens deze training fiets je 1x 30 minuten in D2. Ook hier geldt dat
je voor aanvang en na de tijd minimaal 30 minuten in D1 fietst. Deze
training duurt dus op zijn minst 30 + 30 + 30 = 90 minuten.
Belangrijk is ook de
duur van het herstel. Een volledig herstel duurt minimaal 3x de
lengte van de interval. Fiets je dus 8 minuten in D3, dan zou je 24
minuten in D1 moeten uitfietsen voor een volledig herstel. Afhankelijk
van de intensiteit is volledig herstel wel of niet noodzakelijk. Meestal
kies je als duur van het herstel dezelfde periode als de duur van de
interval. Uitzondering hierop zijn de Weerstandstrainingen, waarbij
volledig herstel noodzakelijk is.