|
Zondag 8 juli, samenvatting van deze periode
Met een laatste, trainingsloze week, sluit ik deze periode af. Een
samenvatting wat er allemaal gebeurde.
Ruim een maand nadat mijn pols was bevrijd van 6 1/2 week gips, kreeg ik van
de arts op maandag 22 januari toestemming om te gaan fietsen. Nog
diezelfde dag stapte ik op en fietste één van mijn heerlijkste fietstochtjes
ooit. Er volgde een periode van veel rustige duurtrainingen, afgewisseld met
krachttraining. Ondanks de lange periode van niet-fietsen, vorderden de
trainingen prima. Op zondag 4 maart acht ik mijn pols sterk genoeg voor
een echte test en ga ik met Douwe mountainbiken op het parcours van Rhenen. Het
gaat goed, zowel met mijn pols als met mijn conditie die met sprongen vooruit
gaat. Zaterdag 17 maart fiets ik met Douwe, Marieke en Cees de
Zuidveluwetocht vanuit Ochten, "een bijzonder rit", schrijf ik in het dagboek.
Een week later, op zaterdag 24 maart, maak ik een lange rit, in de vorm
van een ritje Hardegarijp-Haarlem, waarbij ik de 157 kilometer geholpen door de
Noordoostenwind in een recordtempo weet te doen. Het is een goede voorbereiding
op het trainingsweekend van donderdag 29 maart tot en met zondag 1 april
met Marcel in de omgeving van Winterberg; een eerste serieuze test om te kijken
hoe de vorm bergop is. Minder dan gehoopt, maar stukken beter dan vorig jaar.
Net als het weer, overigens. Op maandag 9 april maakt collega Henk een
hernieuwde kennismaking met het wielrennen, als we 73 kilometer door het vlakke
en vooral winderige Friese land wegtrappen. Inmiddels trapt hij rond op een
splinternieuwe Jan Janssen Equipe, een hele verbetering. De zaterdag erna, 14
april, gaat het mij mis. Al een paar dagen ben ik niet helemaal fit, maar
start toch vol goede moed aan de "Slach om'e Mar", een halve Marathon. De warmte
in combinatie met het "niet-fit-zijn" nekt me en kapot en hopeloos
gedehydrateerd kom ik over de finish. Niet één brug, maar 10 bruggen te ver. De
week erna ben ik knap ziek en vrees met grote vrees voor weer een niet-gelukte
Amstel Gold Race. Donderdag 19 april volgt een aangename verassing:
Zitvlees.nl krijgt een leuke recensie in het NRC Next. Ik ben apetrots. Net zo
aangenaam is de Amstel Gold Race op zaterdag 21 april, die ik zonder
problemen in een redelijke tijd weet te voltooien. 3x bleek scheepsrecht. De
verkoudheid in de week erna bleek van korte duur en op vrijdag 29 april
reken ik af met de slecht verlopen halve marathon in Bergum door een goede
Kollumer Katloop te lopen. Ditmaal weet ik probleemloos de finish te bereiken.
De maandag erna, op 30 april fiets ik met mijn vader de Princenhoftocht
vanuit Eernewoude en weet ik dat ook mijn vader in vorm begint te raken voor de
cyclo La Ventoux, een maandje later. Eerst komt voor mij echter nog de
FietsChallenge op zondag 6 mei, waarbij ik samen met Oege Hiddema
rondrijd met een zendertje, waardoor ik nauwkeurig gevolgd kan worden op het
parcours. Het helpt, want ik rijd met 30,9 km gemiddeld een prima tijd.
Een kleine week later, op vrijdag 11 mei fiets ik samen met de
collega's van de Gemeente Veenendaal de Ambtenarentoertocht vanuit Venlo. Het
waait stevig en als we naar de start rijden, regent het heftig, maar de tocht
gaat prima. Toch blijft het me steken dat niet Marieke en ik als eerste aan
waren, maar Douwe en Cees. Dit appeltje moet nog eens geschild worden. Van
zondag 20 tot en met zondag 27 mei zit ik met mijn vader in Zuid-Frankrijk,
Bédoin, aan de voet van de Mont Ventoux. Om vakantie te vieren, maar ook als
voorbereiding op de cyclo La Ventoux en een dag later de tijdrit Het is de
hele week schitterend en bovenal warm weer, maar op zaterdag 26 mei
breekt na 4 uur de hemel open met hagel en onweer. Het weer is zo erg, dat mijn
vader helaas gerepatrieerd moet worden, nog voordat hij de top van de Ventoux
heeft bereikt. Een domper, maar ik ben blij hem weer heelhuids te zien, want het
was echt slecht en gevaarlijk weer. Zondag 27 mei sta ik met
vermoeide benen aan de start van de tijdrit op de Mont Ventoux. Ik weet ondanks
de benen mijn pr te verscherpen naar minder dan 1 uur 39 en ik ruik dat het nog
scherper kan. Ooit. Op vrijdag 8 juni moet ik rustig aan doen tijdens de
Ambtenarentoertocht vanuit Amersfoort, die ik samen met Marieke en Douwe fiets,
omdat ik 2 dagen erna, op zondag 10 juni, meedoe aan de eerste
Marathon van Leeuwarden; de halve versie welteverstaan. Het is warm, heel warm
die dag, maar zonder noemenswaardige problemen kom ik in iets meer dan 2 uur
over de finish.
Hierna kakt het fietsen een beetje in en blijkt mijn hoofd optimistischer dan
mijn benen als ik op zondag 24 juni tijdens de Dreilaendergiro vanuit
Nauders, Oostenrijk, getroffen wordt door kramp. Het zorgt voor een slechte tijd
en weinig vertrouwen in de Dolomietenmarathon die een week later, op zondag 1
juli op het programma staat. Deze laatste is krampvrij, maar de tijd is
absoluut voor verbetering vatbaar. Een ontknoping die ik niet had kunnen
bedenken voor deze periode: ups en downs, superritten, dramatische tochten.
Allemaal even bijzonder en ze zorgen voor voldoende bagage voor de komende
periodes.
Zondag 1 juli, Dolomietenmarathon 2007, 138 kilometer, 7 uur en 8 minuten,
4.100 hoogtemeters
Als ik om kwart voor vijf de gordijnen open trek, zie ik al verscheidene
renners richting de start gaan in La Villa. Ik werk net de laatste boterhammen
weg, het is toch nog veel te vroeg om al weg te gaan? Goed gehydrateerd, om
dezelfde fout als vorige week tijdens de Dreilaendergiro niet nogmaals te maken,
vertrek ik een uur later, om na een korte afdaling een plekje te zoeken in het
allerlaatste startvak. Het voelt bijna als een belediging, maar gezien mijn
huidige vorm, of eigenlijk het totale gebrek er aan, sta ik hier vandaag wel
prima. Het duurt al met al nog een uur voordat ik over de startlijn ga; rond
kwart voor zeven klik ik de Edge aan en maak me op voor bijna 140
Dolomietenkilometers.
Rustig laat ik de spieren warm worden, onderweg naar Corvara. Grote voordeel
van helemaal achteraan starten, is dat ik zelfs rustig rijdend veel mensen
inhaal. Het nadeel blijkt op de eerste pas, de Campalono, waar ik niet echt een
vrije route kan vinden. Mijn rechterbeen voelt niet super en ik durf daardoor
weinig gas te geven en gaan de kilometers naar boven langzaam. In de afdaling
naar Arabba, schat ik een bocht verkeerd in en en moet alle zeilen bijzetten om de
bocht heelhuids door te komen. Ik heb de schrik in de benen; blijkbaar is de
korte en bovenal slechte nachtrust funest voor de concentratie. Op de Pordoi
is het iets rustiger en kan ik mijn weg beter vinden. De hartslag durf ik echter
niet boven de 160 te laten komen en regelmatig zie ik 150 staan. Dit wordt geen
goede tijd, weet ik al gauw. Ik geniet nog maar even van het prachtige
bochtenspel op deze pas. Er volgt een lange en koude afdaling. Nu weet ik de
bochten wel lekker te ronden. Bij de kruising rechtsaf, waarna ik me opmaak voor
de Passo di Sella, nummer 3 vandaag. Hier laat ik een grote bidon bijvullen en
neem een bekertje cola. Een plaspauze verder en ik begin aan de kort klim.
Nog steeds haal ik veel mensen in, ondanks dat ik ruim op reserve rijd. Een
paar bochten verder en ik hoor muzikanten bovenop de pas, die even later
overstemd worden door een passerende ambulance. In de afdaling zie ik waar de
ambulance naartoe ging. Een renner blijkt de afdaling niet ongeschonden te
hebben voltooid. Ik hoop maar op het beste en daal behoedzaam af naar de start
van klim 4, de Gardena. Deze heb ik met de auto gereden, dus ik weet ongeveer
hoe deze loopt: een kort stukje klimmen, gevolgd door een lang stuk vlak en tot
slot een wat langer stuk naar de pas zelf. Op dat laatste stuk krijgen we
gezelschap van een helikopter. Het blijft een typisch gezicht, een helikopter
van boven te zien. Eenmaal boven zie ik bijna 3 uur op mijn klokje staan.
Verzuchtend over dit waardeloze tempo, begin ik aan de afdaling, terug naar
Corvara. Mijn been voelt nog steeds alsof ik elk moment kramp kan krijgen. Ik
besluit dat als ik de Campalongo voor de tweede keer zonder kramp kan
beslechten, dat ik dan door ga. Ik bereik de pas in een beter tempo dan de
eerste keer, en krampvrij. Na ravitaillering begin ik aan de lange afdaling naar
de start van de Passo di Giau, de voorlaatste en ronduit zwaarste klim van
vandaag. De twee kleine hobbeltjes die ik onderweg er naartoe tegen kom, stellen
niets voor en zijn geenszins een voorbereiding op de steile eerste meter van de
Giau. Direct moet ik het allerkleinste verzet opzoeken, de snelheid zakt terug
naar 8, 9 kilometer per uur. Bovendien wordt het warm, heel warm. Zelfs de immer
pratende Italianen zijn stil en fietsen geconcentreerd naar boven. Het geluid
van schakelende derailleurs ontbreekt; eenieder zit op het kleinste verzet. De
hitte en steilte begint al gauw zijn tot te eisen: mannen wandelen of zitten
met kramp langs de kant. Ik hou de hartslag op 160, drink goed en hou een kleine
versnelling. Zonder problemen bereik ik 1 uur en 10 minuten later de pas en na
de ravitaillering, nooit gedacht dat cola zó lekker kon smaken, begin ik aan de
afdaling naar Pocol, die steil en bochtig is. Eenmaal beneden schud ik wat
ongedierte uit mijn helm en begin aan de laatste klim, die naar de Passo
Valparola.
Omdat het de laatste klim is en eventuele kramp overkomelijk is, geef ik gas
en laat de hartslag stijgen naar de 170. Mijn benen geven geen krimp en ik voel
het klimmersbloed door mijn aderen stromen. Gevoelsmatig ziet iedereen stuk,
behalve ik, want ik passeer ze alsof ze stil staan. Ik baal bijna van het vlakke
stuk, hoewel dat wel lekker is om tempo te maken. Als het stijgen weer begint,
reken ik aan de hand van de bebording uit wanneer ik boven ben. De hele klim
verloopt soepel, mijn berekening blijkt niet van de zuiverste soort want 5
minuten later dan gepland, hijs ik mijn mouwstukken omhoog en doe mijn shirt
dicht omdat de pas in zicht is. Ik sla rechtsaf om te zien dat ik zeker nog 1
kilometer moet klimmen. "Parcourskennis", verwijt ik mezelf. 6 minuten later
begin ik alsnog aan de afdaling, die er eentje naar mijn hart blijkt te zijn:
een brede weg met ruime, lekker lopende hairpins. In een heerlijk tempo zoef ik
naar beneden, waarbij ik nog steeds veel mensen passeer. Ik mag dan uit vorm
zijn, dalen kan ik nog steeds prima. Als ik in La Villa ben, resteert nog een
kort stukje naar Corvara. De alsnog gehoopte 7 uur zie ik net buiten de bebouwde
kom verstrijken. Wat een fluttijd. Enigszins getergd geef ik gas. Waarom had ik
deze benen vanmorgen niet? Zonder dat ze een krimp geven, fiets ik in hoog tempo
naar Corvara, waarbij ik zeker 100 mensen passeer. Met ruim 7 uur en 7 minuten
op de klok, kom ik over de streep; ik vind het zelfs niet eens een felicitatie
voor mezelf waard. Niet veel later, als ik de chip heb ingeleverd, komt er toch
een blij gevoel naar boven, want tegen mijn eigen verwachtingen in, heb ik de
rit probleemloos voltooid, en daarbij weten te genieten van de prachtige
omgeving. Moe, maar toch voldaan zoek ik een weg terug door de drukte met
wetenschap dat ik hier zeker nog een keer aan de start zal staan. En dan voor
een fatsoenlijke tijd.

Woensdag 27 juni, rustige duurtraining, 57 kilometer, 2 uur en 15 minuten,
955 hoogtemeters
Vanmorgen voelden de benen een stuk beter als gisteren. Wel voel ik dat mijn
rechterdijbeenspier nog niet optimaal is, maar ik vond dat geen belemmering om
vandaag een wat langer stuk te gaan fietsen. Een uurtje of 2, met wat
hoogteverschil. Na een ontbijt trek ik de fietskleding aan en ga op pad.
Vanuit Nauders ga ik rechtsaf de Norbertshöhe op, die vanaf deze kant niet
zoveel voorstelt. Slechts de laatste paar honderd meter tikt de Edge 7% af, maar
dan ben ik ook al boven en begin ik aan de afdaling naar Martinez. 5 minuutjes
later groet ik de douanebeambte en ga rechtsaf de B180 op. Het is druk met
autoverkeer hier en ik houd zoveel mogelijk rechts. Met de hartslag schommelend
tussen de 140 en 150 peddel ik rustig met de rivier mee. Bij een overkapping
stijgt de weg en het resoneren van de auto's klinkt beangstigend; klimmen in
zo'n tunnel is niet prettig. Even later, na een afdaling, begroet ik
douanebeambte 2 en ga ik Oostenrijk weer in. Over de brug, rechtsaf, kom ik op
een 'Radwanderweg', een anderhalf auto brede strook asfalt, glad als een
biljartlaken en lekker rustig. Ik geniet volop als ik rustig fietsend het
landschap voorbij laat glijden. In Pfunds zoek ik naa het vervolg van de route
en vervolg ik mijn mijn weg. Even verderop is het einde fietspad en steek ik de
weg over om mijn route daar te vervolgen. Na Stén en Schönegg, maak ik een foto
op een bruggetje en besluit ik om te keren. Via praktisch dezelfde weg, fiets ik
naar Martinez, waar de vijf kilometer lange klim naar de Norbertshöhe wacht. In
tegenstellin gtot afgelopen zondag, toen ik moe was en het warm had, pruttel ik
vandaag in een soepel tempo omhoog. In iets meer dan 20 minuten krijg ik het
bordje van bocht 1 in zich en met de hartslag op 180 begin ik aan de afdaling
naar Nauders, waar ik een vijftal minuten later de fiets weer in de stalling
zet. Lekker ritje, de spieren hielden zich prima. Morgenavond nog een massage en
dan maar hopen dat de spieren zich aankomende zondag goed houden.

Dinsdag 26 juni, hersteltraining, rondje Reschensee, 30 kilometer, 1 uur
en 10 minuten, 350 hoogtemeters
Goed, kramp dus. Kramp waar ik doorheen ben gefietst en dat voelde ik
gistermorgen, met een pijnlijke knoop in mijn rechterdijbeenspier. Voorzichtig
heb ik gepoogd de boel wat los te masseren, maar zonder de vertrouwde handen van
Jan is het resultaat
onvoldoende. Voor aankomende donderdag staat een afspraak met een lokale
masseur. Na een dag rust vond ik het vandaag tijd om een uurtje hersteltraining
te gaan doen, wellicht dat de benen hierna weer wat beter voelen.
Ik kies voor een rondje rond de Reschensee. Het begin van de route is gelijk
aan afgelopen zondag. Vanuit Nauders linksaf, over de Reschenpas. Ik probeer de
hartslaag laag te houden, maar minder dan 150 op dit stukje klimmen, lukt niet.
Na de pas is het afdalen naar Resia, waarna de weg de contouren volgt van het
stuwmeer. Echt klimmen en dalen tot aan San Valentino hoef ik niet en ik kan
daardoor de benen rustig laten draaien. Bij wegwerkzaamheden duik ik het
onverharde fietspad op, om even later de weg weer te kiezen. Over de stuwdam
vervolg ik aan de andere kant van het meer mijn weg. Hier is een splinternieuw
fietspad aangelegd, wat er prachtig bij ligt. Wel zitten er enkele korte doch
heftige klimmetjes in, waardoor er wederom geen sprake meer is van een
herstelhartslag. De benen draaien redelijk en ook de krampplek voel ik
nauwelijks. Terug in Resia kies ik niet voor de grote weg, maar een fietspaadje,
wat me om alle drukte heen terug naar Nauders brengt. Vlak voor Nauders moet ik
aan de kant, omdat de koplopers van de Transalp me tegemoet komen. Even later,
terug in het appartement, zie ik het peloton afdalen vanaf de Norbertshöhe. Mijn
rechterbeen voelt niet top, maar wel beter dan voor de tijd. Hopen maar op een
goed herstel de komende dagen.

Zondag 24 juni, Dreilaendergiro, 165 kilometer, 7 uur en 10 minuten
Het was gisteren een lange rit; ruim 11 1/2 uur over Hardegarijp-Nauders.
Vermoeid van de lange rit en de te korte nacht, kwamen we rond half vier aan in
een prachtig appartement in Nauders. Na het uitladen heb ik het startnummer
opgehaald en de fiets startklaar gemaakt. Ondanks dat we er vroeg in lagen, was
de nacht wederom te kort: om half vijf stond ik naast mijn bed en probeerde wat
eten en drinken naar binnen te krijgen. Om kwart over zes ging ik naar start,
waar ik bijna achteraan in het startvak belandde. Na het startschot duurde het
dan ook bijna 10 minuten, voor ik over de mat reed. Ik klok de Edge aan en begin
aan de 165 kilometer lange rit. Op naar de Stelvio!
Vanuit Nauders moeten we eerst de Reschenpas beslechten. Dit stelt niet
zoveel voor en na 6 kilometer begint de afdaling aan Italiaanse kant. De benen
voelen prima. Als de weg vlak wordt kan ik een redelijk snelle groep houden. Na
San Valentino volgt een korte afdaling naar Malles. Ik eet wat en zoek even
later de berm op voor een plaspauze. Na Prato allo Stelvio begin de weg wat meer
te stijgen, maar veel stelt het nog niet voor. In een haarspeldbocht ontwaar ik
een bordje '48'. "48 bochten?", bedenk ik me. Ik besef dat ik me beter had
moeten voorbereiden. In Trafio is de eerste ravitaillering, waar ik al rijdend
een banaan aanpak. Vanaf hier begint het echte klimwerk. Ik hou de hartslag rond
de 170 en geniet van de prachtige klim, die na elke bocht mooier wordt. Dan kom
ik in het stuk wat fameus is en tellen de bochten vlot af: 25-20-10-5. In bocht
1 is weer een uiterst goed verzorgde ravitaillering en het stukje daarna naar de
top stelt weinig meer voor. De Stelvio bleek, ondanks zijn hoogte van 2.757
meter, een relatief eitje.
De afdaling is koud. Al snel klappertand ik. Er volgt een stukje 'Naturstrasse',
min of meer onverhard en behoedzaam daal ik verder naar Santa Maria, waarna de
tweede klim van vandaag begint: de Ofenpas. Direct stijgt de weg en is van de
kou weinig over. 900 meter hoogteverschil, de helft van de Stelvio, en het valt
me zwaar. Ondanks dat de pas al gauw in zicht komt, lijkt de weg er naartoe
eindeloos. Een paar kilometer voor het top word ik aangesproken door
Klaas Veenbaas,
jullie bekend vanwege zijn deelname aan
Alpe d'Huzes + 1. Ik krijg een dip, heb honger en ik heb het warm, heel
warm. Ik ben dan ook blij als ik boven ben en kan beginnen aan de verkoelende
afdaling. Klaas waarschuwde me al voor nog een klein
stukje klimmen en dat komt
dan ook. Het lijkt niet veel, maar plots betaal ik de tol voor de 2 te korte
nachten, de lange autorit en de warmte waarbij ik te weinig heb gedronken:
kramp. Ik weet op de fiets te blijven door staand verder te klimmen en met pijn
in mijn rechterbeen kom ik boven. Snel begin ik aan de afdaling om de spieren
los te draaien; stil staan is nu funest. Bij de eerstvolgende controlepost is
het been redelijk los en recupereer ik kort. Er resten nog zeker 40 kilometer
tot aan Martinez en ik hoop maar dat de weg vlak is. Voor het grootste gedeelte
is dat gelukkig het geval en de schaarse klimmetjes ga ik behoudend omhoog.
Slechts 1 plek met wegwerkzaamheden zorgt voor oponthoud, maar 3 prachtige
Lamborghini's maken het wachten de moeite waard. Ook het restant tot aan
Martinez is prima te doen en ik rijd zelfs hele stukken op kop. Als ik de
plaatsnaambebording in zicht krijg, weet ik dat er nog 1 klim rest tot de
finish.
De klim stelt niet veel voor, maar de warmte is killing. Ik probeer zoveel
mogelijk met mijn linkerbeen kracht te zetten, om zo de rechter te ontzien. Het
gaat prima, want ik passeer menig renner. Hoe dichter ik bij bocht 1 kom, hoe
moeilijker ik het krijg om de warmte te verteren, maar het lukt, en nog
krampvrij ook. Ik laat de fiets rollen in de afdaling naar Nauders waar ik na
iets meer dan 7 uur en 10 minuten over de mat rijd. Langzamer dan ik wilde, maar
minder tijd verloren dan ik vreesde, toen de kramp begon. Met een geel 'Dreilaendergiro'-shirt,
ga ik terug naar het appartement, waar ik een heerlijk bad neem. 3 kwartier
later, als ik eruit stap, schiet opnieuw de kramp in mijn been. Ik strek en
masseer het weg. Afgezien van de kramp was het een prachtige rit en heb ik er
van genoten. Een beetje rust, en dan met name nachtrust, zal me hopelijk goed
doen, want ik moet natuurlijk vóór volgende week zondag wel weer hersteld zijn.
(Helaas geen gps'je)
Dinsdag 19 juni, intensieve duurtraining, 47 kilometer, 1 uur en 34
minuten
Ik ben een beetje lui geweest de afgelopen weken, vind ik van mezelf. Na
terugkomst uit Frankrijk heb ik maar een paar keer op de fiets gezeten. Deels
komt dit doordat ik moest trainen voor de halve marathon, vorige week zondag,
deels komt dit door het slechte weer van de afgelopen week. Wat ook telt, is dat
ik even niet zoveel zin meer heb. Ik kan me momenteel moeilijk motiveren om te
gaan fietsen. Een precieze oorzaak weet ik niet, maar ik denk dat het komt door
alle drukte en wellicht dat het vlakke Friese land na de prachtige Franse bergen
gewoon even minder inspireert. Hoe dan ook, vandaag was een prachtige, zonnige
dag en dus vond ik het hoog tijd om weer wat kilometers weg te trappen, een
laatste serieuze training voordat we aanstaande zaterdag naar Oostenrijk
verhuizen voor vakantie.
Omdat mijn hele trainingsschema een beetje in de war is geraakt, besloot ik
een intensieve duurtraining te doen van zo'n anderhalf uur, waarbij ik 1 blok
van ongeveer 30 minuten in D2 wilde rijden. Ik vertrek noordwaarts en merk al
gauw dat de Zuidwestenwind die ik had verwacht, in werkelijkheid Noordoost is.
De dichte begroeiing houdt gelukkig de meeste wind bij me vandaan. De hartslag
stijgt gestaag naar de D1 zone en rustig peddelend laat ik het landschap aan me
voorbij gaan. Na 10 minuutjes stop ik even, omdat ik telefoon krijg. Uit de wind
en in de zon staat het heerlijk. Doch, de benen roepen om kilometers en ik ga
verder, richting Damwoude. Na de rotonde, midden in het dorp zet ik aan om mijn
hartslag in de D2-zone te brengen. Dit lukt zonder problemen en met een lekker
tempo stuur ik van Damwoude naar Wouterswoude, waar ik rechtsaf ga, richting De
Triemen. De route is zo bekend, dat ik op de automatische piloot de afslagen
neem rijd ik om Veenklooster heen op weg naar Buitenpost, waarna er volgens de
Edge nog 3 minuten resten van het blok van 30 minuten. Als ik om het dorp heen
draai, zit de tijd erop en kan ik in D1 uitfietsen. Dan voel ik mijn
rechtervoet, een stekende pijn, buitenkant voet. Opgelopen tijdens de halve
marathon, weet ik, en zo nu en dan voel ik het. Ik schakel wat kleiner om de
druk eraf te halen en fiets door richting Kootstertille. Langzaam zakt de pijn
weer weg. Na Kootstertille volgt Eestrum en daarna linksaf de parallelweg op.
Verderop volg ik het fietspad langs de Zomerweg en 10 minuten later krijg ik
Hardegarijp weer in het vizier. Na ruim 1 uur en 34 minuten stop ik de Edge.
Enigszins hinkelend loop ik van de schuur het huis weer in. Ondanks dat ik niet
echt zin had om te fietsen, ben ik toch met een tevreden gevoel thuis gekomen.
Als het weer het toelaat, doe ik donderdag nog een woon-werkritje, maar wat mij
betreft was dit ook een prima afsluiter voor de vakantie.

Zondag 17 juni, rustige duurtraining, 47 kilometer, 1 uur en 40 minuten
De afgelopen week was er één van herstellen van de inspanningen van de halve
marathon, maar ook zeker van de verbranding van de huid op mijn schouders. Zelfs
na bijna 32 jaar blijkt mijn blanke huidje nog niet in staat om een paar uurtjes
zomerzon te verteren zonder bescherming. Het resultaat waren 3 slapeloze nachten
en inmiddels ben ik ook voluit bezig met vervellen; het hoort er allemaal bij.
Gisteren had ik voor het eerst weer wat kilometers willen wegtrappen, maar het
onstabiele weer hield mij binnen. De voorspellingen voor vandaag waren beduidend
beter. Toch bleek het ook vanmorgen nog niet echt super. Met een kritische blik
op de buienradar leek het pas rond een uur of elf tijdelijk wat droger te
worden. Met overschoenen en een niet te donkere zonnebril waagde ik het erop.
Ik stuur behoedzaam het dorp uit. De weg is drijfnat en ik weet als snel dat
ik na afloop de poetsdoek ter hand kan nemen. Na een kilometer of 3 wordt de
lucht toch wel heel donker en het resultaat daarvan laat niet lang op zich
wachten. Een heuse stortbui zorgt ervoor dat ik binnen 30 seconden drijfnat ben.
Verzuchtend stuur ik door. Het maakt nu ook niet meer uit. Als ik in Leeuwarden
ben, is het droog en kunnen ook mijn kleren weer wat opdrogen. Dwars door
Camminghaburen, ga ik via het industrieterrein en de wijk Aldlân op weg naar
Goutum. Hier is de weg kurkdroog en even baal ik dat ik niet nog 10 minuutjes
later weg ben gegaan. 'Gedane zaken nemen geen keer', weet ik ook en dus laat ik
mijn fietsdag er niet door bederven. Wel besluit ik reeds in een vroeg stadium
dat het geen lange rit wordt, want mijn benen weigeren elke vorm van souplesse.
Gelukkig gaat het gaandeweg de rit steeds beter. Ook doet de zon, die zo nu en
dan door de wolken breekt, op mijn gezicht me goed. Voor Grou ga ik linksaf,
terug naar Wartena. Met de wind in de rug merk ik van de slechte benen heel
weinig. Als ik na 1 uur en 40 minuten weer thuis ben en mijn fiets afspuit, heb
ik een tevreden gevoel over deze rit. Met nog een week te gaan tot de
Dreilaendergiro, reken ik erop dat de benen dan weer als vanouds voelen.

Zondag 10 juni, (halve) Marathon van Leeuwarden, 21,1 kilometer, 2 uur en
57 seconden
Zoals voorspeld, zou de warmte vandaag mijn grootste tegenstander kunnen
zijn. Gisteravond leken de weersomstandigheden plots een stuk gunstiger: bewolkt
bij de start, ongeveer 20 graden. Pas in de middag zou de zon door de bewolking
heen breken. Mede hierdoor zat ik goedgemutst in de auto. Het ophalen van mijn
startnummer, gisteren, had het lopersbloed ook al wat sneller door mijn aderen
laten stromen en nu ook de weersomstandigheden een stuk gunstiger waren, had ik
er gewoon zin in. In het te volle startvak wachtte ik geduldig op het moment dat
we weggeschoten zouden worden, wat net na half elf het geval was. Langzaam zette
de menigte zich voor mij in beweging.
Ik
begin rustig en probeer de hartslag in het begin niet boven de 150 te laten
komen, maar de warmte maakt dat praktisch onmogelijk. De drukte in de smalle
straten en later op het te smalle voetpad, zorgt ervoor dat ik niet echt snel
kan lopen en toch tikt de meter bijna de 170 aan. Nadat we de Tesselschadestraat
achter ons laten, krijgen we iets meer ruimte. De eerste drankpost zie ik te
laat en laat ik daarom maar voor wat het is.
Henk loopt voor me
en ik hou hem in het vizier. Ik wil proberen vóór hem te finishen. Op de
Marshallweg kruip ik langzaam naar hem toe. Onder het spoorviaduct, steek ik 10
meter af over het gras en zit daardoor ineens voor hem. Ik hoop maar dat hij het
niet heeft gezien, want dan gaat hij proberen bij mij aan te haken. Omhoog, het
viaduct op is zwaar, daarentegen gaat naar beneden een stukje sneller. We gaan
rechtsaf de Middelzeelaan op, langs de atletiekbaan van
Lionitas, waarna de 2e
drankpost zich aandient. Wandelend drink ik een bekertje leeg en vervolg daarna
mijn weg. Mijn hartslagmeter piept dat het een lieve lust is; de gps-ontvangst
is slecht en daardoor gaat de meter steeds aan en uit. Hier heb ik dus wat tijd
betreft vandaag niets aan, besef ik. Op het smalle fietspad langs het Van
Harinxmakanaal is de groep al dusdanig uit elkaar getrokken, dat de ruimte
voldoende is. Daarna gaan we linksaf, de Verlengde Schrans op. Hier zitten of
staan de mensen ons weer in grote getalen aan te moedigen. Langzaam begint de
zon door de wolken te breken en voel ik de warmte. In plaats van de parallelweg
kies ik daarom de schaduwrijke stoep. Vlak voor het gebouw van de
Leeuwarder Courant,
is een volgende verversingspost met welkome sponzen. We gaan rechtsaf het
fietspad op, langs de Potmarge. Ik loop achter iemand met blauw haar en een
radiootje in zijn hand.
Piter Wilkens klinkt door het kleine speakertje, met zijn Liwwadder Blues:
'Ut het noait wat weest, en it su ook noait wat wurde. As't in Liwwarden
geboaren bist, dan kaanst it wel skudde', klinkt het inspirerend vóór mij. Het
leidt de aandacht even af en voor ik het weet passeren we het
MCL, waarna we linksaf gaan naar
het Drachtster plein. Hier melden de toeschouwers wat ik al wist: dit is
ongeveer halverwege.
De zon heeft de meeste bewolking inmiddels wel weggedreven en ik weet dat het
resterende deel alsnog warm gaat worden. Mijn benen voelen echter prima, zelfs
soepel. Mijn maag verteert het water zonder problemen en dus heb ik veel
vertrouwen in het
restant. Na de
Intratuin
is nog een waterpost, waarna we rechtsaf weer naar de Potmarge gaan, over een
schaduwrijk fietspaadje. "Must dou niet met loape?", roept een loper voor me
naar een voor hem bekende toeschouwer. "Bist idioat!", is het nuchtere antwoord.
Het blijft een mooi taaltje, dat Liwwadders. We gaan over een bruggetje, daarna
rechtsaf terug naar de Aldlânsdyk, waar we linksaf gaan naar industrieterrein
'De Hemrik'. Hier zijn geen bomen meer en begint de warmte zijn tol te eisen. De
eersten zie ik wandelen. Bij de verversingspost neem ik, wandelend, nog een
bekertje water. Het laatste echte obstakel wacht: het spoorviaduct, het viaduct
waarop ik met de fiets altijd krachttraining doe. Nu is het zwaar, maar ik weet
dat verderop collega Beitske woont én als het goed is klaar staat om me aan te
moedigen. Van verre zie ik haar al op het dak van de auto staan, met camera. Ook
mijn vriendin heeft daar stelling genomen en onder hun aanmoedigingen maak ik me
op voor de laatste 5 kilometer. Mijn benen voelen nog steeds heerlijk.
Langs
het water gaan we in één rechte lijn terug het centrum van Leeuwarden in. Ik kan
een glimlach niet onderdrukken als ik aan de reling van het spoorviaduct een
spandoek zie hangen: "Johan is een held", staat er in koeienletters op. Beitske
heeft haar belofte uitgevoerd. Veel sponzen en particuliere waterinitiatieven
zorgen voor verkoeling. Ik heb de wind in de rug en dus is alles welkom. Ik
probeer de snelheid wat te verhogen, wat redelijk gaat. Langzaam kruipt mijn
hartslag richting 180. Genadeloos trekt mijn lichaam echter aan de rem als ik
het Noordvliet op loop, want ik krijg een steek in mijn zij, waardoor ik
noodgedwongen rustiger aan moet doen. Op het Zuidvliet ligt een dame met
oververhittingverschijnselen tegen een dranghek. Zo dicht bij de finish en niet
gehaald, want een ambulance haalt haar op. Ik zit in de laatste kilometer en
negeer de nog steeds wat opkomende kramp door te versnellen. Collega Anton staat
langs de kant foto's te maken. Over de brug, rechtsaf de Nieuwekade op. De rij
met toeschouwers wordt langzaam aan dichter. "Kom op, Johan", hoor ik mijn baas
Anno rechts van me roepen. Ik zwaai terug en krijg de rotonde in het vizier die
me linksaf de Groeneweg op stuurt voor de laatste paar honderd meter naar de
finish. Collega Rienk staat schreeuwend op de dranghekken me aan te moedigen.
Het voelt goed en ik versnel nog maar eens. Collega Ronny met vrouw moedigt me
aan voor de laatste meters, waarna ik tevreden kan afklokken op de finishlijn.
Mijn klokje geeft geen uitsluitsel over de tijd, maar het zal rond de 2 uur
zijn. Geen pr, toch ben ik tevreden, want het is de hele rit lekker soepel
gegaan en ik heb de warmte goed weten te verteren. Afgezien van wat pijnlijke
voeten, voel ik me prima. Collega's Lambert en Cathrien (die beide vanwege
blessures niet konden meedoen) feliciteren me met de loop en hebben een
aardigheidje in de vorm van een opgestoken duim. Langs de kant van het parcours
wachten we op de binnenkomst van andere collega's, die langzaam binnen
druppelen. Henk komt een ruim kwartier na me binnen. Hem vóór blijven is dus
zeker gelukt. Hij is zeer tevreden, want de omstandigheden waren toch zwaar. Een
half uurtje later gaan we weer, op weg naar naar huis. Een prachtig evenement,
waarover ik niet minder dan tevreden kan zijn. En dat ben ik dan ook.

(gps'je niet helemaal goed)
Vrijdag 8 juni, ambtenarentoertocht Amersfoort 2007, 151 kilometer, 5 uur
en 23 minuten
Marieke wist Douwe te overtuigen om vandaag mee te doen met de
ambtenarentoertocht in Amersfoort, geholpen door het feit dat ik zondag aan de
start sta van de halve Marathon in Leeuwarden ("ik wordt dus gewoon als rem
gebruikt?") en ik het dus opzeker rustig aan ging doen. Cees bleek niet te
vermurwen, omdat hij over 2 weken wil meedoen aan de
Mountainbikecyclo Midden
Nederland. Ik had Douwe beloofd dat, mits we het rustig aan gingen doen, het
voor hem een perfecte voorbereiding zou zijn voor diezelfde mountainbikerit. Net
voor achten schreven we ons in en na een korte koffieronde gingen we richting
startlijn waar de startstempel hoogstpersoonlijk door de burgemeester van
Amersfoort werd gezet. Met een aangereikte mueslibol stuurden we het
parkeerterrein af, op weg voor 160 hete kilometers.
Het begin door de spits in Amersfoort is oppassen geblazen, omdat ook veel
schoolkinderen gebruik maken van het smalle fietspad. Als we eenmaal buiten de
stadsgrenzen zijn is ook de drukte voorbij en

Het team Visser en Van Schuppen |
rustig peddelend laten we de eerste kilometers onder ons door glijden. De
groep die tot dan toe achter ons aanreed, passeert ons en we haken aan. Hierdoor
gaat het tempo flink omhoog, tot ruim boven de 30, zonder dat we er extra moeite
voor hoeven doen. Douwe kan het probleemloos bijbenen, Marieke fietst wat heen
en weer tussen de kop en de staart van de groep. Bij het eerste de beste
klimmetje beginnen haar ogen te glinsteren en schiet ze naar voren om als eerste
boven te zijn. Toch opgejaagd zie ik 170 harstlagen staan op mijn teller. Douwe
is verstandiger en volgt op gepaste afstand. Na de afdaling duurt het even voor
de groep weer bij elkaar is, maar zodra dat het geval weer is, gaat het tempo
weer lekker omhoog. Er volgt een lang stuk, slingerend langs de Lek, op weg naar
Vreeswijk, waar we over een sluis het Lekkanaal passeren. Douwe kan nog steeds
prima volgen, hoewel ik het idee heb dat hij soms nét wat harder fietst dan hij
zou willen. Mijn eerste drinkbus is na 60 kilometer leeg en ik wacht met smart
op de eerste controle, als ik me plots herinner dat die pas na 80 kilometer in
de planning stond. Douwe heeft bovendien hetzelfde probleem als ik: plasperikelen. Met een "we
zijn er bijna" weet ik de motivatie hoog te houden en na Schoonhoven, komt Vlist
op de borden, waar de eerste controle is. Nadat Marieke een andere renner
overtuigend het verschil tussen "voor!" en "tegen!" heeft uitgelegd en Douwe
bijna met fiets en al verkoeling heeft gezocht in de nabijgelegen sloot, komen
we bij de controle. Hier strijken we met een colaatje en
een raket voor Marieke neer op het terras. Douwe licht de aan het werk zijnde
Cees even in over hoe het gaat. In de hitte vervolgen we even later met zijn
drieën de route.Het tempo ligt wat lager dan net en achter de dijk zitten we
beschut, met als resultaat dat het warm begint te worden. Zo spraakzaam als
Marieke de eerste 80 kilometer was, zo zwijgzaam gaan we nu over de slingerende
weg. Door de warmte is de hartslag hoog en verteren de kilometers langzaam. De
mooie omgeving maakt veel goed. 20 kilometer verderop, in Harmelen, is een door
het Iza gefaciliteerde
controlepost met water én schaduw. Marieke reageert teleurgesteld dat we nog
'maar' 50 kilometer hoeven, bijna 10 korter dan voorspeld. Na een korte
verfrissing vervolgen we onze weg, waarbij we wederom in een groep terechtkomen
en daardoor het tempo kunnen opvoeren. Douwe oogt nog redelijk fris. Ondanks dat
benadruk ik hem zich wel wat te blijven verschuilen in de groep. Ondanks dat hij
daar naar luistert, is zijn hartslag nu wel te hoog om het nog een rustig
duurtempo te noemen. De 185 slagen zijn voor mij reden om aan de rem te trekken
en in ons eigen tempo komen we aan bij de laatste controle in Tienhoven, waar
sportdrank en een banaan op ons wacht. Douwe is trots op zichzelf, want het
gemiddelde ligt tot dan toe op 31,2 kilometer per uur. Niet slecht, zeker niet
op een mountainbike.
We gaan verder en haken aan bij een groepje. Als Marieke en ik passeren, hoor
ik een schreeuw ("Johan!") achter me en omkijkend zie ik een bekend handgebaar
en een door de donkere zonnebril verhulde blik: kramp. Douwe baalt ("daar gaat
mijn gemiddelde!"), maar er zit niets anders op dan te temporiseren in het
slotstuk. Na wat rekken en strekken en 2 cola's bij de benzinepomp vervolgen we
met een rustig tempo onze weg. Drie kwartier later kan ik een opgeluchte Douwe
melden dat verderop het sportpark is waar we finishen. Ik spurt weg. "Wat doet
hij nou?', vraagt Marieke aan Douwe. "Hij demarreert", is zijn antwoord, waarna
de achtervolging zondermeer wordt ingezet. Het plaatsnaambord "Amersfoort" laat
ik met gestreken shirt aan me voorbijgaan en als ik merk dat Marieke zit te azen
op het finishdoek volgt nog een korte sprint-á-deux, die ik ook als eerste met
een brede grijns weet te passeren. Als we uit staan te hijgen, komt Douwe even
later stoïcijns aanfietsen en meldt dat hij "blij is dat 'ie het heeft
overleefd". Met 2 biertjes en een cola (ik moet immers zondag weer) genieten we
onder een boom, met een fris windje nog even na van deze goed georganiseerde
tocht met een mooie route door een prachtig stukje Nederland.
Al met al heb ik het rustig aan weten te doen en nu is het zaak om voldoende
te herstellen voor aanstaande zondag. Ik hoop jullie na afloop met een positief
verslag te kunnen schrijven. De weersvoorspellingen zijn warm, dus het zal zeker
zaak zijn voldoende te hydrateren en rustig aan te doen, om situaties als een
maand of wat terug in Bergum te vermijden.

Zaterdag 2 juni, rustige duurtraining, 57 kilometer, 2 uur precies
Volgende week zondag, 10 juni dus, staat de
Marathon van
Leeuwarden op het programma, waar ik aan de start sta voor de halve versie
van 21,1 kilometer. In het kader van de 'vitaliteit' op mijn werk, kon (en
wilde) ik niet anders dan hier aan meedoen. Dat is ook de reden dat ik nog
steeds hardlooptrainingen doe, waardoor mijn werkelijke trainingen afwijken van
de planning en ik jullie soms dagenlang zonder verse update laat wat deze site
betreft. Voor wie ook mijn hardloopperikelen kan volgen, op de site
Leeuwardenloopt.nl vind je mijn hardloopverslagen.
Vandaag had ik mee willen doen met de
Ronde van Oranjewoud, maar gezien wat rugproblemen, nog pijnlijke spieren
van een hardlooptraining afgelopen woensdag en een opkomende verkoudheid, leek
het me verstandiger om dit aan mij voorbij te laten gaan. Wel lokte het weer
enorm om naar buiten toe te trekken en daarom haalde ik vanmorgen tegen tienen
de racefiets maar van de haak om de benen weer even los te draaien over het
vlakke Friese land. Vlak rijden, op souplesse, is altijd lastig na een weekje
bergkilometers. Vandaag was daar geen uitzondering op; alsof het lichaam
instinctief een beetje inhoudt, omdat het een berg verwacht.
Net buiten Hardegarijp zet ik de hartslag op 140 en zet koers richting Bergum.
Met een schuin oog op hartslag- en cadansmeter probeer ik een lekker tempo te
houden en vooral te genieten van de omgeving, die in de maanden juni en juli op
zijn mooist is. Na Suameer en Oostermeer, bonjour (ik blijf toch wat in Franse
termen) ik een stel toerders bijna de berm in met een iets te luide trek aan de
bel. Verontschuldigend fiets ik door en sla rechtsaf naar Rottevalle, waar ik,
onder de weg door, linksaf ga naar Boelenslaan en vervolgens Surhuisterveen. Op
deze weg is een snelheidslimiet van 60 kilometer ingevoerd en dat fietst toch
een stuk prettiger. Na Surhuisterveen fiets ik over het fietspad door naar
Buitenpost. Een mentoer (heet het zo?) zorgt ervoor dat ik op moet passen voor
paarden, iets waar ik sinds het akkefietje
met Marcel, groot respect voor heb gekregen. De brug bij
Blauforlaet laat me
voelen dat mijn benen nog steeds niet écht hersteld zijn van vorig weekend. De
3% over hooguit 150 meter voelen zuur aan, watje dat ik ben. Na Buitenpost rijd
ik door over Veenklooster en Kollumerzwaag, om vervolgens rechtsaf door
Twijzerlerheide en Zwaagwesteinde terug te gaan naar huis. Na iets meer dan 2
uur ben ik weer thuis en kan die fiets weer aan de haak. In het zonnetje puf ik
even uit. Douwe belt nog even, om te informeren over volgende week vrijdag (Cees
is afgehaakt), de
Ambtenarentoertocht in Amersfoort. Ik heb hem er geprobeerd van te
overtuigen dat ik rustig aan gaan doen (ik moet 2 dagen later een halve marathon
lopen), dus ik hoop maar dat hij het ziet zitten. Douwe, ik reken op je!
Zondag 20 tot en met zondag 27 mei, vakantie in Bédoin (Frankrijk,
Provence) met als afsluiting 2 cyclo's
Afgelopen week zat ik met mijn vader in Bédoin, om ons een weekje te kunnen
voorbereiden op 2 cyclo's: La Ventoux Beaumes-de-Venise afgelopen zaterdag en de
Grimpée de dag erna. Een verslag van 8 dagen die veel te snel voorbij waren.
Zondag 27 mei, Grimpée du Ventoux, 21,2 kilometer, 1 uur, 38 minuten
en 31 seconden, 1.586 hoogtemeters
Het begon gisteravond te regenen toen ik net op bed lag en dat ging de
hele nacht door. Toen ik net na zessen wakker werd, was het echter wonderwel
droog. Eenmaal uit bed, zag ik hoe het water vanaf het dak van de veranda
keurig mijn raceschoenen was ingelopen. Een goed begin. Na ontbijt en
geestelijke voorbereiding, vertrek ik net na achten om me warm te gaan
rijden. In Bédoin is het al een drukte van belang; ondanks de regen van
afgelopen nacht is de opkomst wel goed. Ik volg het rondje dat de
brandweermannen vorige week zaterdag als "Contre Le Montre" (tijdrit) hier
reden. Mijn benen voelen wonderwel prima, maar uiteraard voel ik de rit van
gisteren nog wel. Vooral als de weg iets stijgt, voel ik de pap in mijn
benen. Lekker doorpeddelend maak ik het rondje af en daarna doe ik er nog
een halve versie achteraan. Tegen 10 voor 9 nestel ik mezelf in het
startvak, hoewel je dat eigenlijk zo niet kunt noemen. Eric, die me gisteren
aanmoedigde, heeft zich vanmorgen ook maar ingeschreven en komt naast me
staan in het startvak. We maken een praatje en wachten op de start die, net
als gisteren, bijna een kwartier te laat is. Na wat gebabbel van de
organisatie mogen we op pad.
Het begin gaat bijzonder vlot. Ik probeer mee te rijden met de groep,
maar al gauw breekt het. Tot aan Sainte-Colombe blijft het tempo redelijk
hoog, hier pak ik enkele minuten op mijn snelste tijd, weet ik. In de korte
afdaling die volgt naar Sainte-Estève probeer ik wat te herstellen. Als de
weg 180 graden draait, zoek ik de triple met een bijpassend tempo op, voor
de lange klim die volgt. Ik weet dat ik inmiddels ergens in de achterhoede
rijd. Zolang ik niet laatste ben, vind ik het prima. Nu de weg steiler is,
gaat het met mijn positie wat beter, want langzaam haal ik andere deelnemers
bij. De dichte mist maakt het wel erg lastig om mezelf te oriënteren: pas
als ik er ben, herken ik dingen. De haren op mijn onderarmen zijn door de
mist; het lijken net grassprieten, met dauw, bedenk ik me. Na de haarspeld
ben ik op de helft. Iemand die ik zojuist heb ingehaald passeert mij weer,
als de weg verderop weer vlakker wordt, wisselen we weer van positie. Als de
volgende haarspelden komen, weet ik dat ik bijna bij Chalet Renard ben. Het
tempo kan wat omhoog, want de komende kilometers is het een stukje vlakker.
Relatief dan. De bomen verdwijnen en de mist lost ook op, waardoor ik het
Observatoire in zicht krijg. Volgens een snelle berekening, moet ik binnen 1
uur 40 boven kunnen zijn. Ik haal een grote groep wandelaars in, passeer het
monument van Tom Simpson en dan zit het er echt bijna op. Versnellen lukt
niet meer, maar ingehaald worden gebeurt ook niet meer. Met 1 uur, 38
minuten en 31 seconden op de klok rij ik over de mat: maar liefst 9 minuten
sneller dan mijn pr, én dat met de cyclo van gisteren in mijn benen.
Uiteindelijk 71e geworden op 126 deelnemers. Dik tevreden!
Ik trek mijn windbreker aan, neem een halve banaan en een flesje water en
geniet van het uitzicht. In het dal ligt een dikke wolkenmassa. Bovenop de
Ventoux schijnt de zon en is het niet koud. De afdaling die volgt is dat
echter wel en ik ben dan ook blij als ik in het dal ben, waar ik mijn chip
inlever. Jaike zit er ook met haar vriend, die gisteren vierde werd en
vandaag de hoogste trede van het ereschavot voor zijn rekening neemt. Na een
kort gesprek vertrek ik richting camping en na een snelle douche, vertrekken
we in de auto, op weg naar huis, met een prachtige fietsvakantieweek als
bagage.

Zaterdag 26 mei, La Ventoux Beaumes-de-Venise, 144 kilometer, 5 uur,
28 minuten en 25 seconden, 3.400 hoogtemeters
Na een week die vooral erg warm was, regende het vanmorgen kort toen we
tegen zessen aan het ontbijt zaten. Donkere wolken trokken langzaam en
dreigend over ons heen. De temperatuur was echter prima en onderweg naar
de start in Beaumes-de-Venise, leek het wat op de klaren. Ik mocht in
het voorste startvak plaatsnemen, waar ook Arnold, Wouter en het team
Veltec (Oege Hiddema, Alan en Analleen) present waren. Al pratende vloog
de tijd voorbij en ondanks dat de start een ruime 15 minuten later was
dan gepland, was het moment zomaar daar en konden we vertrekken.
In de afgelopen week heb ik het grootste deel van het parcours verkend.
Helaas niet nauwkeurig genoeg, want in Lafare gaan we nu rechtsaf in
plaats van rechtdoor naar Suzette. Dit blijkt niet alleen een aardig
stuk om, maar ook nog aardig wat extra hoogtemeters, met als toetje een
vies-steile laatste kilometer naar Suzette. 19% geeft de Edge aan. Mijn
benen zitten hopeloos vol als ik het bordje van de col passeer. Even
verderop zie ik een lang lint renners al over de col de la Chaîne
fietsen. Als het zo blijft gaan, dan wordt het vandaag geen supertijd,
besef ik. Met een tandje terug om krachten te sparen, begin ik 10
minuten later na diezelfde col aan de afdaling naar Malaucène. Dit deel van de route heb ik wel verkend, afgelopen dinsdag. Als we
buiten Malaucène rechtsaf het bos indraaien en de weg serieus begint te
stijgen, zoek ik de triple op en zet de hartslag op 170. De benen willen
echter niet en langzaam zakt de hartslag terug naar de 160-165. Vooral
als de weg wat vlakker wordt, heb ik moeite om volle bak te blijven
draaien. Renners passeren mij mij enige regelmaat en ik heb het gevoel
een achterhoedegevecht aan het leveren te zijn. Pas op het laatste stuk
naar Le Mont Serein, waar de weg een stuk steiler wordt, begint het weer
wat beter te draaien. Vooral na de korte ravitaillering, met een halve
banaan en een verse bidon water, vloeit de kracht terug in mijn benen.
De laatste zware kilometers naar de top gaan dan ook een stuk soepeler.
In de dichte mist, hoor ik plots het geluid van het observatoire en weet
ik dat ik bijna boven ben; zien kan ik niet, pas als ik er daadwerkelijk
ben. Bovenop trek ik snel een windbreker aan en wil snel aan de afdaling
beginnen. Als ik mijn zonnebril omhoog hou, om wat te kunnen zien, besef
ik echter dat de mist zo dik is dat ik geen 20 meter kán zien. Uiterst
behoedzaam daal ik de eerste kilometers af. Pas na het monument van
Simpson klaart de mist op en kan ik 'het grote mes gaan slijpen' in de
afdaling naar Sault. Er is een renner bij mij aangesloten en
kop-over-kop sturen we naar beneden, waarbij we menig renner 'opvegen'.
Eenmaal beneden is de groep een man (en 2 dames) of 20 groot. In de
korte klim naar Aurel verhuist de windbreker weer in de achterzak en
neem ik wat sportdrank. Na Aurel blijkt mijn verkenningsrit nuttig
geweest, want de omleiding bestaat nog. Hierdoor zit ik voorin als de
groep breekt, eigenhandig verzorgt door de één van de dames in het
gezelschap, die de andere dame in de groep op achterstand wil rijden. Ik
volg, met nog een andere renner. "Ik wil naar die groep", zegt ze,
wijzend op de groep die 500 meter voor ons rijdt. Ik neem de kop over en
rijd het gat voor de helft dicht. Als de andere renner overneemt, moet
ik echter de tol betalen voor mijn inspanningen: ik moet eraf en kijk
lijdzaam toe hoe mijn 2 medevluchters aansluiten. In de afdaling naar
Montbrun-les-Bains kan ik echter mijn sterke punt laten zien: dalen.
Wederom geholpen door de verkenning, sluit ik net voordat we de vallei
van de Toulourence binnen rijden weer aan. De groep is opnieuw een man
of 20 groot.
Wat zich dan ontspint, is een gevecht tussen 2 dames die strijden om een
plek op het podium (in hun categorie): Jaike de Graaf en Mascha
Pijnenborg (Die namen wist ik toen nog niet, maar voor het verhaal is
het wel even makkelijk). Jaike was degene die na Aurel het gat
dichtreed, Mascha reed dus al in de groep er voor.
In tegenstelling tot afgelopen dinsdag, hebben we de wind nu vol mee in
de vallei. Dit, in combinatie met de dalende weg, zorgt voor een hoge
snelheid. Ruim boven de 50 en soms boven de 60 per uur stuiven we door
de vallei heen. Eerst verschuil ik me in de groep, om weer wat krachten
op te doen, maar even later kruip ik naar voren om een heel stuk kopwerk
te doen. Mijn benen voelen plots prima: sterk en niet meer moe. De 2
dames gunnen elkaar geen meter. De voorlaatste waterpost bij St.
Legèr-de-Ventoux, vlak voor de klim, wordt dan ook genegeerd. Vlot
daarna breekt de tot dan toe slechts dreigend uitziende wolkenmassa open
en begint het hard te regenen, aangevuld met onweer. Binnen 2 minuten is
elk kledingstuk wat ik draag drijfnat. In de klim trek ik op kop vol
door, waarbij de hele groep zich als een lang lint achter me nestelt en
volgt. Het voelt heerlijk. Met nog 500 meter tot de col, geef ik nog wat
extra gas en breekt het eindelijk achter me. Bovenop heb ik samen met
Mascha een gat van een 50 meter. Om de voorsprong te behouden, wil ik
ook de afdaling vol in gaan, maar in de eerste bocht blijkt de regen een
slechte invloed te hebben gehad op de remwerking. Ternauwernood weten we
beide de snelheid voldoende te reduceren om de bocht te kunnen halen.
Jaike profiteert en gaat er vandoor. Het begint te hagelen en ik voel de
pijn op mijn armen als ik in de afdaling het gat weer weet te dichten.
De 2 dames zijn weer bij elkaar als het in het laatste stuk van de
afdaling opdroogt.
Linksaf gaat het naar Veaux. "Kom op, Johan. Je zit mooi voorin!" Langs
de kant van de weg staat een man mij aan te moedigen. Ik ken hem niet,
maar groet vriendelijk. Of het hieraan ligt of aan de parcourskennis
ligt, weet ik niet, maar eenmaal beneden heb ik zonder veel inspanningen
een paar honderd meter voorsprong. Ik wil doortrekken omhoog, om te
kijken of ik de voorsprong vast kan houden. Helaas duurt het niet lang
voordat de eerste renner weer aansluit, met in zijn wiel Mascha. Ze
lijkt Jaike te hebben afgeschud. Toch weet ook zij weer aan te sluiten
in het laatste stuk van de klim. Met een man of 10 dalen we af naar
Malaucène voor de echte finale: de klim naar col de la Chaîne. Opnieuw
vind ik mezelf hier op kop van de groep. Een ruime 2 kilometer klimmen.
Zonder op of om te kijken focus ik mezelf op de col en geef alles aan
energie wat ik nog in mijn benen kan vinden. Het lint breekt, want
bovenop zijn we nog met zijn vieren: Jaike moest eraf, terwijl Mascha
kon volgen. De 2 andere mannen in het groepje trekken in de afdaling vol
door, ik moet er met mijn verzuurde benen ogenblikkelijk af en laat
daardoor een gat van 200 meter vallen. Ik vrees dat ik het niet meer
dicht kan rijden. In de korte afdaling herwinnen mijn benen snel aan
kracht en in de klim naar Suzette, kruip ik toch langzamer weer
dichterbij. De resterende 50 meter rij ik in de eerste kronkelige
kilometers van de afdaling dicht. Kop-over-kop storten we ons in de
afdaling, waarbij Mascha meermalen nerveus omkijkt om te zien of Jaike
weer aangesloten is. De vrees is onterecht, want het verschil is te
groot geworden. De wind staat vol tegen en ondanks het hellende vlak,
wordt er op kop volle bak gereden. We passeren 2 renners, een andere
renner weet aan te pikken. Met 5 man denderen we door Lafare. Een
demarrage wordt keurig gepareerd door Mascha, waarbij ik nog net kan
volgen. Op het laatste stukje klimmen, een paar honderd meter vals plat
(parcourskennis), probeer ik zelf nog weg te komen, maar ook mij lukt
het niet. In Beaumes-de-Venise demarreert de renner die we eerder hadden
opgepikt. Ik heb geen antwoord meer, maar weet het verschil wel klein te
houden. Met een paar seconden achterstand kom ik even later onder het
finishdoek door: 5 uur 28 geeft mijn teller aan, een ruim half uur
sneller dan ik had gepland, met daarbij de laatste 60 kilometer ook nog
eens heerlijk gereden.
Jaike volgt 2 minuten later. Jaike is sportief genoeg om Mascha, die
derde werd in haar categorie, direct te feliciteren. Ze bleken elkaar
niet te kennen. We praten nog wat na over de rit, onderwijl genietend
van de heerlijke temperatuur. De man die mij onderweg aanmoedigde, meldt
zich even later als "Eric". Hij wist van mijn website dat ik mee ging
fietsen, maar zag het zelf vanwege buikloop eerder die week, helaas niet
zitten. Een uur is zomaar voorbij, als ik plots mijn vader zie. Ik denk
dat ook hij het gehaald heeft, maar het blijkt dat, toen wij de
onweersbui over ons heen kregen, hij bezig was met de laatste kilometers
van de Ventoux en daardoor was het onverantwoord om door te rijden. Met
de bus (prima geregeld) is hij uiteindelijk teruggebracht naar
Beaumes-de-Venise. Hij baalt, maar is tevens blij weer heelhuids beneden
te zijn. In de auto rijden we tien minuutjes later terug naar de
camping. Mijn benen voelen ondanks de zware rit eigenlijk prima en ik
heb er dan ook wel vertrouwen in, dat ook morgen nog wel gaat lukken
tijdens de Grimpée van de Ventoux. Dames, bedankt voor de enerverende
rit en we treffen elkaar ongetwijfeld nog eens

Donderdag 24 mei, hersteltraining, 15 kilometer, 42 minuten, 200
hoogtemeters
Vandaag wilde ik nog een korte hersteltraining gaan doen: een half
uurtje, hooguit drie kwartier over vlak terrein. En vooral dat laatste
blijkt lastig, want ondanks dat het geen hooggebergte is, is een kilometer
vlak nauwelijks te vinden. Vanaf de camping ga ik rechtsaf naar Bédoin om
via de D138 en de D241 weer op de D974 te komen, de doorgaande weg tussen
Bédoin en Carpentras. Ik rij een klein stukje terug en ga dan via de D55 een
bruggetje over, om vervolgens linksaf een klein weggetje in te steken. Na
een kort klimmetje, kom ik uit bij een groeve en ik verbaas me over de
enorme omvang. Het contrast tussen de mooie natuur en de machines die hun
werk doen is groot. Bewondering en afkeer liggen dichtbij elkaar, besef ik
als verder fiets. Eenmaal weer op de doorgaande weg vind ik het wel genoeg
en neem de kortste weg terug. Met iets meer dan 15 kilometer op de klok zet
ik de fiets tegen de veranda aan en ga doen wat net zo belangrijk is als
trainen: rusten. Rust, zodat ik zaterdag fris aan de start sta in
Beaumes-de-Venise.

Klaar voor de rit |
Woensdag 23 mei, rit rondom de Ventoux, 117 kilometer, 4 uur en 43
minuten, 2.000 hoogtemeters
Na twee dagen fietsen, resteerde er nog een klein stuk van het parcours
van aanstaande zaterdag, dat ik nog niet had verkend: de afdaling vanaf
Chalet Renard naar Sault en dan via Aurel en Veaux terug. Vorig jaar eden we
deze route namelijk precies andersom. Omdat ik de klim naar Chalet Renard
iets te gortig vond, besloot ik voor over de Col N.D. des Abeilles naar
Sault te gaan en van daaruit de route weer op te pakken. Net na half tien
reed ik de camping af.
Ik sla linksaf richting Falsan, maar kom in tegenstelling tot wat ik
verwachtte uit bij een groeve. Dan maar rechtsaf, zodat ik verderop weer
linksaf kan. Helaas blokkeert hier een bord 'Route Barrée' de weg en zit er
niets anders op dan de borden 'Déviation' te volgen. Deze leiden me
goeddeels terug naar Bédoin, waar ik 5 kilometer richting Carpentras ga en
vervolgens linksaf naar Mormoiron. Ik weet dat dit een heel stuk om is en ik
baal; de rit is vandaag al lang genoeg en als ik uiteindelijk via een lange
klim Mormoiron bereik, om vervolgens door te klimmen naar Flasan, staan er
al 3 kwartier op mijn teller: een half uur langer dan gepland, mét de nodige
hoogtemeters, Wetende dat de Col N.D. des Abeilles nog wacht met 600
hoogtemeters, besef ik dat ik net zo goed via de Ventoux naar Sault had
kunne rijden, qua hoogtemeters. Dat is nu geen optie meer, en dus begin ik
aan de klim van 10,5 kilometer over de D217.
De klim valt zwaar, mede door de hitte, maar ook zeker door de
vermoeidheid van de afgelopen 2 dagen. Het zweet gutst uit alle poriën uit
mijn lichaam, terwijl ik de hartslag met moeite tot de 160 omhoog weet te
brengen. Eenmaal boven, met bijna 2 uur op de klok, ben ik bijna door mijn
drinken heen terwijl mijn mond zo droog is, dat ik een plak ontbijtkoek niet
meer weg krijg. Wat volgt is een lange afdaling naar Sault, waarbij ik even
kan afkoelen. In Sault duik ik een ViVal in en met anderhalve liter vers
water vervolg ik mijn tocht. In Sault sla ik linksaf, om op de route te
komen. Wat rest is de klim naar Aurel, waar ik de tweede 'Route Barrée' van
vandaag aantref. Even wil ik het gokken, maar ik besluit om toch maar
opnieuw, de borden 'Déviation' te volgen. Waar ik een afdaling verwachtte,
wacht me opnieuw een klim in de hitte, én enkele kilometers om. Zwaar
bezweet begin ik even later aan de afdaling naar Montbrun-les-Bains. Buiten
de bebouwde kom, pak ik andermaal de route weer op en hoop dat verdere
omleidingen me bespaard blijven.

Mont Ventoux, bekeken vanuit de Valei van de Toulourence |
In de vallei van de Toulourence waait een stevige, maar bovenal
verfrissende en daardoor welkome wind. De weg daalt de komende tijd af, dus
hinder heb ik niet van de tegenwind. Na St. Legèr-de-Ventoux wacht nog een
lange klim, die opnieuw heet en zwaar is. Na een korte afdaling, kan ik
linksaf naar Veaux, richting Malaucène. Hier krijg ik een groepje renners in
het vizier en begint het te kriebelen. Als ik de eerste 'te pakken' heb, wil
ik ook de voorste van het groepje voor de top voorbij zijn. Met nog 500
meter te gaan (dat stond op de weg), lukt dit en met 3 min wordt het een
sprint. Eentje moet er al gauw af en met de hartslag op 188 weet ik ook
nummer 2 achter me te houden. Leuk! Mijn benen trillen van de inspanning en
ik eet snel wat om nog wat energie te hebben voor de klim over de col de la
Madeleine. Hier rij ik op halve kracht omhoog, maar ik geraak toch nog vlot
boven. Als ik 10 minuten later weer aankom op de camping staan er 117
kilometer op de klok. Ik ben redelijk kapot en heb vooral dorst wat ik les
met heel veel water. Met de beentjes (ok, benen) omhoog rust ik uit van de
zware en vooral hete rit. Morgen nog een hersteltraining, vrijdag een
rustdag en dan moet ik er klaar voor zijn zaterdag.

Dinsdag 22 mei, Mont Ventoux via Malaucène, 56 kilometer, 2 uur en 31
minuten, 1.780 hoogtemeters
De bewolking is weg als ik tegen achten uit bed stap. Het wordt vandaag
zeker een warmere rit als gisteren. Mijn benen voelen in tegenstelling tot
gisteren nu wel redelijk zwaar aan, maar ik ga er vanuit dat dat snel
naar de achtergrond zal zakken als ik de eerste vol van vandaag op ga
fietsen: de col de la Madeleine. Gisteren, vanuit Malaucène, viel deze reuze
mee en ook vanuit de Bédoin-kant gaat het tien keer beter als vorig jaar.
Als ik eenmaal boven ben dan is, zoals verwacht, de zwaarte uit mijn benen.
In de korte afdaling naar Malaucène eet ik wat om me voor te bereiden op de
klim naar de top van de Ventoux.
De eerste meters van de klim vallen prima en ook als de weg serieuzer
begint te stijgen en ik de triple op moet zoeken, gaat het nog lekker
soepel. Een paar honderd meter steil kan het ritme niet breken. Even verderop
wordt het wat vlakker en laat de snelheidsmeter 15 per uur zien. Bijna denk
ik dat het een eitje wordt, maar de Ventoux slaat genadeloos terug. Vooral
de laatste 3 kilometer naar 'Le Mont Serein' moet ik regelmatig het
allerkleinste verzet opzoeken. De warmte zorgt voor een flinke laag zweet op
mijn onderarmen, waar zich heel veel kleine vliegjes opstapelen. Om mijn
hoofd zweeft een horde vliegen met mij mee omhoog. Ik laat het me maar
begaan. Na 'Le Mont Serein' krijg ik het 'Observatoire' in zicht en
daarmee nieuwe energie. Op een eigenlijk te grote versnelling laat ik de
laatste kilometers onder mee doorglijden en met 1 uur 44 minuten vanaf
Malaucène ben ik boven. Na een colaatje trek ik een windbrekertje aan en
begin aan de afdaling, die ik inmiddels goed ken. Daarom ben ik vlot beneden
en kan ik al snel op het terras van onze stacaravan een verse bidon naar
binnen gieten. Ook vandaag lekker gefietst.

Maandag 21 mei, verkenning van de start, 74,6 kilometer, 2 uur en 47
minuten
Een kapotte climatronic leerde me hoe verwend we inmiddels zijn met
autorijden. De bewolkte lucht voorkwam dat we hier gisteren gestoomd
aankwamen in Bédoin, waar een wielertocht voor brandweermannen zorgde voor
een omweg en een bijna lege brandstoftank. De stacaravan op camping
Le Meneque bleek echter prima en na een goede nachtrust en een
bezoek aan de plaatselijke markt, werd tegen één uur het wielertenue uit de
kast tas getrokken en maakte ik me klaar voor een eerste,
verkennende rit door de warme Provence.
Als eerste wilde ik vandaag de start van aankomende zaterdag gaan
verkennen en daarom fiets ik naar Beaumes-de-Venise over, wat volgens mij,
dezelfde route is als vorig jaar het eerste stuk. Via Crillon-le-Brave,
Modène en Caromb fiets ik over de D21 naar Beaumes-de-Venise. Hier
aangekomen ga ik rechtsaf de D90 op, via Suzette naar Malauceène. Vanaf
Lafare stijgt de weg redelijk en door het gebrek aan wind ben ik blij als ik
na Suzette en de gelijknamige col op 392 meter ben. Dalend en stijgend
bereik ik de tweede col op ongeveer dezelfde hoogte en daarna volgt de korte
afdaling naar Malaucène. Hier stuur ik linksaf, naar Entrechaux, over de
D13. Het kleine klimmetje stelt niet zoveel voor. 5 kilometer buiten de
bebouwde kom ga ik rechtsaf de D40 op, om vlot daarna weer rechtsaf te gaan
richting Veaux.
Vorig jaar ging ik op dit stuk, toen vanaf de andere kant, helemaal stuk.
Ook vandaag zorgt het vele dalen en klimmen voor een gebrek aan ritme. Het
bord 'Malaucène' na elf kilometer is dan ook welkom. Via de D938 ga ik op
weg naar de col de la Madeleine, over de D19 terug naar Bédoin. Ook deze
staat in mijn geheugen gegrift als 'zwaar', maar ook dit blijkt onterecht,
want met op sommige stukken 30 kilometer per uur op de klok omhoog, lijkt de
col slechts een glooiing. Na 2 uur en bijna 47 minuten ben ik terug op de
camping met bijna 75 kilometer op de klok. De bewolking is inmiddels
verdwenen en in de strandstoel kan ik lekker recupereren. De benen voelden
prima vandaag, morgen maar even zien hoe ze de Ventoux verteren.
(Helaas geen grafiekje)
Donderdag 17 mei, rustige duurtraining, 47 kilometer, 1 uur en 34 minuten
Overmorgen vertrekken we naar Frankrijk. Een weekje Provence, Bédoin om
precies te zijn, aan de voet van de Mont Ventoux. Als afsluiter van die week
staat de zaterdags de cyclo "La Ventoux" op het programma en aansluitend de
zondags een tijdrit op de Ventoux. Ik kan dan ook niet anders zeggen, dat ik er
enorm veel zin in heb om door het Provencaalse land te gaan sturen.
Vandaag was dus het laatste ritje door het vlakke, Friese land. Nadat na het
middaguur de wolkenvelden langzaam maar zeker helemaal oplosten, pakte ik de
fiets van de haak en getooid in korte broek, maar mét mouwstukken, begon ik aan
het ritje van anderhalf uur. Als route koos ik 'mijn' vast rondje, een rondje
wat ik 9 van de 10 keer doe als ik anderhalf uur wil fietsen. Normaliter fiets
ik dat met de klok mee, maar gezien de wind, koos ik nu voor 'tegen-de-klok-in'.
Vanaf de eerste meters draaiden de benen lekker soepel en kon ik een hoog
beentempo vasthouden en daardoor fietste het als vanzelf. In Buitenpost was het
nog even opletten vanwege de braderie (en dan met name de in dronkenschap
verkerende mensen), maar eenmaal weer buiten de bebouwde kom, was het optimaal
genieten. Na iets meer dan anderhalf uur was ik weer thuis, tevreden over deze
afsluitende training.

Dinsdag 15 mei, rustige duurtraining, 72 kilometer, 2 uur en 24 minuten
Vanmiddag haalde ik mijn fietsje weer op bij de
fietsspecialist
('fietsenmaker' is zó passé...), waar ik hem heen had gebracht voor een
voorjaarsbeurtje én een stel nieuwe wielen. In zijn vertrouwde handen werden
ketting, tandwielen, remblokken voor en achter vervangen, kreeg het stuur een
nieuwe, fris lintje en daarnaast nog een stel prachtig Campagnolo Zonda wielen,
waardoor mijn Jan Janssen Equipe er weer helemaal als nieuw uitziet. Ik had dan
ook enorm veel zin, om uit te proberen hoe het nieuwe materiaal op de weg ging
aanvoelen. Vandaag was het een droge dag tussen de regendagen door, dus dat
maakte het alleen maar nog mooier. Tegen kwart voor twaalf klikte ik in de
pedalen en met een druk op de knop startte ik de Edge. Als route had ik ongeveer
dezelfde route in mijn hoofd, als die ik met Henk een paar maanden terug heb
gereden: via Leeuwarden, Grouw en Akkrum naar Drachten en dan weer terug.
Het verschil met de 'oude' wielen merk ik direct als ik de straat uit stuur;
de fiets voelt een stuk zachter, veel minder hard op de voor- en achterkant. Het
is even wennen, net alsof ik met zachte banden rijd, maar al gauw voel ik dat
het een stuk comfortabeler fietst. Of de 'Aerospaken' ook een functie vervullen
weet ik niet, maar het is net of ik het stuk tegenwind naar Leeuwarden beter kan
verteren. Na Leeuwarden gaat het linksaf, over het slingerende weggetje langs de
A32, op naar de aquaducten van Akkrum en Grouw. Hier merk ik nog wat
vermoeidheid van het hardlopen van afgelopen zondag, want ik kom moeizaam bij de
helling omhoog. Direct daarna gaat het weer linksaf en krijg ik de wind vol in
de rug, op weg naar de Veenhoop. In no time krijg ik Drachten in zicht en kan ik
me opmaken voor het laatste stukje, waarbij ik in de laatste 5 kilometer nog een
klein buitje krijg te verwerken. Veel stelt het niet voor, maar het zorgt wel
voor de eerste vuiltjes op de nieuwe Zonda's. Dat wordt dus poetsen. Verder
bijzonder lekker gefietst.

Vrijdag 11 mei, ambtenarentoertocht Venlo, 101 kilometer, 3 uur en 32
minuten
Als ambtenaar mag ik meedoen met de jaarlijks georganiseerde
ambtenarentoertochten, waaronder de tocht over 100 kilometer in Venlo. Bij de
Gemeente Veenendaal, waar Douwe (Cees en Marieke ook trouwens) werkt, ging een
grote groep collega's ook meedoen, waarbij ik kon aanhaken. Omdat ze nogal vroeg
vertrokken (kwart voor acht), overnachtte ik van donderdag op vrijdag in
Apeldoorn en vanmorgen om kwart voor zeven vertrokken Douwe en ik in zijn
Transporter-bus naar Veenendaal, waar we Cees en collega Audry ophaalden en
vertrokken richting Venlo. Marieke reed er samen met vriendin (inmiddels 20
jaar, maar daarover later meer) Merian in haar auto achteraan. Na een uurtje
door de regen gereden te hebben, was het droog toen we op het parkeerterrein van
wegrestaurant Heierhoeve
aankwamen, de uitvalsbasis van vandaag. Na koffie en inschrijven, konden we ons
gaan voorbereiden op de rit. Cees en Audry moesten zich nog omkleden, waarbij
onprettig beelden over het parkeerterrein werden verspreid, gelukkig buiten mijn
gezichtsveld. Merian haar voorband bleken niet bestand tegen mijn oppompen
waardoor ik een nieuw binnenbandje mocht leggen. Nadat ook Marieke haar bidons
had gevuld, konden we dan eindelijk om 5 over 10 vertrekken, onder dreigende
maar nog steeds droge omstandigheden.
Met
Marieke had ik al het plan bekokstoofd om te 'gaan knallen', in plaats van te
keutelen. Tijdens de eerste, sociale kilometers, maak ik nog een fotootje van de
complete groep. Vlot daarna geef ik kort gas, waardoor Audry er op kilometer
drie al af moet. Ook Merian kan niet volgen, maar zij, zo blijkt even later,
heeft nu met de achterband lek gereden. Marieke geeft haar de autosleutels (ze
had geld noch reparatiemateriaal bij zich gestoken) en Merian gaat terug om de
boel te laten repareren, althans, dat denken we. Maar ook hierover later meer.
Het gas gaat er even later weer op. Douwe en Cees halen Marieke en mij na het
plaatsje America weer bij en met zijn vieren gaat de rit verder, op weg naar de
eerste controlepost op kilometer 20, in Griendtsveen, waar de vlaai erg fijn
smaakt. Het lijkt wel een toertocht. Ik vind dat we nu wel warmgedraaid zijn en
gooi het tempo nog wat omhoog. Dan weer in en waaier, dan weer op een lint en
soms zelfs naast elkaar om de ronduit stevige wind de baas te zijn, stoempen we
door de Peel. Mijn Veenendaalse medefietsers moeten alle zeilen bij zetten,
waarbij Cees geen meter prijs geeft om maar geen gaatje te laten vallen en
Marieke zorgt voor de audioele ondersteuning door met haar BBB-belletje de
toerfietsers de stuipen op het lijf te jagen en zo de weg vrij te maken. Mijn
hartslag zit ruim in D2, zonder dat ik volle bak draai. Op een smal fietspaadje
met zijwind, waardoor ze niet kunnen schuilen, trek ik even vol door. Eindelijk
breekt het, iets wat ik 15 kilometer terug al verwacht had. Eenmaal weer op de
brede weg, temporiseer ik iets zodat we weer compleet zijn. De worstelpartij met
de wind zit er bijna op, als ik zie dat de weg verderop naar links afbuigt. "Ik
zal het grote mes zo meteen even slijpen", meld ik richting Cees, die met grote
verwondering de 42 per uur op zijn teller aanschouwt. Ik schakel het grote blad
en met de wind nu vol in de rug, kan ook het tempo omhoog. Marieke demarreert
plots en ik moet alle zeilen bijzetten om de 'aanval' te pareren. 55 lees ik op
de Edge als ik haar wiel weer te pakken heb. 2 keer diep ademen en dan erop en
erover, om vervolgens vol in de ankers te moeten voor controle 2, die welkom is
voor Douwe en Cees. Het plak turfkoek (?) smaakt goed en even later stappen we
weer op, om nu met wind mee de terugweg te aanvaarden.
Marieke heeft er zin in: het gas gaat er weer vol op. Douwe en Cees verteren
het tijdens de rust opgebouwde melkzuur minder en het gat is geslagen. Er volgt
nog een kort stuk tegenwind, waarna de benen rust krijgen als we linksaf draaien
en koers zetten naar het Noordoosten. Mijn hartslag schommelt nu rustig bovenin
D1, een lekker tempo om te toeren. Bij Grasbroek (maar dat wist ik toen nog
niet) gaat het mis. Een pijl voor linksaf is gedraaid naar rechtdoor. Een blik
op de routebeschrijving leert 'rechtsaf' en dus rijden we rechtsaf, om bij het
gebrek aan vervolgpijlen in Grasbroek te constateren dat we fout zitten. We gaan
terug en op dezelfde kruising nu linksaf. Het blijkt een extra ommetje te zijn,
want niet veel later komen we vanaf de andere kant Grasbroek binnen. Zo dichtbij
en toch zo'n eind omgereden. Ondertussen is het ook begonnen met regenen, een
bui die duurt tot de laatste controlepost op kilometer 85, waarna we het laatste
half uur kunnen afwerken. Als we weer op het parkeerterrein zijn, zijn Douwe en
Cees er al: zij hebben de pijl, die toen nog (foutief) rechtdoor wees gevolgd en
hebben daardoor een drietal kilometer minder op de klok. Marieke en ik hebben
een gemiddelde staan van 28,4, zij van 27 per uur. Zeker niet slecht, gezien de
bij tijd en wijle harde wind.

Vlaai in Griendtsveen |
Ik verlang inmiddels naar een warme douche. Merian is echter in geen velden
of wegen te bekennen en zij heeft de sleutel van de auto, waar onze spullen in
liggen. Ook haar telefoon wordt niet opgenomen. Cees is ervan overtuigd dat ze
alsnog de 100 kilometer is gaan fietsen. We duiken het warme wegrestaurant in en
gaan op zoek naar koffie, thee en eten. Het is 5 kwartier later als Merian
binnen komt en het verhaal doet over het gratis laten repareren van haar band
(iets met vrouwelijke charmes, ze had immers geen geld bij haar, blijven
opletten, hè?) en op kilometer 80 bedenken dat ze de autosleutels nog had. Dat
vond ze eerst niet zo erg, omdat 20 jaar vriendschap wel een deukje kan hebben,
maar toen had ze bedacht dat ook mijn spullen in die auto lagen. Een kwartiertje
en drie warme douches later is het leed geleden en is het tijd voor een biertje.
Wat volgt is een etentje bij de Chinees waarbij Audry (die meteen had afgehaakt
en daarom de 50 maar had gedaan) de volle laag krijgt. Ik laat het me goed
smaken en het is bijzonder gezellig. Rest nog een terugreis naar Veenendaal, dan
door naar Apeldoorn waarna ik in mijn eigen auto terug kan sturen naar het
Friese land. Om elf uur ben ik thuis en zit deze lange en leuke dag erop.
Rendez-vous volgend jaar, wat mij betreft.

Zondag 6 mei, Shimano FietsChallenge (race-cyclo), 147 kilometer, 4 uur en
45 minuten
De FietsChallenge 2007 zit erop. De unieke weersomstandigheden (tot nu toe 3x verregend),
het nieuwe parcours, de nieuwe organisatie, maar natuurlijk ook het rijden met een
gps-zender zorgden voor een nieuwe ervaring. Dat ik uiteindelijk met een goed resultaat
over de finishlijn wist te sturen, maakte het geheel compleet. Een samenvatting
van de rit van zondag 6 mei.
Ik ben van de vroege soort en daarom stond de wekker
op 6 uur, 3 uur voor de start. Al zappend over teletekst werk ik het eten en drinken
weg. Nadat Harmen van Ttsm.com de apparatuur in orde heeft gebracht, is het ook
half negen en vertrekken Marcel en ik naar de start. Ik mag in het voorste startvak
plaats nemen, Marcel staat één vak verder. Ik geef Oege zijn apparaatje en zoek
daarna een bescheiden positie op om de echt snelle rijders niet in de weg te staan.
Attractieve danseressen op een podium vullen de resterende periode tot aan het startschot
op, waarna het geklik van de pedalen begint. Oege, die wat moeite heeft in zijn
pedalen te komen, spoed na een ferme klik bij mij vandaan. Op de mat druk ik de
Edge aan en bereid mij voor op de eerste klim van de dag: de Vaalserberg.
Met Marcel
verkende ik deze klim afgelopen vrijdag al en ik wist dat vooral het stuk in Vaals
zwaar is. Enigszins behoudend klim ik omhoog, terwijl renners me links en rechts
voorbij stuiven. Toch gaat de klim nog bijzonder vlot en voor ik het weet, zit ik
in de afdaling aan Belgische kant, waar ik het glas op de weg weet te vermijden
en de bochten over het slechte asfalt goed aansnijd en tenslotte het spoortunneltje
veilig weet te beslechten. Hier had ik mij zorgen over gemaakt, maar het valt mee.
Ik probeer aan te haken bij een groepje, maar nog voor we Gemenich binnen rijden,
moet ik ze laten gaan als de hartslagmeter 186 aangeeft. Dit stuk van de route is
bekend en dus trap ik stug door, in de hoop opgeslokt te worden door een grotere
groep wiens tempo ik vast kan houden. Het blijkt lastig, de hartslag is te hoog,
de benen verzuren op elke klim dusdanig dat ik elke groep moet laten gaan. Ik vrees
een slechte dag, hoewel ik mijn virtuele partner lang geleden uit het oog ben verloren
wat op een, tot dan toe, goed gemiddelde duidt.
Op de Kinkenweg laat mijn schakelapparaat
het afweten door het kleinste blad van de triple te weigeren. Ternauwernood weet
ik het middelste blad weer te vinden en tergend langzaam kruip ik dit steile pad
omhoog. Rechtsaf, door Henri-Chappele gaat de weg verder en in een klein groepje,
kan ik even eten en drinken. Na de afslag naar Clermont, waarschuw ik een renner
in Goossens-kleding voor de kasseitjes en de scherpe bocht die volgt; parcourskennis
blijkt erg prettig. Hierna vormt er langzaam weer een klein groepje. Écht snel gaat
het niet, maar tot nu toe ben ik niet ontevreden over het gemiddelde, hoewel de
benen nog steeds niet super voelen. 10 minuutjes later worden we langzaam opgeslokt
door een grote groep renners, waarbij ik aanpik. "Hè, hè", hoor ik Marcel achter
me roepen. Hij heeft zijn achterstand dicht gereden. In de groep kan ik eindelijk
een beetje herstellen.
Het is nodig ook, want in het daaropvolgende stuk volgt een
aaneenschakeling van klimmetjes: draaien en keren op de vierkante kilometer. Het
is bijzonder zwaar om eraan te blijven hangen, maar het lukt redelijk. Bij de
ravitaillering
op kilometer 70 spring ik omhoog en vul mijn bidon, om evenzo snel het talud weer
af te springen. Nu is de groep wel uit elkaar geslagen en in kleine groepjes gaat
het verder. Normaal volgt nu de finale, maar ik weet dat we nu nog niet eens op
de helft zitten. Tien minuutjes later krijg ik Marcel weer in het vizier. Hij blijkt
niet gestopt bij de verversingspost. Omdat er nog enkele klimmetjes in zaten, weet
ik weer bij hem aan te sluiten en zelfs even weg te rijden. Op de lange vlakke weg
die volgt blijkt echter het groepsvoordeel te groot en bevind ik mij weer bij hem
in de groep. Het tempo gaat flink omhoog en als Marcel vraagt of het goed zit, qua
tijd, zie ik dat ik bijna 7 kilometer voor lig op mijn virtuele partner. De 'dertiger'
zit er nog steeds in, weet ik. Na St. Martensvoeren moeten we rechtsaf, De Planck
op. Even breekt het, maar in de afdaling weet ik weer bij Marcel aan te sluiten.
Op de lange klim die volgt, los ik Marcel. Hij weet vervolgens in het vlakke stuk
erna weer met een groep bij mij aan te sluiten. Tot zover gaan we goed gelijk op.
In een hoog tempo rijden we Nederland binnen. De weg komt me bekend voor en ik besef
dat dit stuk gelijk is aan de Amstel Gold Race. Echte klimmen zitten er tot aan
de Loorberg niet in en de groep peddelt bijzonder vlot door. Op diezelfde Loorberg,
rij ik volle bak omhoog. Hier is er geen groepsgevoel, maar is het ieder voor zich.
Eenmaal boven is Marcel uit zicht. Ik trek vol door, de Schweibergerweg op. Met
een mederenner weten we kop-over-kop weer bij een groepje aan te sluiten. Scherp
rechtsaf naar Epen, op weg naar de Camerig, de op 3 na laatste klim van vandaag.
De benen voelen prima, eigenlijk steeds beter. In een gestage tred peddel ik de
Camerig omhoog. "Hey, ben jij de man van mijn startpagina?" Enthousiast begint een
renner, die zich voorstelt als Jan, te vertellen dat hij mijn site regelmatig leest.
Het doet me enorm goed, net als zijn hand op mijn rug die wat druk van de benen
haalt. Ik wens hem succes en zie hem verder gaan. De rit gaat verder met een lange
afdaling naar Vaals, waarna de klim over de Schuttebergseweg me weer naar Gemenich
brengt: de slotklim. In mijn hoofd had ik hier een spetterend, Lance
Armstrong-achtige sprint naar boven toe willen zien. Mijn benen blijken echter
van een beduidend minder kaliber, als ik de hartslag rustig laat stijgen tot net
onder mijn omslagpunt en in een niet meer zo soepele tred het slechte asfalt
onder de banden door laat gaan. In de laatste haarspeld rechtsom kijk ik nog
even schichtig of ik Marcel niet met zijn befaamde roofdiereninstinct achter me
aan zie komen, maar ik zie niets. Het gepiep van de mat en de stem van de
speaker luiden de laatste meters in en met een heerlijk gevoel rij ik seconden
later over de finishmat. 4 uur en 3 kwartier lees ik op mijn teller, niet te
geloven, ruim 15 minuten sneller dan ik had durven hopen. Wat een heerlijke rit.
Ik lever mijn chip in en geef de gps-zender aan Harmen die keurig staat te
wachten. Het blijkt dat de batterij er voortijdig mee op is gehouden, omdat het
wisselen van de verschillende masten veel kracht heeft gekost. Jammer, maar het
doet niets af aan mijn vreugde. 3 minuten later zie ik Marcel, lekker uitgewoond
over de finish sturen. Ook hij heeft prima gereden, al ziet hij dat op dat
moment even anders. Ik bedank Harmen en daarna dalen we rustig af, terug naar
ons verblijf, waar we in de zon onder het genot van een colaatje en een AA-drink
de dag en de rit bespreken. Een prachtige en vooral bijzondere rit, met een
eindtijd die ik niet had durven hopen.

Donderdag 3 mei, Weerstandstraining, 44 kilometer, 1 uur en 30 minuten
Nog 2 dagen, 13 uur en 47 minuten tot de start van de FietsChallenge, lees ik
op mijn eigen site op het moment dat ik dit schrijf.
Net als voor ons trainingsweekend in Winterberg, had ik vandaag een zogeheten 'tapertraining',
in de vorm van een Weerstandstraining op de planning staan, om het herstel te bevorderen.
Ik koos voor exact hetzelfde rondje als toen, dus via Birdaard en dan via Leeuwarden
terug. Na warm rijden, tegen een pittig windje in, kwam ik na iets meer dan dertig
minuten in Birdaard. Eenmaal buiten de bebouwde kom, start ik de intervaltraining
op de Edge en begin ik aan het eerste blok van 30 seconden voluit. Met de wind vol
in de rug, tik ik even de 55 per uur aan, als ik hoor dat de Edge de laatste 5 seconden
aftelt. Diep in de verzuring mag ik gaan zitten voor 3 minuten rust. Het tweede
blok volgt en eindigt bijna bovenaan een bruggetje, waardoor de verzuring nog net
iets meer is. Weer 3 minuten later doe ik de laatste sessie van 30 seconden, waarna
ik uit kan fietsen, terug naar huis.
Vanavond mag Jan Goosen
mijn spieren nog even los kneden en morgen wil ik dan nog een korte hersteltraining
(in Vaals) gaan doen. Met een dagje rust moeten de spieren dan zondag laten zien
wat ze kunnen. Ik hoop dat jullie de rit gaan volgen, een verslag volgt aanstaande
maandag.

Maandag 30 april, Princenhoftocht, 100 (+31) kilometer, 4 uur en 4 minuten
(+ 1 uur 20 minuten)
Vorig jaar zaten er precies 3 weken tussen mijn val in Franeker en de Princenhoftocht.
Toen waren de wegen nat en was het bewolkt en koud. Dit jaar ben ik tot nu toe op
mijn fiets blijven zitten. Vandaag scheen de zon volop en was alles mooi droog.
Wat kan een jaar dan een verschil maken. Eén ding was wel hetzelfde: de wind, want
ook die woei vorig jaar hard uit het oosten.
Ik had met mijn vader rond half negen afgesproken bij de start in Eernewoude.
Tegen achten vertrok ik op de mountainbike door de koude buitenlucht. Met 18 kilometer
op mijn klokje, konden we na het inschrijven beginnen aan de ronde van een kleine
100 kilometer. Het eerste stuk is makkelijk, via Wartena naar Grouw met de wind
vol in de rug. Vlak voor Grouw worden we voorbij gestoken door
Siep Luineburg.
We praten kort wat en daarna geeft hij gas om weer bij zijn groep te komen. Na Akkrum
en Nes moeten we kort wachten voor de openstaande brug. Een groepje renners gaat
niet heel snel, maar wel snel genoeg en dus pikken we daar bij aan als we met de
wind vol tegen naar De Veenhoop fietsen. De beschutting is welkom, want het waait
ontegenzeggelijk hard. Er rest nog een klein stukje met wind tegen naar Drachten,
maar daarna kunnen we redelijk beschut de rest van de route vervolgen door de bossen
van Beetsterzwaag. Net daarbuiten krijg ik mijn vriendin het vizier, die met haar
vader fietst. Ik kan het niet laten om driftig bellend en luid "aan de kant!"-roepend
te naderen; iets wat ze prompt doet. Met een brede glimlach ga ik ernaast fietsen.
De verontwaardiging is van het gezicht af te lezen. Dan ziet ze dat ik het ben.
In alle consternatie missen we een afslag en moeten daarom even verderop zoeken
naar de juiste route, die we gelukkig gauw weer vinden. Tussen Wijnjewoude en Bakkeveen
is de controlepost ingericht. Na stempelen vervolgen we onze route, wetende dat
het zwaarste stuk, namelijk met wind tegen, erop zit.
Vanaf nu gaat de route noordwaarts, via De Wilp en vervolgens over de A7 heen
naar Strandheem. Na een stukje over het fietspad langs de doorgaande weg naar Drachten,
moeten we rechtsaf, naar Rottevalle. Het weggetje door de fietstunnel eindigt met
een kort stukje schelpenpad. Het is niet ver meer: via Opeinde en daarna achterlangs
naar Oudega, ligt de finish in Eernewoude al weer in het zicht. Mijn vader is nog
bijzonder monter en bovenal trots dat hij zijn record aantal kilometers heeft verbroken.
Ook hij was die ochtend namelijk op de fiets gekomen en ook hij moest daarom nog
terug. We tanken een koffie en eten wat, nadat ik mijn herinnering heb opgehaald
en beginnen daarna aan het stuk terug. In Bergum nemen we afscheid en dan resteren
nog een handvol kilometers voor mij. Met 131 kilometer op de Edge zoek ik even later
de zon op in de achtertuin. Een prima ritje en bijzonder leuk om te doen.

Zondag 29 april, rustige duurtraining met Henk, 137 kilometer, 5 uur en 5
minuten
Henk zei afgelopen donderdag direct "ja!" toen ik vroeg of hij mee wilde tijdens
een ritje over ongeveer 135 kilometer. Wat ik niet wist, was dat de Kollumer Katloop
van afgelopen vrijdag er nog wel lekker inhakte en dat ik dus met spierpijn gisteravond
een route zat te plannen in Mapsource. De spieren hadden misschien liever rust gehad,
maar omdat ik de afgelopen week nauwelijks aan fietsen ben toe gekomen, maakte ik
er op de routeplanner toch 133 kilometers van. Het zou tenslotte mooi weer worden
en met een beetje beleid, zou het wel gaan, bedacht ik me.
Het was vanmorgen koud, net 14 graden toen Henk een paar minuten te vroeg (dat
geloven mijn collega's nóóit, echt niet) met piepende remmen voor onze deur tot
stilstand kwam. Hij keek monter en nadat we Hardegarijp uit waren gereden, vertelde
hij dat hij gisteren 'ook 44 kilometer had gereden'. Het begin gaat dan ook redelijk
vlot, waarbij Henk er zonder veel moeite naast lijkt te rijden. De pijntjes in mijn
spieren verdwijnen na een kwartiertje, als we Bergum achter ons laten. Zolang we
in de zon rijden, dan is het bijzonder aangenaam fietsweer. Het gesprek gaat over
Henk zijn nieuwe fiets, de nieuwe Zonda wielen die ik gisteren heb gekocht en helaas
even op zich laten wachten, waarna we via Nijega achterlangs naar Drachten fietsen.
In Drachten kiezen we de route over de nieuwe fietsbrug "De Slinger" en vervolgens
door het tunneltje naar de zuidkant van de A7. Nu mag de Edge haar kunsten vertonen,
door ons over een aantal prachtige kleine en slingerende weggetjes te loodsen. Als
we op het fietspad langs de N979 richting Zevenhuizen rijden, schiet plots Henk
zijn rechterpedaal los. Het blijkt niet gebroken, slechts losgedraaid uit de lagering
en terwijl Henk iets moppert over 'het nieuwste onderdeel' probeert hij het resterende
deel van zijn pedaal onder de schoen los te krijgen. Voorzichtig draait hij het
pedaal weer op het uitsteeksel. Ik heb er niet veel vertrouwen in, maar we gaan
verder. Het duurt exact 5 kilometer voor het pedaal voor de 2e keer los schiet.
Dit keer vragen we gereedschap bij één van de huizen in de buurt en draaien het
pedaal dit keer fatsoenlijk vast. Nú heb ik er wel vertrouwen in en we vervolgen
onze weg voor de resterende 80 kilometer.
De Edge wijst ons feilloos de weg door Roden, waarna we koers zetten richting
het pittoreske Foxwolde en Roderwolde, waarbij het weggetje wederom van een bijzondere
schoonheid is. Daarna moeten we een klein stukje langs de A7, waarbij we de wind
vol tegen hebben. Henk kiest voor het eerst die dag mijn wiel. Het stuk eindigt
met een venijnige klimmetje het viaduct over; op de macht rijd ik Henk uit mijn
wiel. Ondanks de pijnlijke benen lukt dat gelukkig nog wel. Na Hoogkerk krijgen
we kort een welkom stukje wind mee, om die vervolgens na Aduard langs het kanaal
weer net zo hard tegen te krijgen. Opnieuw vertoont Henk zijn vorm scheurtjes want
ook nu moet hij na een kilometer in mijn wiel lossen als we een verder niet zo spannend
bruggetje op moeten. Ik bedenk me dat de 44 kilometer van gisteren hem nu parten
gaan spelen. We moeten nog een klein stuk omhoog, naar Winsum, waarna we alleen
nog maar westwaarts hoeven en dus vanaf dat punt de wind volledig mee zullen hebben.
De beloning volgt dan ook als we van Winsum naar Warfhuizen fietsen. Het tempo kan
omhoog en Henk begint weer te lachen. Na Warfhuizen fietsen we over de Trekweg naar
Leens, wat opnieuw een prachtig weggetje blijkt te zijn. Op de Leentserweg naar
Ulrum krijgt Henk plots een megadip. Hij eet wat en ondanks dat ik heel rustig fiets,
rijd ik zomaar bij hem vandaan. Ik probeer hem op te monteren maar ik besef dat
de kilometers terug voor hem nog wel eens heel zwaar kunnen worden. Zoutkamp is
bekend en daarna volgt een prachtig stuk over een fietspad van beton langs de Kwelderweg
naar Dokkumer Nieuwe Zijlen. De fut is er echter helemaal uit bij Henk, die met
pijn en moeite aan weet te klampen. "Nu weet ik weer wat stuk zitten is", vertrouwd
hij me toe. De schele blik uit zijn ogen komt me bekend voor. Toch resteren er nog
zeker 20 kilometer en dus moeten we door, via Oudwoude en Kollumerzwaag, waarbij
ik een ingepland stukje klinkerweg maar even laat voor wat het is. Vlak voor Zwaagwesteinde
deel ik de resterende inhoud in mijn bidon met hem, omdat hij al even 'leeg' blijkt
te zijn. Het helpt, want daarna gaat het direct al iets vlotter als we door Zwaagwesteinde
op weg gaan naar Veenwouden. Met het thuisfront in zicht blijkt iets te optimistisch
aanzetten kramp te veroorzaken. Hij zit er echt doorheen, waarbij ik uiteraard niet
verklap dat ik het ook wel heb gehad. Op een klein verzetje ronden we de laatste
kilometers af. Henk gaat rechtdoor, de stretcher opzoeken, ik sla rechtsaf en plof
even later neer op het tuinbankje met een verse bidon. Een bijzonder ritje met veel
prachtige weggetjes, waarbij ik ernstig twijfel of Henk de laatste 80 kilometer
er wel iets van mee heeft gekregen. Ik moet hem zo maar even bellen.

Vrijdag 27 april, Kollumer Katloop, 13,8 kilometer, 1 uur, 14 minuten en 16
seconden
Na een ietwat teleurstellende "Slach om'e Mar", inmiddels twee weken geleden
en een redelijk Coopertest, afgelopen maandag, wilde ik graag op een sportieve manier
vervolg geven aan de looptrainingen. Een korte speurtocht op internet leerde mij
dat er in Kollum een loop zou worden gehouden over 13,7 kilometer, de "Kollumer
Katloop". Voor mij bijzonder was dat de loop 's avonds werd gehouden, pas om half
acht. Gezien de afstand én de locatie leek me dit wel wat en dus reed ik rond kwart
over zes weg uit Hardegarijp op weg naar Kollum. Na het ophalen van het startnummer,
een geestelijke voorbereiding in de auto en daarna een tiental minuutjes warmlopen
(met rek- en strekoefeningen), liep ik tegen half acht rustig naar het startvak
waar een redelijk grote groep mensen zich had verzameld. Een minuutje later dan
gepland werden we weg geschoten.
Voor mij liep collega Mettje Elzinga. Nog voor we de winkelstraat uit waren,
was zij al uit zicht verdwenen, waarbij ik de achterblijver was. Haar zie ik zometeen
wel. In tegenstelling tot 14 dagen terug, begin ik nu lekker behouden. In een soepele
tred laat ik de hartslag stijgen naar tegen de 170 en als we over het bruggetje
lopen, bevind ik me in de achterhoede. Ik neem me voor om me er niet druk over te
maken en vooral mijn eigen loop te doen. Bij de splitsing, waarbij de 6 kilometer
rechtsaf slaat, blijft er van de groep 14-kilometerlopers weinig meer over want
de meesten gaan rechtsaf. Met 4 kilometer op de klok ben ik aardig warm en verhoog
ik de snelheid, waardoor de hartslag stijgt tot tegen de 180. In de tijd die volgt,
waarbij de route ons naar Burum brengt, zorgt mijn snelheidsverhoging ervoor dat
ik een tiental mensen inhaal en als ik Burum weer uit ben, zie ik dat ik al een
voorsprong heb van een paar honderd meter. Nu is het zaak deze voorsprong te houden.
De route gaat verder langs de provinciale weg, waarna ik rechtsaf wordt gestuurd,
terug naar Kollum. De kerktoren steekt als een prima herkennningspunt uit boven
de horizon. Op mijn hartslagmeter schommelt de waarde tussen de 176 en 178 en dus
zou ik nog over moeten hebben. Het blijkt echter lastig om er nog een schepje bovenop
te doen en daarom concentreer ik me maar op het houden van een soepele tred, die
door de opkomende vermoeidheid steeds lastiger vol te houden blijkt. Na de 2e drinkwaterpost
gaat de route verder over een smal fietspad. Als ik omkijk, zie ik een groepje achter
me lopen, maar de afstand is groter dan toen ik een 20 minuten geleden Burum verliet
en ik denk dat ik ze wel achter me kan laten. Even verderop komen we weer op de
route uit het begin en sla ik linksaf voor de laatste kilometer. Het begint inmiddels
te schemeren en de zonnebril heeft behalve het verbergen van mijn vermoeidheid dus
geen functie meer. Het bruggetje volgt en tot slot het stuk winkelstraat, waarna
ik de speaker hoor. Omkijkend zie ik niets en dus loop ik rustig door, tot de speaker
mijn naam roept. Vlot daarna hoor ik nog 2 namen uit het groepje achter me, die
nog tussen beiden hebben gesprint; het scheelde niet veel of ze hadden me nog achterhaald
besef ik, maar bijna is niet genoeg en dus kan ik niet minder dan tevreden zijn.
Ik lever mijn startnummer in en krijg in ruil een handdoek. Na 2 bekertjes drinken
spreek ik nog even kort met collega Mettje: ze is derde geworden bij de dames, een
zeer bewonderenswaardige prestatie ("It wol my hast nog net oan"). Ik feliciteer
haar met de prestatie en loop rustig uit, terug naar de auto. Een bijzonder leuke
loop.
 
Donderdag 26 april, hersteltraining, 30 kilometer, 1 uur en 8 minuten
Afgelopen zondag, op weg terug vanuit Limburg, werd ik plots snipverkouden.
Ik denk nog een restantje van de ziekte van vorige week, geholpen door de koude
nachten, de koude start van de Amstel Gold Race en de vermoeidheid van de rit zelf.
Het gaf het begrip 'loopneus' een nieuwe dimensie en ik lag die avond dan ook vroeg
onder de wol. Maandag was ik het wel weer redelijk kwijt; ik kon zelf nog meedoen
aan de Coopertest (2.566 meter) op het werk. De klap kwam echter dinsdag even hard
terug, toen ik na 5 kilometer een geplande Mlss-training afbrak. Mijn lichaam schreeuwde
om rust en daardoor heb ik besloten de geplande trainingen deze week af te zwakken.
In plaats van een intensieve duurtraining besloot ik daarom vandaag tot een hersteltraining
van een uur.
Bij een goede hersteltraining, voel je je na afloop daadwerkelijk fitter dan
aan het begin. Toen ik om kwart voor vijf weg reed van huis, voelden mijn benen
de eerste meters wat zwaar aan, maar al stukken beter dan afgelopen dinsdag. Rustig
peddelend fietste ik Hardegarijp uit, over de bekende weg, achterlangs naar Bergum.
Met een kritische blik op mijn hartslagmeter hield ik de hartslag rond de 120 en
liet mij niet verleiden om gas te geven. Op de brug bij Bergum schakel ik groot
en peddel in grote slagen omhoog. Het voelt goed. Nu volg ik de route die ik ook
liep tijdens de Slach om'e Mar, twee weken terug. Waar ik toen in de problemen raakte,
moet ik even slikken. Op de fiets gaat het een stuk makkelijker. Na Oostermeer en
Eestrum, fiets ik langs de Rijksstraatweg en vervolgens binnendoor terug naar Hardegarijp.
Als ik het plaatsnaambord passeer staan er bijna 30 kilometers op de teller en mijn
benen voelen inderdaad aanmerkelijker soepeler dan aan het begin. Een goede keuze
dus, een herstelritje.
 
Dinsdag 24 april, nieuws over de Live Tracking van de FietsChallenge
Zoals ik jullie al in een eerder stadium liet weten, ben ik in goed overleg
met Trip Tracker Sportsmate om
de FietsChallenge, op 6 mei aanstaande live te laten 'tracken'. Ik kan jullie mededelen
dat het rond is.
Samen met Oege
Hiddema rijd ik met een gps-zender, zodat jullie exact kunnen zien waar wij
ons bevinden op het parcours, maar ook wat de actuele snelheid is. Ook onze positie
ten opzichte van elkaar zal zichtbaar zijn. Ik hoop natuurlijk dat jullie 6 mei
aanstaande vanaf 9.00u achter de computer plaats zullen nemen!
Het persbericht
(pdf).
Zaterdag 21 april, Amstel Gold Race, 233 kilometer, 8 uur en 24 minuten, 2.942
hoogtemeters
Is de vloek van de Amstel Gold Race bezworen? Jazeker! Na 2 eerdere pogingen
stond ik afgelopen zaterdagmorgen om half zeven dan toch aan de start in Valkenburg.
De afgelopen week hebben ziektekiemen nog verwoedde pogingen gedaan om mij thuis
te houden en de omstandigheden waren ook alleszins ideaal (koud!) maar ik stond
er. Mijn benen voelden krachtig genoeg voor zo'n zware tocht en met de prachtige
weersvoorspellingen in het vooruitzicht, kon ik niet anders concluderen dat ik er
heel veel zin in had. Goed, het was dus koud. Onze stacaravan bleek niet één van
de warmste wat resulteerde in een koude nacht en daardoor ook in koud opstaan. Bibberend
stond ik om 10 voor 5 naast mijn bed en deed mijn best om warm genoeg te worden
zodat ik kon eten. Nadat alle rituelen waren voltooid dook ik om kwart over zes
op de fiets om aan de rit naar de start in Valkenburg te beginnen, onderweg gevolgd
door vele medestarters. Als een stoomlocomotief bliezen we onze handen warm, voor
zover het hielp. Schuddend van de kou en met gevoelloze vingers reed ik door de
straten van Valkenburg en zocht naar de start, waar ik een plekje zocht dichtbij
andere renners.
Het wachten was slechts op het moment dat de spreker zijn verplichte woordjes had
gesproken en daarna kon ik om exact half zeven van start.
Ik had me dus voorgenomen om rustig te starten, gezien mijn fysieke gesteldheid.
Dat heeft exact 16 seconden geduurd, daarna ging ik in iemands wiel mee, op weg
naar een groepje wat voor me reed. Het tempo zit er meteen al flink in. Op de eerste
klim naar Berg en Terblijt valt het enigszins uit elkaar om even verderop weer samen
te komen. De klim was welkom, even had ik het namelijk warm. De lange afdaling doet
het gauw teniet. Het prettige is, dat hoe harder ik fiets, hoe warmer ik wordt en
dus gaat het tempo nog verder omhoog. 'Onze' groep is inmiddels gegroeid tot een
man of dertig. Nadat we langs het kanaal na Geule zijn gekomen, wacht de tweede
klim, de Maasberg. Op de klinkers moet ik schakelen, maar ik voel niets in mijn
vingers en moet naar mijn handen kijken óf ik überhaupt schakel. De kasseien die
volgen persen nog wat energie uit me en het is voor mij volle bak rijden om weer
in de groep te komen. Dan, buiten Elsloo, komt de zon en verwarmt het bloed in mijn
aderen en zorgt er daarmee voor dat de kracht terugkomt. Ik rij heerlijk, in de
groep mee. Het tempo ligt hoog en ik kan goed volgen. De Adsteeg in Beek en de Lange
Raarberg buiten Meerssen volgen. Ik eet wat en probeer wat van de nog ijskoude dorstlesser
te drinken. De groep rijdt en het enige wat ik hoef te doen is meetrappen en genieten
van de omgeving. Die is namelijk prachtig.
Op kilometer 49 is de eerste verzorgingspost. Ik neem snel een bekertje drinken
maar ik moet plassen en mis daardoor de groep, die grotendeels uit elkaar brokkelt
op het vervolg. Eigenlijk vind ik het niet erg, want ik reed gevoelsmatig toch steeds
harder dan ik wilde en daardoor zijn de eerste 50 kilometer bij me langs gegaan.
In mijn eigen tempo rijd ik verder door het landschap wat steeds warmer en mooier
wordt. Hoe mooi kan fietsen zijn? De weg slingert en draait. Hulsberg is het eerstvolgende
stadje en vlot daarna volgt Klimmen. Op papier is het geen klim, maar als ik onder
de A79 ben doorgereden en langs het spoor rijd, gaat het toch even flink omhoog.
Het is een kleine voorproef van de Wachelderberg. De eerste ronde van 100 kilometer
zit er nu bijna op, weet ik, als ik koers zet richting Valkenburg, waarbij ook nog
de Fromberg genomen mag worden. Ik fiets snel over de camping om knie- en armstukken
te dumpen en vervolg mijn weg naar Valkenburg. Plots is het een stuk drukker op
de weg, met renners die nog moeten beginnen aan de 150 kilometer. In Valkenburg
is het dan ook file en is het gedaan met de rust. 13.000 mensen die plezier hebben
is natuurlijk ook prachtig en dus stoor ik me er niet aan. Ondertussen vraagt
iemand of ik "die van de site ben" en groei ik van trots. De tweede keer naar Berg
en Terblijt is het dan ook anders dan de eerste keer. Een mengeling van snelle wielertoeristen
en rustige toerfietsers worstelt zich omhoog. Deze menigte heeft ook wel wat, want
je rijdt nooit alleen. Via de Bemelerberg en dus Bemelen gaat de route verder naar
Cadier en Keer. De route steekt vervolgens terug naar de snelweg A2 waar op een
parkeerterrein een bus vol Japanners ons en masse fotografeert. Een ruime glimlach
waard.
Naar Sint Geertruid en Mheer gaat het plots minder. Ik heb een echte dip en de
kilometers lijken plots voorbij te kruipen. Ik heb geen zin meer en het is nog zo'n
eind! Ik eet wat, drink wat en sluit aan bij een groep snelle rijders die, getuige
het ontbreken van benummering en helmen, 'zwartrijden'. Ze loodsen me feilloos door
mijn dip, die over is als ik de controle op kilometer 135 bereik. Met nog minder
dan 100 kilometer kan voor mij de finale beginnen. Zo langzaam als de kilometers
net gingen, zo vlot gaat het nu. De Loorberg en de Schweiberg gaan vlot en zo ook
de nog resterende afstand. Na een klein stukje België volgt de langste klim, de
Camerig. Nog voor de klim 100 meter gevorderd is, lopen de eersten. Ik snap het
niet, zo steil is hij niet, maar zeker wel lang. Ik peddel enigszins op reserve
omhoog en een klein kwartiertje later ben ik boven. Vaals komt in zicht en daarmee
ook de klim naar het Drielandenpunt. Deze is niet steil en niet lang, slechts de
matige kwaliteit asfalt maakt het zwaar. Als de lange afdaling is geweest, geeft
mijn klokje 180 kilometer aan. Nu moet ik omhoog, Noordwaarts waarbij vooral de
Eijserbosweg zich als scherprechter zal aftekenen, weet ik. 7 kilometer verder kom
ik Evert van der Duin tegen
bij wie het redelijk gaat. Ik rijd een tijdje met hem op en we praten wat over heuvels,
training en meer. Op een gegeven moment zie ik dat hij stukgaat op mijn tempo en
laat ik hem maar alleen verder fietsen. Dan komt verzorgingspost 4 en tevens laatste
waarbij ik mijn bidon bijvul met 2 bekertjes sportdrank ("Niet de bedoeling!") en
met een wafel ga ik verder.
De
Eijsserbosweg
blijkt inderdaad een joekel te zijn, zeker zo ver onderweg. Ik gebruik de triple
en kom daardoor probleemloos boven. De laatste klim voordat ik weer op bekend terrein
kom, de Bergseweg, blijkt de naam 'klim' eigenlijk niet waardig. Toch vind ik het
niet erg, ik heb het wel gehad. Klim 17, de Fromberg kende ik en dan weet ik dat
er nog 2 wachten: de Keutenberg en de Cauberg. Goed voorbereid begin ik aan de eerste
en ik wenste dat de 'renner' voor mij dat ook had gedaan. Op de grote plaat gaat
hij omhoog, om na 15 meter voor mij óp zijn plaat te gaan, waardoor ik noodgedwongen
eraf moet. Ik vervloek hem voor zijn domme actie en wordt gelukkig snel weer op
de fiets geholpen door supporters. Na de Keutenberg weet ik dat het er bijna op
zit. Slechts de klim naar de Cauberg wacht en opnieuw begin ik goed voorbereid,
met het ketting op de triple. Ik weet namelijk van vorig jaar hoeveel mannen hier
stuk én om gingen. Rustig draaiend met de benen gaat het probleemloos omhoog tot....50
meter voor de finish. De benen willen wel, maar de andere duizenden renners ook
en dus stokt het. Tot aan de eerste mat kan ik fietsen, daarna moet ik noodgedwongen
wandelen. Waarom worden auto's hier niet tegengehouden, vraag ik me af. De zon schijnt
en het is gezellig en dus maak ik me wederom maar niet druk. Langzaam schuifelen
we naar het finishdoek, waarna ik chip en stuurbord inlever en begin aan de terugreis
naar de camping. De vloek van de Amstel Gold Race is bedwongen en eigenlijk ging
het heel lekker en dus kijk ik met een tevreden blik terug op dit evenement. 5 klassiekers
gehad, nog 8 te gaan en dan is mijn bordje compleet.
 
Donderdag 19 april, artikel in NRC Next over Zitvlees.nl

Arno, bedankt voor het berichtje in het Gastenboek, Theo bedankt voor het bewaren
van de krant en Henk bedankt voor het leuke stukje!
Woensdag 18 april, nieuws over de Amstel Gold Race en de Shimano FietsChallenge
Goed, eerst het slechte nieuws? Na de dramatisch verlopen halve marathon, afgelopen
zaterdag en het ritje met Henk van afgelopen zondag, werd ik 's nachts gekweld door
een pijnlijke keel die me uit mijn slaap hield. Zou de vloek van de Amstel Gold
Race nog steeds waren? In 2001 raakte ik een week van tevoren geblesseerd tijdens
een laatste ritje, vorig jaar ging ik de zondags van tevoren hard onderuit en zou
ik dan nu voor de derde keer niet mee kunnen doen? Maandag was ik blij dat de werkdag
voorbij was en vroeg onder de wol werd beloond met een nog slapelozere nacht: alsof
ik continue probeerde schuurpapier door te slikken. Gisteren ben ik dan ook niet
verder gekomen dan met een lichte verhoging en een pijnlijke keel uit te zieken
op de bank en op bed. In een flits zag ik wederom de Amstel Gold Race aan me voorbij
vliegen. Afgelopen nacht ging het een stukje beter, mede dankzij wat medicatie,
waardoor ik een redelijke nachtrust had, met als resultaat dat de dag van vandaag
er een stuk rooskleuriger uitzag. Ik hoop maar dat het herstel de komende dagen
zo doorzet, dan kan ik zaterdag gewoon starten. Betekent wel dat jullie tot maandag
zullen moeten wachten voor het eerstvolgende verslagje.
En dan het andere nieuws, over de Shimano FietsChallenge: ik ben bezig met
Trip Tracker Sportsmate om de
rit live te laten 'tracken', dat wil zeggen dat jullie tijdens de rit al kunnen
zien hoe het met mij vordert. Precieze informatie heb ik nog niet, maar daarover
meer ná het weekend.
Zondag 15 april, rondje Lauwersmeer met Henk, 93 kilometer, 3 uur en 22 minuten
Dehydratatie. Ondanks dat ik gisteren tussen het moment van het passeren van
de finishlijn en het moment dat ik onder de douche stond zeker anderhalve liter
vocht tot mij had genomen, woog ik bijna 4 kilogram lichter dan toen ik 's ochtends
vertrok. Dat verklaart zondermeer waarom ik gisteren op een gegeven moment het ene
been niet meer voor het andere kon krijgen. Van collega
Hanny begrijp ik dat zij tijdens het hardlopen elk kwartier 200ml isotone dorstlesser
gebruikt. Mijn maag verteerde gisteren helemaal niets, maar misschien is dit een
onderdeel wat ik vóór 10 juni zeker nog moet gaan oefenen.
Maar goed. Henk belde dus gistermiddag om te vragen hoe het was gegaan en hij
wilde weten of ik het nog zag zitten om morgen (vandaag dus) het geplande ritje
Lauwersmeer te voltooien. Omdat fietsen me nu eenmaal beter afgaat dan lopen, zag
ik daar geen problemen in en met een afspraak voor elf uur hingen we op. Goed ingesmeerd,
ik was gisteren toch nog redelijk verbrand, stond ik om elf uur exact te wachten.
Henk kwam een paar minuten later met een grote smile aanfietsen. Nadat we Hardegarijp
uitfietsen, begint Henk enthousiast te vertellen over zijn nieuwe aankoop. Hij heeft
namelijk, net als ik, een Jan Janssen Equipe aangeschaft en heeft daar natuurlijk
veel zin in. De komende zes weken zal hij het echter nog op het oude karretje moeten
doen. We fietsen verder over het fietspad onder Noordbergum langs richting Twijzel,
waar we rechtsaf slaan om zo de bebouwde kom van Buitenpost te vermijden. Hier gaat
het over een slingerend betonweggetje verder tot we bij de trekvaart uitkomen. Na
deze een klein stukje te hebben gevolgd, komen we op ook voor mij onbekend terrein
uit, waarbij de Edge zijn nut mag bewijzen. De route blijkt prima gekozen: een slingerend
smal weggetje brengt ons tot net voorbij Kollumerpomp. Hier slaan we rechtsaf de
bekende in via Warfstermolen naar Zoutkamp. Tot nu toe heeft Henk absoluut geen
moeite mijn tempo bij te houden. Ik zit keurig in D1 en Henk blijft lachen. Mijn
benen zullen slecht hersteld zijn (lees: niet) van gisteren en Henk begint wat te
wennen aan het buiten fietsen. Na Zoutkamp fietsen we door het prachtige natuurgebied
naar Lauwersoog. Met de wind vol in de rug is het aangenaam peddelen. Nu komt echter
nog wel een zwaar stukje, als we via Anjum naar Ee willen fietsen. De kilometers
beginnen voor Henk te tellen en hij kruipt in mijn wiel als hij een paar plakken
ontbijtkoek naar binnen werkt. Dat is de eerste keer vandaag. Na Ee gaat het over
een klinkerweggetje naar Oostrum, om de weg te vervolgen via een soortgelijk slingerend
maar nu geasfalteerd weggetje naar Dokkum. Hier leidt de Edge ons over het industrieterrein
en komen we uit op de Birdaarderstraatweg. Achter me hoor ik Henk verzuchten, maar
hij houdt stug vol. En hij blijft lachen. We gaan door Rinsumageest en daarna rechtsaf,
op weg naar het het laatste stuk over de Ottemaweg naar Hardegarijp. Bij de stoplichten
is het "Tot morgen" en ga ik linksaf terug naar huis, terwijl Henk rechtdoor stuurt.
Ik ben blij dat ik thuis ben, de benen waren vandaag absoluut slecht. Het mooie
weer maakte echter heel veel goed en ik kan dus niet anders zeggen dan dat ik toch
lekker gefietst heb.

Zaterdag 14 april, Slach om'e Mar (Halve marathon), 21,1 kilometer, 2 uur,
12 minuten en 51 seconden
Mooi weer en goede benen; de ideale combinatie om óf een tochtje te fietsen
óf een lekker stukje te lopen. Met het oog op de Marathon van Leeuwarden op 10 juni
aanstaande, koos ik vandaag voor het laatste. Vanuit Bergum werd namelijk de "Slach
om'e Mar" georganiseerd, een halve marathon. Nu is het wel wat gek om te trainen
voor een halve marathon door een halve marathon te lopen, maar ik weet dat ik het
fysiek wel aan kan en dus is het zo gek nog niet, want de Slach om'e Mar kent een
schitterend parcours. Daarom stond ik vanmorgen in het startvak en wachtte op het
moment dat we werden weggeschoten. De knal was duidelijk hoorbaar, we gingen op
pad.
Goed, ik neem mij altijd voor om rustig te beginnen, zeker nu ik zo weinig loopkilometers
in de benen heb. Het begin van deze loop gaat echter dwars door het centrum van
Bergum en dus ga je in de massa op en veel te snel. Nog voor ik het winkelend publiek
achter mij laat, staat de meter op 180. "Zometeen maar wat rustiger aandoen", neem
ik me voor, terwijl we linksaf de brug op worden gestuurd. Als we de brug aflopen,
gaat het nog steeds prima. Ik verlaag het tempo wat, maar dat heeft in eerste instantie
nog geen invloed op mijn hartslag. "Héhey, Veninga", hoor ik achter mij. Eén van
mijn neefjes blijkt ook present vandaag. We praten kort, waarbij hij me verteld
dat hij de 11,5 doet en daarna loopt hij tergend langzaam bij me vandaan. Het valt
me op dat zijn loop er net zo uitziet als die van mij op de filmpjes van Egmond.
Als we Suameer doorlopen is mijn hartslag nog steeds veel te hoog, ruim boven de
170. Ik heb de hoop dat het op het asfaltpad wat zal zakken. Mijn snelheid heeft
dat inmiddels wel gedaan. Vlak voor de ravitaillering begint mijn maag vervelend
te doen, wat kramp of zo. Ik drink wat en druk een spons leeg boven mijn hoofd.
500 meter verder passeer ik het bordje "5 km", weer honderd meter verder noopt de
heftiger geworden kramp mij tot wandelen. Ik baal, want ik snap niet hoe het kan.
Als ik anderhalve minuut later voorzichtig verder dribbel, gaat het net boven de
10 per uur maar blijft de pijn in mijn maagstreek vervelend aanwezig. Dit wordt
geen toptijd vandaag, weet ik dan. Langzaam druppelen de groepjes me voorbij.
Buiten Oostermeer, op het zandpad gaat de kramp over in steken en heb ik weer
geen andere keus dan wandelen. Ik ben kwaad, om mezelf, maar alleen omdat ik niet
begrijp hoe het kan. Mijn hartslag is bovendien nog steeds veel te hoog; ik heb
vandaag een hele slechte dag, weet ik. Als we in Schuilenburg moeten wachten voor
de brug, ben ik bijna dankbaar voor het oponthoud. Ik probeer wat te drinken, maar
mijn maag protesteert. Onder de felle zon wacht ik tot de brug weer voor de lopers
open gaat. De verplichte rustpauze lijkt geholpen te hebben. Op de hartslagmeter
kijk ik niet meer, maar de pijn in mijn maagstreek is weg. Het tempo is te laag
maar het is in elk geval geen wandelen meer. Ik loop verder door Eestrum en sla
buiten de bebouwde kom linksaf, het klinkerweggetje op. Voor mij loopt een wat oudere
man en ik kruip langzaam dichterbij. Als ik hem 5 meter gepasseerd ben, moet ik
de tol betalen. De kramp is terug en heftiger dan ooit: wandelen is de enige optie.
Als ik omkijk, besef ik dat ik nu echt een achterhoedegevecht aan het leveren ben,
alhoewel het meer een kwestie is van overleven. Ik gooi de hartslagband af, daar
heb ik vandaag nog niets aan gehad. Als de kramp weg is, loop ik rustig verder naar
de waterpost. We zijn dan met z'n drieën, achter ons loopt ogenschijnlijk niets
meer. Ik baal.
Ik
besluit maar niets te drinken bij de laatste verversingspost. Ik giet een bekertje
water in mijn nek en ga verder. Mijn twee medelopers grijpen dankbaar naar het water
en ik begin er wat hoop in te krijgen vandaag niet als laatste te hoeven eindigen.
Bij de afslag naar de
Bergumer Centrale, staat mijn vriendin. Ze maakt een foto, ik hang de hartslagband
over het stuur van haar fiets. Ik verzucht iets over dat het 'voor geen meter gaat'
en loop dan de lange, brede weg verder af. Zij gaat naar de finish om me daar op
te wachten. Als het goed is, staat Douwe daar ook, weet ik. De kramp is nu wel redelijk
over, maar de snelheid is volledig weg en de benen zijn volkomen leeg. Ineens ga
ik wandelen, zonder te weten waarom. Het wil niet meer. "4 kilometer", staat er
op een bordje. Ik dribbel rustig verder. In het stuk naar Bergum begin ik het echt
zwaar te krijgen. Ik wissel regelmatig tussen wandelen en lopen, ik moet. In Bergum
baal ik als ze een kleine omleidingsroute hebben ingepland, waarschijnlijk om de
21,1 kilometer te halen. Elke meter doet nu zeer. Ik haal een wandelende mededeelnemer
in, die er ook niet fris meer uitziet. Voor mij is dan de laatste kilometer begonnen
en de verkeersregelaars zijn nog steeds attent om mij over de drukke wegen te leiden.
Als ik op een gegeven moment het finishdoek in zicht krijg, weet ik dat het vandaag
niets met hardlopen te maken had, maar dat het bijna overleven was. Als ik Douwe
en Sandra (met Silke), mijn vriendin en mijn ouders zie staan, is de pijn ook in
één keer weg. Ik klok af als ik over de streep loop, terwijl de omroeper nog enthousiast
mijn naam luid en duidelijk aan het nog aanwezige publiek mededeelt. Ik loop in
één stuk door naar de watertafel en giet 2 bekertjes AA-drink en een bekertje water
achterover. Ik voel een duizeling, maar blijf op de been. Douwe komt toegesneld
en maakt nog een paar foto's (jaja, die komen ook nog wel op de website). Ik loop
terug, naar mijn ouders en we praten kort na. Ik wil naar huis, ik ben moe en ik
snap nog steeds niet wat er vandaag mis is gegaan. Mijn benen waren prima, daar
heeft Jan gisteravond nog
voor gezorgd, maar ergens is er iets niet goed gegaan. Niet echt lekker gelopen
dus en ook zeker niet tevreden. En daar baal ik van, want door al het afzien, ben
ik wel mooi vergeten om me heen te kijken hoe mooi de omgeving was. Oh ja, en ik
was niet laatst. Volgens de omroeper zaten er nog 21 mensen achter mij. Toch nog
een pluspuntje vandaag.
Maandag 9 april, rustige duurtraining (met Henk), 73 kilometer, 2 uur en 45
minuten

5 versnellingen achter |
Henk, jullie bekend als collega "H", wil een nieuwe racefiets. Na 20 jaar inactiviteit
op racefietsgebied en 4 jaar verhalen van mijn kant, begint het fietsvirus hem langzaam
weer te pakken te krijgen. De afgelopen week verschenen dan ook diverse "knappe
karretjes" op onze computerschermen. Zijn oude, een KTM uit 1980 met maar liefst
2x5 versnellingen, mocht er vandaag eerst aan gaan geloven. We hadden afgesproken
2 - 2 1/2 uur te gaan peddelen. Mij leek dat ruimschoots zwaar voor hem, maar omdat
Henk anderszijds redelijk sportief is, had ik er wel vertrouwen in dat het vandaag
ook voor hem een leuke rit ging worden. Om exact kwart voor elf kwam hij bij mij
voorrijden en niet veel later klikte ik de Edge aan om de start van de rit van vandaag
te markeren.Rekening houdend met de wind plande ik een ritje via Leeuwarden,
dan naar beneden via Grouw naar Akkrum en dan via Drachten terug. Mocht het Henk
dan tegenvallen, dan konden we altijd al in Grouw afsteken naar Bergum. Henk ging
redelijk vlot van start, eigenlijk veel te fanatiek. Net als gisteren waaide het
namelijk flink vandaag en de weg naar Leeuwarden ligt precies in lijn met de windrichting.
Naast elkaar rijdend tikt mijn hartslag zone D2 aan, dus ik wil niet weten hoe het
gaat met Henk. Als hij even later in mijn wiel verschuilt, om seconden later de
kop over te nemen, weet ik genoeg: we moeten rustiger aan doen, anders haalt Henk
Leeuwarden niet eens, getuige de vele zweetdruppels op zijn voorhoofd en zijn moeizame
ademhaling. Vanaf Leeuwarden is de wind ons wat gunstiger gezind. Om 'mijn' spoorviaduct
laat ik hem nog even zien wat zwaartekracht doet met de spieren. Lachend komt hij
even later weer naast me fietsen. Ik begeleid hem vervolgens door de wijk Aldlân
de stad uit, om zoveel mogelijk stoplichten te vermijden. Via een slingerend weggetje
gaan we naar Wirdum, om vervolgens door te sturen naar Idaerd en Grouw. Henk komt
fris genoeg over en dus dirigeer ik hem rechtsaf, richting Akkrum. De beide viaducten
die we op dit stukje tegenkomen blijken zwaarder te zijn dan ze eruit zien. Omdat
ik de weg goed ken, peddel ik eenvoudig omhoog, maar Henk toont kort de blik die
ik alleen van Douwe ben gewend. Na Akkrum zoekt hij een appeltje uit zijn zadeltas,
terwijl we met de wind vol in de rug in een rustig tempo op Aldeboarn afsturen.
Ik leg het moment vast op de geheugenkaart van mijn mobiele telefoon.

Appeltje. |
Met de nu gunstige wind gaat het vlot op door de Veenhoop via De Wilgen naar
Drachten. Hier volgt een tweede stop zodat Henk even een banaantje kan pakken.
Zijn
gezicht tekent vermoeid, maar tot nu toe heb ik nog geen echte krimp gehoord. Dat
volgt even later als we Drachten uit fietsen en koers zetten naar Opeinde en de
wind van linksvoor komt. Stiekem kruipt hij in mijn wiel en krijg ik regelmatig
door wat zijn hartslag is. Er rest nog een stuk recht omhoog naar Suameer en Burgum.
Op de brug die afgelopen zaterdag nog "de Koppenberg" was, moeten we nu even wachten
vanwege de Omloop van Burgum. Ik kruip uit de wind achter een bushokje, om niet
teveel af te koelen. Als de eerste koerauto's zijn geweest en het peloton nadert,
weet ik nog net een foto te maken. Dwars door Bergum vervolgen we niet veel later
onze weg, om op het fietspad naar Hardegarijp lekker uit te fietsen. "Wil je nog
koffie?", vraagt Henk. Ik bedank hem voor het aanbod, maar meld dat ik liever direct
ga douchen. Hij knikt begrijpend en zegt hetzelfde te gaan doen. Ik groet hem met
een "Tot morgen, hè?" en druk de Edge uit. Het was een leuk ritje en ik hoop voor
Henk een goede hernieuwde kennismaking met de wielersport

Zondag 8 april, rustige duurtraining (door de Zuidwesthoek), 155 kilometer,
5 uur en 27 minuten
Na de intensieve training van gisteren, wilde ik vandaag een rustige duurtraining
doen, en dan wat langer. Oorspronkelijk was ik van plan om een rondje IJsselmeer
te gaan doen, maar gezien andere verplichtingen leek het me beter een wat korter
stukje te doen. Gisteravond zat ik naarstig in Mapsource een route te plannen door
de Zuidwesthoek van Friesland, zodat ik totaal op zo'n 150 kilometer uit zou komen.
Het werden er 155, die laatste 5 kilometer zouden ook nog wel lukken. De weersvoorspellingen
waren bijzonder gunstig: Noordwestenwind, kracht 2 tot 3 en kans op wat bewolking.
De waarheid bleek helaas iets anders. Net Hardegarijp uit, reed ik onder een strakblauwe
lucht tegen een straffe West-Zuidwestenwind in. Al snel begreep ik, dat het vandaag
wel eens een zwaarder ritje kon worden dan ik had gedacht.
Als eerste passeerde ik Leeuwarden, waarna ik koers zette naar Boksum. In het
open veld heb ik de grootste moeite om de 24 per uur te houden. Een groepje wielrenners
die een paar honderd meter achter mij rijdt, komt ook niet dichterbij, ik ben blijkbaar
niet de enige die het zwaar heeft. Even verderop sla ik rechtsaf naar Hijlaard,
waarna ik over een stuk fietspad langs de N359 de wind weer even vol tegen krijg.
Gisteravond had ik al schik toen ik zag welke dorpjes ik ging passeren: Lions, Hennaard,
Itens, ik had er nog nooit van gehoord. Zonde, want het is hier prachtig en de gekozen
route blijkt een juweeltje, afgezien van de nog altijd aanwezige wind. De Edge dirigeert
me feilloos elke keer links en rechts, zodat ik zonder op de borden te hoeven letten
weer in het mij bekende Nijland kom. Hier ga ik onder de A7 door. Tegen de wind
in rij ik een klein deukje in iemands ego, blijkbaar strookt mij gevoel niet met
de vorm. Na Blauwhuis krijg ik de wind zowaar even mee, maar het zij van korte duur
als ik het stuk naar Oudega (Wymbritseradiel) nog een kort stukje moet ploegen.
Dan is het echt tijd om tempo te maken, onderweg naar Hommerts, via Lijtshuizen
en Osingahuizen. Rechts doemt de zendmast van Spanning op. Ik weet dat het volgende
stuk nog zijwind is, maar dat het daarna voorlopig gebeurd is. Dat is maar goed
ook, want ik begin er nu echt genoeg van de krijgen. Na precies 75 kilometer ga
ik onder de A6 door richting Oosterzee en wacht mij een prachtige route, om het
Tjeukermeer, richting Heerenveen. Als ik links kijk, zie ik ruige golven op het
zwarte water. Het waait echt hard.

Tjeukermeer |
Heerenveen door is één lange rechte weg, met één stoplicht. Daarna mag ik een
stukje door het bos van Oranjewoud, op weg naar Katlijk. Na de meren volgt nu een
stuk vol landerijen met houtwallen en wederom blijkt de gekozen route prachtig.
Het is een aaneenschakeling van huisjes langs smalle wegen en met de wind vol in
de rug, tikken de kilometers nu vlot weg. Buiten Bontebok, langs de Schoterlandse
Compagnonsvaart, wordt de concentratie plots ruw verstoord door een slang op de
weg. Ik weet het arme beestje net te ontwijken, maar ben te verbouwereerd om terug
te gaan om te kijken wat voor slang het is geweest. Ik houd het op een ringslang,
met dank aan
Google.
Via Jubbega en Hemrik gaat de weg verder tot ik bij de N381 kom, waarna ik weer
over bekend terrein gaan fietsen. De fut is inmiddels uit de benen en het drinken
bijna op. Het gaat dan ook niet vlot meer als ik via Ureterp naar Drachtstercompagnie
fiets. Nog even, weet ik, en via Rottevalle kan ik beginnen aan de slingerweg naar
Oostermeer, waar ik even rust krijg voor de openstaande brug. De eerste van vandaag,
wat een klein wonder mag heten als je een rondje Zuidwesthoek doet. Het stuk naar
Suameer is nog even flink vervelend met de wind, maar door Bergum en naar Hardegarijp
valt het alleszins mee. Redelijk vermoeid stap ik na bijna 5 en een half uur thuis
van de fiets af. Een bijzonder mooie rit, maar door de wind ook bijzonder zwaar.
Genoten.

Zaterdag 7 april, Mlss-training, 57 kilometer, 1 uur en 51 minuten
Morgen is de Ronde van Vlaanderen. Traditiegetrouw houdt de
FTC Smallingerland
dan de dag ervoor de 'Friesche
Vlaanderentocht', waarbij klinkerweggetjes en bruggen en viaducten zijn omgetoverd
tot de uit de Belgische klassieker bekende punten. Samen met Marcel heb ik deze
tocht al een aantal keren gefietst en ondanks dat hij leuk is om te doen, laat ik
deze tocht tegenwoordig voor wat het is; er zijn tenslotte meer leuke weggetjes
die door Friesland leiden.

Koppenberg |
Maar goed, vanwaar deze inleiding? Omdat de D3-training die ik op de planning
had staan, gedeeltelijk valt binnen het parcours van de Friesche Vlaanderentocht.
Ik moest dus vandaag rekening houden met andere fietsers op het anders zo rustige
parcours waar ik mijn trainingen tegen het omslagpunt doe. In de Edge rammelde ik
vanmorgen de workout in de vorm van een intervaltraining, namelijk 3x 12 minuten
in D3, elk met 8 minuten rust ertussen. Deze functie had ik nog niet eerder gebruikt,
dus dat gaf de rit weer een nieuwe dimensie. Onder een strak blauwe lucht vertrok
ik in korte broek en stuurde over de bekende weg via Bergum, achter Garijp langs
naar de start van 'mijn' rondje. Hier klikte ik op de rondeknop van de Edge, die
met een riedeltje aangaf dat de 12 minuten begonnen. Met de wind vol in de rug,
kwam ik al snel versnellingen tekort op het middelste blad en dus legde ik het ketting
op de grote plaat. Aan het einde van de weg ga ik linksaf de klinkerweg op, waar
ik diverse andere renners tref, die ik probeer te groeten. Met een boog van 180
graden draai ik tegen de wind in het asfalt weer op en kom tot de conclusie dat
ik nog 4 minuten moet. Mag. Pas als ik weer op het fietspad langs de doorgaande
weg aankom, klinkt hetzelfde melodietje en lees ik op het scherm: "8 minuten rust."
Goed, dat werkt dus prima. Ik drink wat en peddel rustig verder tot de Edge in de
laatste 5 seconden begint af te tellen en mij wederom vertelt dat ik tempo moet
maken. De tweede keer is meestal het zwaarst en nu is het niet anders. De wind lijkt
vele malen sterker dan net. Na 12 en 8 minuten herhaalt zich het ritueel en kan
ik beginnen aan de laatste sessie. De laatste 500 meter wijk ik van het parcours
af en begin aan de route terug, waar ik aan de piepjes hoor dat de training er voor
dit deel op zit. Via een iets andere weg peddel ik rustig aan terug naar huis, waarbij
ik en passant de Koppenberg op de foto weet te krijgen. Keurig volgens planning
kom ik weer thuis, tevreden over de training. En over de Edge, want die heeft weer
een waardevolle functie laten zien.

Dinsdag 3 april, rustige duurtraining, 64 kilometer, 2 uur en 17 minuten
Na een weekendje door de heuvels, is het altijd weer even wennen aan het vlakke,
kale en vooral winderige Friese land. En wind stond er genoeg toen ik vanmiddag
opstapte, bijna kracht 6, Noord/Noordoost volgens de buienradar. Ik had een route
gepland die mij enigszins beschut naar Buitenpost zou brengen, om vervolgens via
Kollum naar Engwierum en dan via Dokkum en Birdaard terug. Met de drukte op het
werk was ik wat te laat met eten en ging ik overhaast weg. Drie kwartier later zat
ik op de fiets. Eenmaal op het fietspad buiten de bebouwde kom van Hardegarijp,
wist ik dat het vandaag geen succesvol ritje ging worden. De hartslag was en bleef
te laag en het gevoel in mijn benen kenmerkte zich voornamelijk door vermoeidheid.
Misschien heb ik in de afgelopen dagen toch wat teveel van mijn lichaam gevraagd,
wetende dat ik gisteravond ook nog een half uurtje heb hardgelopen. Ik vertoon namelijk
tekenen van lichte overtraindheid, wat ook kan verklaren waarom ik totaal geen zin
had om op pad te gaan. Maar goed, ik peddelde rustig door over de voorgenomen route
en op het eerste gezicht leek dit een goede keuze, windtechnisch bekeken. Pas in
het laatste stuk naar Buitenpost kreeg ik de wind vol tegen. Na Buitenpost stuurde
ik binnendoor over een beschut weggetje naar Kollum, waar ik in mijn onbekendheid
een verkeerde afslag nam en mij ineens tussen het voor zover aanwezige winkelende
publiek bevond. Nu is Kollum geen wereldstad en dus bevond ik mij niet veel later
gewoon weer op de open vlakte, onderweg naar Dokkumer Neie Silen. Na dit zware stuk
draaide ik linksaf en kreeg ik zowaar de wind wat mee, terwijl ik over een slingerweggetje
naar Dokkum stuurde. Na Dokkum boog de weg lichtjes af naar het Zuiden, zodat ik
met relatief gemak naar Birdaard peddelde. Mijn hartslag was tot dan toe nog niet
boven de 135 geweest en ik rekende er dan ook niet op dat het nog zou gebeuren.
Ik was van plan om via Leeuwarden terug te gaan, maar ik had er ook niet echt zin
meer in en stuurde daarom in een rechte lijn terug naar Hardegarijp. Vandaag dus
geen lekkere training, ik denk dat ik mijn benen de komende dagen maar eens een
beetje rust ga gunnen.

Donderdag 29 maart t/m zondag 1 april, trainingsweekend in Winterberg met
Marcel
Voor het derde opeenvolgende jaar stond er een trainingsweekend in Winterberg
op het programma, samen met Marcel. Afgelopen donderdagmorgen reisden Marcel en
ik net na half achten af, om na een bezoekje aan Rose Versand in Bocholt (alwaar
gratis koffie) door te sturen naar het bungalowpark Orketal, onze uitvalsbasis voor
de komende drie dagen. Een verslag van de drie dagen training.
Donderdag, 54 kilometer, 764 hoogtemeters, 1 uur en 58 minuten
Bijna traditiegetrouw plannen we de eerste dag een ritje van een uur of
twee. Hierdoor kunnen we weer even wennen aan de bergen. Bovendien doet de lange
autorit de spieren geen goed en dan is 2 uurtjes meer dan voldoende. Met behulp
van Mapsource had ik de dag ervoor een route gepland en die in zowel mijn Edge
als in mijn nieuwe Forerunner gezet. Mocht ik Marcel al kwijt raken, dan konden
we eenieder de weg terug vinden. Nadat we ons hadden omgekleed, ik in korte
broek vanwege het prachtige weer, bleek mijn Edge alle dienst te weigeren. Blijkbaar
was deze bij het inpakken per ongeluk aan gegaan, waardoor nu de batterij leeg
was; de meerwaarde van 2 apparaten bleek al gauw en dit gaf Marcel een prima
gelegenheid om kennis te maken met de mogelijkheid van gps-gestuurd fietsen.
We gingen goedgemutst van start.
Als eerste kwam de klim naar Medebach. Kort, maar vies omdat de spieren koud
zijn. Bovenop drukt Marcel de startknop van de Forerunner in en de zwaartekracht
brengt ons vervolgens in Medebach. We gaan rechtsaf en een aantal kilometers
verderop linksaf de L854 op richting Oberschledorn. Via de hoofdweg gaat het
door naar Dudinghausen, waar ik een klein weggetje had ingetekend om ons verder
te brengen naar Referingshausen. Ondanks dat ik geen hartslagmeter draag, gaat
het eigenlijk best lekker. Klimmen blijft zwaar, maar het valt me zeker niet
tegen. Het mooie weer maakt het een stuk aangenamer. Als we de berg ronddraaien,
verdwijnt de zon plots achter enkele hele donkere wolken. Niet veel later heb
ik een déjà vu als in de lange klim naar Küstelberg mijn schoenen vol water
lopen. Je zou bijna zeggen dat weergoden bestaan, want volgens mij hoorde ik
er één lachen. Drijfnat beginnen we aan de afdaling naar Grönebach, waarna een
korte en steile klim ons terugbrengt op de Bündesstrasse naar Winterberg. Over
die weg, de B236 volgt een lange afdaling via Züschen richting Hallenberg. Die
laatste laten we voor wat het is en slaan linksaf, om via Liesen en Hesborn
terug te keren in Medelon, waar we de laatste kilometers terugpeddelen naar
het bungalowpark. Wonderlijk genoeg lijkt het hier niet eens geregend te hebben
en we vallen met onze doorweekte kleding een beetje uit de toon. Na een warme
douche, vereist dus wel het materiaal een grondige schoonmaak. Met hoop op beter
weer, ligt de kleding te drogen op de kachel. We sluiten de dag af met een potje
darten (3-0 voor mij) en een goeie film (The Departed), terwijl het buiten nog
even flink doorregent. Dag 1 zit erop.

Vrijdag, 132 kilometer, 1.780 hoogtemeters, 4 uur en 44 minuten
De dag begint droog. Wat mistig, maar verder prima. We plannen een route in
Mapsource, maar dan laat de techniek ons (wederom) in de steek. Op de laptop
ontbreekt een programmaatje (.net 2) waardoor de overdracht naar de Edge niet
mogelijk blijkt. Ook een speurtocht door Medebach, waarbij een vriendelijke
meneer in een elektronicazaak voor ons het programma download en op schijf brandt,
blijkt het nog niet te lukken. Er rest ons weinig keuze dan ouderwets met de
kaart in de achterzak op pad te gaan. De zon schijnt, maar wijs geworden van
gisteren, doe ik iets meer kleding én overschoenen aan. De planning is een kleine
150 kilometer, als het weer en de spieren een beetje meewerken, wordt het dus
een leuke dag.
We
beginnen met de klim naar Hesborn. Deze is lang, maar goed te doen. Een korte
afdaling door Liesen brengt ons terug bij de Bündesstrasse, waar we gisteren
gebleven zijn. De weg gaat verder richting Hallenberg, waar we rechtsaf slaan
richting Wünderthausen. De eerste tekenen van vermoeidheid, van de rit van gisteren,
beginnen zich hier af te tekenen. Deze klim is lang en bij tijd en wijle steil.
Marcel kan niet een lekker ritme vinden en moet een gaatje laten vallen. Ik
klim vlot door, zodat ik even wat gelegenheid heb om een foto te maken. Met
een iets lagere hartslag fietsen we door tot het einde van de klim, om ons in
de afdaling te werpen. Na Wünderthausen gaat we rechtsaf naar Wemlighausen.
Dit is een korte, maar steile klim en dat ligt Marcel beter dan mij. Nu ben
ik degene die hem 20 meter moet laten gaan. Een lange afdaling volgt en na de
bebouwde kom, komen we weer op de Bündesstrasse, ditmaal de B480. Die laten
we al gauw links liggen en steken binnendoor naar Girkhausen en Smelzhütte.
Er rest ons nog een vieze klim naar Neuastenberg, die pas ophoudt als we weer
op de Bündesstrasse zijn. Na een kilometer of vijf richting Winterberg gaan
we linksaf naar Altastenberg. Dit is zo'n beetje het hoogste punt van de route
en dat is te merken ook. Het fietsframe voelt koud aan en aan de kant van de
weg ligt nog volop sneeuw. Snel beginnen we dan ook aan de afdaling naar Siedlinghausen
en Brünskappel. Na een steile klim naar Elpe, waar Marcel weer de grote plaat
legt, volgt het restant van de afdaling naar Gevelinghausen. Door het drukke
Olsberg gaan we links-rechts door Gierskopp op weg naar Elleringhausen. De klim
die dan volgt, over de L743 breekt Marcel op. Door de verbouwing van zijn huis
heeft hij te weinig kunnen trainen en langzaam gaat het licht uit. Met minuten
voorsprong ben ik boven aan de klim. We besluiten de resterende kilometers te
doen over de drukke maar vlakke Bündesstrasse. Eerst volgt nog een paar kilometer
gestaag klimmen naar Willingen, waar we water bijtanken. Er rest ons dan nog
een paar kilometer klimmen voordat we aan de 20 kilometer lange afdaling naar
Korbach kunnen beginnen. Zover komen we niet, want vlak voordat we de grote
stad in zicht krijgen, begint het opnieuw vanuit het niets hard te regenen.
Ik kijk Marcel aan en aan één woord hebben we voldoende: afslaan. Via Eppe en
Hillershausen sprinten we terug naar Medebach. De laatste 2 kilometers is het
klimmen, maar ik houd een vlakkelandstempo aan. De eindsprint heeft weinig geholpen;
de fiets is opnieuw te vies om de volgende dag op weg te kunnen en dus herhaalt
het ritueel van gisteren zich. We besluiten de dag wederom met een potje darten
(3-0 voor Marcel dit keer) en een goede film (Hannibal Rising). Het biertje
wat ik neem zakt heel zwaar in mijn benen. Als ik op bed lig, weet ik dat het
morgen een zware dag gaat worden.

Zaterdag, 101 kilometer, 1.250 hoogtemeters, 3 uur en 36 minuten
Op deze laatste dag lijkt alles mee te zitten. Het lukt om routes te plannen
én in de gps te pompen, bovendien is het niet alleen heerlijk weer, de voorspellingen
zijn ook absoluut droog. De hebben een rit gepland rond de Edersee, een groot
meer. Na een aanlooproute met enkele korte klimmetjes, kunnen we dan de benen
even op het vlakke laten werken.
Mijn
benen voelen deze ochtend net zo aan als gisteravond: zwaar. In de hoop dat
het beter wordt, ga ik optimistisch gekleed (lees: korte broek) op pad. We gaan
via Münden naar Dalwigkshal waar de eerste klim naar Lichtenfels zich aandient.
Ik moet volle bak draaien en mijn benen voelen zuur. Marcel blijft stug in mijn
wiel plakken, hij is schijnbaar beter hersteld dan ik. Er volgt een korte afdaling,
maar ik weet nog van vorig jaar dat deze gevolgd wordt door een steile klim,
namelijk die naar Fürstenberg. Waar Marcel mij de dag ervoor op het steile fietsles
gaf, fiets ik nu verbazingwekkend makkelijk bij hem vandaan. Als ik de eerste
haarspeldbocht door ben, zie ik een bedrukt gezicht. In het dorpje wacht ik
even om even later met Marcel door fietsen. Buchenberg volgt nog, maar deze
klim is niet zwaar en samen beginnen we aan de afdaling naar Herzhausen, de
start van de rit rond de Edersee. Een vriendelijke Duitser helpt ons op weg
en na het dorpje beginnen we aan de enige, maar lange klim die deze rondrit
rijk zal zijn. Al gauw blijkt dat vandaag niet de zwaartekracht maar de wind
onze grootste tegenstander gaat worden. Vooral op deze open vlakte waait het
pittig. Bij Nieder-Werbe zien we voor het eerst het water weer. Over een prachtige
en vooral vlakke weg sturen we door, tot we bij Edertal het water achter ons
laten. Er rest nog een klein stukje naar Giflitz, waarbij we de wind vol tegen
hebben, maar daarna kunnen we rustig uitpeddelen met de wind in de rug, terug
naar Frankenau. Het is hier zo mooi, dat de tijd vliegt. Voor we het in de gaten
hebben, zijn we in Geismar en volgt een kort stukje afdaling naar de Bündesstrasse,
op weg naar Frankenberg. Hier blijkt de geplande weg opgebroken en een wederom
vriendelijke Duitser vertelt ons de alternatieve weg over 2 houten bruggetjes.
Onderweg naar Sachsenberg passeren we met een redelijk snelheidsverschil een
lokaal fietsclubje. Ik fiets stug door, in de hoop niet weer ingehaald te worden.
Het blijkt overbodig, maar wel laat ik met mijn actie Marcel weer diep in de
reserves duiken. We moeten nog een klein stukje naar Dalwigkshal, waar we weer
op de route terug komen. Ik tel op de Gps de meters af. Het is genoeg geweest
voor drie dagen. Met vermoeide benen puffen we uit in de bungalow. Gelukkig
was het vandaag wel lekker weer, het kan dus wel in Winterberg. Napratend gaat
de middag over in de avond en met een afsluitend potje darten (wederom 3-0 voor
mij) en een flim (Dead Or Alive) sluiten we dit geslaagde fietsweekend af. Een
heerlijk fietsweekend.

Dinsdag 27 maart, Weerstandstraining (taper), 45 kilometer, 1 uur en 36 minuten
Een zogeheten 'taper-training' is bedoeld om het herstel te bevorderen. Dit
doe je bijvoorbeeld door middels van een korte weerstandstraining, waarbij je in
korte blokken voluit rijdt. Hierdoor zal je lichaam gestimuleerd worden om te gaan
herstellen. Althans, dat is de theorie. Ik doe deze trainingen altijd een paar dagen
voordat ik optimaal wil presteren, zoals tijdens het aankomende trainingsweekend
in Winterberg. De ervaring heeft me geleerd dat de trainingen wel degelijk effect
sorteren. Toch kijk ik er altijd een beetje tegenop, omdat ik ze zo zwaar vind.
3 blokken van 30 seconden Weerstandstraining, elk met drie minuten rust. Met
die wetenschap ging ik vanmiddag rond een uur of één op pad. De rit ging eerst naar
het noorden, richting Birdaard. Met de wind een beetje van achteren, peddelde ik
rustig in mijn herstelzone naar de plek vanwaar ik de sprintjes in gedachten had.
Nadat ik vóór op het grootste blad heb geschakeld en achter op de één na kleinste,
begin ik met 28 minuten en 30 seconden aan het eerste blok. Het valt me weer vies
tegen en ik heb zowaar moeite om de 30 seconden te volbrengen. Drie minuten later
eigenlijk exact hetzelfde verhaal. Pas bij de derde keer lukt het me om goed te
doseren en om met volledig verzuurde benen na iets meer dan dertig seconden weer
te gaan zitten. Misschien doe ik ze wel gewoon te weinig, bedenk ik me als ik rustig
doorpeddel naar Stiens. In Leeuwarden gaat net de brug open (of dicht, dat is maar
hoe je het bekijkt) en daarom fiets ik maar gewoon verder het centrum in. Die paar
kilometer kunnen er ook nog wel bij. Het laatste stuk naar huis heb ik wind tegen,
net als gisteren toen ik een woon-werkritje maakte. Redelijk tevreden over deze
training, hang ik de fiets weer aan de haak. Laat dat trainingsweekend maar komen.

Zondag 25 maart, (soort van) Mlss-training, 31 kilometer, 1 uur en 5 minuten
Gisteren had ik een typisch geval van 'niet moe, maar wel degelijk vermoeid'.
Dat merk je eigenlijk pas de volgende dag en ik wist dan ook dat de geplande mlss-training
wel eens zwaar, zoniet onmogelijk kon gaan worden. Vanmorgen schroefde ik als eerste
nieuwe plaatjes onder mijn fietsschoenen, omdat de oude nogal versleten waren. En
met 'versleten' bedoel ik ook echt 'versleten', want zelfs de slijtindicatoren waren
inmiddels versleten. Rijkelijk laat dus. Maar goed, met 2 nieuwe plaatjes begon
ik vanmorgen om kwart over elf aan een training, onder een strakblauwe lucht. Al
gauw blijkt dat de nieuwe schoenplaatjes nog enige afstelling behoeven: links zit
prima, maar rechts staat serieus te ver naar buiten. Omdat er niet zo'n lange training
op het programma staat, besluit ik het probleem niet onderweg op te lossen, maar
te wachten tot ik weer thuis ben. In het laatste stuk naar Bergum heb ik de wind
vol tegen, maar gaat het eigenlijk best heel aardig. De hartslag is prima en ook
het tempo valt niet tegen. Ik begin hoop te krijgen dat ik toch redelijk hersteld
ben van gisteren. Niet veel later, op de brug, vermoed ik dat het toch nog tegen
gaat vallen. Een vermoeden wat ik bevestig krijg als ik na bijna een half uur aanzet
voor het eerste blok van 8 minuten in D3. Nog voor mijn hartslag D2 aantikt, voel
ik diepe verzuring in mijn spieren. Ik negeer de pijn en zet door totdat ik in D3
ben. De vreugde blijkt van korte duur, want ik moet steeds harder aanzetten, terwijl
de hartslag onverbiddelijk daalt. Ik weet binnen enkele minuten dat het geen zin
heeft en na iets meer dan 5 minuten houd ik de benen stil. Ik fiets terug naar huis,
waar ik na één uur en vijf minuten de fiets tegen de garage parkeer. Ik was overduidelijk
vandaag niet genoeg hersteld voor zo'n training.

Zaterdag 24 maart, Hardegarijp-Haarlem, 157 kilometer, 4 uur en 48 minuten
Eéns per jaar, rond deze tijd, waag ik me aan een ritje naar Haarlem, waar de
oma van mijn vriendin woont. Een goede manier om kilometers in de benen te krijgen,
want de ritafstand is bijna 160 kilometer. In 2005 regende het en was de wind Noordwest,
waardoor ik bijna 7 1/2 uur moest noteren. Vorig jaar was de wind Noordoost, draaiend
naar Oost en kon ik de rit in 6 uur voltooien. Voor vandaag waren de voorspellingen
Noordoost, matig tot krachtig, waardoor ik mijn doel stelde op onder de 5 uur. Na
een ontbijtje zag ik de laatste regenwolken wegtrekken en werd het gaandeweg wat
droger. Net na half tien wist ik de schuttingdeur achter mij dicht te trekken en
ging ik op pad. Volgens de Edge nog 155 kilometer te gaan.

Het begin van de Afsluitdijk, links nog net het bordje. |
Het fietspad naar Leeuwarden is drijfnat. Ik probeer droge plekken op te zoeken,
maar binnen enkele kilometers weet ik dat ik de boek vandaag niet schoon ga houden.
Dan maakt het ook niet meer uit en ik ga even op de pedalen staan om snelheid te
maken. De benen voelen wat stram, de hartslag is vrij hoog. Eenmaal in Leeuwarden
is het al druk op de weg. Ik stuur dwars door het centrum om de stoplichten zoveel
mogelijk te vermijden. Een scheidend collega staat haar auto in te pakken, omdat
ze gaat verhuizen. Ook zij gaat richting Haarlem vandaag, misschien zie ik haar
onderweg nog voorbij rijden, bedenk ik me. Ik fiets verder langs mijn werkplek en
stuur vlot de stad uit. Met de benen eindelijk warm gedraaid en de wind die volop
in mijn rug blaast, kan het tempo omhoog. Zonder problemen gaat het tot ruim boven
de 35 per uur. Die 5 uur mag geen probleem zijn. Na Franeker wijk ik iets af van
de bekende route via Harlingen. Met behulp van
Viamichelin had ik een route binnendoor gepland via Hitzum, Achlum, Arum en
zelfs het pittoreske Pingjum werd niet vergeten. Het geslinger over de smalle wegen
doet de tijd snel verstrijken en al snel bereik ik Zürich, waarna het nog enkele
kilometers is tot de start van de Afsluitdijk. Bij het oprijden van de dijk maak
ik even een foto, om niet veel later in de remmen te moeten knijpen omdat er, bijna
uiteraard, een brug open staat. Een paar minuten later vervolg ik mijn weg. 24 kilometer
lang en recht liggen voor me.
De wind is vandaag bijzonder gunstig. Zonder problemen gaat het tot ver boven
de 40. Zo ben ik in een goed half uur aan de andere kant, weet ik. Ik passeer de
benzinepomp, de provinciebebording, het monument en niet veel later komen de sluizen
aan de kant van Noord-Holland in zicht. Zo snel ben ik nog nooit aan de andere kant
geweest. Na Den Oever vertelt de Edge mij opnieuw een andere route dan voorgaande
jaren, door mij direct linksaf, binnendoor te sturen. Met twee uur, twintig minuten
én tachtig kilometer op de klok, vind ik het eerst tijd voor een plaspauze. De zon
breekt voorzichtig wat door de bewolking als ik weer in de pedalen klik, het geeft
de vlakte hier een bijna idyllisch aanzicht. Ik passeer plaatsen als Slootdorp,
Kolhorn, Lutjewinkel en Nieuw Niedorp, en geniet volop. Niet alleen is het hier
namelijk prachtig, het gaat ook nog eens bijzonder vlot. Ik steek de N242 over en
ga naar Oud Niedorp, alvorens ik het

De pont bij IJmuiden |
zeer langgerekte Heerhugowaard binnen fiets. Hier wordt ik even een omleiding ingestuurd,
die er niet blijkt te zijn en dus negeer ik de bebording en fiets ik door. De route
is verder prima, maar de vele stoplichten verstoren mijn ritme. Ik ben dan
ook blij als ik opnieuw de N242 kan oversteken en het verder stoplichtvrije fietspad
rond Alkmaar kan opgaan. Het enige nadeel is, dat men hier bezig is met de verdubbeling
van de rondweg, waardoor het fietspad regelmatig wordt omgeleid. De Edge piept daardoor
regelmatig dat ik van mijn route af ben. Zelfs als ik ten derde male de N242 over
wil steken om de rondweg te verlaten, blijkt deze oversteek niet meer te bestaan
en moet ik een stukje omfietsen. Als ik de drukte van Alkmaar achter me laat en
langs het kanaal naar Akersloot fiets, ben ik weer op route en kan ik aan de laatste
30 kilometer van vandaag beginnen.
Akersloot ken ik van de Championdag, vorig jaar december. Het grote hotel komt
me dan ook bekend voor, vlak voordat ik de snelweg oversteek. Ik laat wat gedachten
door mijn hoofd gaan en fiets verder richting de volgende bekende plaats, namelijk
Uitgeest. Hier is het opnieuw even route zoeken, omdat onlangs de weg is omgelegd
en er tunnels zijn aangebracht. Het duurt niet lang voordat de Edge aangeeft 'rit
gevonden' en ik op weg kan naar Heemskerk. Hier zijn een tweetal wielrensters dusdanig
diep in gesprek, dat ze niet in de gaten hebben dat het verkeerslicht al enige tijd
op groen staat. Ik fiets er omheen en vraag en passant 'of ze misschien nog zitten
te wachten op een specifieke kleur groen?' Ik hoor het gegiechel achter mij, ik
schuif het op mijn charmante voorkomen. Uhum. Goed, waar was ik, oh ja, Heemskerk.
Waarschijnlijk diep in gedachten over het gebeurde, mis ik in Beverwijk de route
die de Edge aangeeft. Gelukkig ben ik hier eerder geweest en ik volg de bebording
'Haarlem', die me in Velsen Noord bij de pont naar IJmuiden brengt. Die komt eraan
als ik net sta te wachten, dus ik tref het. Vorig jaar moest ik nog omfietsen. Ik
maak een foto en kan niet veel later aan boord. Een stelletje pubers zijn diep in
gesprek, waarbij één van hen wijst naar mijn schoen. Als ik vraag waar het over
gaat, vertelt hij 'dat één van zijn vrienden ook Sidi heet'. We lachen er even om
en als één van de anderen 'een foto heeft gemaakt, want die kan ik die naar hem
toesturen, lachen!', zijn we ook al in IJmuiden. Nu ben ik er bijna. Mijn benen
hebben het vandaag niet echt moeilijk gehad en ook het laatste stuk door Driehuis
en Santpoort, gaat onverminderd snel. 10 minuten na de pont ben ik op de plaats
van bestemming, ruimschoots onder de vijf uur. De koffie staat klaar als ik binnenkom,
dus ik kan gelijk aanschuiven. Het was weer een prachtige rit en met het mooie weer
in het vooruitzicht, hoop ik dat dit één van de velen is die nog gaat komen.

Donderdag 22 maart, rustige duurtraining, 47 kilometer, 1 uur en 39 minuten
De Tacx-rit van afgelopen dinsdag was eigenlijk iets teveel van het goede, heb
ik gemerkt. Dinsdagavond voelden mijn benen, zoals Ivar ooit zo mooi omschreef "alsof
ze in beton waren gegoten". Blijkbaar is bijna 4 uur Tacxen toch iets anders dan
dezelfde tijd op de weg. De geplande hardlooptraining van gisteravond liet ik dan
ook maar aan mij voorbijgaan; ik wist dat het toch niet echt leuk ging worden. Vanmorgen
voelden mijn benen weer wat beter aan. Helaas was er ook vandaag een verstorende
factor, namelijk een overleg wat gepland stond van 2 tot 5. Dat zou betekenen dat
op z'n vroegst half zes op de fiets kon zitten, terwijl ik me daarop niet kon voorbereiden
door 2 uurtjes van te voren wat te eten. De hoop op een leuke trainingsrit vervloog
met het tikken van de tijd, terwijl ik buien zag hoe de zon de voorspelde regen
had weggedreven. Omdat het overleg een half uur eerder was afgerond dan voorspeld,
besloot ik toch maar te gaan trainen. Ik schoot in mijn motorpak en spoedde huiswaarts,
waar ik na een korte voorbereiding de fiets van de haak pakte en de kou en de wind
kon trotseren. Met een druk op de knop start ik de Edge.
Net buiten Hardegarijp gaat het even mis. In de veronderstelling dat men nog
met de weg bezig is, negeer ik het fietspad en stuur de weg op. Als ik ontdek dat
de bebording is weggehaald, zoek ik snel het veilige fietspad weer op. De zon schijnt
volop en met een beetje beschutting van links, is het goed te doen. Een luie boer
dwingt mij door een centimeter bagger op het fietspad. Zuchtend ga ik verder en
steek de drukke N356 over. Hier is het goed beschut en het tempo is alleszins redelijk.
Mijn benen laten me wel weten, dat de voorbereiding qua eten niet optimaal zijn,
door een beetje een leeg gevoel te melden. Als ik onderweg naar Jistrum (jullie
wellicht bekend van
Henky, die met zijn actie het landelijk nieuws wist te halen) wat eet, voel
ik me snel ook weer wat beter. Na Kootstertille draait de weg iets naar het noorden
en begint het ploegen tegen de wind in. 23 per uur geeft de klok nog aan. Ik besluit
om Buitenpost binnendoor via het fietspad te nemen, in plaats van om te fietsen
om wat meer beschutting te krijgen. Het brede fietspad lijkt een goede keus, maar
als ik even later het knersen van schelpen onder mijn banden hoor, weet ik ineens
weer waarom ik deze route ooit geschrapt heb. Na Buitenpost ga ik op weg naar de
Triemen en steek binnendoor naar Wouterswoude, waarbij ik de wind nog even vol tegen
krijg. Nu restten alleen nog kilometers met de wind in de rug weet ik en ik schroef
het tempo op als ik naar en door Damwoude rijd, om vervolgens via it Bûtenfjild
recht naar beneden weer naar Hardegarijp te sturen. De klok geeft 1 uur en 39 minuten
aan als ik de fiets weer aan de haak hang en net als 2 uurtjes eerder spoed ik het
huis in, omdat het nu flink is afgekoeld. Een douche later kijk ik, ondanks de slechte
voorbereiding, toch tevreden terug op deze late training.

Dinsdag 20 maart, rustige duurtraining op de Tacx (Alpine Classic), 82 kilometer,
3 uur en 47 minuten
Midden in een dikke bui hagel reed ik vanmorgen naar mijn werk, in de auto.
Normaliter reserveer ik de dinsdag volledig voor training, maar omdat werk voor
het meisje gaat, ben ik momenteel vrijwel elke dinsdagmorgen op kantoor. Om twaalf
uur zag ik kans de drukte achter me laten en reed ik in dezelfde auto terug naar
huis, onderweg de weersomstandigheden inschattende. Het was uiteindelijk de wind
die me de schuur in dreef en die er voor zorgde dat ik de fiets op de Tacx
zette en de computer aanslingerde. 3 1/2 uur rustige duurtraining stond er op het
programma en daarom selecteerde ik de Real life-video 'Alpine Classic', en nam me
voor om nu niet onderaan de Alpe af te stappen. Met een Dvd'tje vol verse muziek
dook ik een kwartiertje later de schuur in.
Het eerste stuk van de video ken ik inmiddels en uiteraard gebeurt daarom op
exact hetzelfde punt hetzelfde als de vorige keer. Zo wordt ik ook nu net voorbij
Plan Lachat bijna van de fiets gereden door een groene Citroën Xantia, maar dit
keer zag ik hem aankomen. Het klimmen van de Galibier gaat verder vlot en zonder
problemen. Iets sneller dan de vorige keer rij ik door de tunnel en begin aan de
afdaling naar de Vallei van de Oisans. Als ik daar ben staan er 2 uur en 31 minuten
op de klok. Nog een uur training te gaan, maar kan ik de Alpe ook op de Tacx in
een uur beslechten? Het antwoord: nee. De eerste drie kilometer lijken nog zwaarder
dan in het echt. Gruwelijk langzaam tikken de beelden aan me voorbij, waarbij ik
soms een hatelijk 7,6 kilometer per uur in de linkerhoek zie staan. Nu is het ook
niet helemaal vergelijkbaar, omdat ik nu in D1 rijd en anders tegen mijn omslagpunt,
maar toch. Rustig peddel ik verder en negeer de opkomende vermoeidheid. Als ik in
bocht 14 ben, ben ik bijna 25 minuten aan het klimmen op de Alpe, waardoor de rekensom
eenvoudig op 1 uur en een kwartier komt. Dat valt vies tegen en dus ga ik er maar
voor zitten. Ik wil afstappen, maar kan nu, net als in het echt, niet meer opgeven
en dus ga ik door. Bocht 7, bij het Panorama de St. Ferérol, laat 49 minuten en
een beetje zien op het scherm. Mijn benen beginnen te protesteren aan 3 1/2 uur
Tacxen, mijn lichaam kan de warmte niet meer kwijt en ik ben bijna door mijn drinken
heen. Toch resteren er nog 7 bochten die bij tijd en wijle tergend langzaam gaan.
De fotograaf in bocht 2 neemt niet eens de moeite om mij op de foto te zetten, ik
moet wel écht slecht zijn vandaag. Ik schakel bij en rij volle bak de resterende
anderhalve kilometer omhoog. Als het beeld stopt op het parkeerterrein, zucht ik
eens diep en laat mezelf uitwaaien voor de ventilator. Een loodzware en vooral lange
rit. Eenmaal buiten word ik getrakteerd op een hagelbui, aangewakkerd door een harde
wind. Dan weet ik dat waarschijnlijk een buitenrit me nog zwaarder was gevallen.
Zaterdag 17 maart, Zuidveluwetocht met Douwe, Marieke en Kees, 107 kilometer,
3 uur en 59 minuten
"En ze heeft een stel benen, joh!" Douwe belt me afgelopen donderdag. Eigenlijk
bel ik hem, maar dat terzijde. Hij had afgelopen week een rondje gefietst met collega
Kees en voor het eerst was ook collega Marieke mee. Zij zat toen voor de tweede
keer op de fiets. "Zucht, ik moest alle zeilen bijzetten om haar bij te houden,
ik ha lêst fan'e knibbels, it gie fiersten te mâl! ('Ik heb last van mijn knieën,
het ging veel te gek!'). Ik had voorgesteld om dit weekend met ons vieren een tocht
te fietsen, om zo haar nieuwe fiets in te wijden. Mijn voorstel was om in Ochten
de Zuidveluwetocht over 100 kilometer te gaan doen. "Hoe ik dat ga overleven, weet
ik nog niet. Ik was na 50 kilometer al kapot", mailde ze me deze week nog. Wat ik
er nu precies van moest verwachten vandaag wist ik niet, maar dat het een bijzondere
tocht ging worden, dat was zeker.
Gisteravond stond ik in dubio. Moest ik op de racefiets of op de bosfiets? Op
de racefiets tegen 2 bosfietsen, zelfs met wegbanden, dat is een oneerlijke strijd.
En op de

Douwe en Marieke |
bosfiets met noppenbanden, dan was het al gauw te zwaar. Ik besloot tot
een compromis en bracht een bezoekje aan mijn
fietsenmaker voor 2 nieuwe
wegbanden, die ik tegen negen uur 's avonds nog op mijn fiets monteerde. Met een
gerust gevoel ging ik een te korte nacht in, die om 20 voor 6 eindigde, waarna ik
na een ontbijtje met de bosfiets achterop vertrok richting Apeldoorn. Net voor achten
parkeerde ik de wagen bij Douwe in de straat en na anderhalve bak koffie gingen
we in Douwe zijn bus op weg naar Ochten. Marieke en Kees waren er al en nadat ik
me aan haar had voorgesteld (Kees kende ik nog van de bruiloft van Douwe en Sandra),
haalden we een startbewijs op. Niet veel later klikte ik de Edge aan en gingen we
met z'n vieren op pad voor een rondje over de Veluwe. Het zuiden van de Veluwe.
Al gauw heb ik door wat Douwe bedoelde: Marieke blijkt een natuurtalent te zijn.
Met speels gemak blijft ze strak naast me rijden, terwijl mijn tempo 'normaal' is.
Vandaag hoef ik me niet te houden, dat besef ik me al snel. Over de dijk met de
wind in de rug tikken de eerste kilometers vlot weg. Als we echter al een hele poos
geen bordjes hebben gezien, blik ik op de routebeschrijving om te constateren dat
we fout zitten. We rijden hetzelfde stuk terug, maar nu tegen de wind in. Aan het
einde gaan we rechtsaf, de brug over, richting Achterberg. Binnendoor over een slingerend
weggetje gaat de route op naar Ede. Hier rijden we een lang stuk over een smal fietspad
langs de spoorlijn. Marieke begint warm te draaien, want het tempo gaat flink omhoog.
Regelmatig gaat het ruim boven de dertig. Douwe en Kees kijken lijdzaam toe, maar
volgen gedwee. Verderop gaat de weg een paar keer linksaf en steken we in een rechte
lijn dwars door het Nationaal Park de Hoge Veluwe, met als eindpunt Otterlo en de
eerste en enige controle op 50 kilometer. Na een plaspauze en het bijvullen van
de drinkbussen vervolgen we onze weg.

Kees |
Nu moeten we tegen de wind in. Ik ga op kop fietsen en kies een stabiel tempo
van 155 hartslagen. Op de route via Wekerom naar Lunteren heb ik steeds ruim zicht.
Kees meldt zich af en toe vooraan, om net zo snel weer af te zakken. Omkijkend zie
ik de bekende schele blik van Douwe. Marieke fietst wat heen en weer en vertoont
nog geen tekenen van vermoeidheid. "Tjongjejonge, ik zit dik boven de 170", meldt
Douwe zijn hartslag aan mij als we Lunteren doorfietsen. Ook Marieke moet later
bekenen dat ze op dit stuk een 'redelijke dip' had gehad. Ik beloof wat rustiger
te fietsen. Met een lus gaat de route langs Renswoude en op naar Veenendaal, de
thuisbasis van de drie collega's. Kees heeft dan al op de route gekeken en weet
wat er nog te wachten staat. "Leef je uit", geeft hij me mee als we aan de
glooiende route op de Defensieweg beginnen. Beide mannen haken snel af, Marieke
blijft strak in de buurt als ik volle bak aan één-voor-één de heuvels op rijd. Als
we verderop linksaf slaan, is de weg achter ons leeg. We besluiten met z'n tweeën
de resterende 10 kilometer vol te maken, waarbij Marieke nog een strakke deuk in
het ego van drie mannelijke fietsers weet te rijden. Met bijna 4 uur op de klok,
duiken we de kantine in op zoek naar koffie en thee. Douwe volgt een vijftal minuten
later, Kees vond het bij de auto wel prima en hem vinden we als we terugfietsen
naar het parkeerterrein. Ik bedank beide voor de leuke dag en met Douwe rijd ik
terug naar Apeldoorn, waar ik na een douche, wat eten en 2 Senseo's terug op huis
aan ga. In de auto bel ik mijn vriendin om te zeggen dat ik onderweg ben. Met een
schuin oog op tante Truus (het navigatiesysteem), zie ik een aankomsttijd staan
van 17.08u. "Vijf uur ben ik wel thuis", sluit ik het gesprek af. Ik druk de cruise
control aan en ga er even voor zitten, terwijl ik de rit van vandaag door mijn gedachten
laat gaan. Het was zeker een hele bijzondere rit.
 |
| Met Marieke |

Dinsdag 13 maart, mlss-training, 45 kilometer, 1 uur en 33 minuten
Het
prachtige weer waarop we deze dagen worden getrakteerd, ik zie het als een traktatie,
heeft als grote nadeel dat het meer liefhebbers naar buiten lokt. Resultaat was
dat ik vanmiddag voor de brug in Bergum moest wachten voor een zeilboot, net toen
ik een beetje warme spieren begon te krijgen. Diezelfde spieren hadden mij in het
eerste kwartier duidelijk te kennen gegeven dat de hardlooptraining van gistermiddag
nog niet uit mijn systeem was. Ik moest er moeite voor doen om mijn hartslag in
D1 te krijgen en te houden en had daardoor een hard hoofd in de voorgenomen mlss-training.
Als D1 al een probleem was, hoe zou ik dan ooit D3 kunnen halen? Maar goed, nadat
die boot eindelijk weg was en ik de brug af fietste, begon ik me geestelijk voor
te bereiden op de 3 keer 8 minuten in D3. 3 minuten later. Douwe belt. Of ik zin
heb om te fietsen dit weekend. Ik vind het prima, voor een fietstochtje ben ik altijd
te porren. We besluiten het weer even af te wachten en daarna berg ik de telefoon
weer op in de achterzak. Twee keer oponthoud onderweg, dat kan nooit goed zijn.
Na 15 meter trek ik opnieuw in de remmen. Eerst maar een plaspauze, die kan er dan
ook nog wel bij.
Als ik op het 'parcours' aankom, zie ik dat ik 2 minuten eerder ben als afgelopen
zaterdag. Dan valt het dus wel mee met de stramheid van de spieren, bedenk ik me.
120 seconden later geef ik gas en begin aan het eerste blok van 8 minuten. D3 blijkt
wel aan de hoge kant. Pas als mijn benen diep in de verzuring schieten, laat de
teller 173 slagen zien. Ik laat de meter zakken naar 168-170 en daarbij is het gevoel
beter. Na een stukje klinkers en flinke tegenwind zit blok 1 erop, tot nu toe valt
het niet tegen. Ook het tweede blok gaat gevoelsmatig prima en het derde en laatste
blok levert ook niet veel problemen op. Eigenlijk gaat het boven verwachting. Via
Bergum fiets ik terug naar huis, waar ik constateer dat ik 3 minuten sneller heb
gereden dan afgelopen zaterdag, een gemiddelde van 29,5. Tevreden hang ik de fiets
weer aan de haak, en dat van die boot, ben ik allang weer vergeten.

Zondag 11 maart, rustige duurtraining, 124 kilometer, 4 uur en 29 minuten
Na een 6-tal weken rustige opbouw, zal ik in de komende weken serieus kilometers
moeten maken, want de Amstel Gold Race met haar 250 kilometer komt nu met grote
stappen dichterbij. Vandaag was natuurlijk een prima gelegenheid daarvoor, want
de lucht was strakblauw en de temperatuur ronduit aangenaam. Ver voordat de wekker
dan ook ging vanmorgen, stond ik naast mijn bed: de kriebel is er weer. Na een goed
ontbijtje kon ik tegen half tien op pad gaan. Met behulp van Mapsource had ik een
route gepland van zo'n 124 kilometer, die via Drachten/Ureterp naar Oosterwolde
leidde, en vervolgens via Luxwoude (of all places) en Grou via Leeuwarden terug.
Gezien de Zuid/zuidwestenwind leek dit de meest logische keuze. Een bekende piep
markeert de start.
Via Bergum, De Tike en Opeinde rijd ik naar Drachten. Omdat het rustig is op
de weg, kan ik nu dwars door Drachten gaan en al snel fiets ik over de A7 heen.
Mijn benen laten op dit viaduct weten dat ik nog niet hersteld ben van de D3-training
van gisteren, dus maar een beetje met beleid vandaag. Na Ureterp gaat het rechtsaf
en kom ik op onbekend terrein. Op deze weinig beschutte weg, merk ik hoeveel wind
er staat; veel meer dan de voorspelde 'zwakke tot matige'. In Wijnjewoude ga ik
linksaf en direct weer rechtsaf. Hier is enige beschutting van de bossen. Het smalle
weggetje kronkelt langzaam naar beneden en als er één uur en veertig minuten op
de klok staan, fiets ik Oosterwolde binnen, de thuishaven van
Evert. Hij zal zich vandaag
wel weer uitleven in de bossen. Ik houd het op asfalt en klinkers. Ik steek de drukke
N381 over en stuur richting Makkinga. Het is hier prachtig, constateer ik. Een bocht
rechtsaf leidt mij over de Tjonger en als ik vervolgens linkaf sla, fiets ik logischerwijs
door de Tjongervallei. Hier is geen beschutting en met de wind vol tegen, valt het
zwaar tegen. Na een plaspauze verdwijnen de handschoentjes in de achterzak; een
beetje zonlicht is welkom op het blanke vel. In Nieuwehorne ga ik rechtsaf en stuit
op de Opsterlandse Compagnievaart. Het lijntje op mijn Edge stuurt me er recht overheen,
maar ik prefereer toch een brug en dus wordt het omfietsen. Even later ben ik weer
op route en gaat de route verder via Jonkerslan en Langezwaag, waarna ik andermaal
over de A7 ga, op weg naar Luxwoude. Met de wind eindelijk eens in de rug kan het
tempo omhoog. Het blijkt van kort duur, als ik het laatste stuk naar Aldeboarn de
snelheid weer zie dalen tot net boven de 20. Nog een klein stukje tot aan Nes wind
tegen, weet ik, en daarna heb ik bijna alles wind mee, terug naar huis. De rit gaat
verder door de aquaducten van Akkrum en Grouw, waarbij ik in de laatste stuit op
een trimloop. Ook blijkt er een wandeltocht of iets dergelijks te zijn, en wandelaars
zijn nog erger dan bejaarden of scholieren op de fiets, waardoor ik blij ben als
ik ook Grouw laat voor wat het is. Langs de snelweg A32 fiets ik door Idaard en
Wirdum naar Leeuwarden. Door de wijk Aldlân en over het spoorviaduct, waar ik altijd
mijn krachttrainingen doe, gaat het door Camminghaburen langs het huis van collega
Beitske. Na een houten bruggetje, resteren nog enkele kilometers voordat ik Hardegarijp
weer in zicht krijg. Op mijn teller zie ik ruim 124 kilometer staan als ik thuis
de oprit weer opfiets. Ik ben redelijk aan het eind van mijn Latijn, maar ondanks
de stevige wind, ging het vandaag relatief makkelijk. En ik heb daarbij prachtige
stukken Friesland gezien, dus ik kan me bijna geen betere manier voorstellen om
deze week af te sluiten.

Zaterdag 10 maart, mlss-trainingen, 45 kilometer, 1 uur en 34 minuten
Ik heb ver terug in de archieven moeten zoeken, voordat ik bij mijn laatste
mlss-training uitkwam: zaterdag 5 augustus, meer dan 7 maanden geleden dus. Vandaag
kon ik me echter weer opmaken voor deze zware training, die goed is voor het ontwikkelen
van snelheid. Met ontblote kuiten reed ik net voor tienen de straat uit; met zulk
mooi weer is het zonde om met lange broek te fietsen en het voelde goed om de wind
weer over mijn huid te voelen. Het ziet er nog niet uit: wit en behaard, maar dat
gaat beide een kwestie van tijd zijn. Met een omweggetje fietste ik met de wind
in de rug op een soepel verzetje naar Bergum en maakte mij op voor 3 blokken van
elk 8 minuten in D3, met 8 minuten rust in D1 tussen de blokken. De benen voelden
goed.
Het voordeel als je steeds dezelfde route neemt, is dat je aan de hand van je
tijd en plaats kunt zien of het wel of niet goed gaat. Normaliter heb ik minder
dan een half uur werk om op 'mijn' rondje te komen. Vandaag stonden er exact 30
minuten op mijn teller, toen ik linksaf draaide. Ik kon dus gelijk beginnen met
gas te geven. Met de wind op de zijkant, ging dat vrij eenvoudig. Als ik even later
echter rechtsaf draai en in het open veld kom, komt de wind recht van voren en zit
er niet anders op dan terugschakelen en lijdzaam toe te zien hoe de snelheid drastisch
daalt. Het valt me zwaar, dit eerste blok. Ik heb moeite de hartslag hoog te houden
en het klinkerweggetje lijkt in de afgelopen 7 maanden slechter geworden. Na 8 minuten
rust en wat drinken, begin ik aan het tweede blok, die een stuk beter gaat. Na nog
eens 8 minuten rust rest slechts het laatste blok en ook die kan ik goed volhouden.
Tevreden peddel ik via ongeveer dezelfde route naar huis. De training ging achteraf
bekeken best goed en zoals ik met de krachttrainingen heb gezien, zullen deze steeds
beter gaan.

Donderdag 8 maart, krachttraining, 36 kilometer, 1 uur en 17 minuten
Wat
een verschil met afgelopen dinsdag. Had ik toen weinig andere keuze dan op de Tacx
te duiken, vandaan scheen de zon volop en was het ronduit lekker weer, zeker als
je beseft dat het vandaag 8 maart is. Vorig jaar rond deze tijd was het wel even
íets anders weer, getuige mijn eigen dagboek van die datum. Maar vandaag was het
zelfs bijna korte-broeken-weer en dus stapte ik ook met veel plezier net na half
vijf op de fiets voor een krachttraining. Net buiten Hardegarijp is een vrachtwagen
gestrand. Onder de cabine ligt een grote plas olie, die het einde markeert van een
lang oliespoor. Omdat ik naast fietser ook motorrijder ben, weet ik hoe gevaarlijk
zoiets kan zijn en dus bel ik de politie om het gebeurde mede te delen. Ik wordt
bedankt voor mijn melding, waarna ik mijn weg kan vervolgen. In Leeuwarden begin
ik aan mijn krachttrainingen. Ik doe 2 sessies van elk vijf keer; de eerste keer
zittend, de tweede keer staand. Dat ik nu echt progressie begin te maken, blijkt
uit het feit dat ik zonder problemen elke keer op de allergrootste versnelling zonder
teveel moeite omhoog kan komen. Eens temeer blijkt hoe belangrijk gedegen training
is. Als ik beide sessies heb gehad, fiets ik dezelfde weg terug naar huis, nieuwsgierig
naar de stand van zaken rondom de vrachtwagen met pech. Al vanuit de verte zie ik
de wegafzetting staan. De vrachtwagen is inmiddels weggesleept en men is bezig met
het opruimen van de olie. Al fietsend maak ik een foto, om later naar
Wâldnet te kunnen sturen (het
bericht vind je
hier), en niet veel later ben ik weer thuis en zit de voorlopig laatste krachttraining
van deze periode erop. Ondanks de slechte winterperiode die ik achter de rug heb,
ben ik momenteel best tevreden over de vorm en begin vertrouwen te krijgen in de
ritten die gaan komen.

Dinsdag 6 maart, rustige duurtraining op de Tacx, 68 'kilometer', 2 uur en
30 minuten
Al bellend, in D1, de Galibier op én over. Het gebeurde vanmiddag tijdens een
rustige duurtraining op de Tacx. Het was absoluut geen wielrennersbuitenfietsweer
en dus plaatste ik tegen half één de fiets op de Tacx en slingerde de PC aan. Ik
koos voor 'Alpine Classic', want bekend maakt bemind. De rit begint in de afdaling
van de Télégraphe en dus kan ik even warmdraaien alvorens ik de Galibier opdraai
na Valoire. Ik zoek mijn D1-zone op en een soepel verzetje. Het zal een ruim uur
duren voor ik boven ben, bedenk ik me. Gelukkig zijn de beelden prachtig en tikken
de minuten meer dan vlot weg. Voor ik het in de gaten heb, zie ik de bekende 180-graden
draai bij Plan Lachat. Er staan dan bijna drie kwartier op de klok en ik las een
plaspauze in, waarna ik begin aan de haarspeldbochten. De beelden zijn kennelijk
vroeg in het jaar opgenomen, want overal ligt nog veel sneeuw. Zoveel zelfs, dat
de echte col nog niet begaanbaar is. Ik ben dan ook ietwat teleurgesteld als ik
zie hoe de camera op de tunnel afstuurt. Ik zeg: verbeterpuntje. Na de tunnel volgt
de lange afdaling naar Le Bourg d'Oisans. Het is niet echt afdalen, want er moet
gewoon meegetrapt worden. Hierdoor blijf ik wel lekker warm. Als ik de valei van
de Oisans in fiets, zie ik bijna 2 en een half uur staan. Ik had drie uur gepland,
maar ik vind het wel voldoende, want als ik begin aan de Alpe, wil ik hem afmaken
ook. Voor camping 'La Piscine' houd ik de benen stil. Wederom een bijzondere Tacx-ervaring.
Zondag 4 maart, gemountainbiked met Douwe op het parcours van Rhenen, 73 kilometer,
3 uur en 41 minuten
Gisteravond belde Douwe. De route van 100 kilometer was wegens de slechte staat
van het parcours geschrapt uit de Mtb-marathon van Ruinen. "En nu?", vroeg ik Douwe.
"Als je morgenmiddag ook kan, dan kan je ook hier komen, pikken we de 54 kilometer
lange route van Rheden. Met de aanrijdroute ben je ook op 76 kilometer", was zijn
antwoord. Vanmorgen net na half elf zat ik in de auto op weg naar Apeldoorn.
Ik had er zin in, weer eens mountainbiken.
Nadat
ik kennis heb gemaakt met Silke
(Douwe en Sandra zijn een aantal weken terug papa en mama geworden), drinken we
een paar bakken koffie en maken ons klaar voor de mountainbikerit. Net na enen klik
ik de Edge aan en gaan we op pad, via Beekbergen naar Loenen waar we, na een plaspauze
van mijn kant, beginnen aan de ronde. Het blijkt redelijk drassig te zijn. Toch
is het goed berijdbaar, maar van mijn hoop dat ik de fiets schoon mee naar huis
kan nemen, is snel niets meer over. Douwe geeft flink gas. Voor hem is het parcours
hier bekend en ik moet weer even wennen aan en durven met de mountainbike. Bij tijd
en wijle rijdt hij dan ook zo bij me vandaan en ik begin me zorgen te maken of ik
hem de volledige rit bij kan houden. Er volgt een heel slecht stuk. "Dit is in min
eintjse, hear!", roept Douwe me toe terwijl ik lijdzaam toekijk hoe de afstand tussen
ons groter wordt. In goed Nederlands bedoelt hij, dat "dit een slecht stuk is".
Als de weg weer wat omhoog gaat, wordt de route ook weer wat berijdbaarder en kan
ik weer naar Douwe toefietsen. Over een stukje boomwortels, niet veel later gaat
hij er weer vandoor.
We naderen de omgeving van de Posbank en Douwe meldt dat dit het zware stuk is
in het parcours. In een afdaling schiet hij me voorbij en ziet daarbij een bocht
over het hoofd. Het gaat net goed, met dank aan de net nieuw gemonteerde remblokjes.
De schrik zit denk ik in zijn benen, want in de klimmen die volgen, kan ik het heft
in handen nemen. Het is een aaneenschakeling van steile hellingen, gevolgd door
technische afdalingen. Ik geniet volop maar achteromkijkend, zie ik de bekende schele
blik: Douwe begint er doorheen te zitten. Als we de klimmen gehad hebben, drinken
en eten we wat op een parkeerterrein. De rest van het parcours is redelijk vlak,
maar het tempo is eruit. Douwe heeft een dip en niet te zuinig ook. Mijn benen voelen
eigenlijk nog prima. Wel begint mijn pols nu aan te geven dat het eigenlijk wel
genoeg is. Op de zandwegen kunnen we wat kilometers maken en het duurt niet lang
voordat we dichtbij de start van de ronde komen. Douwe bezorgt vlak voor het einde
een nog een onschuldige wandelaar ("Ik hie dúdelik roppen") een paar grijze haren
extra en daarna komen we weer op asfalt en kunnen we beginnen aan de elf kilometer
terug. Na een paar kilometer voelt Douwe kramp opkomen en daarom peddelen we rustig
aan terug naar zijn huis. Na een douche en 2 cola, laad ik de fiets achter op de
auto, bedank ik Douwe voor de leuke dag en ga terug naar huis. Het is 20 over zeven
als ik de oprit weer oprijdt. Het was een lange dag, maar ontzettend leuk. En, niet
onbelangrijk, ik kan weer mountainbiken met mijn pols. Uiteindelijk komt meestal
alles wel weer goed.

Dinsdag 27 februari, krachttraining, 57 kilometer, 2 uur en 1 minuut.
Gistermiddag vond ik het ineens noodzakelijk om te gaan draven; voor het eerst
in een viertal weken. De oorzaak hiervoor is waarschijnlijk de Marathon van Leeuwarden
(ik doe de 1/2e) op 10 juni a.s. waarvoor ik me heb opgegeven. Daar wil ik zo weinig
mogelijk voor trainen, maar wel voldoende om hem fatsoenlijk uit te lopen. En om
mijn collega's eruit te lopen, dus zal ik toch zo nu en dan wel wat kilometers moeten
maken. Hoe het ook zij: ik begon te enthousiast, liep steeds te hoog in mijn hartslagzones
en ondanks dat ik heerlijk heb gelopen, wist ik zeker dat ik vandaag spierpijn ging
hebben. En zo was het ook. Het viel me nog mee, maar ik dacht direct terug aan afgelopen
zaterdag toen ik mij ook al met zware benen opmaakte voor een krachttraining. Hoe
zou het vandaag gaan?
Op
de buienradar kon ik mooi zien dat ik het wel droog
ging houden. Er stond weinig wind en dus peddelde ik rustig richting Leeuwarden
om mij op te maken voor 2 sessies krachttraining. Ik besloot de eerste sessie van
5 keer zittend te doen, afwisselend met de handen op het stuur en met de handen
in de beugels, en de tweede sessie staand. Al na één keer voelde ik hoe mijn benen
zwaar verzuurden, maar bij het afrijden van het viaduct, verdween de verzuring net
zo snel. Het gevoel was veel beter dan afgelopen zaterdag. Met plezier rond ik de
eerste sessie af en reed een rondje om mijn benen rust te gunnen. Onderweg kwam
ik nog een bordje tegen van de
Fietsersbond om mij te
waarschuwen voor een slecht fietspad. Ik ben wel (veel) erger gewend, dacht ik nog.
Ik maakte een foto en fietste door. Na een klein kwartier begon ik aan de tweede
sessie en ook die ging veel beter dan 3 dagen terug. Zonder al teveel problemen
rondde ik de sessie af en bereidde mij voor op een uurtje uitfietsen. Via Goutum,
Wirdum, Swichum, Warga en Wartena kreeg ik het oog op de Fonejachtbrug. Met de wind
in de rug zocht ik een soepel verzetje op en ging staand op de pedalen omhoog. Bovenop
waren de benen zuur maar had ik nog adem voldoende. Via Garijp en Bergum rondde
ik deze training af en nadat ik het ergste vuil van mijn fiets had gespoeld, dook
ik lekker onder een warme douche. Lekker getraind.
Aanstaande zondag ga ik met
Douwe in Ruinen een
MTB-marathon
fietsen over 100 kilometer, over gravel en bospaden. Het wordt mijn eerste tochtje
weer op de bosfiets sinds 22 oktober. Het verslag ervan lezen jullie hier enkele
uren na afloop.

Zondag 25 februari, rustige duurtraining op de Tacx, 49 kilometer, 2 uur en
16 minuten
Het was een troosteloze aanblik vanmorgen: grijs en grauw, absoluut geen fietsweer.
Omdat dit gisteren al was aangekondigd, hadden we maar besloten om vanmorgen vroeg
naar Thialf te gaan om daar
wat rondjes te draaien. Net na de eerste dweilpauze, om kwart over elf, kon ik de
eerste meters ijs onder me door laten gaan. Het ijs was slecht, ondanks de net gehouden
dweilronde, ik denk door het vochtige weer. Het duurde daardoor meerdere rondjes
voor ik vertrouwen genoeg had om pootje-over de bocht door. Groot voordeel was wel
dat het erg rustig was, zodat ik lekker rondjes kon draaien, zonder steeds afgeremd
te worden door langzamere schaatsers. Na een uur zijn onze voeten moe en snakken
we naar een bakkie, die we ons een drie kwartier later thuis goed laten smaken.
Een heerlijk begin van deze zondag.
Omdat er ook gefietst moest worden, slingerde ik een uurtje later de computer
in de schuur aan en bereidde mij voor om een uurtje of twee te gaan Tacxen. Ik koos
voor de Dvd van de Ventoux, om alvast wat inspiratie op te doen voor deze zomer.
De Dvd begint in Sault en gaat dan over de top naar Malaucene. Normaal ('in het
echt') zou me dat ruim twee uur kosten en Tacx kennende, zal daar weinig verschil
in zitten. Met een klassieker van Guns n' Roses als achtergrondmuziek, begin ik
aan de rit. Dit stuk heb ik vorig jaar juni twee keer daadwerkelijk gefietst en
het komt me dus ook heel bekend voor. Aangezien bekend bemind maakt, tikken de minuten
en kilometers vlot weg. Als ik bijna een uur op de klok heb staan, en bijna bij
'Chalet Renard' ben, is het tijd voor een plaspauze. De berm opzoeken gaat niet
lukken, en dus moet ik door de regen naar binnen. Snel klim ik even later weer op
de fiets om de klim te voltooien. Normaal zou ik zo'n klim doen tegen mijn omslagpunt.
Omdat ik graag een rustige duurtraining wil doen, doe ik vandaag de hele rit op
een klein verzetje en keurig in D1. De snelheid is daardoor navenant en ik heb bijna
2 uur werk om in de mist boven te komen. In de afdaling die volgt kan ik even uitrijden,
teneinde niet met vierkante benen af te hoeven stappen. Rustig laat ik het stuur
los, kom omhoog en eet wat, terwijl de snelheidsmeter een dikke 70 per uur aangeeft.
Als ik in Malaucene een rondje heb gefietst en de klim opnieuw opdoemt, zitten er
ruim 2 uur en een kwartier op en vind ik het welletjes. Zwaar bezweet, in die twee
uur is de temperatuur in de schuur met 6 graden gestegen, loop ik wederom door de
regen terug naar binnen voor een verdiende douche. Voor vandaag wel weer genoeg
gedaan.
Zaterdag 24 februari, krachttraining, 36 kilometer, 1 uur en 17 minuten
Vanmorgen voelden mijn benen loodzwaar en mijn keel alsof ik elk moment snotverkouden
kan worden. Daarbij waren de weersvoorspellingen ook niet echt super; reden voor
mij om van tevoren de geplande training maar wat af te zwakken. Op het programma
stond een krachttrainingen van 2 uur, ik besloot 2 sessies te doen van elk vijf
keer, en dan Linéa recta naar huis toe te gaan. Langs de Rijksstraatweg, dezelfde
route die ik altijd rijd naar mijn werk, reed ik met een rugwindje vlot naar Leeuwarden,
om vervolgens om de Groene Ster, een recreatiegebied, heen een route te zoeken naar
het spoorviaduct. In dat recreatiegebied is het momenteel een drukte van belang
met hardlopers, doordat deze zomer de eerste Marathon van Leeuwarden staat gepland.
Ikzelf doe ook mee, overigens, zij het de Halve versie. Maar goed, voorlopig ligt
de nadruk dus nog op het fietsen. Bij het viaduct schakel ik het op één na grootste
verzet en met de handen op het stuur ploeg ik, vol tegen de wind in, omhoog. Het
valt vies tegen, mijn benen verzuren snel. Terug gaat het een stuk eenvoudiger en
met die wetenschap maak ik de serie af. Als ik doorfiets om een kwartiertje rustig
te peddelen, parkeert iemand zijn auto midden op het fietspad. Omdat ik het aan
zag komen, weet ik het stuk blik te ontwijken, maar daarbij moet ik wel (bijna)
per ongeluk de auto beetpakken. Het wordt niet gewaardeerd, maar ik weet hem duidelijk
te maken dat toch echt hij degene is die fout zat. Wat is dat hier toch met die
auto's? Met een hartslag van 170 (waarom maak ik me ook zo druk?) fiets ik verder.
Als ik even later een korte plaspauze heb, ben ik het voorval alweer vergeten. De
tweede sessie gaat een stuk zwaarder. Voor mijn gevoel waait het ook veel harder,
maar dat zal verbeelding zijn. Ik moet gevoelsmatig te diep gaan om de sessie te
voltooien en ben blij dat het erop zit. Rustig peddel ik naar huis, waar ik een
twintigtal minuten later aankom. Niet echt een lekkere training, ik hoop dat het
morgen beter gaat.

Donderdag 22 februari, rustige duurtraining, 47 kilometer, 1 uur en 36 minuten
Ik had vandaag een rustige duurtraining van anderhalf uur op het programma staan
en omdat de omstandigheden vrijwel gelijk waren aan dezelfde training van vorige
week, besloot ik één van de features van de Edge te gebruiken: de virtuele tegenstander.
Hiermee kan je een route tegen jezelf rijden. Net na half vijf ging ik op pad en
klikte de Edge aan. Eenmaal buiten Hardegarijp, zocht ik het navigatieschermpje
op en zag hoe de virtuele tegenstander 300 meter voorsprong op mij had. Vlug zette
ik aan om weer op gelijke hoogte te komen maar helaas was er vanaf dat moment geen
sprake meer van een echt rustige duurtraining. Een wonderlijk gevoel bekroop mij,
mijn hartslag steeg 10 slagen en ik had echt het idee of reed er iemand mee vandaag.
Op sommige stukken zag ik het driehoekje bij mij 'weg rijden', dan weer haalde ik
het bij of zelfs in. Eenmaal onder Buitenpost had ik één groot voordeel: waar de
wind vorige week iets Zuidwest was, was deze vandaag iets Zuidoost en dus had ik
vanaf dit punt wind mee, waar ik een week geleden nog wind tegen had. Op de klinkerweg
naar Kootstertille zag ik dan ook de virtuele tegenstander afhaken en voorbij Jistrum
was de afstand gegroeid tot bijna een kilometer. In mijn voordeel, welteverstaan.
Ruim twee minuten sneller dan vorige week rijd ik thuis de oprit weer op en klok
af. Van een echt rustige duurtraining was geen sprake vandaag, maar leuk was het
wel, winnen van jezelf.

Dinsdag 20 februari, intensieve duurtraining, 49 kilometer, 1 uur en 48 minuten
Gisteren was ik op de fiets naar het werk, en voelden mijn benen loodzwaar.
Datzelfde loodzware gevoel had ik vanmorgen nog toen ik wakker werd en ik wist dat
het vandaag geen echt lekkere training ging worden. Op het programma stond een training
van anderhalf uur, met halverwege een blok van 30 minuten in D2. Ik koos voor het
bekende rondje over Damwoude en Buitenpost. Net na half negen reed ik de straat
uit en voelde hoe de kou zich een weg zocht door mijn te dunnen kleding.
Net buiten Hardegarijp zie ik hoe mijn hartslag snel kruipt naar de bovenkant
van mijn D1-zone. Het gaat dus in feite te hard, maar langzamer fietsen helpt niet
echt. Ik besluit mijn gevoel vandaag te laten leiden en fiets rustig door. Als ik
in Damwoude ben, zit het eerste half uur erop en kan ik door naar D2. Nu is mijn
hartslag niet te hoog, maar te laag. Ondanks dat ik een stuk vlotter trap, blijft
de hartslag met moeite in D2 hangen, een teken van vermoeidheid, weet ik. Ik peddel
rustig door en probeer de hartslag hoog te houden, doch ik bemerk dat nij een enkel
ogenblik van niet opletten de hartslag net zo vlot terug daalt naar D1. In Buitenpost
zit het half uur er bijna op en houd ik het voor gezien wat D2 betreft. Via Kootstertille
en Eestrum fiets ik de anderhalf uur vol. Vandaag was niet echt een goede dag om
te trainen, dus waren de anderhalf uur ook ruimschoots voldoende. Donderdag maar
weer even zien hoe het gaat.

Zondag 18 februari, krachttraining, 48 kilometer, 1 uur en 39 minuten
Vandaag stond er een krachttraining op de planning en dus had ik een probleem,
want waar vind je zo snel een steil viaduct in de omgeving? Op de routekaartjes
van de ANWB vond ik een viaduct en in de Edge plande ik de route er naartoe. Het
lag 16 kilometer noordelijker en dus verwachtte ik wind mee, maar de wind was gedraaid
en dus moest ik opnieuw lijdzaam zien hoe ik net 25 kon rijden. Ook hier bleek ik
een onverharde weg over het hoofd te hebben gezien en aangezien het hier een echte
zandweg betrof, liet ik de route voor wat het was en fietste ik over asfalt verder.
Niet veel later gaf de Edge met een piep aan dat ik weer op route was. Eenmaal aangekomen
bij wat het viaduct had moeten zijn, stond ik slechts voor een ondiepe tunnel. Niet
echt geschikt en dus fietste ik door. Nu kreeg ik de wind wel lekker in de rug en
kon het tempo wat omhoog. Net voor Eext, als ik weer onder de N34 door moet, blijkt
een diepere tunnel te zitten en doe ik enkele sessies krachttraining. Vooral de
wind maakt het nog lekker zwaar en dus is het toch nog een echte krachttraining.
Na Eext duik ik de bossen door en kom uiteindelijk op de weg Rolde-Borger uit, bekend
terrein dus. Een tiental minuten later ben ik weer bij het huisje, waar de rest
van de familie het middagmaal heeft gevat. Ik schuif aan en eet lekker mee. Toch
leuk, om eens twee dagen in een andere omgeving te vertoeven.

Zaterdag 17 februari, rustige duurtraining, 80 kilometer, 3 uur en 4 minuten
Mijn ouders waren gisteren 35 jaar getrouwd en om dat te vieren, hadden we een
weekendje Borger aangeboden gekregen. Om het nuttige met het aangename te combineren,
besloot ik om de rit per fiets te gaan doen. Nadat ik vrijdagavond de rit in de
Edge had gezet, kon ik vol vertrouwen op pad gaan. Tegen kwart voor twaalf klikte
ik in de pedalen en ging naar het Zuidoosten. De zon scheen, de temperatuur was
goed, dit ging een lekker ritje worden.
Het nadeel als je één kant op fietst, is dat je óf alles wind mee hebt (dan is
het een voordeel), óf alles wind tegen. Ik had het laatste en het waaide ook nog
wel stevig. Een goed gemiddelde kon ik vandaag wel vergeten, wist ik. Ik bedacht
me dat dat eigenlijk ook niet zoveel uitmaakte, want ik ging een rit doen die grotendeels
door voor mij onbekend gebied leidde en daardoor ook heel leuk kon worden. Het begin
van de rit kende ik: via Bergum naar Nijege, Opeinde, door Drachten en dan op naar
Ureterp en Bakkeveen. Na Bakkeveen ging ik linksaf, richting Een. Hier bleek een
hiaatje in de routebeschrijving, als ik een stukje onverhard tegenkom. Het valt
mee en niet veel later heb ik weer asfalt onder de wielen. Daarna gaat de rit via
Norg, Peest en Zeijen verder door het dan inmiddels Drentse Landschap. Over de brug,
langs het kanaal waait het stevig en de eerste de beste glooiing in het landschap
laat de snelheid verder zakken naar net 23 per uur. Er resten nu nog enkele kilometers
via Loon en Ballo voor ik Rolde in rijd. Daarna, wist ik nog, is het nog één lange
weg naar Borger. Het fietspad is heerlijk aangelegd, deels door bos, met wat glooiing
en niet kaarsrecht. De kilometers schieten voorbij en niet veel later rijd ik door
een tunnel van de N34. In de bebouwde kom van Borger maak ik nog een extra rondje
rond de rotonde, maar daarna gaat het snel door naar Hunzedal, waar het huisje staat.
Eenmaal gedoucht vraagt mijn moeder me, of 'ik nu niet een enorme inzinking
ga krijgen, na zo'n eind fietsen'. Ik antwoord ontkennend, want ik weet dat het
wel wat meevalt. Een heerlijke rit.

Donderdag 15 februari, rustige duurtraining, 47 kilometer, 1 uur en 39 minuten
Wat een verademing na al die regen van gisteren: een strakblauwe lucht en nauwelijks
wind. Ik had dan ook ouderwets veel zin om te fietsen, toen ik vanmiddag terug reed
op de motor van mijn werk naar huis. Nog voor half vijf klikte ik de fietscomputer
aan en ging op pad voor een rustige duurtraining van anderhalf uur. Ik koos voor
mijn bekende rondje. Eerst naar het noorden, dan via Damwoude naar Buitenpost en
via Kootstertille terug naar huis. Net buiten Hardegarijp zoek ik een lekker beentempo
op. Het beetje wind wat er is, heb ik in mijn rug en dat is heerlijk om even warm
te draaien. Vlak voor Damwoude eet ik wat en daarna gaat het achter een auto met
veewagen aan door de bebouwde kom. Weer in het open veld twijfel ik aan een plaspauze,
maar ik bedacht me dat ik dat wel kon halen. Eenmaal buiten Buitenpost bleek dat
wat optimistisch en duik ik de berm in. Met de druk van de blaas gaat het weer een
stuk soepeler en met het laatste stuk de wind een beetje mee rijd, ik soepeltjes
naar huis. Vlak voor Hardegarijp klik ik de verlichting erbij aan, maar echt donker
is het nog niet als ik vijf minuten later thuis kom. Volgende week kan de lamp bijna
thuisblijven, bedenk ik me. Lekker getraind.

Dinsdag 13 februari, krachttraining, 66 kilometer, 2 uur en 23 minuten
Ik maakte mij vanmorgen op voor een krachttraining. De weg was drijfnat en dus
wist ik één ding zeker: na de tijd fiets schoonmaken. Om 7 minuten over half negen
reed ik, wederom tegen de wind in, naar Leeuwarden naar het voor mij inmiddels overbekende
viaduct. Ik besloot 2 sessies te doen van elk 5 keer. De eerste keer afwisselend
staand/klimmend met de handen op het stuur, de tweede idem, alleen dan met de handen
in de beugels. Beide sessies gingen eigenlijk prima, al voelde mijn benen door de
nog aanwezige spierpijn wel loodzwaar aan. Conditioneel begint er al langzaam vorm
in te komen, dus dat zit wel goed.
Minder leuk vandaag waren de niet oplettende automobilisten. De eerste was een
blonde jongedame die voor Koskamp
werkt en het niet noodzakelijk vond mij voorrang te verlenen. Een snelle remactie
bleek vereist teneinde te voorkomen dat ik weer om een nieuwe helm moest. De dame
in kwestie begreep mijn frustratie totaal niet. Niet veel later, in het centrum
van Leeuwarden, blokkeerde een Duitser die een weg op wilde rijden het fietspad
volledig. Ik had beter op moeten letten bij Duits, dan had ik hem nog wat geestelijk
bagage kunnen meegeven. Met een veel te snel rijdende auto, waar ik nog net voorlangs
kon, liet ik Leeuwarden achter mij, in de hoop in rustiger vaarwater te komen. Eenmaal
bij de Fonejachtbrug ging het opnieuw mis. Een inhalende auto negeert mij volkomen
en dwingt mij de berm in, onderwijl, let op, mij het bekende en zeker niet toegestane
symbool gevende. Blijkbaar iets tegen wielrenners. Ik heb hem vriendelijk terug
'gegroet'. In Garijp een soortgelijke situatie met een moeder-in-Volvo, die me de
stoep opdrong. Mijn hoofdschudden werd niet begrepen. De laatste van vandaag was
een dame in Bergum die, ondanks dat ik op een voorrangsweg reed, gewoon rustig opreed,
waarbij zich dezelfde remactie voordeed als bij de eerste dame. Bij thuiskomst heb
ik nog maar even in de spiegel gekeken, maar ik bleek wel gewoon zichtbaar. Misschien
was het vandaag nationale 'ik-zie-racefietsers-over-het-hoofd-dag'. Of zoiets. Blijkt
maar weer eens hoe belangrijk opletten in het verkeer is, voor zowel de gemotoriseerde
weggebruiker als voor de wielrenner. Afgezien van deze slechte automobilisten, vandaag
toch lekker getraind. En het meest positieve vind ik wel, dat ik me vandaag voor
het eerst druk heb heb gemaakt over wat anders dan mijn pols. Alles komt uiteindelijk
wel weer goed.

Zondag 11 februari, computercrash tijdens Tacx-training
Gistermorgen is een MRI van mijn linkerpols gemaakt. Als het goed is krijg ik
hiervan volgende week maandag de uitslag, dus dan heb ik hierover meer nieuws. Ik
moest er om negen uur zijn en mocht van tevoren niet eten, om misselijkheid te voorkomen
en toen ik rond 10 uur thuis was, voelde ik me dan ook zo slap als een vaatdoek.
Gelukkig had ik verder geen training op het programma staan en kon ik me mentaal
voorbereiden op een middag klussen bij mijn zus. Iets wat leuk is om te doen, maar
wat altijd langer duurt dan gepland, én steevast spierpijn oplevert. Mijn benen
protesteerden dan ook hevig toen ik vanmorgen de wielrenschoenen aantrok en mij
voorbereidde op een ritje op de Tacx.
Met dank aan Pepijn kon ik een ritje gaan doen door Italië: de ronde van Lombardije.
Deze rit zou bijna 110 kilometer zijn, en omdat ik 3 1/2 uur op de planning had
staan, zou dat perfect zijn. Enthousiast begon ik, en met een muziekje (ditmaal
Guns n' Roses) tikten de minuten en kilometers vlot weg. Als ik bijna een
half uur heb staan, hoor ik plots een geratel komen uit het vooronder van mijn pc.
Niet veel later stokt het beeld. Direct weet ik wat er aan de hand is: de harde
schijf is gecrasht. Teleurgesteld stap ik af en ga douchen, hier valt vandaag niets
meer aan te redden. Als ik even later onder de douche sta, bedenk ik me dat het
me toch wel vaag bekend voor komt, op een zondag enthousiast beginnen aan een rit
en dan na een half uur vanwege een crash op moeten houden. Wat zou dat toch zijn?
Donderdag 8 februari, extensieve duurtraining op de Tacx, 40 kilometer, 1
uur en 16 minuten
Over de woon-werkrit valt eigenlijk meer te vertellen dan over de training op
de Tacx. Het afgegeven weeralarm zorgde ervoor, dat ik vanmiddag niet wist óf en
zo ja, hoe ik thuis zou moeten komen. Langzaam zag ik op de buienradar de brede
baan bewolking naar het noorden toeschuiven en rond 10 voor 4 begon het in Leeuwarden
te sneeuwen. Ik twijfelde of ik met de fiets terug zou gaan of met de trein. Ik
koos voor het eerste, zo slecht kon het toch niet zijn? Het leek mee te vallen,
maar dat doet het altijd. Hoe langer de rit vorderde, recht tegen de snijdende oostenwind
in, hoe meer sneeuw zich verzamelde op mijn kleding. Met nauwelijks 20 per uur wist
ik er tegen in te komen en toen ik thuis was, was ik koud en moe. Even bedacht ik
me of ik wel zin had om te Tacxen, maar na 2 minuten bij de warme kachel, schoot
ik in mijn wielerkleding en dook ik de schuur in voor een extensieve duurtraining
op de Tacx.
Een aantal weken geleden heb ik de Fortius-software aangeschaft, tezamen met
enkele Real Life-video's, zoals de trouwe lezer weet. Niet veel later heb ik daar
maar een bijpassende PC bij gekocht en vandaag kon ik die combinatie voor het eerst
uitproberen. Met Metallica's S&M over de speakers, begon ik aan de 'rit' door Aube
Valley. Mijn hartslag wilde het eerste half uur niet echt lekker in de zone blijven
en ik had dan ook een hard hoofde in het blok van 30 minuten in D2, maar mijn vrees
bleek onterecht. Na een uur en een ruim kwartier vind ik het welletjes: met de woon-werkrit
in de benen heb ik vandaag wel genoeg gedaan. De tijd ging snel voorbij, de aanschaf
van de software lijkt een goede keuze te zijn geweest. En toch hoop ik, dat ik de
komende tijd niet teveel in de schuur hoef te zitten, want er is niets zo fijn als
lekker in de buitenlucht trappen.
Aanstaande zaterdag (ja, echt) moet ik door de MRI met mijn pols. Een week later
krijg ik daarvan de uitslag, dus zodra ik die heb, dan breng ik ook jullie hiervan
op de hoogte.
Dinsdag 6 februari, krachttraining, 73 kilometer, 2 uur en 32 minuten
Het was vanmorgen koud én glad op de weg. Wandelend van de auto naar mijn werkplek,
bedacht ik mij dat het vandaag wel eens lastig kon worden om buiten te gaan
trainen. De weersvoorspellingen waren ook niet echt geweldig, dus gaandeweg de dag
hield ik de weersites met een schuin
oog in de gaten. De zon bleef echter volop schijnen en daarom was er maar één goede
keuze: de buitenlucht. En zo stapte ik net voor tweeën op voor een krachttraining
van 2 1/2 uur.
Het begin van de trainingen wil steeds niet echt vlotten. Ondanks dat ik gevoelsmatig
lekker doortrap, leert mijn snelheidsmeter me anders. Eenmaal in de bebouwing van
Leeuwarden en dus uit de wind, ging het al een stuk beter. Ik nam me voor om 3 sessies
van elk 5 keer aan krachttraining te gaan doen, waardoor deze training net iets
zwaarder zou zijn dan afgelopen zaterdag. Mijn vrees voor drukte op de weg door
uit school komende scholieren bleek redelijk ongegrond. Blijkbaar lieten die zich
ook afschrikken door de voorspellingen. Eigenlijk gingen alle drie de sessies prima,
waarbij uiteraard de derde en laatste het zwaarst was en het moeizaamst ging. Van
het verval zoals afgelopen zaterdag was zeker geen sprake en tot en met de laatste
keer, voelden mijn benen krachtig als ik bij het spoorviaduct omhoog reed. Na de
krachttraining stond er ruim 1 uur en 3 kwartier op de klok en kon ik gaan uitrijden.
Wederom via Wartena en Warga, maar ditmaal via Idaerd om wat extra kilometers te
maken. Eenmaal voorbij Bergum begint een fietsforens te plakken en zit er niets
anders op dan de beste man fietsles te geven. Ik heb hem niet weer gezien. Als ik
thuis ben en de fiets afspoel, begint het lichtjes te hagelen. Veel stelt het niet
voor, zeker vergeleken bij wat de
rest van Nederland te verduren krijgt / heeft gekregen. Na een douche ben ik
weer lekker warm en kan ik tevreden terugkijken op een goede krachttraining.

Zondag 4 februari, rustige duurtraining, 72 kilometer, 2 uur en 33 minuten
Na de krachttraining van gisteren, voelden mijn benen vanmorgen nog redelijk
zwaar. Reden voor mij om niet al te vroeg op de fiets te stappen vandaag, maar te
wachten tot na het middaguur om zo nog een paar uurtjes herstel te pakken. Rond
kwart over één begon ik aan mijn ronde, die ik van tevoren had uitgestippeld met
Mapsource, van een kleine 70 kilometer. Met de wind in de rug en een schraal zonnetje
was het, net als gisteren, optimaal genieten. Ik kon het beentempo redelijk hoog
houden en ook de snelheid was heel acceptabel. Via Bergum, Suameer, Nijega en Opeinde,
stak ik in Drachten linksaf naar de provincie Groningen. Tot zover was de weg wel
bekend en even later op onbekend terrein mocht de Gps haar nut bewijzen. Probleemloos
wordt ik door het Groningse land gestuurd, maar in Lutjegast (of all places) gaat
het mis en maak ik een klassiek Dbo'tje (Doelloos Blokje Om). Omdat ik de weg hier
wel een beetje ken, negeer ik de Edge en stuur resoluut huiswaarts, waarbij ik na
enkele kilometers de geplande route weer oppak. Het laatste half uur heb ik de wind
vol tegen en wordt ik getrakteerd op klinkerweggetjes. De snelheid is er volledig
uit en regelmatig zie ik net 25 op de klok staan. 2 dagen achter elkaar trainen,
waarbij de 2e dag ook nog langer is dan 2 uur is nog wat optimistisch en dus is
het laatste half uur niet echt leuk fietsen meer. Ik ben dan ook blij als ik de
bebouwde kom van Hardegarijp weer in het vizier krijg. Als ik de oprit op stuur,
geeft ook de Edge aan dat de rit is voltooid. Met een gemiddelde van 28,3 is het
niet echt slecht, maar het gevoel in mijn benen zegt iets anders. De eerste week
met 200 kilometer (exclusief woon-werkkilometers) zit erop, maar het zal nog wel
even duren voor mijn conditie weer op een voor mij acceptabel niveau is. Dit was
ook pas week 2.

Zaterdag 3 februari, krachttraining, 56 kilometer, 2 uur precies
Aan het omhoog fietsen merkte ik de afgelopen keren dat mijn fietsconditie een
douw heeft gekregen de afgelopen maanden. Eigenlijk zag ik er daardoor ook een beetje
tegenop om vandaag een krachttraining te gaan doen, maar omdat ik van louter rustige
duurtrainingen traag wordt, horen ze erbij. Na een twintigtal minuten warm te hebben
gereden, kwam ik voor de eerste keer aan bij het spoorviaduct op industrieterrein
De Hemrik in Leeuwarden. Enigszins terughoudend trapte ik op een groot verzet omhoog,
om tot de conclusie te komen, dat het eigenlijk vrij makkelijk ging. De vijf keer
daarna trapte ik daarom steeds iets harder en begon ik de verzuring in mijn benen
te voelen. Na totaal 6 keer fietste ik de benen een kwartiertje los en daarna ging
ik op voor een tweede sessie van 6 keer. Nu voelde ik wat ik de eerste keer had
verwacht: zware benen en een hoofd dat sneller omhoog wil dan mijn benen toelieten.
Hierna stond er bijna een uur op de teller en koos ik voor een rondje Warga-Wartena
om de twee uur vol te maken. Onder een strak blauwe lucht en met de wind in de rug
was dat zeker geen straf. Met precies twee uur op de klok was ik weer thuis, redelijk
tevreden omdat ik de afgelopen 14 dagen zeker enige progressie heb gemaakt.

Dinsdag 30 januari, rustige duurtraining, 71 kilometer, 2 uur en 32 minuten
Langzaam begin ik er een beetje vertrouwen in te krijgen dat alles, uiteindelijk,
goed gaat komen met mijn pols. Het zoeken van een positie op het stuur gaat steeds
beter en ook de 2 1/2 uur van vandaag waren prima vol te houden. Net na enen stapte
ik vanmiddag op de motor (voor het eerst) om naar huis te gaan. Een ruim half uur
later reed ik de straat uit op de racefiets, op weg voor een rustige duurtraining.
Het begin was lastig, met een wind die precies uit het westen kwam. Na Leeuwarden
kreeg ik de wind aan de zijkant en kon het tempo wat omhoog, waardoor de benen weer
soepel begonnen te draaien. Ik nam een stuk ontbijtkoek en genoot van het aanwezige
zonnetje, terwijl ik via Irnsum naar Akkrum reed. Zolang ik maar één tempo vast
kan houden, gaat het prima en zou ik bijna vergeten dat ik een lange periode niet
heb gefietst, maar net als afgelopen zaterdag, zijn het vooral de bruggen die mij
herinneren aan het gebrek aan kracht. In het lange, kale stuk naar Drachten heb
ik de wind vol in de rug en over het nieuwe asfalt zoef ik gestaag naar Drachten.
Daar is het druk; allemaal mensen die graag naar huis willen. Ik wilde nu ook wel
thuis zijn, want mijn benen laten me weten over weinig reserves te beschikken. Over
bekend terrein voltooi ik de laatste 20 kilometer en tevreden klok ik na ruim 2
1/2 uur thuis weer af. Met mijn pols is het redelijk goed gegaan en de conditie
komt wel weer. Het vertrouwen is er.

Zaterdag 27 januari, rustige duurtraining, 39 kilometer, 1 uur en 22 minuten
Vandaag had ik helemaal vol gepland: ik moest naar Leeuwarden om een cadeautje
en iets voor de computer op te halen, ik moest naar
Jan om mijn rechterdijbeenspier
los te laten masseren, ik moest naar Bergum dingetjes halen en brengen en ik moest
nog naar mijn fietsenmaker
voor wat sportvoeding. Ergens tussendoor moest ik dus nog ruimte zien te vinden
om te kunnen trainen. Ik moet er gewoon nog aan wennen dat ik weer wat tijd besteden
kan aan fietsen, nu blijkt ook hoe snel ik erin geslaagd ben de vrijgekomen tijd
in te vullen met andere dan fietsactiviteiten. Niet fietsen is wennen, weer kunnen
fietsen blijkbaar ook. Al met al is alles gelukt en net voor half drie klikte ik
de Edge aan en begon aan een rustige duurtraining van anderhalf uur.
Na de training van afgelopen maandag, was ik benieuwd hoe het vandaag zou gaan,
met zowel mijn pols als mijn conditie. Een iets te enthousiast wegrijden herinnerde
me direct aan mijn pols en een stevige Noordwestenwind liet me het gebrek aan conditie
zien. Toch ging het zeker niet slecht. Met mijn hand vond ik sneller een prettigere
positie op het stuur en eenmaal wat uit de wind achter een bomenrij begonnen de
benen weer soepel aan te voelen. In Leeuwarden hield mijn cadansmeter ermee op.
Een korte inspectie leerde mij dat ik het slechts vastgeplakte en (nog steeds) niet
vast gezette cadansmagneetje was verloren. Een typisch geval van eigen schuld, dikke
bult en dus zat ik de rest van de rit zonder cadansmeter. Na Leeuwarden kreeg ik
de wind in de rug en kon de snelheid omhoog. Vooral in het open veld bij Wartena
en Warga ga de meter hele dikke 35'ers aan. Even leek het alsof de 15 weken rust
geen invloed hebben gehad, maar het viaduct over het kanaal wees mij duidelijk op
mijn beperkingen. Lekker vermoeid kwam ik een kwartiertje later weer thuis aan en
zette de fiets in de schuur. Mijn pols was dik, maar het ging al wat beter dan de
vorige keer en zolang er maar progressie in zit, zit het met de motivatie ook wel
goed.
Morgen trouwens de laatste keer hardlopen dit winterseizoen, namelijk
de
Hollander Techniek Mini-Marathon in Apeldoorn, een loop over 18,6 kilometer.
Het verslag daarvan, wie weet met foto's, vinden jullie morgen op deze plek.

Maandag 22 januari, rustige duurtraining, 47 kilometer, 1 uur en 42 minuten
"Ik zou het maar doen", antwoordde de arts vanmorgen op mijn vraag "of ik wel weer
mag fietsen." "De pijn aan je pols is je grens", ging hij verder en meer had ik
niet nodig om vanmiddag na 13 weken de buitenlucht weer eens op te zoeken met mijn
racefiets. Ik moest mij vanmorgen om kwart over elf melden bij het ziekenhuis, waarna
ik met de arts in overleg ging over het wel-en-wee van mijn pols. De arts was er,
na het zien van de röntgenfoto's, zelf van overtuigd dat het bot geheeld was, maar
wilde voor de zekerheid een MRI-scan laten maken. "Dat duurt wel een week of drie",
moest hij bekennen. "En dan mag je een week later een afspraak maken met mij", ging
hij verder. "En mag ik ondertussen wel weer fietsen?", was mijn vraag. "Ik zou het
maar doen", antwoordde hij en ik bedankte hem voor zijn tijd en ging. Buiten was
het opgehouden van regenen en ik bedacht mij dat het dus een prima dag zou zijn
om er weer eens op uit te trekken. Opgetogen ging ik een paar uur later naar huis
om me om te kleden.
Met te weinig kleren aan reed ik de straat uit. Een koude oostenwind sneed dwars
door mijn wielerjack heen, maar het kon me niet schelen want ik zat weer op de fiets
en alle aandacht ging uit naar mijn linkerhand. In een seconde bedacht ik een route
die me normaal zo'n anderhalf uur zou kosten. Ik stuurde over het fietspad en probeerde
voor mijn hand een plekje te vinden op het stuur wat prettig aanvoelde. Op zich
viel het mij niet tegen: echt pijn deed het niet, het was meer een kwestie van er
bij na blijven denken. Na 20 minuten was ik redelijk warm gedraaid en verslapte
de aandacht voor mijn hand; ik kon mij weer richten op het fietsen. Zoals verwacht
ging dat niet echt lekker: de hartslag te hoog, de cadans te laag en een snelheid
onder mijn woon-werktempo. En toch genoot ik. Ik genoot van de frisse lucht, van
de zon, het zoeven van de banden op het asfalt. Zelfs het drinken van dorstlesser
leek een traktatie. Mijn hand hield het. Zelfs op klinkerweggetjes was het goed
te doen, mits ik de pols een beetje recht hield. Een onoplettende beweging zorgde
zo nu en dan voor een pijnscheut, maar met een beetje beleid en af en toe strekken
ging het prima. Na meer dan 1 uur en drie kwartier, ruim een kwartier langer dan
normaal, was ik weer thuis en kon ik een welverdiende, warme douche opzoeken. De
pols is nu wel dik en ietwat pijnlijk, maar voelt verder niet anders dan eerst.
Mijn eerste trainingsrit zit erop, nu maar hopen dat mijn pols zich een beetje goed
blijft houden, want nu ik eenmaal geproefd heb, wil ik door ook.

|