- Informatieve en motiverende site voor de Wielertoerist en fanatieke toerfietser! -

(Galibier)


(Croix de Fer)




























Zondag 8 juli, samenvatting van deze periode
Met een laatste, trainingsloze week, sluit ik deze periode af. Een samenvatting wat er allemaal gebeurde.

Ruim een maand nadat mijn pols was bevrijd van 6 1/2 week gips, kreeg ik van de arts op maandag 22 januari toestemming om te gaan fietsen. Nog diezelfde dag stapte ik op en fietste één van mijn heerlijkste fietstochtjes ooit. Er volgde een periode van veel rustige duurtrainingen, afgewisseld met krachttraining. Ondanks de lange periode van niet-fietsen, vorderden de trainingen prima. Op zondag 4 maart acht ik mijn pols sterk genoeg voor een echte test en ga ik met Douwe mountainbiken op het parcours van Rhenen. Het gaat goed, zowel met mijn pols als met mijn conditie die met sprongen vooruit gaat. Zaterdag 17 maart fiets ik met Douwe, Marieke en Cees de Zuidveluwetocht vanuit Ochten, "een bijzonder rit", schrijf ik in het dagboek. Een week later, op zaterdag 24 maart, maak ik een lange rit, in de vorm van een ritje Hardegarijp-Haarlem, waarbij ik de 157 kilometer geholpen door de Noordoostenwind in een recordtempo weet te doen. Het is een goede voorbereiding op het trainingsweekend van donderdag 29 maart tot en met zondag 1 april met Marcel in de omgeving van Winterberg; een eerste serieuze test om te kijken hoe de vorm bergop is. Minder dan gehoopt, maar stukken beter dan vorig jaar. Net als het weer, overigens. Op maandag 9 april maakt collega Henk een hernieuwde kennismaking met het wielrennen, als we 73 kilometer door het vlakke en vooral winderige Friese land wegtrappen. Inmiddels trapt hij rond op een splinternieuwe Jan Janssen Equipe, een hele verbetering. De zaterdag erna, 14 april, gaat het mij mis. Al een paar dagen ben ik niet helemaal fit, maar start toch vol goede moed aan de "Slach om'e Mar", een halve Marathon. De warmte in combinatie met het "niet-fit-zijn" nekt me en kapot en hopeloos gedehydrateerd kom ik over de finish. Niet één brug, maar 10 bruggen te ver. De week erna ben ik knap ziek en vrees met grote vrees voor weer een niet-gelukte Amstel Gold Race. Donderdag 19 april volgt een aangename verassing: Zitvlees.nl krijgt een leuke recensie in het NRC Next. Ik ben apetrots. Net zo aangenaam is de Amstel Gold Race op zaterdag 21 april, die ik zonder problemen in een redelijke tijd weet te voltooien. 3x bleek scheepsrecht. De verkoudheid in de week erna bleek van korte duur en op vrijdag 29 april reken ik af met de slecht verlopen halve marathon in Bergum door een goede Kollumer Katloop te lopen. Ditmaal weet ik probleemloos de finish te bereiken. De maandag erna, op 30 april fiets ik met mijn vader de Princenhoftocht vanuit Eernewoude en weet ik dat ook mijn vader in vorm begint te raken voor de cyclo La Ventoux, een maandje later. Eerst komt voor mij echter nog de FietsChallenge op zondag 6 mei, waarbij ik samen met Oege Hiddema rondrijd met een zendertje, waardoor ik nauwkeurig gevolgd kan worden op het parcours. Het helpt, want ik rijd met 30,9 km gemiddeld een prima tijd.

Een kleine week later, op vrijdag 11 mei fiets ik samen met de collega's van de Gemeente Veenendaal de Ambtenarentoertocht vanuit Venlo. Het waait stevig en als we naar de start rijden, regent het heftig, maar de tocht gaat prima. Toch blijft het me steken dat niet Marieke en ik als eerste aan waren, maar Douwe en Cees. Dit appeltje moet nog eens geschild worden. Van zondag 20 tot en met zondag 27 mei zit ik met mijn vader in Zuid-Frankrijk, Bédoin, aan de voet van de Mont Ventoux. Om vakantie te vieren, maar ook als voorbereiding op de cyclo La Ventoux en een dag later de tijdrit  Het is de hele week schitterend en bovenal warm weer, maar op zaterdag 26 mei breekt na 4 uur de hemel open met hagel en onweer. Het weer is zo erg, dat mijn vader helaas gerepatrieerd moet worden, nog voordat hij de top van de Ventoux heeft bereikt. Een domper, maar ik ben blij hem weer heelhuids te zien, want het was echt slecht en gevaarlijk weer.  Zondag 27 mei sta ik met vermoeide benen aan de start van de tijdrit op de Mont Ventoux. Ik weet ondanks de benen mijn pr te verscherpen naar minder dan 1 uur 39 en ik ruik dat het nog scherper kan. Ooit. Op vrijdag 8 juni moet ik rustig aan doen tijdens de Ambtenarentoertocht vanuit Amersfoort, die ik samen met Marieke en Douwe fiets, omdat ik 2 dagen erna, op zondag 10 juni,  meedoe aan de eerste Marathon van Leeuwarden; de halve versie welteverstaan. Het is warm, heel warm die dag, maar zonder noemenswaardige problemen kom ik in iets meer dan 2 uur over de finish.

Hierna kakt het fietsen een beetje in en blijkt mijn hoofd optimistischer dan mijn benen als ik op zondag 24 juni tijdens de Dreilaendergiro vanuit Nauders, Oostenrijk, getroffen wordt door kramp. Het zorgt voor een slechte tijd en weinig vertrouwen in de Dolomietenmarathon die een week later, op zondag 1 juli op het programma staat. Deze laatste is krampvrij, maar de tijd is absoluut voor verbetering vatbaar. Een ontknoping die ik niet had kunnen bedenken voor deze periode: ups en downs, superritten, dramatische tochten. Allemaal even bijzonder en ze zorgen voor voldoende bagage voor de komende periodes.

Zondag 1 juli, Dolomietenmarathon 2007, 138 kilometer, 7 uur en 8 minuten, 4.100 hoogtemeters
Als ik om kwart voor vijf de gordijnen open trek, zie ik al verscheidene renners richting de start gaan in La Villa. Ik werk net de laatste boterhammen weg, het is toch nog veel te vroeg om al weg te gaan? Goed gehydrateerd, om dezelfde fout als vorige week tijdens de Dreilaendergiro niet nogmaals te maken, vertrek ik een uur later, om na een korte afdaling een plekje te zoeken in het allerlaatste startvak. Het voelt bijna als een belediging, maar gezien mijn huidige vorm, of eigenlijk het totale gebrek er aan, sta ik hier vandaag wel prima. Het duurt al met al nog een uur voordat ik over de startlijn ga; rond kwart voor zeven klik ik de Edge aan en maak me op voor bijna 140 Dolomietenkilometers.

Rustig laat ik de spieren warm worden, onderweg naar Corvara. Grote voordeel van helemaal achteraan starten, is dat ik zelfs rustig rijdend veel mensen inhaal. Het nadeel blijkt op de eerste pas, de Campalono, waar ik niet echt een vrije route kan vinden. Mijn rechterbeen voelt niet super en ik durf daardoor weinig gas te geven en gaan de kilometers naar boven langzaam. In de afdaling naar Arabba, schat ik een bocht verkeerd in en en moet alle zeilen bijzetten om de bocht heelhuids door te komen. Ik heb de schrik in de benen; blijkbaar is de korte en bovenal slechte nachtrust funest voor de  concentratie. Op de Pordoi is het iets rustiger en kan ik mijn weg beter vinden. De hartslag durf ik echter niet boven de 160 te laten komen en regelmatig zie ik 150 staan. Dit wordt geen goede tijd, weet ik al gauw. Ik geniet nog maar even van het prachtige bochtenspel op deze pas. Er volgt een lange en koude afdaling. Nu weet ik de bochten wel lekker te ronden. Bij de kruising rechtsaf, waarna ik me opmaak voor de Passo di Sella, nummer 3 vandaag. Hier laat ik een grote bidon bijvullen en neem een bekertje cola. Een plaspauze verder en ik begin aan de kort klim.

Nog steeds haal ik veel mensen in, ondanks dat ik ruim op reserve rijd. Een paar bochten verder en ik hoor muzikanten bovenop de pas, die even later overstemd worden door een passerende ambulance. In de afdaling zie ik waar de ambulance naartoe ging. Een renner blijkt de afdaling niet ongeschonden te hebben voltooid. Ik hoop maar op het beste en daal behoedzaam af naar de start van klim 4, de Gardena. Deze heb ik met de auto gereden, dus ik weet ongeveer hoe deze loopt: een kort stukje klimmen, gevolgd door een lang stuk vlak en tot slot een wat langer stuk naar de pas zelf. Op dat laatste stuk krijgen we gezelschap van een helikopter. Het blijft een typisch gezicht, een helikopter van boven te zien. Eenmaal boven zie ik bijna 3 uur op mijn klokje staan. Verzuchtend over dit waardeloze tempo, begin ik aan de afdaling, terug naar Corvara. Mijn been voelt nog steeds alsof ik elk moment kramp kan krijgen. Ik besluit dat als ik de Campalongo voor de tweede keer zonder kramp kan beslechten, dat ik dan door ga. Ik bereik de pas in een beter tempo dan de eerste keer, en krampvrij. Na ravitaillering begin ik aan de lange afdaling naar de start van de Passo di Giau, de voorlaatste en ronduit zwaarste klim van vandaag. De twee kleine hobbeltjes die ik onderweg er naartoe tegen kom, stellen niets voor en zijn geenszins een voorbereiding op de steile eerste meter van de Giau. Direct moet ik het allerkleinste verzet opzoeken, de snelheid zakt terug naar 8, 9 kilometer per uur. Bovendien wordt het warm, heel warm. Zelfs de immer pratende Italianen zijn stil en fietsen geconcentreerd naar boven. Het geluid van schakelende derailleurs ontbreekt; eenieder zit op het kleinste verzet. De hitte en steilte begint al gauw zijn tot te eisen: mannen wandelen of zitten met kramp langs de kant. Ik hou de hartslag op 160, drink goed en hou een kleine versnelling. Zonder problemen bereik ik 1 uur en 10 minuten later de pas en na de ravitaillering, nooit gedacht dat cola zó lekker kon smaken, begin ik aan de afdaling naar Pocol, die steil en bochtig is. Eenmaal beneden schud ik wat ongedierte uit mijn helm en begin aan de laatste klim, die naar de Passo Valparola.

Omdat het de laatste klim is en eventuele kramp overkomelijk is, geef ik gas en laat de hartslag stijgen naar de 170. Mijn benen geven geen krimp en ik voel het klimmersbloed door mijn aderen stromen. Gevoelsmatig ziet iedereen stuk, behalve ik, want ik passeer ze alsof ze stil staan. Ik baal bijna van het vlakke stuk, hoewel dat wel lekker is om tempo te maken. Als het stijgen weer begint, reken ik aan de hand van de bebording uit wanneer ik boven ben. De hele klim verloopt soepel, mijn berekening blijkt niet van de zuiverste soort want 5 minuten later dan gepland, hijs ik mijn mouwstukken omhoog en doe mijn shirt dicht omdat de pas in zicht is. Ik sla rechtsaf om te zien dat ik zeker nog 1 kilometer moet klimmen. "Parcourskennis", verwijt ik mezelf. 6 minuten later begin ik alsnog aan de afdaling, die er eentje naar mijn hart blijkt te zijn: een brede weg met ruime, lekker lopende hairpins. In een heerlijk tempo zoef ik naar beneden, waarbij ik nog steeds veel mensen passeer. Ik mag dan uit vorm zijn, dalen kan ik nog steeds prima. Als ik in La Villa ben, resteert nog een kort stukje naar Corvara. De alsnog gehoopte 7 uur zie ik net buiten de bebouwde kom verstrijken. Wat een fluttijd. Enigszins getergd geef ik gas. Waarom had ik deze benen vanmorgen niet? Zonder dat ze een krimp geven, fiets ik in hoog tempo naar Corvara, waarbij ik zeker 100 mensen passeer. Met ruim 7 uur en 7 minuten op de klok, kom ik over de streep; ik vind het zelfs niet eens een felicitatie voor mezelf waard. Niet veel later, als ik de chip heb ingeleverd, komt er toch een blij gevoel naar boven, want tegen mijn eigen verwachtingen in, heb ik de rit probleemloos voltooid, en daarbij weten te genieten van de prachtige omgeving. Moe, maar toch voldaan zoek ik een weg terug door de drukte met wetenschap dat ik hier zeker nog een keer aan de start zal staan. En dan voor een fatsoenlijke tijd.
Chart and Data Analysis

Woensdag 27 juni, rustige duurtraining, 57 kilometer, 2 uur en 15 minuten, 955 hoogtemeters
Vanmorgen voelden de benen een stuk beter als gisteren. Wel voel ik dat mijn rechterdijbeenspier nog niet optimaal is, maar ik vond dat geen belemmering om vandaag een wat langer stuk te gaan fietsen. Een uurtje of 2, met wat hoogteverschil. Na een ontbijt trek ik de fietskleding aan en ga op pad.

Vanuit Nauders ga ik rechtsaf de Norbertshöhe op, die vanaf deze kant niet zoveel voorstelt. Slechts de laatste paar honderd meter tikt de Edge 7% af, maar dan ben ik ook al boven en begin ik aan de afdaling naar Martinez. 5 minuutjes later groet ik de douanebeambte en ga rechtsaf de B180 op. Het is druk met autoverkeer hier en ik houd zoveel mogelijk rechts. Met de hartslag schommelend tussen de 140 en 150 peddel ik rustig met de rivier mee. Bij een overkapping stijgt de weg en het resoneren van de auto's klinkt beangstigend; klimmen in zo'n tunnel is niet prettig. Even later, na een afdaling, begroet ik douanebeambte 2 en ga ik Oostenrijk weer in. Over de brug, rechtsaf, kom ik op een 'Radwanderweg', een anderhalf auto brede strook asfalt, glad als een biljartlaken en lekker rustig. Ik geniet volop als ik rustig fietsend het landschap voorbij laat glijden. In Pfunds zoek ik naa het vervolg van de route en vervolg ik mijn mijn weg. Even verderop is het einde fietspad en steek ik de weg over om mijn route daar te vervolgen. Na Stén en Schönegg, maak ik een foto op een bruggetje en besluit ik om te keren. Via praktisch dezelfde weg, fiets ik naar Martinez, waar de vijf kilometer lange klim naar de Norbertshöhe wacht. In tegenstellin gtot afgelopen zondag, toen ik moe was en het warm had, pruttel ik vandaag in een soepel tempo omhoog. In iets meer dan 20 minuten krijg ik het bordje van bocht 1 in zich en met de hartslag op 180 begin ik aan de afdaling naar Nauders, waar ik een vijftal minuten later de fiets weer in de stalling zet. Lekker ritje, de spieren hielden zich prima. Morgenavond nog een massage en dan maar hopen dat de spieren zich aankomende zondag goed houden.
Chart and Data Analysis

Dinsdag 26 juni, hersteltraining, rondje Reschensee, 30 kilometer, 1 uur en 10 minuten, 350 hoogtemeters
Goed, kramp dus. Kramp waar ik doorheen ben gefietst en dat voelde ik gistermorgen, met een pijnlijke knoop in mijn rechterdijbeenspier. Voorzichtig heb ik gepoogd de boel wat los te masseren, maar zonder de vertrouwde handen van Jan is het resultaat onvoldoende. Voor aankomende donderdag staat een afspraak met een lokale masseur. Na een dag rust vond ik het vandaag tijd om een uurtje hersteltraining te gaan doen, wellicht dat de benen hierna weer wat beter voelen.

Ik kies voor een rondje rond de Reschensee. Het begin van de route is gelijk aan afgelopen zondag. Vanuit Nauders linksaf, over de Reschenpas. Ik probeer de hartslaag laag te houden, maar minder dan 150 op dit stukje klimmen, lukt niet. Na de pas is het afdalen naar Resia, waarna de weg de contouren volgt van het stuwmeer. Echt klimmen en dalen tot aan San Valentino hoef ik niet en ik kan daardoor de benen rustig laten draaien. Bij wegwerkzaamheden duik ik het onverharde fietspad op, om even later de weg weer te kiezen. Over de stuwdam vervolg ik aan de andere kant van het meer mijn weg. Hier is een splinternieuw fietspad aangelegd, wat er prachtig bij ligt. Wel zitten er enkele korte doch heftige klimmetjes in, waardoor er wederom geen sprake meer is van een herstelhartslag. De benen draaien redelijk en ook de krampplek voel ik nauwelijks. Terug in Resia kies ik niet voor de grote weg, maar een fietspaadje, wat me om alle drukte heen terug naar Nauders brengt. Vlak voor Nauders moet ik aan de kant, omdat de koplopers van de Transalp me tegemoet komen. Even later, terug in het appartement, zie ik het peloton afdalen vanaf de Norbertshöhe. Mijn rechterbeen voelt niet top, maar wel beter dan voor de tijd. Hopen maar op een goed herstel de komende dagen.
Chart and Data Analysis

Zondag 24 juni, Dreilaendergiro, 165 kilometer, 7 uur en 10 minuten
Het was gisteren een lange rit; ruim 11 1/2 uur over Hardegarijp-Nauders. Vermoeid van de lange rit en de te korte nacht, kwamen we rond half vier aan in een prachtig appartement in Nauders. Na het uitladen heb ik het startnummer opgehaald en de fiets startklaar gemaakt. Ondanks dat we er vroeg in lagen, was de nacht wederom te kort: om half vijf stond ik naast mijn bed en probeerde wat eten en drinken naar binnen te krijgen. Om kwart over zes ging ik naar start, waar ik bijna achteraan in het startvak belandde. Na het startschot duurde het dan ook bijna 10 minuten, voor ik over de mat reed. Ik klok de Edge aan en begin aan de 165 kilometer lange rit. Op naar de Stelvio!

Vanuit Nauders moeten we eerst de Reschenpas beslechten. Dit stelt niet zoveel voor en na 6 kilometer begint de afdaling aan Italiaanse kant. De benen voelen prima. Als de weg vlak wordt kan ik een redelijk snelle groep houden. Na San Valentino volgt een korte afdaling naar Malles. Ik eet wat en zoek even later de berm op voor een plaspauze. Na Prato allo Stelvio begin de weg wat meer te stijgen, maar veel stelt het nog niet voor. In een haarspeldbocht ontwaar ik een bordje '48'. "48 bochten?", bedenk ik me. Ik besef dat ik me beter had moeten voorbereiden. In Trafio is de eerste ravitaillering, waar ik al rijdend een banaan aanpak. Vanaf hier begint het echte klimwerk. Ik hou de hartslag rond de 170 en geniet van de prachtige klim, die na elke bocht mooier wordt. Dan kom ik in het stuk wat fameus is en tellen de bochten vlot af: 25-20-10-5. In bocht 1 is weer een uiterst goed verzorgde ravitaillering en het stukje daarna naar de top stelt weinig meer voor. De Stelvio bleek, ondanks zijn hoogte van 2.757 meter, een relatief eitje.

De afdaling is koud. Al snel klappertand ik. Er volgt een stukje 'Naturstrasse', min of meer onverhard en behoedzaam daal ik verder naar Santa Maria, waarna de tweede klim van vandaag begint: de Ofenpas. Direct stijgt de weg en is van de kou weinig over. 900 meter hoogteverschil, de helft van de Stelvio, en het valt me zwaar. Ondanks dat de pas al gauw in zicht komt, lijkt de weg er naartoe eindeloos. Een paar kilometer voor het top word ik aangesproken door Klaas Veenbaas, jullie bekend vanwege zijn deelname aan Alpe d'Huzes + 1. Ik krijg een dip, heb honger en ik heb het warm, heel warm. Ik ben dan ook blij als ik boven ben en kan beginnen aan de verkoelende afdaling. Klaas waarschuwde me al voor nog een klein stukje klimmen en dat komt dan ook. Het lijkt niet veel, maar plots betaal ik de tol voor de 2 te korte nachten, de lange autorit en de warmte waarbij ik te weinig heb gedronken: kramp. Ik weet op de fiets te blijven door staand verder te klimmen en met pijn in mijn rechterbeen kom ik boven. Snel begin ik aan de afdaling om de spieren los te draaien; stil staan is nu funest. Bij de eerstvolgende controlepost is het been redelijk los en recupereer ik kort. Er resten nog zeker 40 kilometer tot aan Martinez en ik hoop maar dat de weg vlak is. Voor het grootste gedeelte is dat gelukkig het geval en de schaarse klimmetjes ga ik behoudend omhoog. Slechts 1 plek met wegwerkzaamheden zorgt voor oponthoud, maar 3 prachtige Lamborghini's maken het wachten de moeite waard. Ook het restant tot aan Martinez is prima te doen en ik rijd zelfs hele stukken op kop. Als ik de plaatsnaambebording in zicht krijg, weet ik dat er nog 1 klim rest tot de finish.

De klim stelt niet veel voor, maar de warmte is killing. Ik probeer zoveel mogelijk met mijn linkerbeen kracht te zetten, om zo de rechter te ontzien. Het gaat prima, want ik passeer menig renner. Hoe dichter ik bij bocht 1 kom, hoe moeilijker ik het krijg om de warmte te verteren, maar het lukt, en nog krampvrij ook. Ik laat de fiets rollen in de afdaling naar Nauders waar ik na iets meer dan 7 uur en 10 minuten over de mat rijd. Langzamer dan ik wilde, maar minder tijd verloren dan ik vreesde, toen de kramp begon. Met een geel 'Dreilaendergiro'-shirt, ga ik terug naar het appartement, waar ik een heerlijk bad neem. 3 kwartier later, als ik eruit stap, schiet opnieuw de kramp in mijn been. Ik strek en masseer het weg. Afgezien van de kramp was het een prachtige rit en heb ik er van genoten. Een beetje rust, en dan met name nachtrust, zal me hopelijk goed doen, want ik moet natuurlijk vóór volgende week zondag wel weer hersteld zijn.
(Helaas geen gps'je)

Dinsdag 19 juni, intensieve duurtraining, 47 kilometer, 1 uur en 34 minuten
Ik ben een beetje lui geweest de afgelopen weken, vind ik van mezelf. Na terugkomst uit Frankrijk heb ik maar een paar keer op de fiets gezeten. Deels komt dit doordat ik moest trainen voor de halve marathon, vorige week zondag, deels komt dit door het slechte weer van de afgelopen week. Wat ook telt, is dat ik even niet zoveel zin meer heb. Ik kan me momenteel moeilijk motiveren om te gaan fietsen. Een precieze oorzaak weet ik niet, maar ik denk dat het komt door alle drukte en wellicht dat het vlakke Friese land na de prachtige Franse bergen gewoon even minder inspireert. Hoe dan ook, vandaag was een prachtige, zonnige dag en dus vond ik het hoog tijd om weer wat kilometers weg te trappen, een laatste serieuze training voordat we aanstaande zaterdag naar Oostenrijk verhuizen voor vakantie.

Omdat mijn hele trainingsschema een beetje in de war is geraakt, besloot ik een intensieve duurtraining te doen van zo'n anderhalf uur, waarbij ik 1 blok van ongeveer 30 minuten in D2 wilde rijden. Ik vertrek noordwaarts en merk al gauw dat de Zuidwestenwind die ik had verwacht, in werkelijkheid Noordoost is. De dichte begroeiing houdt gelukkig de meeste wind bij me vandaan. De hartslag stijgt gestaag naar de D1 zone en rustig peddelend laat ik het landschap aan me voorbij gaan. Na 10 minuutjes stop ik even, omdat ik telefoon krijg. Uit de wind en in de zon staat het heerlijk. Doch, de benen roepen om kilometers en ik ga verder, richting Damwoude. Na de rotonde, midden in het dorp zet ik aan om mijn hartslag in de D2-zone te brengen. Dit lukt zonder problemen en met een lekker tempo stuur ik van Damwoude naar Wouterswoude, waar ik rechtsaf ga, richting De Triemen. De route is zo bekend, dat ik op de automatische piloot de afslagen neem rijd ik om Veenklooster heen op weg naar Buitenpost, waarna er volgens de Edge nog 3 minuten resten van het blok van 30 minuten. Als ik om het dorp heen draai, zit de tijd erop en kan ik in D1 uitfietsen. Dan voel ik mijn rechtervoet, een stekende pijn, buitenkant voet. Opgelopen tijdens de halve marathon, weet ik, en zo nu en dan voel ik het. Ik schakel wat kleiner om de druk eraf te halen en fiets door richting Kootstertille. Langzaam zakt de pijn weer weg. Na Kootstertille volgt Eestrum en daarna linksaf de parallelweg op. Verderop volg ik het fietspad langs de Zomerweg en 10 minuten later krijg ik Hardegarijp weer in het vizier. Na ruim 1 uur en 34 minuten stop ik de Edge. Enigszins hinkelend loop ik van de schuur het huis weer in. Ondanks dat ik niet echt zin had om te fietsen, ben ik toch met een tevreden gevoel thuis gekomen. Als het weer het toelaat, doe ik donderdag nog een woon-werkritje, maar wat mij betreft was dit ook een prima afsluiter voor de vakantie.
Chart and Data Analysis

Zondag 17 juni, rustige duurtraining, 47 kilometer, 1 uur en 40 minuten
De afgelopen week was er één van herstellen van de inspanningen van de halve marathon, maar ook zeker van de verbranding van de huid op mijn schouders. Zelfs na bijna 32 jaar blijkt mijn blanke huidje nog niet in staat om een paar uurtjes zomerzon te verteren zonder bescherming. Het resultaat waren 3 slapeloze nachten en inmiddels ben ik ook voluit bezig met vervellen; het hoort er allemaal bij. Gisteren had ik voor het eerst weer wat kilometers willen wegtrappen, maar het onstabiele weer hield mij binnen. De voorspellingen voor vandaag waren beduidend beter. Toch bleek het ook vanmorgen nog niet echt super. Met een kritische blik op de buienradar leek het pas rond een uur of elf tijdelijk wat droger te worden. Met overschoenen en een niet te donkere zonnebril waagde ik het erop.

Ik stuur behoedzaam het dorp uit. De weg is drijfnat en ik weet als snel dat ik na afloop de poetsdoek ter hand kan nemen. Na een kilometer of 3 wordt de lucht toch wel heel donker en het resultaat daarvan laat niet lang op zich wachten. Een heuse stortbui zorgt ervoor dat ik binnen 30 seconden drijfnat ben. Verzuchtend stuur ik door. Het maakt nu ook niet meer uit. Als ik in Leeuwarden ben, is het droog en kunnen ook mijn kleren weer wat opdrogen. Dwars door Camminghaburen, ga ik via het industrieterrein en de wijk Aldlân op weg naar Goutum. Hier is de weg kurkdroog en even baal ik dat ik niet nog 10 minuutjes later weg ben gegaan. 'Gedane zaken nemen geen keer', weet ik ook en dus laat ik mijn fietsdag er niet door bederven. Wel besluit ik reeds in een vroeg stadium dat het geen lange rit wordt, want mijn benen weigeren elke vorm van souplesse. Gelukkig gaat het gaandeweg de rit steeds beter. Ook doet de zon, die zo nu en dan door de wolken breekt, op mijn gezicht me goed. Voor Grou ga ik linksaf, terug naar Wartena. Met de wind in de rug merk ik van de slechte benen heel weinig. Als ik na 1 uur en 40 minuten weer thuis ben en mijn fiets afspuit, heb ik een tevreden gevoel over deze rit. Met nog een week te gaan tot de Dreilaendergiro, reken ik erop dat de benen dan weer als vanouds voelen.
Chart and Data Analysis

Zondag 10 juni, (halve) Marathon van Leeuwarden, 21,1 kilometer, 2 uur en 57 seconden
Zoals voorspeld, zou de warmte vandaag mijn grootste tegenstander kunnen zijn. Gisteravond leken de weersomstandigheden plots een stuk gunstiger: bewolkt bij de start, ongeveer 20 graden. Pas in de middag zou de zon door de bewolking heen breken. Mede hierdoor zat ik goedgemutst in de auto. Het ophalen van mijn startnummer, gisteren, had het lopersbloed ook al wat sneller door mijn aderen laten stromen en nu ook de weersomstandigheden een stuk gunstiger waren, had ik er gewoon zin in. In het te volle startvak wachtte ik geduldig op het moment dat we weggeschoten zouden worden, wat net na half elf het geval was. Langzaam zette de menigte zich voor mij in beweging.

Ik begin rustig en probeer de hartslag in het begin niet boven de 150 te laten komen, maar de warmte maakt dat praktisch onmogelijk. De drukte in de smalle straten en later op het te smalle voetpad, zorgt ervoor dat ik niet echt snel kan lopen en toch tikt de meter bijna de 170 aan. Nadat we de Tesselschadestraat achter ons laten, krijgen we iets meer ruimte. De eerste drankpost zie ik te laat en laat ik daarom maar voor wat het is. Henk loopt voor me en ik hou hem in het vizier. Ik wil proberen vóór hem te finishen. Op de Marshallweg kruip ik langzaam naar hem toe. Onder het spoorviaduct, steek ik 10 meter af over het gras en zit daardoor ineens voor hem. Ik hoop maar dat hij het niet heeft gezien, want dan gaat hij proberen bij mij aan te haken. Omhoog, het viaduct op is zwaar, daarentegen gaat naar beneden een stukje sneller. We gaan rechtsaf de Middelzeelaan op, langs de atletiekbaan van Lionitas, waarna de 2e drankpost zich aandient. Wandelend drink ik een bekertje leeg en vervolg daarna mijn weg. Mijn hartslagmeter piept dat het een lieve lust is; de gps-ontvangst is slecht en daardoor gaat de meter steeds aan en uit. Hier heb ik dus wat tijd betreft vandaag niets aan, besef ik. Op het smalle fietspad langs het Van Harinxmakanaal is de groep al dusdanig uit elkaar getrokken, dat de ruimte voldoende is. Daarna gaan we linksaf, de Verlengde Schrans op. Hier zitten of staan de mensen ons weer in grote getalen aan te moedigen. Langzaam begint de zon door de wolken te breken en voel ik de warmte. In plaats van de parallelweg kies ik daarom de schaduwrijke stoep. Vlak voor het gebouw van de Leeuwarder Courant, is een volgende verversingspost met welkome sponzen. We gaan rechtsaf het fietspad op, langs de Potmarge. Ik loop achter iemand met blauw haar en een radiootje in zijn hand. Piter Wilkens klinkt door het kleine speakertje, met zijn Liwwadder Blues: 'Ut het noait wat weest, en it su ook noait wat wurde. As't in Liwwarden geboaren bist, dan kaanst it wel skudde', klinkt het inspirerend vóór mij. Het leidt de aandacht even af en voor ik het weet passeren we het MCL, waarna we linksaf gaan naar het Drachtster plein. Hier melden de toeschouwers wat ik al wist: dit is ongeveer halverwege.

De zon heeft de meeste bewolking inmiddels wel weggedreven en ik weet dat het resterende deel alsnog warm gaat worden. Mijn benen voelen echter prima, zelfs soepel. Mijn maag verteert het water zonder problemen en dus heb ik veel vertrouwen in het restant. Na de Intratuin is nog een waterpost, waarna we rechtsaf weer naar de Potmarge gaan, over een schaduwrijk fietspaadje. "Must dou niet met loape?", roept een loper voor me naar een voor hem bekende toeschouwer. "Bist idioat!", is het nuchtere antwoord. Het blijft een mooi taaltje, dat Liwwadders. We gaan over een bruggetje, daarna rechtsaf terug naar de Aldlânsdyk, waar we linksaf gaan naar industrieterrein 'De Hemrik'. Hier zijn geen bomen meer en begint de warmte zijn tol te eisen. De eersten zie ik wandelen. Bij de verversingspost neem ik, wandelend, nog een bekertje water. Het laatste echte obstakel wacht: het spoorviaduct, het viaduct waarop ik met de fiets altijd krachttraining doe. Nu is het zwaar, maar ik weet dat verderop collega Beitske woont én als het goed is klaar staat om me aan te moedigen. Van verre zie ik haar al op het dak van de auto staan, met camera. Ook mijn vriendin heeft daar stelling genomen en onder hun aanmoedigingen maak ik me op voor de laatste 5 kilometer. Mijn benen voelen nog steeds heerlijk.

Langs het water gaan we in één rechte lijn terug het centrum van Leeuwarden in. Ik kan een glimlach niet onderdrukken als ik aan de reling van het spoorviaduct een spandoek zie hangen: "Johan is een held", staat er in koeienletters op. Beitske heeft haar belofte uitgevoerd. Veel sponzen en particuliere waterinitiatieven zorgen voor verkoeling. Ik heb de wind in de rug en dus is alles welkom. Ik probeer de snelheid wat te verhogen, wat redelijk gaat. Langzaam kruipt mijn hartslag richting 180. Genadeloos trekt mijn lichaam echter aan de rem als ik het Noordvliet op loop, want ik krijg een steek in mijn zij, waardoor ik noodgedwongen rustiger aan moet doen. Op het Zuidvliet ligt een dame met oververhittingverschijnselen tegen een dranghek. Zo dicht bij de finish en niet gehaald, want een ambulance haalt haar op. Ik zit in de laatste kilometer en negeer de nog steeds wat opkomende kramp door te versnellen. Collega Anton staat langs de kant foto's te maken. Over de brug, rechtsaf de Nieuwekade op. De rij met toeschouwers wordt langzaam aan dichter. "Kom op, Johan", hoor ik mijn baas Anno rechts van me roepen. Ik zwaai terug en krijg de rotonde in het vizier die me linksaf de Groeneweg op stuurt voor de laatste paar honderd meter naar de finish. Collega Rienk staat schreeuwend op de dranghekken me aan te moedigen. Het voelt goed en ik versnel nog maar eens. Collega Ronny met vrouw moedigt me aan voor de laatste meters, waarna ik tevreden kan afklokken op de finishlijn.

Mijn klokje geeft geen uitsluitsel over de tijd, maar het zal rond de 2 uur zijn. Geen pr, toch ben ik tevreden, want het is de hele rit lekker soepel gegaan en ik heb de warmte goed weten te verteren. Afgezien van wat pijnlijke voeten, voel ik me prima. Collega's Lambert en Cathrien (die beide vanwege blessures niet konden meedoen) feliciteren me met de loop en hebben een aardigheidje in de vorm van een opgestoken duim. Langs de kant van het parcours wachten we op de binnenkomst van andere collega's, die langzaam binnen druppelen. Henk komt een ruim kwartier na me binnen. Hem vóór blijven is dus zeker gelukt. Hij is zeer tevreden, want de omstandigheden waren toch zwaar. Een half uurtje later gaan we weer, op weg naar naar huis. Een prachtig evenement, waarover ik niet minder dan tevreden kan zijn. En dat ben ik dan ook.
Chart and Data Analysis
(gps'je niet helemaal goed)

Vrijdag 8 juni, ambtenarentoertocht Amersfoort 2007, 151 kilometer, 5 uur en 23 minuten
Marieke wist Douwe te overtuigen om vandaag mee te doen met de ambtenarentoertocht in Amersfoort, geholpen door het feit dat ik zondag aan de start sta van de halve Marathon in Leeuwarden ("ik wordt dus gewoon als rem gebruikt?") en ik het dus opzeker rustig aan ging doen. Cees bleek niet te vermurwen, omdat hij over 2 weken wil meedoen aan de Mountainbikecyclo Midden Nederland. Ik had Douwe beloofd dat, mits we het rustig aan gingen doen, het voor hem een perfecte voorbereiding zou zijn voor diezelfde mountainbikerit. Net voor achten schreven we ons in en na een korte koffieronde gingen we richting startlijn waar de startstempel hoogstpersoonlijk door de burgemeester van Amersfoort werd gezet. Met een aangereikte mueslibol stuurden we het parkeerterrein af, op weg voor 160 hete kilometers.

Het begin door de spits in Amersfoort is oppassen geblazen, omdat ook veel schoolkinderen gebruik maken van het smalle fietspad. Als we eenmaal buiten de stadsgrenzen zijn is ook de drukte voorbij en

Het team Visser en Van Schuppen
rustig peddelend laten we de eerste kilometers onder ons door glijden. De groep die tot dan toe achter ons aanreed, passeert ons en we haken aan. Hierdoor gaat het tempo flink omhoog, tot ruim boven de 30, zonder dat we er extra moeite voor hoeven doen. Douwe kan het probleemloos bijbenen, Marieke fietst wat heen en weer tussen de kop en de staart van de groep. Bij het eerste de beste klimmetje beginnen haar ogen te glinsteren en schiet ze naar voren om als eerste boven te zijn. Toch opgejaagd zie ik 170 harstlagen staan op mijn teller. Douwe is verstandiger en volgt op gepaste afstand. Na de afdaling duurt het even voor de groep weer bij elkaar is, maar zodra dat het geval weer is, gaat het tempo weer lekker omhoog. Er volgt een lang stuk, slingerend langs de Lek, op weg naar Vreeswijk, waar we over een sluis het Lekkanaal passeren. Douwe kan nog steeds prima volgen, hoewel ik het idee heb dat hij soms nét wat harder fietst dan hij zou willen. Mijn eerste drinkbus is na 60 kilometer leeg en ik wacht met smart op de eerste controle, als ik me plots herinner dat die pas na 80 kilometer in de planning stond. Douwe heeft bovendien hetzelfde probleem als ik: plasperikelen. Met een "we zijn er bijna" weet ik de motivatie hoog te houden en na Schoonhoven, komt Vlist op de borden, waar de eerste controle is. Nadat Marieke een andere renner overtuigend het verschil tussen "voor!" en "tegen!" heeft uitgelegd en Douwe bijna met fiets en al verkoeling heeft gezocht in de nabijgelegen sloot, komen we bij de controle. Hier strijken we met een colaatje en een raket voor Marieke neer op het terras. Douwe licht de aan het werk zijnde Cees even in over hoe het gaat. In de hitte vervolgen we even later met zijn drieën de route.

Het tempo ligt wat lager dan net en achter de dijk zitten we beschut, met als resultaat dat het warm begint te worden. Zo spraakzaam als Marieke de eerste 80 kilometer was, zo zwijgzaam gaan we nu over de slingerende weg. Door de warmte is de hartslag hoog en verteren de kilometers langzaam. De mooie omgeving maakt veel goed. 20 kilometer verderop, in Harmelen, is een door het Iza gefaciliteerde controlepost met water én schaduw. Marieke reageert teleurgesteld dat we nog 'maar' 50 kilometer hoeven, bijna 10 korter dan voorspeld.  Na een korte verfrissing vervolgen we onze weg, waarbij we wederom in een groep terechtkomen en daardoor het tempo kunnen opvoeren. Douwe oogt nog redelijk fris. Ondanks dat benadruk ik hem zich wel wat te blijven verschuilen in de groep. Ondanks dat hij daar naar luistert, is zijn hartslag nu wel te hoog om het nog een rustig duurtempo te noemen. De 185 slagen zijn voor mij reden om aan de rem te trekken en in ons eigen tempo komen we aan bij de laatste controle in Tienhoven, waar sportdrank en een banaan op ons wacht. Douwe is trots op zichzelf, want het gemiddelde ligt tot dan toe op 31,2 kilometer per uur. Niet slecht, zeker niet op een mountainbike.

We gaan verder en haken aan bij een groepje. Als Marieke en ik passeren, hoor ik een schreeuw ("Johan!") achter me en omkijkend zie ik een bekend handgebaar en een door de donkere zonnebril verhulde blik: kramp. Douwe baalt ("daar gaat mijn gemiddelde!"), maar er zit niets anders op dan te temporiseren in het slotstuk. Na wat rekken en strekken en 2 cola's bij de benzinepomp vervolgen we met een rustig tempo onze weg. Drie kwartier later kan ik een opgeluchte Douwe melden dat verderop het sportpark is waar we finishen. Ik spurt weg. "Wat doet hij nou?', vraagt Marieke aan Douwe. "Hij demarreert", is zijn antwoord, waarna de achtervolging zondermeer wordt ingezet. Het plaatsnaambord "Amersfoort" laat ik met gestreken shirt aan me voorbijgaan en als ik merk dat Marieke zit te azen op het finishdoek volgt nog een korte sprint-á-deux, die ik ook als eerste met een brede grijns weet te passeren. Als we uit staan te hijgen, komt Douwe even later stoïcijns aanfietsen en meldt dat hij "blij is dat 'ie het heeft overleefd". Met 2 biertjes en een cola (ik moet immers zondag weer) genieten we onder een boom, met een fris windje nog even na van deze goed georganiseerde tocht met een mooie route door een prachtig stukje Nederland.

Al met al heb ik het rustig aan weten te doen en nu is het zaak om voldoende te herstellen voor aanstaande zondag. Ik hoop jullie na afloop met een positief verslag te kunnen schrijven. De weersvoorspellingen zijn warm, dus het zal zeker zaak zijn voldoende te hydrateren en rustig aan te doen, om situaties als een maand of wat terug in Bergum te vermijden.
Chart and Data Analysis

Zaterdag 2 juni, rustige duurtraining, 57 kilometer, 2 uur precies
Volgende week zondag, 10 juni dus, staat de Marathon van Leeuwarden op het programma, waar ik aan de start sta voor de halve versie van 21,1 kilometer. In het kader van de 'vitaliteit' op mijn werk, kon (en wilde) ik niet anders dan hier aan meedoen. Dat is ook de reden dat ik nog steeds hardlooptrainingen doe, waardoor mijn werkelijke trainingen afwijken van de planning en ik jullie soms dagenlang zonder verse update laat wat deze site betreft. Voor wie ook mijn hardloopperikelen kan volgen, op de site Leeuwardenloopt.nl vind je mijn hardloopverslagen.

Vandaag had ik mee willen doen met de Ronde van Oranjewoud, maar gezien wat rugproblemen, nog pijnlijke spieren van een hardlooptraining afgelopen woensdag en een opkomende verkoudheid, leek het me verstandiger om dit aan mij voorbij te laten gaan. Wel lokte het weer enorm om naar buiten toe te trekken en daarom haalde ik vanmorgen tegen tienen de racefiets maar van de haak om de benen weer even los te draaien over het vlakke Friese land. Vlak rijden, op souplesse, is altijd lastig na een weekje bergkilometers. Vandaag was daar geen uitzondering op; alsof het lichaam instinctief een beetje inhoudt, omdat het een berg verwacht.

Net buiten Hardegarijp zet ik de hartslag op 140 en zet koers richting Bergum. Met een schuin oog op hartslag- en cadansmeter probeer ik een lekker tempo te houden en vooral te genieten van de omgeving, die in de maanden juni en juli op zijn mooist is. Na Suameer en Oostermeer, bonjour (ik blijf toch wat in Franse termen) ik een stel toerders bijna de berm in met een iets te luide trek aan de bel. Verontschuldigend fiets ik door en sla rechtsaf naar Rottevalle, waar ik, onder de weg door, linksaf ga naar Boelenslaan en vervolgens Surhuisterveen. Op deze weg is een snelheidslimiet van 60 kilometer ingevoerd en dat fietst toch een stuk prettiger. Na Surhuisterveen fiets ik over het fietspad door naar Buitenpost. Een mentoer (heet het zo?) zorgt ervoor dat ik op moet passen voor paarden, iets waar ik sinds het akkefietje met Marcel, groot respect voor heb gekregen. De brug bij Blauforlaet laat me voelen dat mijn benen nog steeds niet écht hersteld zijn van vorig weekend. De 3% over hooguit 150 meter voelen zuur aan, watje dat ik ben. Na Buitenpost rijd ik door over Veenklooster en Kollumerzwaag, om vervolgens rechtsaf door Twijzerlerheide en Zwaagwesteinde terug te gaan naar huis. Na iets meer dan 2 uur ben ik weer thuis en kan die fiets weer aan de haak. In het zonnetje puf ik even uit. Douwe belt nog even, om te informeren over volgende week vrijdag (Cees is afgehaakt), de Ambtenarentoertocht in Amersfoort. Ik heb hem er geprobeerd van te overtuigen dat ik rustig aan gaan doen (ik moet 2 dagen later een halve marathon lopen), dus ik hoop maar dat hij het ziet zitten. Douwe, ik reken op je!
Chart and Data Analysis

Zondag 20 tot en met zondag 27 mei, vakantie in Bédoin (Frankrijk, Provence) met als afsluiting 2 cyclo's
Afgelopen week zat ik met mijn vader in Bédoin, om ons een weekje te kunnen voorbereiden op 2 cyclo's: La Ventoux Beaumes-de-Venise afgelopen zaterdag en de Grimpée de dag erna. Een verslag van 8 dagen die veel te snel voorbij waren.

Zondag 27 mei, Grimpée du Ventoux, 21,2 kilometer, 1 uur, 38 minuten en 31 seconden, 1.586 hoogtemeters
Het begon gisteravond te regenen toen ik net op bed lag en dat ging de hele nacht door. Toen ik net na zessen wakker werd, was het echter wonderwel droog. Eenmaal uit bed, zag ik hoe het water vanaf het dak van de veranda keurig mijn raceschoenen was ingelopen. Een goed begin. Na ontbijt en geestelijke voorbereiding, vertrek ik net na achten om me warm te gaan rijden. In Bédoin is het al een drukte van belang; ondanks de regen van afgelopen nacht is de opkomst wel goed. Ik volg het rondje dat de brandweermannen vorige week zaterdag als "Contre Le Montre" (tijdrit) hier reden. Mijn benen voelen wonderwel prima, maar uiteraard voel ik de rit van gisteren nog wel. Vooral als de weg iets stijgt, voel ik de pap in mijn benen. Lekker doorpeddelend maak ik het rondje af en daarna doe ik er nog een halve versie achteraan. Tegen 10 voor 9 nestel ik mezelf in het startvak, hoewel je dat eigenlijk zo niet kunt noemen. Eric, die me gisteren aanmoedigde, heeft zich vanmorgen ook maar ingeschreven en komt naast me staan in het startvak. We maken een praatje en wachten op de start die, net als gisteren, bijna een kwartier te laat is. Na wat gebabbel van de organisatie mogen we op pad.

Het begin gaat bijzonder vlot. Ik probeer mee te rijden met de groep, maar al gauw breekt het. Tot aan Sainte-Colombe blijft het tempo redelijk hoog, hier pak ik enkele minuten op mijn snelste tijd, weet ik. In de korte afdaling die volgt naar Sainte-Estève probeer ik wat te herstellen. Als de weg 180 graden draait, zoek ik de triple met een bijpassend tempo op, voor de lange klim die volgt. Ik weet dat ik inmiddels ergens in de achterhoede rijd. Zolang ik niet laatste ben, vind ik het prima. Nu de weg steiler is, gaat het met mijn positie wat beter, want langzaam haal ik andere deelnemers bij. De dichte mist maakt het wel erg lastig om mezelf te oriënteren: pas als ik er ben, herken ik dingen. De haren op mijn onderarmen zijn door de mist; het lijken net grassprieten, met dauw, bedenk ik me. Na de haarspeld ben ik op de helft. Iemand die ik zojuist heb ingehaald passeert mij weer, als de weg verderop weer vlakker wordt, wisselen we weer van positie. Als de volgende haarspelden komen, weet ik dat ik bijna bij Chalet Renard ben. Het tempo kan wat omhoog, want de komende kilometers is het een stukje vlakker. Relatief dan. De bomen verdwijnen en de mist lost ook op, waardoor ik het Observatoire in zicht krijg. Volgens een snelle berekening, moet ik binnen 1 uur 40 boven kunnen zijn. Ik haal een grote groep wandelaars in, passeer het monument van Tom Simpson en dan zit het er echt bijna op. Versnellen lukt niet meer, maar ingehaald worden gebeurt ook niet meer. Met 1 uur, 38 minuten en 31 seconden op de klok rij ik over de mat: maar liefst 9 minuten sneller dan mijn pr, én dat met de cyclo van gisteren in mijn benen. Uiteindelijk 71e geworden op 126 deelnemers. Dik tevreden!

Ik trek mijn windbreker aan, neem een halve banaan en een flesje water en geniet van het uitzicht. In het dal ligt een dikke wolkenmassa. Bovenop de Ventoux schijnt de zon en is het niet koud. De afdaling die volgt is dat echter wel en ik ben dan ook blij als ik in het dal ben, waar ik mijn chip inlever. Jaike zit er ook met haar vriend, die gisteren vierde werd en vandaag de hoogste trede van het ereschavot voor zijn rekening neemt. Na een kort gesprek vertrek ik richting camping en na een snelle douche, vertrekken we in de auto, op weg naar huis, met een prachtige fietsvakantieweek als bagage.
Chart and Data Analysis

Zaterdag 26 mei, La Ventoux Beaumes-de-Venise, 144 kilometer, 5 uur, 28 minuten en 25 seconden, 3.400 hoogtemeters
Na een week die vooral erg warm was, regende het vanmorgen kort toen we tegen zessen aan het ontbijt zaten. Donkere wolken trokken langzaam en dreigend over ons heen. De temperatuur was echter prima en onderweg naar de start in Beaumes-de-Venise, leek het wat op de klaren. Ik mocht in het voorste startvak plaatsnemen, waar ook Arnold, Wouter en het team Veltec (Oege Hiddema, Alan en Analleen) present waren. Al pratende vloog de tijd voorbij en ondanks dat de start een ruime 15 minuten later was dan gepland, was het moment zomaar daar en konden we vertrekken.

In de afgelopen week heb ik het grootste deel van het parcours verkend. Helaas niet nauwkeurig genoeg, want in Lafare gaan we nu rechtsaf in plaats van rechtdoor naar Suzette. Dit blijkt niet alleen een aardig stuk om, maar ook nog aardig wat extra hoogtemeters, met als toetje een vies-steile laatste kilometer naar Suzette. 19% geeft de Edge aan. Mijn benen zitten hopeloos vol als ik het bordje van de col passeer. Even verderop zie ik een lang lint renners al over de col de la Chaîne fietsen. Als het zo blijft gaan, dan wordt het vandaag geen supertijd, besef ik. Met een tandje terug om krachten te sparen, begin ik 10 minuten later na diezelfde col aan de afdaling naar Malaucène.

Dit deel van de route heb ik wel verkend, afgelopen dinsdag. Als we buiten Malaucène rechtsaf het bos indraaien en de weg serieus begint te stijgen, zoek ik de triple op en zet de hartslag op 170. De benen willen echter niet en langzaam zakt de hartslag terug naar de 160-165. Vooral als de weg wat vlakker wordt, heb ik moeite om volle bak te blijven draaien. Renners passeren mij mij enige regelmaat en ik heb het gevoel een achterhoedegevecht aan het leveren te zijn. Pas op het laatste stuk naar Le Mont Serein, waar de weg een stuk steiler wordt, begint het weer wat beter te draaien. Vooral na de korte ravitaillering, met een halve banaan en een verse bidon water, vloeit de kracht terug in mijn benen. De laatste zware kilometers naar de top gaan dan ook een stuk soepeler. In de dichte mist, hoor ik plots het geluid van het observatoire en weet ik dat ik bijna boven ben; zien kan ik niet, pas als ik er daadwerkelijk ben. Bovenop trek ik snel een windbreker aan en wil snel aan de afdaling beginnen. Als ik mijn zonnebril omhoog hou, om wat te kunnen zien, besef ik echter dat de mist zo dik is dat ik geen 20 meter kán zien. Uiterst behoedzaam daal ik de eerste kilometers af. Pas na het monument van Simpson klaart de mist op en kan ik 'het grote mes gaan slijpen' in de afdaling naar Sault. Er is een renner bij mij aangesloten en kop-over-kop sturen we naar beneden, waarbij we menig renner 'opvegen'. Eenmaal beneden is de groep een man (en 2 dames) of 20 groot. In de korte klim naar Aurel verhuist de windbreker weer in de achterzak en neem ik wat sportdrank. Na Aurel blijkt mijn verkenningsrit nuttig geweest, want de omleiding bestaat nog. Hierdoor zit ik voorin als de groep breekt, eigenhandig verzorgt door de één van de dames in het gezelschap, die de andere dame in de groep op achterstand wil rijden. Ik volg, met nog een andere renner. "Ik wil naar die groep", zegt ze, wijzend op de groep die 500 meter voor ons rijdt. Ik neem de kop over en rijd het gat voor de helft dicht. Als de andere renner overneemt, moet ik echter de tol betalen voor mijn inspanningen: ik moet eraf en kijk lijdzaam toe hoe mijn 2 medevluchters aansluiten. In de afdaling naar Montbrun-les-Bains kan ik echter mijn sterke punt laten zien: dalen. Wederom geholpen door de verkenning, sluit ik net voordat we de vallei van de Toulourence binnen rijden weer aan. De groep is opnieuw een man of 20 groot.

Wat zich dan ontspint, is een gevecht tussen 2 dames die strijden om een plek op het podium (in hun categorie): Jaike de Graaf en Mascha Pijnenborg (Die namen wist ik toen nog niet, maar voor het verhaal is het wel even makkelijk). Jaike was degene die na Aurel het gat dichtreed, Mascha reed dus al in de groep er voor.

In tegenstelling tot afgelopen dinsdag, hebben we de wind nu vol mee in de vallei. Dit, in combinatie met de dalende weg, zorgt voor een hoge snelheid. Ruim boven de 50 en soms boven de 60 per uur stuiven we door de vallei heen. Eerst verschuil ik me in de groep, om weer wat krachten op te doen, maar even later kruip ik naar voren om een heel stuk kopwerk te doen. Mijn benen voelen plots prima: sterk en niet meer moe. De 2 dames gunnen elkaar geen meter. De voorlaatste waterpost bij St. Legèr-de-Ventoux, vlak voor de klim, wordt dan ook genegeerd. Vlot daarna breekt de tot dan toe slechts dreigend uitziende wolkenmassa open en begint het hard te regenen, aangevuld met onweer. Binnen 2 minuten is elk kledingstuk wat ik draag drijfnat. In de klim trek ik op kop vol door, waarbij de hele groep zich als een lang lint achter me nestelt en volgt. Het voelt heerlijk. Met nog 500 meter tot de col, geef ik nog wat extra gas en breekt het eindelijk achter me. Bovenop heb ik samen met Mascha een gat van een 50 meter. Om de voorsprong te behouden, wil ik ook de afdaling vol in gaan, maar in de eerste bocht blijkt de regen een slechte invloed te hebben gehad op de remwerking. Ternauwernood weten we beide de snelheid voldoende te reduceren om de bocht te kunnen halen. Jaike profiteert en gaat er vandoor. Het begint te hagelen en ik voel de pijn op mijn armen als ik in de afdaling het gat weer weet te dichten. De 2 dames zijn weer bij elkaar als het in het laatste stuk van de afdaling opdroogt.
Linksaf gaat het naar Veaux. "Kom op, Johan. Je zit mooi voorin!" Langs de kant van de weg staat een man mij aan te moedigen. Ik ken hem niet, maar groet vriendelijk. Of het hieraan ligt of aan de parcourskennis ligt, weet ik niet, maar eenmaal beneden heb ik zonder veel inspanningen een paar honderd meter voorsprong. Ik wil doortrekken omhoog, om te kijken of ik de voorsprong vast kan houden. Helaas duurt het niet lang voordat de eerste renner weer aansluit, met in zijn wiel Mascha. Ze lijkt Jaike te hebben afgeschud. Toch weet ook zij weer aan te sluiten in het laatste stuk van de klim. Met een man of 10 dalen we af naar Malaucène voor de echte finale: de klim naar col de la Chaîne. Opnieuw vind ik mezelf hier op kop van de groep. Een ruime 2 kilometer klimmen. Zonder op of om te kijken focus ik mezelf op de col en geef alles aan energie wat ik nog in mijn benen kan vinden. Het lint breekt, want bovenop zijn we nog met zijn vieren: Jaike moest eraf, terwijl Mascha kon volgen. De 2 andere mannen in het groepje trekken in de afdaling vol door, ik moet er met mijn verzuurde benen ogenblikkelijk af en laat daardoor een gat van 200 meter vallen. Ik vrees dat ik het niet meer dicht kan rijden. In de korte afdaling herwinnen mijn benen snel aan kracht en in de klim naar Suzette, kruip ik toch langzamer weer dichterbij. De resterende 50 meter rij ik in de eerste kronkelige kilometers van de afdaling dicht. Kop-over-kop storten we ons in de afdaling, waarbij Mascha meermalen nerveus omkijkt om te zien of Jaike weer aangesloten is. De vrees is onterecht, want het verschil is te groot geworden. De wind staat vol tegen en ondanks het hellende vlak, wordt er op kop volle bak gereden. We passeren 2 renners, een andere renner weet aan te pikken. Met 5 man denderen we door Lafare. Een demarrage wordt keurig gepareerd door Mascha, waarbij ik nog net kan volgen. Op het laatste stukje klimmen, een paar honderd meter vals plat (parcourskennis), probeer ik zelf nog weg te komen, maar ook mij lukt het niet. In Beaumes-de-Venise demarreert de renner die we eerder hadden opgepikt. Ik heb geen antwoord meer, maar weet het verschil wel klein te houden. Met een paar seconden achterstand kom ik even later onder het finishdoek door: 5 uur 28 geeft mijn teller aan, een ruim half uur sneller dan ik had gepland, met daarbij de laatste 60 kilometer ook nog eens heerlijk gereden.

Jaike volgt 2 minuten later. Jaike is sportief genoeg om Mascha, die derde werd in haar categorie, direct te feliciteren. Ze bleken elkaar niet te kennen. We praten nog wat na over de rit, onderwijl genietend van de heerlijke temperatuur. De man die mij onderweg aanmoedigde, meldt zich even later als "Eric". Hij wist van mijn website dat ik mee ging fietsen, maar zag het zelf vanwege buikloop eerder die week, helaas niet zitten. Een uur is zomaar voorbij, als ik plots mijn vader zie. Ik denk dat ook hij het gehaald heeft, maar het blijkt dat, toen wij de onweersbui over ons heen kregen, hij bezig was met de laatste kilometers van de Ventoux en daardoor was het onverantwoord om door te rijden. Met de bus (prima geregeld) is hij uiteindelijk teruggebracht naar Beaumes-de-Venise. Hij baalt, maar is tevens blij weer heelhuids beneden te zijn. In de auto rijden we tien minuutjes later terug naar de camping. Mijn benen voelen ondanks de zware rit eigenlijk prima en ik heb er dan ook wel vertrouwen in, dat ook morgen nog wel gaat lukken tijdens de Grimpée van de Ventoux. Dames, bedankt voor de enerverende rit en we treffen elkaar ongetwijfeld nog eens
Chart and Data Analysis

Donderdag 24 mei, hersteltraining, 15 kilometer, 42 minuten, 200 hoogtemeters
Vandaag wilde ik nog een korte hersteltraining gaan doen: een half uurtje, hooguit drie kwartier over vlak terrein. En vooral dat laatste blijkt lastig, want ondanks dat het geen hooggebergte is, is een kilometer vlak nauwelijks te vinden. Vanaf de camping ga ik rechtsaf naar Bédoin om via de D138 en de D241 weer op de D974 te komen, de doorgaande weg tussen Bédoin en Carpentras. Ik rij een klein stukje terug en ga dan via de D55 een bruggetje over, om vervolgens linksaf een klein weggetje in te steken. Na een kort klimmetje, kom ik uit bij een groeve en ik verbaas me over de enorme omvang. Het contrast tussen de mooie natuur en de machines die hun werk doen is groot. Bewondering en afkeer liggen dichtbij elkaar, besef ik als verder fiets. Eenmaal weer op de doorgaande weg vind ik het wel genoeg en neem de kortste weg terug. Met iets meer dan 15 kilometer op de klok zet ik de fiets tegen de veranda aan en ga doen wat net zo belangrijk is als trainen: rusten. Rust, zodat ik zaterdag fris aan de start sta in Beaumes-de-Venise.
Chart and Data Analysis


Klaar voor de rit

Woensdag 23 mei, rit rondom de Ventoux, 117 kilometer, 4 uur en 43 minuten, 2.000 hoogtemeters
Na twee dagen fietsen, resteerde er nog een klein stuk van het parcours van aanstaande zaterdag, dat ik nog niet had verkend: de afdaling vanaf Chalet Renard naar Sault en dan via Aurel en Veaux terug. Vorig jaar eden we deze route namelijk precies andersom. Omdat ik de klim naar Chalet Renard iets te gortig vond, besloot ik voor over de Col N.D. des Abeilles naar Sault te gaan en van daaruit de route weer op te pakken. Net na half tien reed ik de camping af.

Ik sla linksaf richting Falsan, maar kom in tegenstelling tot wat ik verwachtte uit bij een groeve. Dan maar rechtsaf, zodat ik verderop weer linksaf kan. Helaas blokkeert hier een bord 'Route Barrée' de weg en zit er niets anders op dan de borden 'Déviation' te volgen. Deze leiden me goeddeels terug naar Bédoin, waar ik 5 kilometer richting Carpentras ga en vervolgens linksaf naar Mormoiron. Ik weet dat dit een heel stuk om is en ik baal; de rit is vandaag al lang genoeg en als ik uiteindelijk via een lange klim Mormoiron bereik, om vervolgens door te klimmen naar Flasan, staan er al 3 kwartier op mijn teller: een half uur langer dan gepland, mét de nodige hoogtemeters, Wetende dat de Col N.D. des Abeilles nog wacht met 600 hoogtemeters, besef ik dat ik net zo goed via de Ventoux naar Sault had kunne rijden, qua hoogtemeters. Dat is nu geen optie meer, en dus begin ik aan de klim van 10,5 kilometer over de D217.

De klim valt zwaar, mede door de hitte, maar ook zeker door de vermoeidheid van de afgelopen 2 dagen. Het zweet gutst uit alle poriën uit mijn lichaam, terwijl ik de hartslag met moeite tot de 160 omhoog weet te brengen. Eenmaal boven, met bijna 2 uur op de klok, ben ik bijna door mijn drinken heen terwijl mijn mond zo droog is, dat ik een plak ontbijtkoek niet meer weg krijg. Wat volgt is een lange afdaling naar Sault, waarbij ik even kan afkoelen. In Sault duik ik een ViVal in en met anderhalve liter vers water vervolg ik mijn tocht. In Sault sla ik linksaf, om op de route te komen. Wat rest is de klim naar Aurel, waar ik de tweede 'Route Barrée' van vandaag aantref. Even wil ik het gokken, maar ik besluit om toch maar opnieuw, de borden 'Déviation' te volgen. Waar ik een afdaling verwachtte, wacht me opnieuw een klim in de hitte, én enkele kilometers om. Zwaar bezweet begin ik even later aan de afdaling naar Montbrun-les-Bains. Buiten de bebouwde kom, pak ik andermaal de route weer op en hoop dat verdere omleidingen me bespaard blijven.


Mont Ventoux, bekeken vanuit de Valei van de Toulourence

In de vallei van de Toulourence waait een stevige, maar bovenal verfrissende en daardoor welkome wind. De weg daalt de komende tijd af, dus hinder heb ik niet van de tegenwind. Na St. Legèr-de-Ventoux wacht nog een lange klim, die opnieuw heet en zwaar is. Na een korte afdaling, kan ik linksaf naar Veaux, richting Malaucène. Hier krijg ik een groepje renners in het vizier en begint het te kriebelen. Als ik de eerste 'te pakken' heb, wil ik ook de voorste van het groepje voor de top voorbij zijn. Met nog 500 meter te gaan (dat stond op de weg), lukt dit en met 3 min wordt het een sprint. Eentje moet er al gauw af en met de hartslag op 188 weet ik ook nummer 2 achter me te houden. Leuk! Mijn benen trillen van de inspanning en ik eet snel wat om nog wat energie te hebben voor de klim over de col de la Madeleine. Hier rij ik op halve kracht omhoog, maar ik geraak toch nog vlot boven. Als ik 10 minuten later weer aankom op de camping staan er 117 kilometer op de klok. Ik ben redelijk kapot en heb vooral dorst wat ik les met heel veel water. Met de beentjes (ok, benen) omhoog rust ik uit van de zware en vooral hete rit. Morgen nog een hersteltraining, vrijdag een rustdag en dan moet ik er klaar voor zijn zaterdag.
Chart and Data Analysis

Dinsdag 22 mei, Mont Ventoux via Malaucène, 56 kilometer, 2 uur en 31 minuten, 1.780 hoogtemeters
De bewolking is weg als ik tegen achten uit bed stap. Het wordt vandaag zeker een warmere rit als gisteren. Mijn benen voelen in tegenstelling tot gisteren nu wel redelijk zwaar aan, maar ik ga er vanuit dat  dat snel naar de achtergrond zal zakken als ik de eerste vol van vandaag op ga fietsen: de col de la Madeleine. Gisteren, vanuit Malaucène, viel deze reuze mee en ook vanuit de Bédoin-kant gaat het tien keer beter als vorig jaar. Als ik eenmaal boven ben dan is, zoals verwacht, de zwaarte uit mijn benen. In de korte afdaling naar Malaucène eet ik wat om me voor te bereiden op de klim naar de top van de Ventoux.

De eerste meters van de klim vallen prima en ook als de weg serieuzer begint te stijgen en ik de triple op moet zoeken, gaat het nog lekker soepel. Een paar honderd meter steil kan het ritme niet breken. Even verderop wordt het wat vlakker en laat de snelheidsmeter 15 per uur zien. Bijna denk ik dat het een eitje wordt, maar de Ventoux slaat genadeloos terug. Vooral de laatste 3 kilometer naar 'Le Mont Serein' moet ik regelmatig het allerkleinste verzet opzoeken. De warmte zorgt voor een flinke laag zweet op mijn onderarmen, waar zich heel veel kleine vliegjes opstapelen. Om mijn hoofd zweeft een horde vliegen met mij mee omhoog. Ik laat het me maar begaan. Na 'Le Mont Serein' krijg ik het 'Observatoire'  in zicht en daarmee nieuwe energie. Op een eigenlijk te grote versnelling laat ik de laatste kilometers onder mee doorglijden en met 1 uur 44 minuten vanaf Malaucène ben ik boven. Na een colaatje trek ik een windbrekertje aan en begin aan de afdaling, die ik inmiddels goed ken. Daarom ben ik vlot beneden en kan ik al snel op het terras van onze stacaravan een verse bidon naar binnen gieten. Ook vandaag lekker gefietst.
Chart and Data Analysis

Maandag 21 mei, verkenning van de start, 74,6 kilometer, 2 uur en 47 minuten
Een kapotte climatronic leerde me hoe verwend we inmiddels zijn met autorijden. De bewolkte lucht voorkwam dat we hier gisteren gestoomd aankwamen in Bédoin, waar een wielertocht voor brandweermannen zorgde voor een omweg en een bijna lege brandstoftank. De stacaravan op camping Le Meneque  bleek echter prima en na een goede nachtrust en een bezoek aan de plaatselijke markt, werd tegen één uur het wielertenue uit de kast tas getrokken en maakte ik me klaar voor een eerste, verkennende rit door de warme Provence.

Als eerste wilde ik vandaag de start van aankomende zaterdag gaan verkennen en daarom fiets ik naar Beaumes-de-Venise over, wat volgens mij, dezelfde route is als vorig jaar het eerste stuk. Via Crillon-le-Brave, Modène en Caromb fiets ik over de D21 naar Beaumes-de-Venise. Hier aangekomen ga ik rechtsaf de D90 op, via Suzette naar Malauceène. Vanaf Lafare stijgt de weg redelijk en door het gebrek aan wind ben ik blij als ik na Suzette en de gelijknamige col op 392 meter ben. Dalend en stijgend bereik ik de tweede col op ongeveer dezelfde hoogte en daarna volgt de korte afdaling naar Malaucène. Hier stuur ik linksaf, naar Entrechaux, over de D13. Het kleine klimmetje stelt niet zoveel voor. 5 kilometer buiten de bebouwde kom ga ik rechtsaf de D40 op, om vlot daarna weer rechtsaf te gaan richting Veaux.

Vorig jaar ging ik op dit stuk, toen vanaf de andere kant, helemaal stuk. Ook vandaag zorgt het vele dalen en klimmen voor een gebrek aan ritme. Het bord 'Malaucène' na elf kilometer is dan ook welkom. Via de D938 ga ik op weg naar de col de la Madeleine, over de D19 terug naar Bédoin. Ook deze staat in mijn geheugen gegrift als 'zwaar', maar ook dit blijkt onterecht, want met op sommige stukken 30 kilometer per uur op de klok omhoog, lijkt de col slechts een glooiing. Na 2 uur en bijna 47 minuten ben ik terug op de camping met bijna 75 kilometer op de klok. De bewolking is inmiddels verdwenen en in de strandstoel kan ik lekker recupereren. De benen voelden prima vandaag, morgen maar even zien hoe ze de Ventoux verteren.
(Helaas geen grafiekje)
 

Donderdag 17 mei, rustige duurtraining, 47 kilometer, 1 uur en 34 minuten
Overmorgen vertrekken we naar Frankrijk. Een weekje Provence, Bédoin om precies te zijn, aan de voet van de Mont Ventoux. Als afsluiter van die week staat de zaterdags de cyclo "La Ventoux" op het programma en aansluitend de zondags een tijdrit op de Ventoux. Ik kan dan ook niet anders zeggen, dat ik er enorm veel zin in heb om door het Provencaalse land te gaan sturen.

Vandaag was dus het laatste ritje door het vlakke, Friese land. Nadat na het middaguur de wolkenvelden langzaam maar zeker helemaal oplosten, pakte ik de fiets van de haak en getooid in korte broek, maar mét mouwstukken, begon ik aan het ritje van anderhalf uur. Als route koos ik 'mijn' vast rondje, een rondje wat ik 9 van de 10 keer doe als ik anderhalf uur wil fietsen. Normaliter fiets ik dat met de klok mee, maar gezien de wind, koos ik nu voor 'tegen-de-klok-in'. Vanaf de eerste meters draaiden de benen lekker soepel en kon ik een hoog beentempo vasthouden en daardoor fietste het als vanzelf. In Buitenpost was het nog even opletten vanwege de braderie (en dan met name de in dronkenschap verkerende mensen), maar eenmaal weer buiten de bebouwde kom, was het optimaal genieten. Na iets meer dan anderhalf uur was ik weer thuis, tevreden over deze afsluitende training.
Chart and Data Analysis Racefietsen

Dinsdag 15 mei, rustige duurtraining, 72 kilometer, 2 uur en 24 minuten
Vanmiddag haalde ik mijn fietsje weer op bij de fietsspecialist ('fietsenmaker' is zó passé...), waar ik hem heen had gebracht voor een voorjaarsbeurtje én een stel nieuwe wielen. In zijn vertrouwde handen werden ketting, tandwielen, remblokken voor en achter vervangen, kreeg het stuur een nieuwe, fris lintje en daarnaast nog een stel prachtig Campagnolo Zonda wielen, waardoor mijn Jan Janssen Equipe er weer helemaal als nieuw uitziet. Ik had dan ook enorm veel zin, om uit te proberen hoe het nieuwe materiaal op de weg ging aanvoelen. Vandaag was het een droge dag tussen de regendagen door, dus dat maakte het alleen maar nog mooier. Tegen kwart voor twaalf klikte ik in de pedalen en met een druk op de knop startte ik de Edge. Als route had ik ongeveer dezelfde route in mijn hoofd, als die ik met Henk een paar maanden terug heb gereden: via Leeuwarden, Grouw en Akkrum naar Drachten en dan weer terug.

Het verschil met de 'oude' wielen merk ik direct als ik de straat uit stuur; de fiets voelt een stuk zachter, veel minder hard op de voor- en achterkant. Het is even wennen, net alsof ik met zachte banden rijd, maar al gauw voel ik dat het een stuk comfortabeler fietst. Of de 'Aerospaken' ook een functie vervullen weet ik niet, maar het is net of ik het stuk tegenwind naar Leeuwarden beter kan verteren. Na Leeuwarden gaat het linksaf, over het slingerende weggetje langs de A32, op naar de aquaducten van Akkrum en Grouw. Hier merk ik nog wat vermoeidheid van het hardlopen van afgelopen zondag, want ik kom moeizaam bij de helling omhoog. Direct daarna gaat het weer linksaf en krijg ik de wind vol in de rug, op weg naar de Veenhoop. In no time krijg ik Drachten in zicht en kan ik me opmaken voor het laatste stukje, waarbij ik in de laatste 5 kilometer nog een klein buitje krijg te verwerken. Veel stelt het niet voor, maar het zorgt wel voor de eerste vuiltjes op de nieuwe Zonda's. Dat wordt dus poetsen. Verder bijzonder lekker gefietst.
Chart and Data Analysis Racefietsen

Vrijdag 11 mei, ambtenarentoertocht Venlo, 101 kilometer, 3 uur en 32 minuten
Als ambtenaar mag ik meedoen met de jaarlijks georganiseerde ambtenarentoertochten, waaronder de tocht over 100 kilometer in Venlo. Bij de Gemeente Veenendaal, waar Douwe (Cees en Marieke ook trouwens) werkt, ging een grote groep collega's ook meedoen, waarbij ik kon aanhaken. Omdat ze nogal vroeg vertrokken (kwart voor acht), overnachtte ik van donderdag op vrijdag in Apeldoorn en vanmorgen om kwart voor zeven vertrokken Douwe en ik in zijn Transporter-bus naar Veenendaal, waar we Cees en collega Audry ophaalden en vertrokken richting Venlo. Marieke reed er samen met vriendin (inmiddels 20 jaar, maar daarover later meer) Merian in haar auto achteraan. Na een uurtje door de regen gereden te hebben, was het droog toen we op het parkeerterrein van wegrestaurant Heierhoeve aankwamen, de uitvalsbasis van vandaag. Na koffie en inschrijven, konden we ons gaan voorbereiden op de rit. Cees en Audry moesten zich nog omkleden, waarbij onprettig beelden over het parkeerterrein werden verspreid, gelukkig buiten mijn gezichtsveld. Merian haar voorband bleken niet bestand tegen mijn oppompen waardoor ik een nieuw binnenbandje mocht leggen. Nadat ook Marieke haar bidons had gevuld, konden we dan eindelijk om 5 over 10 vertrekken, onder dreigende maar nog steeds droge omstandigheden.

Met Marieke had ik al het plan bekokstoofd om te 'gaan knallen', in plaats van te keutelen. Tijdens de eerste, sociale kilometers, maak ik nog een fotootje van de complete groep. Vlot daarna geef ik kort gas, waardoor Audry er op kilometer drie al af moet. Ook Merian kan niet volgen, maar zij, zo blijkt even later, heeft nu met de achterband lek gereden. Marieke geeft haar de autosleutels (ze had geld noch reparatiemateriaal bij zich gestoken) en Merian gaat terug om de boel te laten repareren, althans, dat denken we. Maar ook hierover later meer. Het gas gaat er even later weer op. Douwe en Cees halen Marieke en mij na het plaatsje America weer bij en met zijn vieren gaat de rit verder, op weg naar de eerste controlepost op kilometer 20, in Griendtsveen, waar de vlaai erg fijn smaakt. Het lijkt wel een toertocht. Ik vind dat we nu wel warmgedraaid zijn en gooi het tempo nog wat omhoog. Dan weer in en waaier, dan weer op een lint en soms zelfs naast elkaar om de ronduit stevige wind de baas te zijn, stoempen we door de Peel. Mijn Veenendaalse medefietsers moeten alle zeilen bij zetten, waarbij Cees geen meter prijs geeft om maar geen gaatje te laten vallen en Marieke zorgt voor de audioele ondersteuning door met haar BBB-belletje de toerfietsers de stuipen op het lijf te jagen en zo de weg vrij te maken. Mijn hartslag zit ruim in D2, zonder dat ik volle bak draai. Op een smal fietspaadje met zijwind, waardoor ze niet kunnen schuilen, trek ik even vol door. Eindelijk breekt het, iets wat ik 15 kilometer terug al verwacht had. Eenmaal weer op de brede weg, temporiseer ik iets zodat we weer compleet zijn. De worstelpartij met de wind zit er bijna op, als ik zie dat de weg verderop naar links afbuigt. "Ik zal het grote mes zo meteen even slijpen", meld ik richting Cees, die met grote verwondering de 42 per uur op zijn teller aanschouwt. Ik schakel het grote blad en met de wind nu vol in de rug, kan ook het tempo omhoog. Marieke demarreert plots en ik moet alle zeilen bijzetten om de 'aanval' te pareren. 55 lees ik op de Edge als ik haar wiel weer te pakken heb. 2 keer diep ademen en dan erop en erover, om vervolgens vol in de ankers te moeten voor controle 2, die welkom is voor Douwe en Cees. Het plak turfkoek (?) smaakt goed en even later stappen we weer op, om nu met wind mee de terugweg te aanvaarden.

Marieke heeft er zin in: het gas gaat er weer vol op. Douwe en Cees verteren het tijdens de rust opgebouwde melkzuur minder en het gat is geslagen. Er volgt nog een kort stuk tegenwind, waarna de benen rust krijgen als we linksaf draaien en koers zetten naar het Noordoosten. Mijn hartslag schommelt nu rustig bovenin D1, een lekker tempo om te toeren. Bij Grasbroek (maar dat wist ik toen nog niet) gaat het mis. Een pijl voor linksaf is gedraaid naar rechtdoor. Een blik op de routebeschrijving leert 'rechtsaf' en dus rijden we rechtsaf, om bij het gebrek aan vervolgpijlen in Grasbroek te constateren dat we fout zitten. We gaan terug en op dezelfde kruising nu linksaf. Het blijkt een extra ommetje te zijn, want niet veel later komen we vanaf de andere kant Grasbroek binnen. Zo dichtbij en toch zo'n eind omgereden. Ondertussen is het ook begonnen met regenen, een bui die duurt tot de laatste controlepost op kilometer 85, waarna we het laatste half uur kunnen afwerken. Als we weer op het parkeerterrein zijn, zijn Douwe en Cees er al: zij hebben de pijl, die toen nog (foutief) rechtdoor wees gevolgd en hebben daardoor een drietal kilometer minder op de klok. Marieke en ik hebben een gemiddelde staan van 28,4, zij van 27 per uur. Zeker niet slecht, gezien de bij tijd en wijle harde wind.


Vlaai in Griendtsveen

Ik verlang inmiddels naar een warme douche. Merian is echter in geen velden of wegen te bekennen en zij heeft de sleutel van de auto, waar onze spullen in liggen. Ook haar telefoon wordt niet opgenomen. Cees is ervan overtuigd dat ze alsnog de 100 kilometer is gaan fietsen. We duiken het warme wegrestaurant in en gaan op zoek naar koffie, thee en eten. Het is 5 kwartier later als Merian binnen komt en het verhaal doet over het gratis laten repareren van haar band (iets met vrouwelijke charmes, ze had immers geen geld bij haar, blijven opletten, hè?) en op kilometer 80 bedenken dat ze de autosleutels nog had. Dat vond ze eerst niet zo erg, omdat 20 jaar vriendschap wel een deukje kan hebben, maar toen had ze bedacht dat ook mijn spullen in die auto lagen. Een kwartiertje en drie warme douches later is het leed geleden en is het tijd voor een biertje. Wat volgt is een etentje bij de Chinees waarbij Audry (die meteen had afgehaakt en daarom de 50 maar had gedaan) de volle laag krijgt. Ik laat het me goed smaken en het is bijzonder gezellig. Rest nog een terugreis naar Veenendaal, dan door naar Apeldoorn waarna ik in mijn eigen auto terug kan sturen naar het Friese land. Om elf uur ben ik thuis en zit deze lange en leuke dag erop. Rendez-vous volgend jaar, wat mij betreft.
Chart and Data Analysis Racefietsen

Zondag 6 mei, Shimano FietsChallenge (race-cyclo), 147 kilometer, 4 uur en 45 minuten
De FietsChallenge 2007 zit erop. De unieke weersomstandigheden (tot nu toe 3x verregend), het nieuwe parcours, de nieuwe organisatie, maar natuurlijk ook het rijden met een gps-zender zorgden voor een nieuwe ervaring. Dat ik uiteindelijk met een goed resultaat over de finishlijn wist te sturen, maakte het geheel compleet. Een samenvatting van de rit van zondag 6 mei.

Ik ben van de vroege soort en daarom stond de wekker op 6 uur, 3 uur voor de start. Al zappend over teletekst werk ik het eten en drinken weg. Nadat Harmen van Ttsm.com de apparatuur in orde heeft gebracht, is het ook half negen en vertrekken Marcel en ik naar de start. Ik mag in het voorste startvak plaats nemen, Marcel staat één vak verder. Ik geef Oege zijn apparaatje en zoek daarna een bescheiden positie op om de echt snelle rijders niet in de weg te staan. Attractieve danseressen op een podium vullen de resterende periode tot aan het startschot op, waarna het geklik van de pedalen begint. Oege, die wat moeite heeft in zijn pedalen te komen, spoed na een ferme klik bij mij vandaan. Op de mat druk ik de Edge aan en bereid mij voor op de eerste klim van de dag: de Vaalserberg.

Met Marcel verkende ik deze klim afgelopen vrijdag al en ik wist dat vooral het stuk in Vaals zwaar is. Enigszins behoudend klim ik omhoog, terwijl renners me links en rechts voorbij stuiven. Toch gaat de klim nog bijzonder vlot en voor ik het weet, zit ik in de afdaling aan Belgische kant, waar ik het glas op de weg weet te vermijden en de bochten over het slechte asfalt goed aansnijd en tenslotte het spoortunneltje veilig weet te beslechten. Hier had ik mij zorgen over gemaakt, maar het valt mee. Ik probeer aan te haken bij een groepje, maar nog voor we Gemenich binnen rijden, moet ik ze laten gaan als de hartslagmeter 186 aangeeft. Dit stuk van de route is bekend en dus trap ik stug door, in de hoop opgeslokt te worden door een grotere groep wiens tempo ik vast kan houden. Het blijkt lastig, de hartslag is te hoog, de benen verzuren op elke klim dusdanig dat ik elke groep moet laten gaan. Ik vrees een slechte dag, hoewel ik mijn virtuele partner lang geleden uit het oog ben verloren wat op een, tot dan toe, goed gemiddelde duidt.

Op de Kinkenweg laat mijn schakelapparaat het afweten door het kleinste blad van de triple te weigeren. Ternauwernood weet ik het middelste blad weer te vinden en tergend langzaam kruip ik dit steile pad omhoog. Rechtsaf, door Henri-Chappele gaat de weg verder en in een klein groepje, kan ik even eten en drinken. Na de afslag naar Clermont, waarschuw ik een renner in Goossens-kleding voor de kasseitjes en de scherpe bocht die volgt; parcourskennis blijkt erg prettig. Hierna vormt er langzaam weer een klein groepje. Écht snel gaat het niet, maar tot nu toe ben ik niet ontevreden over het gemiddelde, hoewel de benen nog steeds niet super voelen. 10 minuutjes later worden we langzaam opgeslokt door een grote groep renners, waarbij ik aanpik. "Hè, hè", hoor ik Marcel achter me roepen. Hij heeft zijn achterstand dicht gereden. In de groep kan ik eindelijk een beetje herstellen.

Het is nodig ook, want in het daaropvolgende stuk volgt een aaneenschakeling van klimmetjes: draaien en keren op de vierkante kilometer. Het is bijzonder zwaar om eraan te blijven hangen, maar het lukt redelijk. Bij de ravitaillering op kilometer 70 spring ik omhoog en vul mijn bidon, om evenzo snel het talud weer af te springen. Nu is de groep wel uit elkaar geslagen en in kleine groepjes gaat het verder. Normaal volgt nu de finale, maar ik weet dat we nu nog niet eens op de helft zitten. Tien minuutjes later krijg ik Marcel weer in het vizier. Hij blijkt niet gestopt bij de verversingspost. Omdat er nog enkele klimmetjes in zaten, weet ik weer bij hem aan te sluiten en zelfs even weg te rijden. Op de lange vlakke weg die volgt blijkt echter het groepsvoordeel te groot en bevind ik mij weer bij hem in de groep. Het tempo gaat flink omhoog en als Marcel vraagt of het goed zit, qua tijd, zie ik dat ik bijna 7 kilometer voor lig op mijn virtuele partner. De 'dertiger' zit er nog steeds in, weet ik. Na St. Martensvoeren moeten we rechtsaf, De Planck op. Even breekt het, maar in de afdaling weet ik weer bij Marcel aan te sluiten. Op de lange klim die volgt, los ik Marcel. Hij weet vervolgens in het vlakke stuk erna weer met een groep bij mij aan te sluiten. Tot zover gaan we goed gelijk op.

In een hoog tempo rijden we Nederland binnen. De weg komt me bekend voor en ik besef dat dit stuk gelijk is aan de Amstel Gold Race. Echte klimmen zitten er tot aan de Loorberg niet in en de groep peddelt bijzonder vlot door. Op diezelfde Loorberg, rij ik volle bak omhoog. Hier is er geen groepsgevoel, maar is het ieder voor zich. Eenmaal boven is Marcel uit zicht. Ik trek vol door, de Schweibergerweg op. Met een mederenner weten we kop-over-kop weer bij een groepje aan te sluiten. Scherp rechtsaf naar Epen, op weg naar de Camerig, de op 3 na laatste klim van vandaag. De benen voelen prima, eigenlijk steeds beter. In een gestage tred peddel ik de Camerig omhoog. "Hey, ben jij de man van mijn startpagina?" Enthousiast begint een renner, die zich voorstelt als Jan, te vertellen dat hij mijn site regelmatig leest. Het doet me enorm goed, net als zijn hand op mijn rug die wat druk van de benen haalt. Ik wens hem succes en zie hem verder gaan. De rit gaat verder met een lange afdaling naar Vaals, waarna de klim over de Schuttebergseweg me weer naar Gemenich brengt: de slotklim. In mijn hoofd had ik hier een spetterend, Lance Armstrong-achtige sprint naar boven toe willen zien. Mijn benen blijken echter van een beduidend minder kaliber, als ik de hartslag rustig laat stijgen tot net onder mijn omslagpunt en in een niet meer zo soepele tred het slechte asfalt onder de banden door laat gaan. In de laatste haarspeld rechtsom kijk ik nog even schichtig of ik Marcel niet met zijn befaamde roofdiereninstinct achter me aan zie komen, maar ik zie niets. Het gepiep van de mat en de stem van de speaker luiden de laatste meters in en met een heerlijk gevoel rij ik seconden later over de finishmat. 4 uur en 3 kwartier lees ik op mijn teller, niet te geloven, ruim 15 minuten sneller dan ik had durven hopen. Wat een heerlijke rit.

Ik lever mijn chip in en geef de gps-zender aan Harmen die keurig staat te wachten. Het blijkt dat de batterij er voortijdig mee op is gehouden, omdat het wisselen van de verschillende masten veel kracht heeft gekost. Jammer, maar het doet niets af aan mijn vreugde. 3 minuten later zie ik Marcel, lekker uitgewoond over de finish sturen. Ook hij heeft prima gereden, al ziet hij dat op dat moment even anders. Ik bedank Harmen en daarna dalen we rustig af, terug naar ons verblijf, waar we in de zon onder het genot van een colaatje en een AA-drink de dag en de rit bespreken. Een prachtige en vooral bijzondere rit, met een eindtijd die ik niet had durven hopen.
 Chart and Data Analysis Racefietsen

Donderdag 3 mei, Weerstandstraining, 44 kilometer, 1 uur en 30 minuten
Nog 2 dagen, 13 uur en 47 minuten tot de start van de FietsChallenge, lees ik op mijn eigen site op het moment dat ik dit schrijf. Net als voor ons trainingsweekend in Winterberg, had ik vandaag een zogeheten 'tapertraining', in de vorm van een Weerstandstraining op de planning staan, om het herstel te bevorderen. Ik koos voor exact hetzelfde rondje als toen, dus via Birdaard en dan via Leeuwarden terug. Na warm rijden, tegen een pittig windje in, kwam ik na iets meer dan dertig minuten in Birdaard. Eenmaal buiten de bebouwde kom, start ik de intervaltraining op de Edge en begin ik aan het eerste blok van 30 seconden voluit. Met de wind vol in de rug, tik ik even de 55 per uur aan, als ik hoor dat de Edge de laatste 5 seconden aftelt. Diep in de verzuring mag ik gaan zitten voor 3 minuten rust. Het tweede blok volgt en eindigt bijna bovenaan een bruggetje, waardoor de verzuring nog net iets meer is. Weer 3 minuten later doe ik de laatste sessie van 30 seconden, waarna ik uit kan fietsen, terug naar huis.

Vanavond mag Jan Goosen mijn spieren nog even los kneden en morgen wil ik dan nog een korte hersteltraining (in Vaals) gaan doen. Met een dagje rust moeten de spieren dan zondag laten zien wat ze kunnen. Ik hoop dat jullie de rit gaan volgen, een verslag volgt aanstaande maandag.
Chart and Data Analysis Racefietsen

Maandag 30 april, Princenhoftocht, 100 (+31) kilometer, 4 uur en 4 minuten (+ 1 uur 20 minuten)
Vorig jaar zaten er precies 3 weken tussen mijn val in Franeker en de Princenhoftocht. Toen waren de wegen nat en was het bewolkt en koud. Dit jaar ben ik tot nu toe op mijn fiets blijven zitten. Vandaag scheen de zon volop en was alles mooi droog. Wat kan een jaar dan een verschil maken. Eén ding was wel hetzelfde: de wind, want ook die woei vorig jaar hard uit het oosten.

Ik had met mijn vader rond half negen afgesproken bij de start in Eernewoude. Tegen achten vertrok ik op de mountainbike door de koude buitenlucht. Met 18 kilometer op mijn klokje, konden we na het inschrijven beginnen aan de ronde van een kleine 100 kilometer. Het eerste stuk is makkelijk, via Wartena naar Grouw met de wind vol in de rug. Vlak voor Grouw worden we voorbij gestoken door Siep Luineburg. We praten kort wat en daarna geeft hij gas om weer bij zijn groep te komen. Na Akkrum en Nes moeten we kort wachten voor de openstaande brug. Een groepje renners gaat niet heel snel, maar wel snel genoeg en dus pikken we daar bij aan als we met de wind vol tegen naar De Veenhoop fietsen. De beschutting is welkom, want het waait ontegenzeggelijk hard. Er rest nog een klein stukje met wind tegen naar Drachten, maar daarna kunnen we redelijk beschut de rest van de route vervolgen door de bossen van Beetsterzwaag. Net daarbuiten krijg ik mijn vriendin het vizier, die met haar vader fietst. Ik kan het niet laten om driftig bellend en luid "aan de kant!"-roepend te naderen; iets wat ze prompt doet. Met een brede glimlach ga ik ernaast fietsen. De verontwaardiging is van het gezicht af te lezen. Dan ziet ze dat ik het ben. In alle consternatie missen we een afslag en moeten daarom even verderop zoeken naar de juiste route, die we gelukkig gauw weer vinden. Tussen Wijnjewoude en Bakkeveen is de controlepost ingericht. Na stempelen vervolgen we onze route, wetende dat het zwaarste stuk, namelijk met wind tegen, erop zit.

Vanaf nu gaat de route noordwaarts, via De Wilp en vervolgens over de A7 heen naar Strandheem. Na een stukje over het fietspad langs de doorgaande weg naar Drachten, moeten we rechtsaf, naar Rottevalle. Het weggetje door de fietstunnel eindigt met een kort stukje schelpenpad. Het is niet ver meer: via Opeinde en daarna achterlangs naar Oudega, ligt de finish in Eernewoude al weer in het zicht. Mijn vader is nog bijzonder monter en bovenal trots dat hij zijn record aantal kilometers heeft verbroken. Ook hij was die ochtend namelijk op de fiets gekomen en ook hij moest daarom nog terug. We tanken een koffie en eten wat, nadat ik mijn herinnering heb opgehaald en beginnen daarna aan het stuk terug. In Bergum nemen we afscheid en dan resteren nog een handvol kilometers voor mij. Met 131 kilometer op de Edge zoek ik even later de zon op in de achtertuin. Een prima ritje en bijzonder leuk om te doen.
Chart and Data Analysis Racefietsen

Zondag 29 april, rustige duurtraining met Henk, 137 kilometer, 5 uur en 5 minuten
Henk zei afgelopen donderdag direct "ja!" toen ik vroeg of hij mee wilde tijdens een ritje over ongeveer 135 kilometer. Wat ik niet wist, was dat de Kollumer Katloop van afgelopen vrijdag er nog wel lekker inhakte en dat ik dus met spierpijn gisteravond een route zat te plannen in Mapsource. De spieren hadden misschien liever rust gehad, maar omdat ik de afgelopen week nauwelijks aan fietsen ben toe gekomen, maakte ik er op de routeplanner toch 133 kilometers van. Het zou tenslotte mooi weer worden en met een beetje beleid, zou het wel gaan, bedacht ik me.

Het was vanmorgen koud, net 14 graden toen Henk een paar minuten te vroeg (dat geloven mijn collega's nóóit, echt niet) met piepende remmen voor onze deur tot stilstand kwam. Hij keek monter en nadat we Hardegarijp uit waren gereden, vertelde hij dat hij gisteren 'ook 44 kilometer had gereden'. Het begin gaat dan ook redelijk vlot, waarbij Henk er zonder veel moeite naast lijkt te rijden. De pijntjes in mijn spieren verdwijnen na een kwartiertje, als we Bergum achter ons laten. Zolang we in de zon rijden, dan is het bijzonder aangenaam fietsweer. Het gesprek gaat over Henk zijn nieuwe fiets, de nieuwe Zonda wielen die ik gisteren heb gekocht en helaas even op zich laten wachten, waarna we via Nijega achterlangs naar Drachten fietsen. In Drachten kiezen we de route over de nieuwe fietsbrug "De Slinger" en vervolgens door het tunneltje naar de zuidkant van de A7. Nu mag de Edge haar kunsten vertonen, door ons over een aantal prachtige kleine en slingerende weggetjes te loodsen. Als we op het fietspad langs de N979 richting Zevenhuizen rijden, schiet plots Henk zijn rechterpedaal los. Het blijkt niet gebroken, slechts losgedraaid uit de lagering en terwijl Henk iets moppert over 'het nieuwste onderdeel' probeert hij het resterende deel van zijn pedaal onder de schoen los te krijgen. Voorzichtig draait hij het pedaal weer op het uitsteeksel. Ik heb er niet veel vertrouwen in, maar we gaan verder. Het duurt exact 5 kilometer voor het pedaal voor de 2e keer los schiet. Dit keer vragen we gereedschap bij één van de huizen in de buurt en draaien het pedaal dit keer fatsoenlijk vast. Nú heb ik er wel vertrouwen in en we vervolgen onze weg voor de resterende 80 kilometer.

De Edge wijst ons feilloos de weg door Roden, waarna we koers zetten richting het pittoreske Foxwolde en Roderwolde, waarbij het weggetje wederom van een bijzondere schoonheid is. Daarna moeten we een klein stukje langs de A7, waarbij we de wind vol tegen hebben. Henk kiest voor het eerst die dag mijn wiel. Het stuk eindigt met een venijnige klimmetje het viaduct over; op de macht rijd ik Henk uit mijn wiel. Ondanks de pijnlijke benen lukt dat gelukkig nog wel. Na Hoogkerk krijgen we kort een welkom stukje wind mee, om die vervolgens na Aduard langs het kanaal weer net zo hard tegen te krijgen. Opnieuw vertoont Henk zijn vorm scheurtjes want ook nu moet hij na een kilometer in mijn wiel lossen als we een verder niet zo spannend bruggetje op moeten. Ik bedenk me dat de 44 kilometer van gisteren hem nu parten gaan spelen. We moeten nog een klein stuk omhoog, naar Winsum, waarna we alleen nog maar westwaarts hoeven en dus vanaf dat punt de wind volledig mee zullen hebben. De beloning volgt dan ook als we van Winsum naar Warfhuizen fietsen. Het tempo kan omhoog en Henk begint weer te lachen. Na Warfhuizen fietsen we over de Trekweg naar Leens, wat opnieuw een prachtig weggetje blijkt te zijn. Op de Leentserweg naar Ulrum krijgt Henk plots een megadip. Hij eet wat en ondanks dat ik heel rustig fiets, rijd ik zomaar bij hem vandaan. Ik probeer hem op te monteren maar ik besef dat de kilometers terug voor hem nog wel eens heel zwaar kunnen worden. Zoutkamp is bekend en daarna volgt een prachtig stuk over een fietspad van beton langs de Kwelderweg naar Dokkumer Nieuwe Zijlen. De fut is er echter helemaal uit bij Henk, die met pijn en moeite aan weet te klampen. "Nu weet ik weer wat stuk zitten is", vertrouwd hij me toe. De schele blik uit zijn ogen komt me bekend voor. Toch resteren er nog zeker 20 kilometer en dus moeten we door, via Oudwoude en Kollumerzwaag, waarbij ik een ingepland stukje klinkerweg maar even laat voor wat het is. Vlak voor Zwaagwesteinde deel ik de resterende inhoud in mijn bidon met hem, omdat hij al even 'leeg' blijkt te zijn. Het helpt, want daarna gaat het direct al iets vlotter als we door Zwaagwesteinde op weg gaan naar Veenwouden. Met het thuisfront in zicht blijkt iets te optimistisch aanzetten kramp te veroorzaken. Hij zit er echt doorheen, waarbij ik uiteraard niet verklap dat ik het ook wel heb gehad. Op een klein verzetje ronden we de laatste kilometers af. Henk gaat rechtdoor, de stretcher opzoeken, ik sla rechtsaf en plof even later neer op het tuinbankje met een verse bidon. Een bijzonder ritje met veel prachtige weggetjes, waarbij ik ernstig twijfel of Henk de laatste 80 kilometer er wel iets van mee heeft gekregen. Ik moet hem zo maar even bellen.
Chart and Data Analysis Racefietsen

Vrijdag 27 april, Kollumer Katloop, 13,8 kilometer, 1 uur, 14 minuten en 16 seconden
Na een ietwat teleurstellende "Slach om'e Mar", inmiddels twee weken geleden en een redelijk Coopertest, afgelopen maandag, wilde ik graag op een sportieve manier vervolg geven aan de looptrainingen. Een korte speurtocht op internet leerde mij dat er in Kollum een loop zou worden gehouden over 13,7 kilometer, de "Kollumer Katloop". Voor mij bijzonder was dat de loop 's avonds werd gehouden, pas om half acht. Gezien de afstand én de locatie leek me dit wel wat en dus reed ik rond kwart over zes weg uit Hardegarijp op weg naar Kollum. Na het ophalen van het startnummer, een geestelijke voorbereiding in de auto en daarna een tiental minuutjes warmlopen (met rek- en strekoefeningen), liep ik tegen half acht rustig naar het startvak waar een redelijk grote groep mensen zich had verzameld. Een minuutje later dan gepland werden we weg geschoten.

Voor mij liep collega Mettje Elzinga. Nog voor we de winkelstraat uit waren, was zij al uit zicht verdwenen, waarbij ik de achterblijver was. Haar zie ik zometeen wel. In tegenstelling tot 14 dagen terug, begin ik nu lekker behouden. In een soepele tred laat ik de hartslag stijgen naar tegen de 170 en als we over het bruggetje lopen, bevind ik me in de achterhoede. Ik neem me voor om me er niet druk over te maken en vooral mijn eigen loop te doen. Bij de splitsing, waarbij de 6 kilometer rechtsaf slaat, blijft er van de groep 14-kilometerlopers weinig meer over want de meesten gaan rechtsaf. Met 4 kilometer op de klok ben ik aardig warm en verhoog ik de snelheid, waardoor de hartslag stijgt tot tegen de 180. In de tijd die volgt, waarbij de route ons naar Burum brengt, zorgt mijn snelheidsverhoging ervoor dat ik een tiental mensen inhaal en als ik Burum weer uit ben, zie ik dat ik al een voorsprong heb van een paar honderd meter. Nu is het zaak deze voorsprong te houden.

De route gaat verder langs de provinciale weg, waarna ik rechtsaf wordt gestuurd, terug naar Kollum. De kerktoren steekt als een prima herkennningspunt uit boven de horizon. Op mijn hartslagmeter schommelt de waarde tussen de 176 en 178 en dus zou ik nog over moeten hebben. Het blijkt echter lastig om er nog een schepje bovenop te doen en daarom concentreer ik me maar op het houden van een soepele tred, die door de opkomende vermoeidheid steeds lastiger vol te houden blijkt. Na de 2e drinkwaterpost gaat de route verder over een smal fietspad. Als ik omkijk, zie ik een groepje achter me lopen, maar de afstand is groter dan toen ik een 20 minuten geleden Burum verliet en ik denk dat ik ze wel achter me kan laten. Even verderop komen we weer op de route uit het begin en sla ik linksaf voor de laatste kilometer. Het begint inmiddels te schemeren en de zonnebril heeft behalve het verbergen van mijn vermoeidheid dus geen functie meer. Het bruggetje volgt en tot slot het stuk winkelstraat, waarna ik de speaker hoor. Omkijkend zie ik niets en dus loop ik rustig door, tot de speaker mijn naam roept. Vlot daarna hoor ik nog 2 namen uit het groepje achter me, die nog tussen beiden hebben gesprint; het scheelde niet veel of ze hadden me nog achterhaald besef ik, maar bijna is niet genoeg en dus kan ik niet minder dan tevreden zijn.

Ik lever mijn startnummer in en krijg in ruil een handdoek. Na 2 bekertjes drinken spreek ik nog even kort met collega Mettje: ze is derde geworden bij de dames, een zeer bewonderenswaardige prestatie ("It wol my hast nog net oan"). Ik feliciteer haar met de prestatie en loop rustig uit, terug naar de auto. Een bijzonder leuke loop.
Chart and Data AnalysisRacefietsen

Donderdag 26 april, hersteltraining, 30 kilometer, 1 uur en 8 minuten
Afgelopen zondag, op weg terug vanuit Limburg, werd ik plots snipverkouden. Ik denk nog een restantje van de ziekte van vorige week, geholpen door de koude nachten, de koude start van de Amstel Gold Race en de vermoeidheid van de rit zelf. Het gaf het begrip 'loopneus' een nieuwe dimensie en ik lag die avond dan ook vroeg onder de wol. Maandag was ik het wel weer redelijk kwijt; ik kon zelf nog meedoen aan de Coopertest (2.566 meter) op het werk. De klap kwam echter dinsdag even hard terug, toen ik na 5 kilometer een geplande Mlss-training afbrak. Mijn lichaam schreeuwde om rust en daardoor heb ik besloten de geplande trainingen deze week af te zwakken. In plaats van een intensieve duurtraining besloot ik daarom vandaag tot een hersteltraining van een uur.

Bij een goede hersteltraining, voel je je na afloop daadwerkelijk fitter dan aan het begin. Toen ik om kwart voor vijf weg reed van huis, voelden mijn benen de eerste meters wat zwaar aan, maar al stukken beter dan afgelopen dinsdag. Rustig peddelend fietste ik Hardegarijp uit, over de bekende weg, achterlangs naar Bergum. Met een kritische blik op mijn hartslagmeter hield ik de hartslag rond de 120 en liet mij niet verleiden om gas te geven. Op de brug bij Bergum schakel ik groot en peddel in grote slagen omhoog. Het voelt goed. Nu volg ik de route die ik ook liep tijdens de Slach om'e Mar, twee weken terug. Waar ik toen in de problemen raakte, moet ik even slikken. Op de fiets gaat het een stuk makkelijker. Na Oostermeer en Eestrum, fiets ik langs de Rijksstraatweg en vervolgens binnendoor terug naar Hardegarijp. Als ik het plaatsnaambord passeer staan er bijna 30 kilometers op de teller en mijn benen voelen inderdaad aanmerkelijker soepeler dan aan het begin. Een goede keuze dus, een herstelritje.
Chart and Data AnalysisRacefietsen

Dinsdag 24 april, nieuws over de Live Tracking van de FietsChallenge
Zoals ik jullie al in een eerder stadium liet weten, ben ik in goed overleg met Trip Tracker Sportsmate om de FietsChallenge, op 6 mei aanstaande live te laten 'tracken'. Ik kan jullie mededelen dat het rond is.

Samen met Oege Hiddema rijd ik met een gps-zender, zodat jullie exact kunnen zien waar wij ons bevinden op het parcours, maar ook wat de actuele snelheid is. Ook onze positie ten opzichte van elkaar zal zichtbaar zijn. Ik hoop natuurlijk dat jullie 6 mei aanstaande vanaf 9.00u achter de computer plaats zullen nemen!

Het persbericht (pdf).

Zaterdag 21 april, Amstel Gold Race, 233 kilometer, 8 uur en 24 minuten, 2.942 hoogtemeters
Is de vloek van de Amstel Gold Race bezworen? Jazeker! Na 2 eerdere pogingen stond ik afgelopen zaterdagmorgen om half zeven dan toch aan de start in Valkenburg. De afgelopen week hebben ziektekiemen nog verwoedde pogingen gedaan om mij thuis te houden en de omstandigheden waren ook alleszins ideaal (koud!) maar ik stond er. Mijn benen voelden krachtig genoeg voor zo'n zware tocht en met de prachtige weersvoorspellingen in het vooruitzicht, kon ik niet anders concluderen dat ik er heel veel zin in had. Goed, het was dus koud. Onze stacaravan bleek niet één van de warmste wat resulteerde in een koude nacht en daardoor ook in koud opstaan. Bibberend stond ik om 10 voor 5 naast mijn bed en deed mijn best om warm genoeg te worden zodat ik kon eten. Nadat alle rituelen waren voltooid dook ik om kwart over zes op de fiets om aan de rit naar de start in Valkenburg te beginnen, onderweg gevolgd door vele medestarters. Als een stoomlocomotief bliezen we onze handen warm, voor zover het hielp. Schuddend van de kou en met gevoelloze vingers reed ik door de straten van Valkenburg en zocht naar de start, waar ik een plekje zocht dichtbij andere renners.
Het wachten was slechts op het moment dat de spreker zijn verplichte woordjes had gesproken en daarna kon ik om exact half zeven van start.

Ik had me dus voorgenomen om rustig te starten, gezien mijn fysieke gesteldheid. Dat heeft exact 16 seconden geduurd, daarna ging ik in iemands wiel mee, op weg naar een groepje wat voor me reed. Het tempo zit er meteen al flink in. Op de eerste klim naar Berg en Terblijt valt het enigszins uit elkaar om even verderop weer samen te komen. De klim was welkom, even had ik het namelijk warm. De lange afdaling doet het gauw teniet. Het prettige is, dat hoe harder ik fiets, hoe warmer ik wordt en dus gaat het tempo nog verder omhoog. 'Onze' groep is inmiddels gegroeid tot een man of dertig. Nadat we langs het kanaal na Geule zijn gekomen, wacht de tweede klim, de Maasberg. Op de klinkers moet ik schakelen, maar ik voel niets in mijn vingers en moet naar mijn handen kijken óf ik überhaupt schakel. De kasseien die volgen persen nog wat energie uit me en het is voor mij volle bak rijden om weer in de groep te komen. Dan, buiten Elsloo, komt de zon en verwarmt het bloed in mijn aderen en zorgt er daarmee voor dat de kracht terugkomt. Ik rij heerlijk, in de groep mee. Het tempo ligt hoog en ik kan goed volgen. De Adsteeg in Beek en de Lange Raarberg buiten Meerssen volgen. Ik eet wat en probeer wat van de nog ijskoude dorstlesser te drinken. De groep rijdt en het enige wat ik hoef te doen is meetrappen en genieten van de omgeving. Die is namelijk prachtig.

Op kilometer 49 is de eerste verzorgingspost. Ik neem snel een bekertje drinken maar ik moet plassen en mis daardoor de groep, die grotendeels uit elkaar brokkelt op het vervolg. Eigenlijk vind ik het niet erg, want ik reed gevoelsmatig toch steeds harder dan ik wilde en daardoor zijn de eerste 50 kilometer bij me langs gegaan. In mijn eigen tempo rijd ik verder door het landschap wat steeds warmer en mooier wordt. Hoe mooi kan fietsen zijn? De weg slingert en draait. Hulsberg is het eerstvolgende stadje en vlot daarna volgt Klimmen. Op papier is het geen klim, maar als ik onder de A79 ben doorgereden en langs het spoor rijd, gaat het toch even flink omhoog. Het is een kleine voorproef van de Wachelderberg. De eerste ronde van 100 kilometer zit er nu bijna op, weet ik, als ik koers zet richting Valkenburg, waarbij ook nog de Fromberg genomen mag worden. Ik fiets snel over de camping om knie- en armstukken te dumpen en vervolg mijn weg naar Valkenburg. Plots is het een stuk drukker op de weg, met renners die nog moeten beginnen aan de 150 kilometer. In Valkenburg is het dan ook file en is het gedaan met de rust. 13.000 mensen die plezier hebben is natuurlijk ook prachtig en dus  stoor ik me er niet aan. Ondertussen vraagt iemand of ik "die van de site ben" en groei ik van trots. De tweede keer naar Berg en Terblijt is het dan ook anders dan de eerste keer. Een mengeling van snelle wielertoeristen en rustige toerfietsers worstelt zich omhoog. Deze menigte heeft ook wel wat, want je rijdt nooit alleen. Via de Bemelerberg en dus Bemelen gaat de route verder naar Cadier en Keer. De route steekt vervolgens terug naar de snelweg A2 waar op een parkeerterrein een bus vol Japanners ons en masse fotografeert. Een ruime glimlach waard.

Naar Sint Geertruid en Mheer gaat het plots minder. Ik heb een echte dip en de kilometers lijken plots voorbij te kruipen. Ik heb geen zin meer en het is nog zo'n eind! Ik eet wat, drink wat en sluit aan bij een groep snelle rijders die, getuige het ontbreken van benummering en helmen, 'zwartrijden'. Ze loodsen me feilloos door mijn dip, die over is als ik de controle op kilometer 135 bereik. Met nog minder dan 100 kilometer kan voor mij de finale beginnen. Zo langzaam als de kilometers net gingen, zo vlot gaat het nu. De Loorberg en de Schweiberg gaan vlot en zo ook de nog resterende afstand. Na een klein stukje België volgt de langste klim, de Camerig. Nog voor de klim 100 meter gevorderd is, lopen de eersten. Ik snap het niet, zo steil is hij niet, maar zeker wel lang. Ik peddel enigszins op reserve omhoog en een klein kwartiertje later ben ik boven. Vaals komt in zicht en daarmee ook de klim naar het Drielandenpunt. Deze is niet steil en niet lang, slechts de matige kwaliteit asfalt maakt het zwaar. Als de lange afdaling is geweest, geeft mijn klokje 180 kilometer aan. Nu moet ik omhoog, Noordwaarts waarbij vooral de Eijserbosweg zich als scherprechter zal aftekenen, weet ik. 7 kilometer verder kom ik Evert van der Duin tegen bij wie het redelijk gaat. Ik rijd een tijdje met hem op en we praten wat over heuvels, training en meer. Op een gegeven moment zie ik dat hij stukgaat op mijn tempo en laat ik hem maar alleen verder fietsen. Dan komt verzorgingspost 4 en tevens laatste waarbij ik mijn bidon bijvul met 2 bekertjes sportdrank ("Niet de bedoeling!") en met een wafel ga ik verder.

De Eijsserbosweg blijkt inderdaad een joekel te zijn, zeker zo ver onderweg. Ik gebruik de triple en kom daardoor probleemloos boven. De laatste klim voordat ik weer op bekend terrein kom, de Bergseweg, blijkt de naam 'klim' eigenlijk niet waardig. Toch vind ik het niet erg, ik heb het wel gehad. Klim 17, de Fromberg kende ik en dan weet ik dat er nog 2 wachten: de Keutenberg en de Cauberg. Goed voorbereid begin ik aan de eerste en ik wenste dat de 'renner' voor mij dat ook had gedaan. Op de grote plaat gaat hij omhoog, om na 15 meter voor mij óp zijn plaat te gaan, waardoor ik noodgedwongen eraf moet. Ik vervloek hem voor zijn domme actie en wordt gelukkig snel weer op de fiets geholpen door supporters. Na de Keutenberg weet ik dat het er bijna op zit. Slechts de klim naar de Cauberg wacht en opnieuw begin ik goed voorbereid, met het ketting op de triple. Ik weet namelijk van vorig jaar hoeveel mannen hier stuk én om gingen. Rustig draaiend met de benen gaat het probleemloos omhoog tot....50 meter voor de finish. De benen willen wel, maar de andere duizenden renners ook en dus stokt het. Tot aan de eerste mat kan ik fietsen, daarna moet ik noodgedwongen wandelen. Waarom worden auto's hier niet tegengehouden, vraag ik me af. De zon schijnt en het is gezellig en dus maak ik me wederom maar niet druk. Langzaam schuifelen we naar het finishdoek, waarna ik chip en stuurbord inlever en begin aan de terugreis naar de camping. De vloek van de Amstel Gold Race is bedwongen en eigenlijk ging het heel lekker en dus kijk ik met een tevreden blik terug op dit evenement. 5 klassiekers gehad, nog 8 te gaan en dan is mijn bordje compleet.

Chart and Data AnalysisRacefietsen

Donderdag 19 april, artikel in NRC Next over Zitvlees.nl

Arno, bedankt voor het berichtje in het Gastenboek, Theo bedankt voor het bewaren van de krant en Henk bedankt voor het leuke stukje!

Woensdag 18 april, nieuws over de Amstel Gold Race en de Shimano FietsChallenge
Goed, eerst het slechte nieuws? Na de dramatisch verlopen halve marathon, afgelopen zaterdag en het ritje met Henk van afgelopen zondag, werd ik 's nachts gekweld door een pijnlijke keel die me uit mijn slaap hield. Zou de vloek van de Amstel Gold Race nog steeds waren? In 2001 raakte ik een week van tevoren geblesseerd tijdens een laatste ritje, vorig jaar ging ik de zondags van tevoren hard onderuit en zou ik dan nu voor de derde keer niet mee kunnen doen? Maandag was ik blij dat de werkdag voorbij was en vroeg onder de wol werd beloond met een nog slapelozere nacht: alsof ik continue probeerde schuurpapier door te slikken. Gisteren ben ik dan ook niet verder gekomen dan met een lichte verhoging en een pijnlijke keel uit te zieken op de bank en op bed. In een flits zag ik wederom de Amstel Gold Race aan me voorbij vliegen. Afgelopen nacht ging het een stukje beter, mede dankzij wat medicatie, waardoor ik een redelijke nachtrust had, met als resultaat dat de dag van vandaag er een stuk rooskleuriger uitzag. Ik hoop maar dat het herstel de komende dagen zo doorzet, dan kan ik zaterdag gewoon starten. Betekent wel dat jullie tot maandag zullen moeten wachten voor het eerstvolgende verslagje.

En dan het andere nieuws, over de Shimano FietsChallenge: ik ben bezig met Trip Tracker Sportsmate om de rit live te laten 'tracken', dat wil zeggen dat jullie tijdens de rit al kunnen zien hoe het met mij vordert. Precieze informatie heb ik nog niet, maar daarover meer ná het weekend.

Zondag 15 april, rondje Lauwersmeer met Henk, 93 kilometer, 3 uur en 22 minuten
Dehydratatie. Ondanks dat ik gisteren tussen het moment van het passeren van de finishlijn en het moment dat ik onder de douche stond zeker anderhalve liter vocht tot mij had genomen, woog ik bijna 4 kilogram lichter dan toen ik 's ochtends vertrok. Dat verklaart zondermeer waarom ik gisteren op een gegeven moment het ene been niet meer voor het andere kon krijgen. Van collega Hanny begrijp ik dat zij tijdens het hardlopen elk kwartier 200ml isotone dorstlesser gebruikt. Mijn maag verteerde gisteren helemaal niets, maar misschien is dit een onderdeel wat ik vóór 10 juni zeker nog moet gaan oefenen.

Maar goed. Henk belde dus gistermiddag om te vragen hoe het was gegaan en hij wilde weten of ik het nog zag zitten om morgen (vandaag dus) het geplande ritje Lauwersmeer te voltooien. Omdat fietsen me nu eenmaal beter afgaat dan lopen, zag ik daar geen problemen in en met een afspraak voor elf uur hingen we op. Goed ingesmeerd, ik was gisteren toch nog redelijk verbrand, stond ik om elf uur exact te wachten. Henk kwam een paar minuten later met een grote smile aanfietsen. Nadat we Hardegarijp uitfietsen, begint Henk enthousiast te vertellen over zijn nieuwe aankoop. Hij heeft namelijk, net als ik, een Jan Janssen Equipe aangeschaft en heeft daar natuurlijk veel zin in. De komende zes weken zal hij het echter nog op het oude karretje moeten doen. We fietsen verder over het fietspad onder Noordbergum langs richting Twijzel, waar we rechtsaf slaan om zo de bebouwde kom van Buitenpost te vermijden. Hier gaat het over een slingerend betonweggetje verder tot we bij de trekvaart uitkomen. Na deze een klein stukje te hebben gevolgd, komen we op ook voor mij onbekend terrein uit, waarbij de Edge zijn nut mag bewijzen. De route blijkt prima gekozen: een slingerend smal weggetje brengt ons tot net voorbij Kollumerpomp. Hier slaan we rechtsaf de bekende in via Warfstermolen naar Zoutkamp. Tot nu toe heeft Henk absoluut geen moeite mijn tempo bij te houden. Ik zit keurig in D1 en Henk blijft lachen. Mijn benen zullen slecht hersteld zijn (lees: niet) van gisteren en Henk begint wat te wennen aan het buiten fietsen. Na Zoutkamp fietsen we door het prachtige natuurgebied naar Lauwersoog. Met de wind vol in de rug is het aangenaam peddelen. Nu komt echter nog wel een zwaar stukje, als we via Anjum naar Ee willen fietsen. De kilometers beginnen voor Henk te tellen en hij kruipt in mijn wiel als hij een paar plakken ontbijtkoek naar binnen werkt. Dat is de eerste keer vandaag. Na Ee gaat het over een klinkerweggetje naar Oostrum, om de weg te vervolgen via een soortgelijk slingerend maar nu geasfalteerd weggetje naar Dokkum. Hier leidt de Edge ons over het industrieterrein en komen we uit op de Birdaarderstraatweg. Achter me hoor ik Henk verzuchten, maar hij houdt stug vol. En hij blijft lachen. We gaan door Rinsumageest en daarna rechtsaf, op weg naar het het laatste stuk over de Ottemaweg naar Hardegarijp. Bij de stoplichten is het "Tot morgen" en ga ik linksaf terug naar huis, terwijl Henk rechtdoor stuurt. Ik ben blij dat ik thuis ben, de benen waren vandaag absoluut slecht. Het mooie weer maakte echter heel veel goed en ik kan dus niet anders zeggen dan dat ik toch lekker gefietst heb.
Chart and Data Analysis Racefietsen

Zaterdag 14 april, Slach om'e Mar (Halve marathon), 21,1 kilometer, 2 uur, 12 minuten en 51 seconden
Mooi weer en goede benen; de ideale combinatie om óf een tochtje te fietsen óf een lekker stukje te lopen. Met het oog op de Marathon van Leeuwarden op 10 juni aanstaande, koos ik vandaag voor het laatste. Vanuit Bergum werd namelijk de "Slach om'e Mar" georganiseerd, een halve marathon. Nu is het wel wat gek om te trainen voor een halve marathon door een halve marathon te lopen, maar ik weet dat ik het fysiek wel aan kan en dus is het zo gek nog niet, want de Slach om'e Mar kent een schitterend parcours. Daarom stond ik vanmorgen in het startvak en wachtte op het moment dat we werden weggeschoten. De knal was duidelijk hoorbaar, we gingen op pad.

Goed, ik neem mij altijd voor om rustig te beginnen, zeker nu ik zo weinig loopkilometers in de benen heb. Het begin van deze loop gaat echter dwars door het centrum van Bergum en dus ga je in de massa op en veel te snel. Nog voor ik het winkelend publiek achter mij laat, staat de meter op 180. "Zometeen maar wat rustiger aandoen", neem ik me voor, terwijl we linksaf de brug op worden gestuurd. Als we de brug aflopen, gaat het nog steeds prima. Ik verlaag het tempo wat, maar dat heeft in eerste instantie nog geen invloed op mijn hartslag. "Héhey, Veninga", hoor ik achter mij. Eén van mijn neefjes blijkt ook present vandaag. We praten kort, waarbij hij me verteld dat hij de 11,5 doet en daarna loopt hij tergend langzaam bij me vandaan. Het valt me op dat zijn loop er net zo uitziet als die van mij op de filmpjes van Egmond. Als we Suameer doorlopen is mijn hartslag nog steeds veel te hoog, ruim boven de 170. Ik heb de hoop dat het op het asfaltpad wat zal zakken. Mijn snelheid heeft dat inmiddels wel gedaan. Vlak voor de ravitaillering begint mijn maag vervelend te doen, wat kramp of zo. Ik drink wat en druk een spons leeg boven mijn hoofd. 500 meter verder passeer ik het bordje "5 km", weer honderd meter verder noopt de heftiger geworden kramp mij tot wandelen. Ik baal, want ik snap niet hoe het kan. Als ik anderhalve minuut later voorzichtig verder dribbel, gaat het net boven de 10 per uur maar blijft de pijn in mijn maagstreek vervelend aanwezig. Dit wordt geen toptijd vandaag, weet ik dan. Langzaam druppelen de groepjes me voorbij.

Buiten Oostermeer, op het zandpad gaat de kramp over in steken en heb ik weer geen andere keus dan wandelen. Ik ben kwaad, om mezelf, maar alleen omdat ik niet begrijp hoe het kan. Mijn hartslag is bovendien nog steeds veel te hoog; ik heb vandaag een hele slechte dag, weet ik. Als we in Schuilenburg moeten wachten voor de brug, ben ik bijna dankbaar voor het oponthoud. Ik probeer wat te drinken, maar mijn maag protesteert. Onder de felle zon wacht ik tot de brug weer voor de lopers open gaat. De verplichte rustpauze lijkt geholpen te hebben. Op de hartslagmeter kijk ik niet meer, maar de pijn in mijn maagstreek is weg. Het tempo is te laag maar het is in elk geval geen wandelen meer. Ik loop verder door Eestrum en sla buiten de bebouwde kom linksaf, het klinkerweggetje op. Voor mij loopt een wat oudere man en ik kruip langzaam dichterbij. Als ik hem 5 meter gepasseerd ben, moet ik de tol betalen. De kramp is terug en heftiger dan ooit: wandelen is de enige optie. Als ik omkijk, besef ik dat ik nu echt een achterhoedegevecht aan het leveren ben, alhoewel het meer een kwestie is van overleven. Ik gooi de hartslagband af, daar heb ik vandaag nog niets aan gehad. Als de kramp weg is, loop ik rustig verder naar de waterpost. We zijn dan met z'n drieën, achter ons loopt ogenschijnlijk niets meer. Ik baal.

Ik besluit maar niets te drinken bij de laatste verversingspost. Ik giet een bekertje water in mijn nek en ga verder. Mijn twee medelopers grijpen dankbaar naar het water en ik begin er wat hoop in te krijgen vandaag niet als laatste te hoeven eindigen. Bij de afslag naar de Bergumer Centrale, staat mijn vriendin. Ze maakt een foto, ik hang de hartslagband over het stuur van haar fiets. Ik verzucht iets over dat het 'voor geen meter gaat' en loop dan de lange, brede weg verder af. Zij gaat naar de finish om me daar op te wachten. Als het goed is, staat Douwe daar ook, weet ik. De kramp is nu wel redelijk over, maar de snelheid is volledig weg en de benen zijn volkomen leeg. Ineens ga ik wandelen, zonder te weten waarom. Het wil niet meer. "4 kilometer", staat er op een bordje. Ik dribbel rustig verder. In het stuk naar Bergum begin ik het echt zwaar te krijgen. Ik wissel regelmatig tussen wandelen en lopen, ik moet. In Bergum baal ik als ze een kleine omleidingsroute hebben ingepland, waarschijnlijk om de 21,1 kilometer te halen. Elke meter doet nu zeer. Ik haal een wandelende mededeelnemer in, die er ook niet fris meer uitziet. Voor mij is dan de laatste kilometer begonnen en de verkeersregelaars zijn nog steeds attent om mij over de drukke wegen te leiden. Als ik op een gegeven moment het finishdoek in zicht krijg, weet ik dat het vandaag niets met hardlopen te maken had, maar dat het bijna overleven was. Als ik Douwe en Sandra (met Silke), mijn vriendin en mijn ouders zie staan, is de pijn ook in één keer weg. Ik klok af als ik over de streep loop, terwijl de omroeper nog enthousiast mijn naam luid en duidelijk aan het nog aanwezige publiek mededeelt. Ik loop in één stuk door naar de watertafel en giet 2 bekertjes AA-drink en een bekertje water achterover. Ik voel een duizeling, maar blijf op de been. Douwe komt toegesneld en maakt nog een paar foto's (jaja, die komen ook nog wel op de website). Ik loop terug, naar mijn ouders en we praten kort na. Ik wil naar huis, ik ben moe en ik snap nog steeds niet wat er vandaag mis is gegaan. Mijn benen waren prima, daar heeft Jan gisteravond nog voor gezorgd, maar ergens is er iets niet goed gegaan. Niet echt lekker gelopen dus en ook zeker niet tevreden. En daar baal ik van, want door al het afzien, ben ik wel mooi vergeten om me heen te kijken hoe mooi de omgeving was. Oh ja, en ik was niet laatst. Volgens de omroeper zaten er nog 21 mensen achter mij. Toch nog een pluspuntje vandaag.
Chart and Data Analysis

Maandag 9 april, rustige duurtraining (met Henk), 73 kilometer, 2 uur en 45 minuten


5 versnellingen achter
Henk, jullie bekend als collega "H", wil een nieuwe racefiets. Na 20 jaar inactiviteit op racefietsgebied en 4 jaar verhalen van mijn kant, begint het fietsvirus hem langzaam weer te pakken te krijgen. De afgelopen week verschenen dan ook diverse "knappe karretjes" op onze computerschermen. Zijn oude, een KTM uit 1980 met maar liefst 2x5 versnellingen, mocht er vandaag eerst aan gaan geloven. We hadden afgesproken 2 - 2 1/2 uur te gaan peddelen. Mij leek dat ruimschoots zwaar voor hem, maar omdat Henk anderszijds redelijk sportief is, had ik er wel vertrouwen in dat het vandaag ook voor hem een leuke rit ging worden. Om exact kwart voor elf kwam hij bij mij voorrijden en niet veel later klikte ik de Edge aan om de start van de rit van vandaag te markeren.

Rekening houdend met de wind plande ik een ritje via Leeuwarden, dan naar beneden via Grouw naar Akkrum en dan via Drachten terug. Mocht het Henk dan tegenvallen, dan konden we altijd al in Grouw afsteken naar Bergum. Henk ging redelijk vlot van start, eigenlijk veel te fanatiek. Net als gisteren waaide het namelijk flink vandaag en de weg naar Leeuwarden ligt precies in lijn met de windrichting. Naast elkaar rijdend tikt mijn hartslag zone D2 aan, dus ik wil niet weten hoe het gaat met Henk. Als hij even later in mijn wiel verschuilt, om seconden later de kop over te nemen, weet ik genoeg: we moeten rustiger aan doen, anders haalt Henk Leeuwarden niet eens, getuige de vele zweetdruppels op zijn voorhoofd en zijn moeizame ademhaling. Vanaf Leeuwarden is de wind ons wat gunstiger gezind. Om 'mijn' spoorviaduct laat ik hem nog even zien wat zwaartekracht doet met de spieren. Lachend komt hij even later weer naast me fietsen. Ik begeleid hem vervolgens door de wijk Aldlân de stad uit, om zoveel mogelijk stoplichten te vermijden. Via een slingerend weggetje gaan we naar Wirdum, om vervolgens door te sturen naar Idaerd en Grouw. Henk komt fris genoeg over en dus dirigeer ik hem rechtsaf, richting Akkrum. De beide viaducten die we op dit stukje tegenkomen blijken zwaarder te zijn dan ze eruit zien. Omdat ik de weg goed ken, peddel ik eenvoudig omhoog, maar Henk toont kort de blik die ik alleen van Douwe ben gewend. Na Akkrum zoekt hij een appeltje uit zijn zadeltas, terwijl we met de wind vol in de rug in een rustig tempo op Aldeboarn afsturen. Ik leg het moment vast op de geheugenkaart van mijn mobiele telefoon.


Appeltje.

Met de nu gunstige wind gaat het vlot op door de Veenhoop via De Wilgen naar Drachten. Hier volgt een tweede stop zodat Henk even een banaantje kan pakken. Zijn gezicht tekent vermoeid, maar tot nu toe heb ik nog geen echte krimp gehoord. Dat volgt even later als we Drachten uit fietsen en koers zetten naar Opeinde en de wind van linksvoor komt. Stiekem kruipt hij in mijn wiel en krijg ik regelmatig door wat zijn hartslag is. Er rest nog een stuk recht omhoog naar Suameer en Burgum. Op de brug die afgelopen zaterdag nog "de Koppenberg" was, moeten we nu even wachten vanwege de Omloop van Burgum. Ik kruip uit de wind achter een bushokje, om niet teveel af te koelen. Als de eerste koerauto's zijn geweest en het peloton nadert, weet ik nog net een foto te maken. Dwars door Bergum vervolgen we niet veel later onze weg, om op het fietspad naar Hardegarijp lekker uit te fietsen. "Wil je nog koffie?", vraagt Henk. Ik bedank hem voor het aanbod, maar meld dat ik liever direct ga douchen. Hij knikt begrijpend en zegt hetzelfde te gaan doen. Ik groet hem met een "Tot morgen, hè?" en druk de Edge uit. Het was een leuk ritje en ik hoop voor Henk een goede hernieuwde kennismaking met de wielersport
Chart and Data Analysis

Zondag 8 april, rustige duurtraining (door de Zuidwesthoek), 155 kilometer, 5 uur en 27 minuten
Na de intensieve training van gisteren, wilde ik vandaag een rustige duurtraining doen, en dan wat langer. Oorspronkelijk was ik van plan om een rondje IJsselmeer te gaan doen, maar gezien andere verplichtingen leek het me beter een wat korter stukje te doen. Gisteravond zat ik naarstig in Mapsource een route te plannen door de Zuidwesthoek van Friesland, zodat ik totaal op zo'n 150 kilometer uit zou komen. Het werden er 155, die laatste 5 kilometer zouden ook nog wel lukken. De weersvoorspellingen waren bijzonder gunstig: Noordwestenwind, kracht 2 tot 3 en kans op wat bewolking. De waarheid bleek helaas iets anders. Net Hardegarijp uit, reed ik onder een strakblauwe lucht tegen een straffe West-Zuidwestenwind in. Al snel begreep ik, dat het vandaag wel eens een zwaarder ritje kon worden dan ik had gedacht.

Als eerste passeerde ik Leeuwarden, waarna ik koers zette naar Boksum. In het open veld heb ik de grootste moeite om de 24 per uur te houden. Een groepje wielrenners die een paar honderd meter achter mij rijdt, komt ook niet dichterbij, ik ben blijkbaar niet de enige die het zwaar heeft. Even verderop sla ik rechtsaf naar Hijlaard, waarna ik over een stuk fietspad langs de N359 de wind weer even vol tegen krijg. Gisteravond had ik al schik toen ik zag welke dorpjes ik ging passeren: Lions, Hennaard, Itens, ik had er nog nooit van gehoord. Zonde, want het is hier prachtig en de gekozen route blijkt een juweeltje, afgezien van de nog altijd aanwezige wind. De Edge dirigeert me feilloos elke keer links en rechts, zodat ik zonder op de borden te hoeven letten weer in het mij bekende Nijland kom. Hier ga ik onder de A7 door. Tegen de wind in rij ik een klein deukje in iemands ego, blijkbaar strookt mij gevoel niet met de vorm. Na Blauwhuis krijg ik de wind zowaar even mee, maar het zij van korte duur als ik het stuk naar Oudega (Wymbritseradiel) nog een kort stukje moet ploegen. Dan is het echt tijd om tempo te maken, onderweg naar Hommerts, via Lijtshuizen en Osingahuizen. Rechts doemt de zendmast van Spanning op. Ik weet dat het volgende stuk nog zijwind is, maar dat het daarna voorlopig gebeurd is. Dat is maar goed ook, want ik begin er nu echt genoeg van de krijgen. Na precies 75 kilometer ga ik onder de A6 door richting Oosterzee en wacht mij een prachtige route, om het Tjeukermeer, richting Heerenveen. Als ik links kijk, zie ik ruige golven op het zwarte water. Het waait echt hard.


Tjeukermeer

Heerenveen door is één lange rechte weg, met één stoplicht. Daarna mag ik een stukje door het bos van Oranjewoud, op weg naar Katlijk. Na de meren volgt nu een stuk vol landerijen met houtwallen en wederom blijkt de gekozen route prachtig. Het is een aaneenschakeling van huisjes langs smalle wegen en met de wind vol in de rug, tikken de kilometers nu vlot weg. Buiten Bontebok, langs de Schoterlandse Compagnonsvaart, wordt de concentratie plots ruw verstoord door een slang op de weg. Ik weet het arme beestje net te ontwijken, maar ben te verbouwereerd om terug te gaan om te kijken wat voor slang het is geweest. Ik houd het op een ringslang, met dank aan Google. Via Jubbega en Hemrik gaat de weg verder tot ik bij de N381 kom, waarna ik weer over bekend terrein gaan fietsen. De fut is inmiddels uit de benen en het drinken bijna op. Het gaat dan ook niet vlot meer als ik via Ureterp naar Drachtstercompagnie fiets. Nog even, weet ik, en via Rottevalle kan ik beginnen aan de slingerweg naar Oostermeer, waar ik even rust krijg voor de openstaande brug. De eerste van vandaag, wat een klein wonder mag heten als je een rondje Zuidwesthoek doet. Het stuk naar Suameer is nog even flink vervelend met de wind, maar door Bergum en naar Hardegarijp valt het alleszins mee. Redelijk vermoeid stap ik na bijna 5 en een half uur thuis van de fiets af. Een bijzonder mooie rit, maar door de wind ook bijzonder zwaar. Genoten.
Chart and Data Analysis

Zaterdag 7 april, Mlss-training, 57 kilometer, 1 uur en 51 minuten
Morgen is de Ronde van Vlaanderen. Traditiegetrouw houdt de FTC Smallingerland dan de dag ervoor de 'Friesche Vlaanderentocht', waarbij klinkerweggetjes en bruggen en viaducten zijn omgetoverd tot de uit de Belgische klassieker bekende punten. Samen met Marcel heb ik deze tocht al een aantal keren gefietst en ondanks dat hij leuk is om te doen, laat ik deze tocht tegenwoordig voor wat het is; er zijn tenslotte meer leuke weggetjes die door Friesland leiden.


Koppenberg

Maar goed, vanwaar deze inleiding? Omdat de D3-training die ik op de planning had staan, gedeeltelijk valt binnen het parcours van de Friesche Vlaanderentocht. Ik moest dus vandaag rekening houden met andere fietsers op het anders zo rustige parcours waar ik mijn trainingen tegen het omslagpunt doe. In de Edge rammelde ik vanmorgen de workout in de vorm van een intervaltraining, namelijk 3x 12 minuten in D3, elk met 8 minuten rust ertussen. Deze functie had ik nog niet eerder gebruikt, dus dat gaf de rit weer een nieuwe dimensie. Onder een strak blauwe lucht vertrok ik in korte broek en stuurde over de bekende weg via Bergum, achter Garijp langs naar de start van 'mijn' rondje. Hier klikte ik op de rondeknop van de Edge, die met een riedeltje aangaf dat de 12 minuten begonnen. Met de wind vol in de rug, kwam ik al snel versnellingen tekort op het middelste blad en dus legde ik het ketting op de grote plaat. Aan het einde van de weg ga ik linksaf de klinkerweg op, waar ik diverse andere renners tref, die ik probeer te groeten. Met een boog van 180 graden draai ik tegen de wind in het asfalt weer op en kom tot de conclusie dat ik nog 4 minuten moet. Mag. Pas als ik weer op het fietspad langs de doorgaande weg aankom, klinkt hetzelfde melodietje en lees ik op het scherm: "8 minuten rust." Goed, dat werkt dus prima. Ik drink wat en peddel rustig verder tot de Edge in de laatste 5 seconden begint af te tellen en mij wederom vertelt dat ik tempo moet maken. De tweede keer is meestal het zwaarst en nu is het niet anders. De wind lijkt vele malen sterker dan net. Na 12 en 8 minuten herhaalt zich het ritueel en kan ik beginnen aan de laatste sessie. De laatste 500 meter wijk ik van het parcours af en begin aan de route terug, waar ik aan de piepjes hoor dat de training er voor dit deel op zit. Via een iets andere weg peddel ik rustig aan terug naar huis, waarbij ik en passant de Koppenberg op de foto weet te krijgen. Keurig volgens planning kom ik weer thuis, tevreden over de training. En over de Edge, want die heeft weer een waardevolle functie laten zien.
Chart and Data Analysis

Dinsdag 3 april, rustige duurtraining, 64 kilometer, 2 uur en 17 minuten
Na een weekendje door de heuvels, is het altijd weer even wennen aan het vlakke, kale en vooral winderige Friese land. En wind stond er genoeg toen ik vanmiddag opstapte, bijna kracht 6, Noord/Noordoost volgens de buienradar. Ik had een route gepland die mij enigszins beschut naar Buitenpost zou brengen, om vervolgens via Kollum naar Engwierum en dan via Dokkum en Birdaard terug. Met de drukte op het werk was ik wat te laat met eten en ging ik overhaast weg. Drie kwartier later zat ik op de fiets. Eenmaal op het fietspad buiten de bebouwde kom van Hardegarijp, wist ik dat het vandaag geen succesvol ritje ging worden. De hartslag was en bleef te laag en het gevoel in mijn benen kenmerkte zich voornamelijk door vermoeidheid. Misschien heb ik in de afgelopen dagen toch wat teveel van mijn lichaam gevraagd, wetende dat ik gisteravond ook nog een half uurtje heb hardgelopen. Ik vertoon namelijk tekenen van lichte overtraindheid, wat ook kan verklaren waarom ik totaal geen zin had om op pad te gaan. Maar goed, ik peddelde rustig door over de voorgenomen route en op het eerste gezicht leek dit een goede keuze, windtechnisch bekeken. Pas in het laatste stuk naar Buitenpost kreeg ik de wind vol tegen. Na Buitenpost stuurde ik binnendoor over een beschut weggetje naar Kollum, waar ik in mijn onbekendheid een verkeerde afslag nam en mij ineens tussen het voor zover aanwezige winkelende publiek bevond. Nu is Kollum geen wereldstad en dus bevond ik mij niet veel later gewoon weer op de open vlakte, onderweg naar Dokkumer Neie Silen. Na dit zware stuk draaide ik linksaf en kreeg ik zowaar de wind wat mee, terwijl ik over een slingerweggetje naar Dokkum stuurde. Na Dokkum boog de weg lichtjes af naar het Zuiden, zodat ik met relatief gemak naar Birdaard peddelde. Mijn hartslag was tot dan toe nog niet boven de 135 geweest en ik rekende er dan ook niet op dat het nog zou gebeuren. Ik was van plan om via Leeuwarden terug te gaan, maar ik had er ook niet echt zin meer in en stuurde daarom in een rechte lijn terug naar Hardegarijp. Vandaag dus geen lekkere training, ik denk dat ik mijn benen de komende dagen maar eens een beetje rust ga gunnen.
Chart and Data Analysis

Donderdag 29 maart t/m zondag 1 april, trainingsweekend in Winterberg met Marcel
Voor het derde opeenvolgende jaar stond er een trainingsweekend in Winterberg op het programma, samen met Marcel. Afgelopen donderdagmorgen reisden Marcel en ik net na half achten af, om na een bezoekje aan Rose Versand in Bocholt (alwaar gratis koffie) door te sturen naar het bungalowpark Orketal, onze uitvalsbasis voor de komende drie dagen. Een verslag van de drie dagen training.

Donderdag, 54 kilometer, 764 hoogtemeters, 1 uur en 58 minuten
Bijna traditiegetrouw plannen we de eerste dag een ritje van een uur of twee. Hierdoor kunnen we weer even wennen aan de bergen. Bovendien doet de lange autorit de spieren geen goed en dan is 2 uurtjes meer dan voldoende. Met behulp van Mapsource had ik de dag ervoor een route gepland en die in zowel mijn Edge als in mijn nieuwe Forerunner gezet. Mocht ik Marcel al kwijt raken, dan konden we eenieder de weg terug vinden. Nadat we ons hadden omgekleed, ik in korte broek vanwege het prachtige weer, bleek mijn Edge alle dienst te weigeren. Blijkbaar was deze bij het inpakken per ongeluk aan gegaan, waardoor nu de batterij leeg was; de meerwaarde van 2 apparaten bleek al gauw en dit gaf Marcel een prima gelegenheid om kennis te maken met de mogelijkheid van gps-gestuurd fietsen. We gingen goedgemutst van start.

Als eerste kwam de klim naar Medebach. Kort, maar vies omdat de spieren koud zijn. Bovenop drukt Marcel de startknop van de Forerunner in en de zwaartekracht brengt ons vervolgens in Medebach. We gaan rechtsaf en een aantal kilometers verderop linksaf de L854 op richting Oberschledorn. Via de hoofdweg gaat het door naar Dudinghausen, waar ik een klein weggetje had ingetekend om ons verder te brengen naar Referingshausen. Ondanks dat ik geen hartslagmeter draag, gaat het eigenlijk best lekker. Klimmen blijft zwaar, maar het valt me zeker niet tegen. Het mooie weer maakt het een stuk aangenamer. Als we de berg ronddraaien, verdwijnt de zon plots achter enkele hele donkere wolken. Niet veel later heb ik een déjà vu als in de lange klim naar Küstelberg mijn schoenen vol water lopen. Je zou bijna zeggen dat weergoden bestaan, want volgens mij hoorde ik er één lachen. Drijfnat beginnen we aan de afdaling naar Grönebach, waarna een korte en steile klim ons terugbrengt op de Bündesstrasse naar Winterberg. Over die weg, de B236 volgt een lange afdaling via Züschen richting Hallenberg. Die laatste laten we voor wat het is en slaan linksaf, om via Liesen en Hesborn terug te keren in Medelon, waar we de laatste kilometers terugpeddelen naar het bungalowpark. Wonderlijk genoeg lijkt het hier niet eens geregend te hebben en we vallen met onze doorweekte kleding een beetje uit de toon. Na een warme douche, vereist dus wel het materiaal een grondige schoonmaak. Met hoop op beter weer, ligt de kleding te drogen op de kachel. We sluiten de dag af met een potje darten (3-0 voor mij) en een goeie film (The Departed), terwijl het buiten nog even flink doorregent. Dag 1 zit erop.
Chart and Data Analysis

Vrijdag, 132 kilometer, 1.780 hoogtemeters, 4 uur en 44 minuten
De dag begint droog. Wat mistig, maar verder prima. We plannen een route in Mapsource, maar dan laat de techniek ons (wederom) in de steek. Op de laptop ontbreekt een programmaatje (.net 2) waardoor de overdracht naar de Edge niet mogelijk blijkt. Ook een speurtocht door Medebach, waarbij een vriendelijke meneer in een elektronicazaak voor ons het programma download en op schijf brandt, blijkt het nog niet te lukken. Er rest ons weinig keuze dan ouderwets met de kaart in de achterzak op pad te gaan. De zon schijnt, maar wijs geworden van gisteren, doe ik iets meer kleding én overschoenen aan. De planning is een kleine 150 kilometer, als het weer en de spieren een beetje meewerken, wordt het dus een leuke dag.

We beginnen met de klim naar Hesborn. Deze is lang, maar goed te doen. Een korte afdaling door Liesen brengt ons terug bij de Bündesstrasse, waar we gisteren gebleven zijn. De weg gaat verder richting Hallenberg, waar we rechtsaf slaan richting Wünderthausen. De eerste tekenen van vermoeidheid, van de rit van gisteren, beginnen zich hier af te tekenen. Deze klim is lang en bij tijd en wijle steil. Marcel kan niet een lekker ritme vinden en moet een gaatje laten vallen. Ik klim vlot door, zodat ik even wat gelegenheid heb om een foto te maken. Met een iets lagere hartslag fietsen we door tot het einde van de klim, om ons in de afdaling te werpen. Na Wünderthausen gaat we rechtsaf naar Wemlighausen. Dit is een korte, maar steile klim en dat ligt Marcel beter dan mij. Nu ben ik degene die hem 20 meter moet laten gaan. Een lange afdaling volgt en na de bebouwde kom, komen we weer op de Bündesstrasse, ditmaal de B480. Die laten we al gauw links liggen en steken binnendoor naar Girkhausen en Smelzhütte. Er rest ons nog een vieze klim naar Neuastenberg, die pas ophoudt als we weer op de Bündesstrasse zijn. Na een kilometer of vijf richting Winterberg gaan we linksaf naar Altastenberg. Dit is zo'n beetje het hoogste punt van de route en dat is te merken ook. Het fietsframe voelt koud aan en aan de kant van de weg ligt nog volop sneeuw. Snel beginnen we dan ook aan de afdaling naar Siedlinghausen en Brünskappel. Na een steile klim naar Elpe, waar Marcel weer de grote plaat legt, volgt het restant van de afdaling naar Gevelinghausen. Door het drukke Olsberg gaan we links-rechts door Gierskopp op weg naar Elleringhausen. De klim die dan volgt, over de L743 breekt Marcel op. Door de verbouwing van zijn huis heeft hij te weinig kunnen trainen en langzaam gaat het licht uit. Met minuten voorsprong ben ik boven aan de klim. We besluiten de resterende kilometers te doen over de drukke maar vlakke Bündesstrasse. Eerst volgt nog een paar kilometer gestaag klimmen naar Willingen, waar we water bijtanken. Er rest ons dan nog een paar kilometer klimmen voordat we aan de 20 kilometer lange afdaling naar Korbach kunnen beginnen. Zover komen we niet, want vlak voordat we de grote stad in zicht krijgen, begint het opnieuw vanuit het niets hard te regenen. Ik kijk Marcel aan en aan één woord hebben we voldoende: afslaan. Via Eppe en Hillershausen sprinten we terug naar Medebach. De laatste 2 kilometers is het klimmen, maar ik houd een vlakkelandstempo aan. De eindsprint heeft weinig geholpen; de fiets is opnieuw te vies om de volgende dag op weg te kunnen en dus herhaalt het ritueel van gisteren zich. We besluiten de dag wederom met een potje darten (3-0 voor Marcel dit keer) en een goede film (Hannibal Rising). Het biertje wat ik neem zakt heel zwaar in mijn benen. Als ik op bed lig, weet ik dat het morgen een zware dag gaat worden.
Chart and Data Analysis

Zaterdag, 101 kilometer, 1.250 hoogtemeters, 3 uur en 36 minuten
Op deze laatste dag lijkt alles mee te zitten. Het lukt om routes te plannen én in de gps te pompen, bovendien is het niet alleen heerlijk weer, de voorspellingen zijn ook absoluut droog. De hebben een rit gepland rond de Edersee, een groot meer. Na een aanlooproute met enkele korte klimmetjes, kunnen we dan de benen even op het vlakke laten werken.

Mijn benen voelen deze ochtend net zo aan als gisteravond: zwaar. In de hoop dat het beter wordt, ga ik optimistisch gekleed (lees: korte broek) op pad. We gaan via Münden naar Dalwigkshal waar de eerste klim naar Lichtenfels zich aandient. Ik moet volle bak draaien en mijn benen voelen zuur. Marcel blijft stug in mijn wiel plakken, hij is schijnbaar beter hersteld dan ik. Er volgt een korte afdaling, maar ik weet nog van vorig jaar dat deze gevolgd wordt door een steile klim, namelijk die naar Fürstenberg. Waar Marcel mij de dag ervoor op het steile fietsles gaf, fiets ik nu verbazingwekkend makkelijk bij hem vandaan. Als ik de eerste haarspeldbocht door ben, zie ik een bedrukt gezicht. In het dorpje wacht ik even om even later met Marcel door fietsen. Buchenberg volgt nog, maar deze klim is niet zwaar en samen beginnen we aan de afdaling naar Herzhausen, de start van de rit rond de Edersee. Een vriendelijke Duitser helpt ons op weg en na het dorpje beginnen we aan de enige, maar lange klim die deze rondrit rijk zal zijn. Al gauw blijkt dat vandaag niet de zwaartekracht maar de wind onze grootste tegenstander gaat worden. Vooral op deze open vlakte waait het pittig. Bij Nieder-Werbe zien we voor het eerst het water weer. Over een prachtige en vooral vlakke weg sturen we door, tot we bij Edertal het water achter ons laten. Er rest nog een klein stukje naar Giflitz, waarbij we de wind vol tegen hebben, maar daarna kunnen we rustig uitpeddelen met de wind in de rug, terug naar Frankenau. Het is hier zo mooi, dat de tijd vliegt. Voor we het in de gaten hebben, zijn we in Geismar en volgt een kort stukje afdaling naar de Bündesstrasse, op weg naar Frankenberg. Hier blijkt de geplande weg opgebroken en een wederom vriendelijke Duitser vertelt ons de alternatieve weg over 2 houten bruggetjes. Onderweg naar Sachsenberg passeren we met een redelijk snelheidsverschil een lokaal fietsclubje. Ik fiets stug door, in de hoop niet weer ingehaald te worden. Het blijkt overbodig, maar wel laat ik met mijn actie Marcel weer diep in de reserves duiken. We moeten nog een klein stukje naar Dalwigkshal, waar we weer op de route terug komen. Ik tel op de Gps de meters af. Het is genoeg geweest voor drie dagen. Met vermoeide benen puffen we uit in de bungalow. Gelukkig was het vandaag wel lekker weer, het kan dus wel in Winterberg. Napratend gaat de middag over in de avond en met een afsluitend potje darten (wederom 3-0 voor mij) en een flim (Dead Or Alive) sluiten we dit geslaagde fietsweekend af. Een heerlijk fietsweekend.
Chart and Data Analysis

Dinsdag 27 maart, Weerstandstraining (taper), 45 kilometer, 1 uur en 36 minuten
Een zogeheten 'taper-training' is bedoeld om het herstel te bevorderen. Dit doe je bijvoorbeeld door middels van een korte weerstandstraining, waarbij je in korte blokken voluit rijdt. Hierdoor zal je lichaam gestimuleerd worden om te gaan herstellen. Althans, dat is de theorie. Ik doe deze trainingen altijd een paar dagen voordat ik optimaal wil presteren, zoals tijdens het aankomende trainingsweekend in Winterberg. De ervaring heeft me geleerd dat de trainingen wel degelijk effect sorteren. Toch kijk ik er altijd een beetje tegenop, omdat ik ze zo zwaar vind.

3 blokken van 30 seconden Weerstandstraining, elk met drie minuten rust. Met die wetenschap ging ik vanmiddag rond een uur of één op pad. De rit ging eerst naar het noorden, richting Birdaard. Met de wind een beetje van achteren, peddelde ik rustig in mijn herstelzone naar de plek vanwaar ik de sprintjes in gedachten had. Nadat ik vóór op het grootste blad heb geschakeld en achter op de één na kleinste, begin ik met 28 minuten en 30 seconden aan het eerste blok. Het valt me weer vies tegen en ik heb zowaar moeite om de 30 seconden te volbrengen. Drie minuten later eigenlijk exact hetzelfde verhaal. Pas bij de derde keer lukt het me om goed te doseren en om met volledig verzuurde benen na iets meer dan dertig seconden weer te gaan zitten. Misschien doe ik ze wel gewoon te weinig, bedenk ik me als ik rustig doorpeddel naar Stiens. In Leeuwarden gaat net de brug open (of dicht, dat is maar hoe je het bekijkt) en daarom fiets ik maar gewoon verder het centrum in. Die paar kilometer kunnen er ook nog wel bij. Het laatste stuk naar huis heb ik wind tegen, net als gisteren toen ik een woon-werkritje maakte. Redelijk tevreden over deze training, hang ik de fiets weer aan de haak. Laat dat trainingsweekend maar komen.
Chart and Data Analysis

Zondag 25 maart, (soort van) Mlss-training, 31 kilometer, 1 uur en 5 minuten
Gisteren had ik een typisch geval van 'niet moe, maar wel degelijk vermoeid'. Dat merk je eigenlijk pas de volgende dag en ik wist dan ook dat de geplande mlss-training wel eens zwaar, zoniet onmogelijk kon gaan worden. Vanmorgen schroefde ik als eerste nieuwe plaatjes onder mijn fietsschoenen, omdat de oude nogal versleten waren. En met 'versleten' bedoel ik ook echt 'versleten', want zelfs de slijtindicatoren waren inmiddels versleten. Rijkelijk laat dus. Maar goed, met 2 nieuwe plaatjes begon ik vanmorgen om kwart over elf aan een training, onder een strakblauwe lucht. Al gauw blijkt dat de nieuwe schoenplaatjes nog enige afstelling behoeven: links zit prima, maar rechts staat serieus te ver naar buiten. Omdat er niet zo'n lange training op het programma staat, besluit ik het probleem niet onderweg op te lossen, maar te wachten tot ik weer thuis ben. In het laatste stuk naar Bergum heb ik de wind vol tegen, maar gaat het eigenlijk best heel aardig. De hartslag is prima en ook het tempo valt niet tegen. Ik begin hoop te krijgen dat ik toch redelijk hersteld ben van gisteren. Niet veel later, op de brug, vermoed ik dat het toch nog tegen gaat vallen. Een vermoeden wat ik bevestig krijg als ik na bijna een half uur aanzet voor het eerste blok van 8 minuten in D3. Nog voor mijn hartslag D2 aantikt, voel ik diepe verzuring in mijn spieren. Ik negeer de pijn en zet door totdat ik in D3 ben. De vreugde blijkt van korte duur, want ik moet steeds harder aanzetten, terwijl de hartslag onverbiddelijk daalt. Ik weet binnen enkele minuten dat het geen zin heeft en na iets meer dan 5 minuten houd ik de benen stil. Ik fiets terug naar huis, waar ik na één uur en vijf minuten de fiets tegen de garage parkeer. Ik was overduidelijk vandaag niet genoeg hersteld voor zo'n training.
Chart and Data Analysis

Zaterdag 24 maart, Hardegarijp-Haarlem, 157 kilometer, 4 uur en 48 minuten
Eéns per jaar, rond deze tijd, waag ik me aan een ritje naar Haarlem, waar de oma van mijn vriendin woont. Een goede manier om kilometers in de benen te krijgen, want de ritafstand is bijna 160 kilometer. In 2005 regende het en was de wind Noordwest, waardoor ik bijna 7 1/2 uur moest noteren. Vorig jaar was de wind Noordoost, draaiend naar Oost en kon ik de rit in 6 uur voltooien. Voor vandaag waren de voorspellingen Noordoost, matig tot krachtig, waardoor ik mijn doel stelde op onder de 5 uur. Na een ontbijtje zag ik de laatste regenwolken wegtrekken en werd het gaandeweg wat droger. Net na half tien wist ik de schuttingdeur achter mij dicht te trekken en ging ik op pad. Volgens de Edge nog 155 kilometer te gaan.


Het begin van de Afsluitdijk, links nog net het bordje.

Het fietspad naar Leeuwarden is drijfnat. Ik probeer droge plekken op te zoeken, maar binnen enkele kilometers weet ik dat ik de boek vandaag niet schoon ga houden. Dan maakt het ook niet meer uit en ik ga even op de pedalen staan om snelheid te maken. De benen voelen wat stram, de hartslag is vrij hoog. Eenmaal in Leeuwarden is het al druk op de weg. Ik stuur dwars door het centrum om de stoplichten zoveel mogelijk te vermijden. Een scheidend collega staat haar auto in te pakken, omdat ze gaat verhuizen. Ook zij gaat richting Haarlem vandaag, misschien zie ik haar onderweg nog voorbij rijden, bedenk ik me. Ik fiets verder langs mijn werkplek en stuur vlot de stad uit. Met de benen eindelijk warm gedraaid en de wind die volop in mijn rug blaast, kan het tempo omhoog. Zonder problemen gaat het tot ruim boven de 35 per uur. Die 5 uur mag geen probleem zijn. Na Franeker wijk ik iets af van de bekende route via Harlingen. Met behulp van Viamichelin had ik een route binnendoor gepland via Hitzum, Achlum, Arum en zelfs het pittoreske Pingjum werd niet vergeten. Het geslinger over de smalle wegen doet de tijd snel verstrijken en al snel bereik ik Zürich, waarna het nog enkele kilometers is tot de start van de Afsluitdijk. Bij het oprijden van de dijk maak ik even een foto, om niet veel later in de remmen te moeten knijpen omdat er, bijna uiteraard, een brug open staat. Een paar minuten later vervolg ik mijn weg. 24 kilometer lang en recht liggen voor me.

De wind is vandaag bijzonder gunstig. Zonder problemen gaat het tot ver boven de 40. Zo ben ik in een goed half uur aan de andere kant, weet ik. Ik passeer de benzinepomp, de provinciebebording, het monument en niet veel later komen de sluizen aan de kant van Noord-Holland in zicht. Zo snel ben ik nog nooit aan de andere kant geweest. Na Den Oever vertelt de Edge mij opnieuw een andere route dan voorgaande jaren, door mij direct linksaf, binnendoor te sturen. Met twee uur, twintig minuten én tachtig kilometer op de klok, vind ik het eerst tijd voor een plaspauze. De zon breekt voorzichtig wat door de bewolking als ik weer in de pedalen klik, het geeft de vlakte hier een bijna idyllisch aanzicht. Ik passeer plaatsen als Slootdorp, Kolhorn, Lutjewinkel en Nieuw Niedorp, en geniet volop. Niet alleen is het hier namelijk prachtig, het gaat ook nog eens bijzonder vlot. Ik steek de N242 over en ga naar Oud Niedorp, alvorens ik het


De pont bij IJmuiden
zeer langgerekte Heerhugowaard binnen fiets. Hier wordt ik even een omleiding ingestuurd, die er niet blijkt te zijn en dus negeer ik de bebording en fiets ik door. De route is verder prima, maar de vele stoplichten verstoren mijn ritme. Ik  ben dan ook blij als ik opnieuw de N242 kan oversteken en het verder stoplichtvrije fietspad rond Alkmaar kan opgaan. Het enige nadeel is, dat men hier bezig is met de verdubbeling van de rondweg, waardoor het fietspad regelmatig wordt omgeleid. De Edge piept daardoor regelmatig dat ik van mijn route af ben. Zelfs als ik ten derde male de N242 over wil steken om de rondweg te verlaten, blijkt deze oversteek niet meer te bestaan en moet ik een stukje omfietsen. Als ik de drukte van Alkmaar achter me laat en langs het kanaal naar Akersloot fiets, ben ik weer op route en kan ik aan de laatste 30 kilometer van vandaag beginnen.

Akersloot ken ik van de Championdag, vorig jaar december. Het grote hotel komt me dan ook bekend voor, vlak voordat ik de snelweg oversteek. Ik laat wat gedachten door mijn hoofd gaan en fiets verder richting de volgende bekende plaats, namelijk Uitgeest. Hier is het opnieuw even route zoeken, omdat onlangs de weg is omgelegd en er tunnels zijn aangebracht. Het duurt niet lang voordat de Edge aangeeft 'rit gevonden' en ik op weg kan naar Heemskerk. Hier zijn een tweetal wielrensters dusdanig diep in gesprek, dat ze niet in de gaten hebben dat het verkeerslicht al enige tijd op groen staat. Ik fiets er omheen en vraag en passant 'of ze misschien nog zitten te wachten op een specifieke kleur groen?' Ik hoor het gegiechel achter mij, ik schuif het op mijn charmante voorkomen. Uhum. Goed, waar was ik, oh ja, Heemskerk. Waarschijnlijk diep in gedachten over het gebeurde, mis ik in Beverwijk de route die de Edge aangeeft. Gelukkig ben ik hier eerder geweest en ik volg de bebording 'Haarlem', die me in Velsen Noord bij de pont naar IJmuiden brengt. Die komt eraan als ik net sta te wachten, dus ik tref het. Vorig jaar moest ik nog omfietsen. Ik maak een foto en kan niet veel later aan boord. Een stelletje pubers zijn diep in gesprek, waarbij één van hen wijst naar mijn schoen. Als ik vraag waar het over gaat, vertelt hij 'dat één van zijn vrienden ook Sidi heet'. We lachen er even om en als één van de anderen 'een foto heeft gemaakt, want die kan ik die naar hem toesturen, lachen!', zijn we ook al in IJmuiden. Nu ben ik er bijna. Mijn benen hebben het vandaag niet echt moeilijk gehad en ook het laatste stuk door Driehuis en Santpoort, gaat onverminderd snel. 10 minuten na de pont ben ik op de plaats van bestemming, ruimschoots onder de vijf uur. De koffie staat klaar als ik binnenkom, dus ik kan gelijk aanschuiven. Het was weer een prachtige rit en met het mooie weer in het vooruitzicht, hoop ik dat dit één van de velen is die nog gaat komen.
Chart and Data Analysis

Donderdag 22 maart, rustige duurtraining, 47 kilometer, 1 uur en 39 minuten
De Tacx-rit van afgelopen dinsdag was eigenlijk iets teveel van het goede, heb ik gemerkt. Dinsdagavond voelden mijn benen, zoals Ivar ooit zo mooi omschreef "alsof ze in beton waren gegoten". Blijkbaar is bijna 4 uur Tacxen toch iets anders dan dezelfde tijd op de weg. De geplande hardlooptraining van gisteravond liet ik dan ook maar aan mij voorbijgaan; ik wist dat het toch niet echt leuk ging worden. Vanmorgen voelden mijn benen weer wat beter aan. Helaas was er ook vandaag een verstorende factor, namelijk een overleg wat gepland stond van 2 tot 5. Dat zou betekenen dat op z'n vroegst half zes op de fiets kon zitten, terwijl ik me daarop niet kon voorbereiden door 2 uurtjes van te voren wat te eten. De hoop op een leuke trainingsrit vervloog met het tikken van de tijd, terwijl ik buien zag hoe de zon de voorspelde regen had weggedreven. Omdat het overleg een half uur eerder was afgerond dan voorspeld, besloot ik toch maar te gaan trainen. Ik schoot in mijn motorpak en spoedde huiswaarts, waar ik na een korte voorbereiding de fiets van de haak pakte en de kou en de wind kon trotseren. Met een druk op de knop start ik de Edge.

Net buiten Hardegarijp gaat het even mis. In de veronderstelling dat men nog met de weg bezig is, negeer ik het fietspad en stuur de weg op. Als ik ontdek dat de bebording is weggehaald, zoek ik snel het veilige fietspad weer op. De zon schijnt volop en met een beetje beschutting van links, is het goed te doen. Een luie boer dwingt mij door een centimeter bagger op het fietspad. Zuchtend ga ik verder en steek de drukke N356 over. Hier is het goed beschut en het tempo is alleszins redelijk. Mijn benen laten me wel weten, dat de voorbereiding qua eten niet optimaal zijn, door een beetje een leeg gevoel te melden. Als ik onderweg naar Jistrum (jullie wellicht bekend van Henky, die met zijn actie het landelijk nieuws wist te halen) wat eet, voel ik me snel ook weer wat beter. Na Kootstertille draait de weg iets naar het noorden en begint het ploegen tegen de wind in. 23 per uur geeft de klok nog aan. Ik besluit om Buitenpost binnendoor via het fietspad te nemen, in plaats van om te fietsen om wat meer beschutting te krijgen. Het brede fietspad lijkt een goede keus, maar als ik even later het knersen van schelpen onder mijn banden hoor, weet ik ineens weer waarom ik deze route ooit geschrapt heb. Na Buitenpost ga ik op weg naar de Triemen en steek binnendoor naar Wouterswoude, waarbij ik de wind nog even vol tegen krijg. Nu restten alleen nog kilometers met de wind in de rug weet ik en ik schroef het tempo op als ik naar en door Damwoude rijd, om vervolgens via it Bûtenfjild recht naar beneden weer naar Hardegarijp te sturen. De klok geeft 1 uur en 39 minuten aan als ik de fiets weer aan de haak hang en net als 2 uurtjes eerder spoed ik het huis in, omdat het nu flink is afgekoeld. Een douche later kijk ik, ondanks de slechte voorbereiding, toch tevreden terug op deze late training.
Chart and Data Analysis

Dinsdag 20 maart, rustige duurtraining op de Tacx (Alpine Classic), 82 kilometer, 3 uur en 47 minuten
Midden in een dikke bui hagel reed ik vanmorgen naar mijn werk, in de auto. Normaliter reserveer ik de dinsdag volledig voor training, maar omdat werk voor het meisje gaat, ben ik momenteel vrijwel elke dinsdagmorgen op kantoor. Om twaalf uur zag ik kans de drukte achter me laten en reed ik in dezelfde auto terug naar huis, onderweg de weersomstandigheden inschattende. Het was uiteindelijk de wind die me de schuur in dreef en die er voor zorgde dat  ik de fiets op de Tacx zette en de computer aanslingerde. 3 1/2 uur rustige duurtraining stond er op het programma en daarom selecteerde ik de Real life-video 'Alpine Classic', en nam me voor om nu niet onderaan de Alpe af te stappen. Met een Dvd'tje vol verse muziek dook ik een kwartiertje later de schuur in.

Het eerste stuk van de video ken ik inmiddels en uiteraard gebeurt daarom op exact hetzelfde punt hetzelfde als de vorige keer. Zo wordt ik ook nu net voorbij Plan Lachat bijna van de fiets gereden door een groene Citroën Xantia, maar dit keer zag ik hem aankomen. Het klimmen van de Galibier gaat verder vlot en zonder problemen. Iets sneller dan de vorige keer rij ik door de tunnel en begin aan de afdaling naar de Vallei van de Oisans. Als ik daar ben staan er 2 uur en 31 minuten op de klok. Nog een uur training te gaan, maar kan ik de Alpe ook op de Tacx in een uur beslechten? Het antwoord: nee. De eerste drie kilometer lijken nog zwaarder dan in het echt. Gruwelijk langzaam tikken de beelden aan me voorbij, waarbij ik soms een hatelijk 7,6 kilometer per uur in de linkerhoek zie staan. Nu is het ook niet helemaal vergelijkbaar, omdat ik nu in D1 rijd en anders tegen mijn omslagpunt, maar toch. Rustig peddel ik verder en negeer de opkomende vermoeidheid. Als ik in bocht 14 ben, ben ik bijna 25 minuten aan het klimmen op de Alpe, waardoor de rekensom eenvoudig op 1 uur en een kwartier komt. Dat valt vies tegen en dus ga ik er maar voor zitten. Ik wil afstappen, maar kan nu, net als in het echt, niet meer opgeven en dus ga ik door. Bocht 7, bij het Panorama de St. Ferérol, laat 49 minuten en een beetje zien op het scherm. Mijn benen beginnen te protesteren aan 3 1/2 uur Tacxen, mijn lichaam kan de warmte niet meer kwijt en ik ben bijna door mijn drinken heen. Toch resteren er nog 7 bochten die bij tijd en wijle tergend langzaam gaan. De fotograaf in bocht 2 neemt niet eens de moeite om mij op de foto te zetten, ik moet wel écht slecht zijn vandaag. Ik schakel bij en rij volle bak de resterende anderhalve kilometer omhoog. Als het beeld stopt op het parkeerterrein, zucht ik eens diep en laat mezelf uitwaaien voor de ventilator. Een loodzware en vooral lange rit. Eenmaal buiten word ik getrakteerd op een hagelbui, aangewakkerd door een harde wind. Dan weet ik dat waarschijnlijk een buitenrit me nog zwaarder was gevallen.

Zaterdag 17 maart, Zuidveluwetocht met Douwe, Marieke en Kees, 107 kilometer, 3 uur en 59 minuten
"En ze heeft een stel benen, joh!" Douwe belt me afgelopen donderdag. Eigenlijk bel ik hem, maar dat terzijde. Hij had afgelopen week een rondje gefietst met collega Kees en voor het eerst was ook collega Marieke mee. Zij zat toen voor de tweede keer op de fiets. "Zucht, ik moest alle zeilen bijzetten om haar bij te houden, ik ha lêst fan'e knibbels, it gie fiersten te mâl! ('Ik heb last van mijn knieën, het ging veel te gek!'). Ik had voorgesteld om dit weekend met ons vieren een tocht te fietsen, om zo haar nieuwe fiets in te wijden. Mijn voorstel was om in Ochten de Zuidveluwetocht over 100 kilometer te gaan doen. "Hoe ik dat ga overleven, weet ik nog niet. Ik was na 50 kilometer al kapot", mailde ze me deze week nog. Wat ik er nu precies van moest verwachten vandaag wist ik niet, maar dat het een bijzondere tocht ging worden, dat was zeker.

Gisteravond stond ik in dubio. Moest ik op de racefiets of op de bosfiets? Op de racefiets tegen 2 bosfietsen, zelfs met wegbanden, dat is een oneerlijke strijd. En op de


Douwe en Marieke

 bosfiets met noppenbanden, dan was het al gauw te zwaar. Ik besloot tot een compromis en bracht een bezoekje aan mijn fietsenmaker voor 2 nieuwe wegbanden, die ik tegen negen uur 's avonds nog op mijn fiets monteerde. Met een gerust gevoel ging ik een te korte nacht in, die om 20 voor 6 eindigde, waarna ik na een ontbijtje met de bosfiets achterop vertrok richting Apeldoorn. Net voor achten parkeerde ik de wagen bij Douwe in de straat en na anderhalve bak koffie gingen we in Douwe zijn bus op weg naar Ochten. Marieke en Kees waren er al en nadat ik me aan haar had voorgesteld (Kees kende ik nog van de bruiloft van Douwe en Sandra), haalden we een startbewijs op. Niet veel later klikte ik de Edge aan en gingen we met z'n vieren op pad voor een rondje over de Veluwe. Het zuiden van de Veluwe.

Al gauw heb ik door wat Douwe bedoelde: Marieke blijkt een natuurtalent te zijn. Met speels gemak blijft ze strak naast me rijden, terwijl mijn tempo 'normaal' is. Vandaag hoef ik me niet te houden, dat besef ik me al snel. Over de dijk met de wind in de rug tikken de eerste kilometers vlot weg. Als we echter al een hele poos geen bordjes hebben gezien, blik ik op de routebeschrijving om te constateren dat we fout zitten. We rijden hetzelfde stuk terug, maar nu tegen de wind in. Aan het einde gaan we rechtsaf, de brug over, richting Achterberg. Binnendoor over een slingerend weggetje gaat de route op naar Ede. Hier rijden we een lang stuk over een smal fietspad langs de spoorlijn. Marieke begint warm te draaien, want het tempo gaat flink omhoog. Regelmatig gaat het ruim boven de dertig. Douwe en Kees kijken lijdzaam toe, maar volgen gedwee. Verderop gaat de weg een paar keer linksaf en steken we in een rechte lijn dwars door het Nationaal Park de Hoge Veluwe, met als eindpunt Otterlo en de eerste en enige controle op 50 kilometer. Na een plaspauze en het bijvullen van de drinkbussen vervolgen we onze weg.

 


Kees

Nu moeten we tegen de wind in. Ik ga op kop fietsen en kies een stabiel tempo van 155 hartslagen. Op de route via Wekerom naar Lunteren heb ik steeds ruim zicht. Kees meldt zich af en toe vooraan, om net zo snel weer af te zakken. Omkijkend zie ik de bekende schele blik van Douwe. Marieke fietst wat heen en weer en vertoont nog geen tekenen van vermoeidheid. "Tjongjejonge, ik zit dik boven de 170", meldt Douwe zijn hartslag aan mij als we Lunteren doorfietsen. Ook Marieke moet later bekenen dat ze op dit stuk een 'redelijke dip' had gehad. Ik beloof wat rustiger te fietsen. Met een lus gaat de route langs Renswoude en op naar Veenendaal, de thuisbasis van de drie collega's. Kees heeft dan al op de route gekeken en weet wat er nog te wachten staat. "Leef je uit",  geeft hij me mee als we aan de glooiende route op de Defensieweg beginnen. Beide mannen haken snel af, Marieke blijft strak in de buurt als ik volle bak aan één-voor-één de heuvels op rijd. Als we verderop linksaf slaan, is de weg achter ons leeg. We besluiten met z'n tweeën de resterende 10 kilometer vol te maken, waarbij Marieke nog een strakke deuk in het ego van drie mannelijke fietsers weet te rijden. Met bijna 4 uur op de klok, duiken we de kantine in op zoek naar koffie en thee. Douwe volgt een vijftal minuten later, Kees vond het bij de auto wel prima en hem vinden we als we terugfietsen naar het parkeerterrein. Ik bedank beide voor de leuke dag en met Douwe rijd ik terug naar Apeldoorn, waar ik na een douche, wat eten en 2 Senseo's terug op huis aan ga. In de auto bel ik mijn vriendin om te zeggen dat ik onderweg ben. Met een schuin oog op tante Truus (het navigatiesysteem), zie ik een aankomsttijd staan van 17.08u. "Vijf uur ben ik wel thuis", sluit ik het gesprek af. Ik druk de cruise control aan en ga er even voor zitten, terwijl ik de rit van vandaag door mijn gedachten laat gaan. Het was zeker een hele bijzondere rit.
 

Met Marieke


Chart and Data Analysis

Dinsdag 13 maart, mlss-training, 45 kilometer, 1 uur en 33 minuten
Het prachtige weer waarop we deze dagen worden getrakteerd, ik zie het als een traktatie, heeft als grote nadeel dat het meer liefhebbers naar buiten lokt. Resultaat was dat ik vanmiddag voor de brug in Bergum moest wachten voor een zeilboot, net toen ik een beetje warme spieren begon te krijgen. Diezelfde spieren hadden mij in het eerste kwartier duidelijk te kennen gegeven dat de hardlooptraining van gistermiddag nog niet uit mijn systeem was. Ik moest er moeite voor doen om mijn hartslag in D1 te krijgen en te houden en had daardoor een hard hoofd in de voorgenomen mlss-training. Als D1 al een probleem was, hoe zou ik dan ooit D3 kunnen halen? Maar goed, nadat die boot eindelijk weg was en ik de brug af fietste, begon ik me geestelijk voor te bereiden op de 3 keer 8 minuten in D3. 3 minuten later. Douwe belt. Of ik zin heb om te fietsen dit weekend. Ik vind het prima, voor een fietstochtje ben ik altijd te porren. We besluiten het weer even af te wachten en daarna berg ik de telefoon weer op in de achterzak. Twee keer oponthoud onderweg, dat kan nooit goed zijn. Na 15 meter trek ik opnieuw in de remmen. Eerst maar een plaspauze, die kan er dan ook nog wel bij.

Als ik op het 'parcours' aankom, zie ik dat ik 2 minuten eerder ben als afgelopen zaterdag. Dan valt het dus wel mee met de stramheid van de spieren, bedenk ik me. 120 seconden later geef ik gas en begin aan het eerste blok van 8 minuten. D3 blijkt wel aan de hoge kant. Pas als mijn benen diep in de verzuring schieten, laat de teller 173 slagen zien. Ik laat de meter zakken naar 168-170 en daarbij is het gevoel beter. Na een stukje klinkers en flinke tegenwind zit blok 1 erop, tot nu toe valt het niet tegen. Ook het tweede blok gaat gevoelsmatig prima en het derde en laatste blok levert ook niet veel problemen op. Eigenlijk gaat het boven verwachting. Via Bergum fiets ik terug naar huis, waar ik constateer dat ik 3 minuten sneller heb gereden dan afgelopen zaterdag, een gemiddelde van 29,5. Tevreden hang ik de fiets weer aan de haak, en dat van die boot, ben ik allang weer vergeten.
Chart and Data Analysis

Zondag 11 maart, rustige duurtraining, 124 kilometer, 4 uur en 29 minuten
Na een 6-tal weken rustige opbouw, zal ik in de komende weken serieus kilometers moeten maken, want de Amstel Gold Race met haar 250 kilometer komt nu met grote stappen dichterbij. Vandaag was natuurlijk een prima gelegenheid daarvoor, want de lucht was strakblauw en de temperatuur ronduit aangenaam. Ver voordat de wekker dan ook ging vanmorgen, stond ik naast mijn bed: de kriebel is er weer. Na een goed ontbijtje kon ik tegen half tien op pad gaan. Met behulp van Mapsource had ik een route gepland van zo'n 124 kilometer, die via Drachten/Ureterp naar Oosterwolde leidde, en vervolgens via Luxwoude (of all places) en Grou via Leeuwarden terug. Gezien de Zuid/zuidwestenwind leek dit de meest logische keuze. Een bekende piep markeert de start.

Via Bergum, De Tike en Opeinde rijd ik naar Drachten. Omdat het rustig is op de weg, kan ik nu dwars door Drachten gaan en al snel fiets ik over de A7 heen. Mijn benen laten op dit viaduct weten dat ik nog niet hersteld ben van de D3-training van gisteren, dus maar een beetje met beleid vandaag. Na Ureterp gaat het rechtsaf en kom ik op onbekend terrein. Op deze weinig beschutte weg, merk ik hoeveel wind er staat; veel meer dan de voorspelde 'zwakke tot matige'. In Wijnjewoude ga ik linksaf en direct weer rechtsaf. Hier is enige beschutting van de bossen. Het smalle weggetje kronkelt langzaam naar beneden en als er één uur en veertig minuten op de klok staan, fiets ik Oosterwolde binnen, de thuishaven van Evert. Hij zal zich vandaag wel weer uitleven in de bossen. Ik houd het op asfalt en klinkers. Ik steek de drukke N381 over en stuur richting Makkinga. Het is hier prachtig, constateer ik. Een bocht rechtsaf leidt mij over de Tjonger en als ik vervolgens linkaf sla, fiets ik logischerwijs door de Tjongervallei. Hier is geen beschutting en met de wind vol tegen, valt het zwaar tegen. Na een plaspauze verdwijnen de handschoentjes in de achterzak; een beetje zonlicht is welkom op het blanke vel. In Nieuwehorne ga ik rechtsaf en stuit op de Opsterlandse Compagnievaart. Het lijntje op mijn Edge stuurt me er recht overheen, maar ik prefereer toch een brug en dus wordt het omfietsen. Even later ben ik weer op route en gaat de route verder via Jonkerslan en Langezwaag, waarna ik andermaal over de A7 ga, op weg naar Luxwoude. Met de wind eindelijk eens in de rug kan het tempo omhoog. Het blijkt van kort duur, als ik het laatste stuk naar Aldeboarn de snelheid weer zie dalen tot net boven de 20. Nog een klein stukje tot aan Nes wind tegen, weet ik, en daarna heb ik bijna alles wind mee, terug naar huis. De rit gaat verder door de aquaducten van Akkrum en Grouw, waarbij ik in de laatste stuit op een trimloop. Ook blijkt er een wandeltocht of iets dergelijks te zijn, en wandelaars zijn nog erger dan bejaarden of scholieren op de fiets, waardoor ik blij ben als ik ook Grouw laat voor wat het is. Langs de snelweg A32 fiets ik door Idaard en Wirdum naar Leeuwarden. Door de wijk Aldlân en over het spoorviaduct, waar ik altijd mijn krachttrainingen doe, gaat het door Camminghaburen langs het huis van collega Beitske. Na een houten bruggetje, resteren nog enkele kilometers voordat ik Hardegarijp weer in zicht krijg. Op mijn teller zie ik ruim 124 kilometer staan als ik thuis de oprit weer opfiets. Ik ben redelijk aan het eind van mijn Latijn, maar ondanks de stevige wind, ging het vandaag relatief makkelijk. En ik heb daarbij prachtige stukken Friesland gezien, dus ik kan me bijna geen betere manier voorstellen om deze week af te sluiten.
Chart and Data Analysis

Zaterdag 10 maart, mlss-trainingen, 45 kilometer, 1 uur en 34 minuten
Ik heb ver terug in de archieven moeten zoeken, voordat ik bij mijn laatste mlss-training uitkwam: zaterdag 5 augustus, meer dan 7 maanden geleden dus. Vandaag kon ik me echter weer opmaken voor deze zware training, die goed is voor het ontwikkelen van snelheid. Met ontblote kuiten reed ik net voor tienen de straat uit; met zulk mooi weer is het zonde om met lange broek te fietsen en het voelde goed om de wind weer over mijn huid te voelen. Het ziet er nog niet uit: wit en behaard, maar dat gaat beide een kwestie van tijd zijn. Met een omweggetje fietste ik met de wind in de rug op een soepel verzetje naar Bergum en maakte mij op voor 3 blokken van elk 8 minuten in D3, met 8 minuten rust in D1 tussen de blokken. De benen voelden goed.

Het voordeel als je steeds dezelfde route neemt, is dat je aan de hand van je tijd en plaats kunt zien of het wel of niet goed gaat. Normaliter heb ik minder dan een half uur werk om op 'mijn' rondje te komen. Vandaag stonden er exact 30 minuten op mijn teller, toen ik linksaf draaide. Ik kon dus gelijk beginnen met gas te geven. Met de wind op de zijkant, ging dat vrij eenvoudig. Als ik even later echter rechtsaf draai en in het open veld kom, komt de wind recht van voren en zit er niet anders op dan terugschakelen en lijdzaam toe te zien hoe de snelheid drastisch daalt. Het valt me zwaar, dit eerste blok. Ik heb moeite de hartslag hoog te houden en het klinkerweggetje lijkt in de afgelopen 7 maanden slechter geworden. Na 8 minuten rust en wat drinken, begin ik aan het tweede blok, die een stuk beter gaat. Na nog eens 8 minuten rust rest slechts het laatste blok en ook die kan ik goed volhouden. Tevreden peddel ik via ongeveer dezelfde route naar huis. De training ging achteraf bekeken best goed en zoals ik met de krachttrainingen heb gezien, zullen deze steeds beter gaan.
Chart and Data Analysis

Donderdag 8 maart, krachttraining, 36 kilometer, 1 uur en 17 minuten
Wat een verschil met afgelopen dinsdag. Had ik toen weinig andere keuze dan op de Tacx te duiken, vandaan scheen de zon volop en was het ronduit lekker weer, zeker als je beseft dat het vandaag 8 maart is. Vorig jaar rond deze tijd was het wel even íets anders weer, getuige mijn eigen dagboek van die datum. Maar vandaag was het zelfs bijna korte-broeken-weer en dus stapte ik ook met veel plezier net na half vijf op de fiets voor een krachttraining. Net buiten Hardegarijp is een vrachtwagen gestrand. Onder de cabine ligt een grote plas olie, die het einde markeert van een lang oliespoor. Omdat ik naast fietser ook motorrijder ben, weet ik hoe gevaarlijk zoiets kan zijn en dus bel ik de politie om het gebeurde mede te delen. Ik wordt bedankt voor mijn melding, waarna ik mijn weg kan vervolgen. In Leeuwarden begin ik aan mijn krachttrainingen. Ik doe 2 sessies van elk vijf keer; de eerste keer zittend, de tweede keer staand. Dat ik nu echt progressie begin te maken, blijkt uit het feit dat ik zonder problemen elke keer op de allergrootste versnelling zonder teveel moeite omhoog kan komen. Eens temeer blijkt hoe belangrijk gedegen training is. Als ik beide sessies heb gehad, fiets ik dezelfde weg terug naar huis, nieuwsgierig naar de stand van zaken rondom de vrachtwagen met pech. Al vanuit de verte zie ik de wegafzetting staan. De vrachtwagen is inmiddels weggesleept en men is bezig met het opruimen van de olie. Al fietsend maak ik een foto, om later naar Wâldnet te kunnen sturen (het bericht vind je hier), en niet veel later ben ik weer thuis en zit de voorlopig laatste krachttraining van deze periode erop. Ondanks de slechte winterperiode die ik achter de rug heb, ben ik momenteel best tevreden over de vorm en begin vertrouwen te krijgen in de ritten die gaan komen.
Chart and Data Analysis

Dinsdag 6 maart, rustige duurtraining op de Tacx, 68 'kilometer', 2 uur en 30 minuten
Al bellend, in D1, de Galibier op én over. Het gebeurde vanmiddag tijdens een rustige duurtraining op de Tacx. Het was absoluut geen wielrennersbuitenfietsweer en dus plaatste ik tegen half één de fiets op de Tacx en slingerde de PC aan. Ik koos voor 'Alpine Classic', want bekend maakt bemind. De rit begint in de afdaling van de Télégraphe en dus kan ik even warmdraaien alvorens ik de Galibier opdraai na Valoire. Ik zoek mijn D1-zone op en een soepel verzetje. Het zal een ruim uur duren voor ik boven ben, bedenk ik me. Gelukkig zijn de beelden prachtig en tikken de minuten meer dan vlot weg. Voor ik het in de gaten heb, zie ik de bekende 180-graden draai bij Plan Lachat. Er staan dan bijna drie kwartier op de klok en ik las een plaspauze in, waarna ik begin aan de haarspeldbochten. De beelden zijn kennelijk vroeg in het jaar opgenomen, want overal ligt nog veel sneeuw. Zoveel zelfs, dat de echte col nog niet begaanbaar is. Ik ben dan ook ietwat teleurgesteld als ik zie hoe de camera op de tunnel afstuurt. Ik zeg: verbeterpuntje. Na de tunnel volgt de lange afdaling naar Le Bourg d'Oisans. Het is niet echt afdalen, want er moet gewoon meegetrapt worden. Hierdoor blijf ik wel lekker warm. Als ik de valei van de Oisans in fiets, zie ik bijna 2 en een half uur staan. Ik had drie uur gepland, maar ik vind het wel voldoende, want als ik begin aan de Alpe, wil ik hem afmaken ook. Voor camping 'La Piscine' houd ik de benen stil. Wederom een bijzondere Tacx-ervaring. 

Zondag 4 maart, gemountainbiked met Douwe op het parcours van Rhenen, 73 kilometer, 3 uur en 41 minuten
Gisteravond belde Douwe. De route van 100 kilometer was wegens de slechte staat van het parcours geschrapt uit de Mtb-marathon van Ruinen. "En nu?", vroeg ik Douwe. "Als je morgenmiddag ook kan, dan kan je ook hier komen, pikken we de 54 kilometer lange route van Rheden. Met de aanrijdroute ben je ook op 76 kilometer", was zijn antwoord. Vanmorgen net na half elf zat ik in de auto op weg naar  Apeldoorn. Ik had er zin in, weer eens mountainbiken.

Nadat ik kennis heb gemaakt met Silke (Douwe en Sandra zijn een aantal weken terug papa en mama geworden), drinken we een paar bakken koffie en maken ons klaar voor de mountainbikerit. Net na enen klik ik de Edge aan en gaan we op pad, via Beekbergen naar Loenen waar we, na een plaspauze van mijn kant, beginnen aan de ronde. Het blijkt redelijk drassig te zijn. Toch is het goed berijdbaar, maar van mijn hoop dat ik de fiets schoon mee naar huis kan nemen, is snel niets meer over. Douwe geeft flink gas. Voor hem is het parcours hier bekend en ik moet weer even wennen aan en durven met de mountainbike. Bij tijd en wijle rijdt hij dan ook zo bij me vandaan en ik begin me zorgen te maken of ik hem de volledige rit bij kan houden. Er volgt een heel slecht stuk. "Dit is in min eintjse, hear!", roept Douwe me toe terwijl ik lijdzaam toekijk hoe de afstand tussen ons groter wordt. In goed Nederlands bedoelt hij, dat "dit een slecht stuk is". Als de weg weer wat omhoog gaat, wordt de route ook weer wat berijdbaarder en kan ik weer naar Douwe toefietsen. Over een stukje boomwortels, niet veel later gaat hij er weer vandoor.

We naderen de omgeving van de Posbank en Douwe meldt dat dit het zware stuk is in het parcours. In een afdaling schiet hij me voorbij en ziet daarbij een bocht over het hoofd. Het gaat net goed, met dank aan de net nieuw gemonteerde remblokjes. De schrik zit denk ik in zijn benen, want in de klimmen die volgen, kan ik het heft in handen nemen. Het is een aaneenschakeling van steile hellingen, gevolgd door technische afdalingen. Ik geniet volop maar achteromkijkend, zie ik de bekende schele blik: Douwe begint er doorheen te zitten. Als we de klimmen gehad hebben, drinken en eten we wat op een parkeerterrein. De rest van het parcours is redelijk vlak, maar het tempo is eruit. Douwe heeft een dip en niet te zuinig ook. Mijn benen voelen eigenlijk nog prima. Wel begint mijn pols nu aan te geven dat het eigenlijk wel genoeg is. Op de zandwegen kunnen we wat kilometers maken en het duurt niet lang voordat we dichtbij de start van de ronde komen. Douwe bezorgt vlak voor het einde een nog een onschuldige wandelaar ("Ik hie dúdelik roppen") een paar grijze haren extra en daarna komen we weer op asfalt en kunnen we beginnen aan de elf kilometer terug. Na een paar kilometer voelt Douwe kramp opkomen en daarom peddelen we rustig aan terug naar zijn huis. Na een douche en 2 cola, laad ik de fiets achter op de auto, bedank ik Douwe voor de leuke dag en ga terug naar huis. Het is 20 over zeven als ik de oprit weer oprijdt. Het was een lange dag, maar ontzettend leuk. En, niet onbelangrijk, ik kan weer mountainbiken met mijn pols. Uiteindelijk komt meestal alles wel weer goed.
Chart and Data Analysis

Dinsdag 27 februari, krachttraining, 57 kilometer, 2 uur en 1 minuut.
Gistermiddag vond ik het ineens noodzakelijk om te gaan draven; voor het eerst in een viertal weken. De oorzaak hiervoor is waarschijnlijk de Marathon van Leeuwarden (ik doe de 1/2e) op 10 juni a.s. waarvoor ik me heb opgegeven. Daar wil ik zo weinig mogelijk voor trainen, maar wel voldoende om hem fatsoenlijk uit te lopen. En om mijn collega's eruit te lopen, dus zal ik toch zo nu en dan wel wat kilometers moeten maken. Hoe het ook zij: ik begon te enthousiast, liep steeds te hoog in mijn hartslagzones en ondanks dat ik heerlijk heb gelopen, wist ik zeker dat ik vandaag spierpijn ging hebben. En zo was het ook. Het viel me nog mee, maar ik dacht direct terug aan afgelopen zaterdag toen ik mij ook al met zware benen opmaakte voor een krachttraining. Hoe zou het vandaag gaan?

Op de buienradar kon ik mooi zien dat ik het wel droog ging houden. Er stond weinig wind en dus peddelde ik rustig richting Leeuwarden om mij op te maken voor 2 sessies krachttraining. Ik besloot de eerste sessie van 5 keer zittend te doen, afwisselend met de handen op het stuur en met de handen in de beugels, en de tweede sessie staand. Al na één keer voelde ik hoe mijn benen zwaar verzuurden, maar bij het afrijden van het viaduct, verdween de verzuring net zo snel. Het gevoel was veel beter dan afgelopen zaterdag. Met plezier rond ik de eerste sessie af en reed een rondje om mijn benen rust te gunnen. Onderweg kwam ik nog een bordje tegen van de Fietsersbond om mij te waarschuwen voor een slecht fietspad. Ik ben wel (veel) erger gewend, dacht ik nog. Ik maakte een foto en fietste door. Na een klein kwartier begon ik aan de tweede sessie en ook die ging veel beter dan 3 dagen terug. Zonder al teveel problemen rondde ik de sessie af en bereidde mij voor op een uurtje uitfietsen. Via Goutum, Wirdum, Swichum, Warga en Wartena kreeg ik het oog op de Fonejachtbrug. Met de wind in de rug zocht ik een soepel verzetje op en ging staand op de pedalen omhoog. Bovenop waren de benen zuur maar had ik nog adem voldoende. Via Garijp en Bergum rondde ik deze training af en nadat ik het ergste vuil van mijn fiets had gespoeld, dook ik lekker onder een warme douche. Lekker getraind.

Aanstaande zondag ga ik met Douwe in Ruinen een MTB-marathon fietsen over 100 kilometer, over gravel en bospaden. Het wordt mijn eerste tochtje weer op de bosfiets sinds 22 oktober. Het verslag ervan lezen jullie hier enkele uren na afloop.
Chart and Data Analysis

Zondag 25 februari, rustige duurtraining op de Tacx, 49 kilometer, 2 uur en 16 minuten
Het was een troosteloze aanblik vanmorgen: grijs en grauw, absoluut geen fietsweer. Omdat dit gisteren al was aangekondigd, hadden we maar besloten om vanmorgen vroeg naar Thialf te gaan om daar wat rondjes te draaien. Net na de eerste dweilpauze, om kwart over elf, kon ik de eerste meters ijs onder me door laten gaan. Het ijs was slecht, ondanks de net gehouden dweilronde, ik denk door het vochtige weer. Het duurde daardoor meerdere rondjes voor ik vertrouwen genoeg had om pootje-over de bocht door. Groot voordeel was wel dat het erg rustig was, zodat ik lekker rondjes kon draaien, zonder steeds afgeremd te worden door langzamere schaatsers. Na een uur zijn onze voeten moe en snakken we naar een bakkie, die we ons een drie kwartier later thuis goed laten smaken. Een heerlijk begin van deze zondag.

Omdat er ook gefietst moest worden, slingerde ik een uurtje later de computer in de schuur aan en bereidde mij voor om een uurtje of twee te gaan Tacxen. Ik koos voor de Dvd van de Ventoux, om alvast wat inspiratie op te doen voor deze zomer. De Dvd begint in Sault en gaat dan over de top naar Malaucene. Normaal ('in het echt') zou me dat ruim twee uur kosten en Tacx kennende, zal daar weinig verschil in zitten. Met een klassieker van Guns n' Roses als achtergrondmuziek, begin ik aan de rit. Dit stuk heb ik vorig jaar juni twee keer daadwerkelijk gefietst en het komt me dus ook heel bekend voor. Aangezien bekend bemind maakt, tikken de minuten en kilometers vlot weg. Als ik bijna een uur op de klok heb staan, en bijna bij 'Chalet Renard' ben, is het tijd voor een plaspauze. De berm opzoeken gaat niet lukken, en dus moet ik door de regen naar binnen. Snel klim ik even later weer op de fiets om de klim te voltooien. Normaal zou ik zo'n klim doen tegen mijn omslagpunt. Omdat ik graag een rustige duurtraining wil doen, doe ik vandaag de hele rit op een klein verzetje en keurig in D1. De snelheid is daardoor navenant en ik heb bijna 2 uur werk om in de mist boven te komen. In de afdaling die volgt kan ik even uitrijden, teneinde niet met vierkante benen af te hoeven stappen. Rustig laat ik het stuur los, kom omhoog en eet wat, terwijl de snelheidsmeter een dikke 70 per uur aangeeft. Als ik in Malaucene een rondje heb gefietst en de klim opnieuw opdoemt, zitten er ruim 2 uur en een kwartier op en vind ik het welletjes. Zwaar bezweet, in die twee uur is de temperatuur in de schuur met 6 graden gestegen, loop ik wederom door de regen terug naar binnen voor een verdiende douche. Voor vandaag wel weer genoeg gedaan.

Zaterdag 24 februari, krachttraining, 36 kilometer, 1 uur en 17 minuten
Vanmorgen voelden mijn benen loodzwaar en mijn keel alsof ik elk moment snotverkouden kan worden. Daarbij waren de weersvoorspellingen ook niet echt super; reden voor mij om van tevoren de geplande training maar wat af te zwakken. Op het programma stond een krachttrainingen van 2 uur, ik besloot 2 sessies te doen van elk vijf keer, en dan Linéa recta naar huis toe te gaan. Langs de Rijksstraatweg, dezelfde route die ik altijd rijd naar mijn werk, reed ik met een rugwindje vlot naar Leeuwarden, om vervolgens om de Groene Ster, een recreatiegebied, heen een route te zoeken naar het spoorviaduct. In dat recreatiegebied is het momenteel een drukte van belang met hardlopers, doordat deze zomer de eerste Marathon van Leeuwarden staat gepland. Ikzelf doe ook mee, overigens, zij het de Halve versie. Maar goed, voorlopig ligt de nadruk dus nog op het fietsen. Bij het viaduct schakel ik het op één na grootste verzet en met de handen op het stuur ploeg ik, vol tegen de wind in, omhoog. Het valt vies tegen, mijn benen verzuren snel. Terug gaat het een stuk eenvoudiger en met die wetenschap maak ik de serie af. Als ik doorfiets om een kwartiertje rustig te peddelen, parkeert iemand zijn auto midden op het fietspad. Omdat ik het aan zag komen, weet ik het stuk blik te ontwijken, maar daarbij moet ik wel (bijna) per ongeluk de auto beetpakken. Het wordt niet gewaardeerd, maar ik weet hem duidelijk te maken dat toch echt hij degene is die fout zat. Wat is dat hier toch met die auto's? Met een hartslag van 170 (waarom maak ik me ook zo druk?) fiets ik verder. Als ik even later een korte plaspauze heb, ben ik het voorval alweer vergeten. De tweede sessie gaat een stuk zwaarder. Voor mijn gevoel waait het ook veel harder, maar dat zal verbeelding zijn. Ik moet gevoelsmatig te diep gaan om de sessie te voltooien en ben blij dat het erop zit. Rustig peddel ik naar huis, waar ik een twintigtal minuten later aankom. Niet echt een lekkere training, ik hoop dat het morgen beter gaat.
Chart and Data Analysis

Donderdag 22 februari, rustige duurtraining, 47 kilometer, 1 uur en 36 minuten
Ik had vandaag een rustige duurtraining van anderhalf uur op het programma staan en omdat de omstandigheden vrijwel gelijk waren aan dezelfde training van vorige week, besloot ik één van de features van de Edge te gebruiken: de virtuele tegenstander. Hiermee kan je een route tegen jezelf rijden. Net na half vijf ging ik op pad en klikte de Edge aan. Eenmaal buiten Hardegarijp, zocht ik het navigatieschermpje op en zag hoe de virtuele tegenstander 300 meter voorsprong op mij had. Vlug zette ik aan om weer op gelijke hoogte te komen maar helaas was er vanaf dat moment geen sprake meer van een echt rustige duurtraining. Een wonderlijk gevoel bekroop mij, mijn hartslag steeg 10 slagen en ik had echt het idee of reed er iemand mee vandaag. Op sommige stukken zag ik het driehoekje bij mij 'weg rijden', dan weer haalde ik het bij of zelfs in. Eenmaal onder Buitenpost had ik één groot voordeel: waar de wind vorige week iets Zuidwest was, was deze vandaag iets Zuidoost en dus had ik vanaf dit punt wind mee, waar ik een week geleden nog wind tegen had. Op de klinkerweg naar Kootstertille zag ik dan ook de virtuele tegenstander afhaken en voorbij Jistrum was de afstand gegroeid tot bijna een kilometer. In mijn voordeel, welteverstaan. Ruim twee minuten sneller dan vorige week rijd ik thuis de oprit weer op en klok af. Van een echt rustige duurtraining was geen sprake vandaag, maar leuk was het wel, winnen van jezelf.
Chart and Data Analysis

Dinsdag 20 februari, intensieve duurtraining, 49 kilometer, 1 uur en 48 minuten
Gisteren was ik op de fiets naar het werk, en voelden mijn benen loodzwaar. Datzelfde loodzware gevoel had ik vanmorgen nog toen ik wakker werd en ik wist dat het vandaag geen echt lekkere training ging worden. Op het programma stond een training van anderhalf uur, met halverwege een blok van 30 minuten in D2. Ik koos voor het bekende rondje over Damwoude en Buitenpost. Net na half negen reed ik de straat uit en voelde hoe de kou zich een weg zocht door mijn te dunnen kleding.

Net buiten Hardegarijp zie ik hoe mijn hartslag snel kruipt naar de bovenkant van mijn D1-zone. Het gaat dus in feite te hard, maar langzamer fietsen helpt niet echt. Ik besluit mijn gevoel vandaag te laten leiden en fiets rustig door. Als ik in Damwoude ben, zit het eerste half uur erop en kan ik door naar D2. Nu is mijn hartslag niet te hoog, maar te laag. Ondanks dat ik een stuk vlotter trap, blijft de hartslag met moeite in D2 hangen, een teken van vermoeidheid, weet ik. Ik peddel rustig door en probeer de hartslag hoog te houden, doch ik bemerk dat nij een enkel ogenblik van niet opletten de hartslag net zo vlot terug daalt naar D1. In Buitenpost zit het half uur er bijna op en houd ik het voor gezien wat D2 betreft. Via Kootstertille en Eestrum fiets ik de anderhalf uur vol. Vandaag was niet echt een goede dag om te trainen, dus waren de anderhalf uur ook ruimschoots voldoende. Donderdag maar weer even zien hoe het gaat.
Chart and Data Analysis

Zondag 18 februari, krachttraining, 48 kilometer, 1 uur en 39 minuten
Vandaag stond er een krachttraining op de planning en dus had ik een probleem, want waar vind je zo snel een steil viaduct in de omgeving? Op de routekaartjes van de ANWB vond ik een viaduct en in de Edge plande ik de route er naartoe. Het lag 16 kilometer noordelijker en dus verwachtte ik wind mee, maar de wind was gedraaid en dus moest ik opnieuw lijdzaam zien hoe ik net 25 kon rijden. Ook hier bleek ik een onverharde weg over het hoofd te hebben gezien en aangezien het hier een echte zandweg betrof, liet ik de route voor wat het was en fietste ik over asfalt verder. Niet veel later gaf de Edge met een piep aan dat ik weer op route was. Eenmaal aangekomen bij wat het viaduct had moeten zijn, stond ik slechts voor een ondiepe tunnel. Niet echt geschikt en dus fietste ik door. Nu kreeg ik de wind wel lekker in de rug en kon het tempo wat omhoog. Net voor Eext, als ik weer onder de N34 door moet, blijkt een diepere tunnel te zitten en doe ik enkele sessies krachttraining. Vooral de wind maakt het nog lekker zwaar en dus is het toch nog een echte krachttraining. Na Eext duik ik de bossen door en kom uiteindelijk op de weg Rolde-Borger uit, bekend terrein dus. Een tiental minuten later ben ik weer bij het huisje, waar de rest van de familie het middagmaal heeft gevat. Ik schuif aan en eet lekker mee. Toch leuk, om eens twee dagen in een andere omgeving te vertoeven.
Chart and Data Analysis

Zaterdag 17 februari, rustige duurtraining, 80 kilometer, 3 uur en 4 minuten
Mijn ouders waren gisteren 35 jaar getrouwd en om dat te vieren, hadden we een weekendje Borger aangeboden gekregen. Om het nuttige met het aangename te combineren, besloot ik om de rit per fiets te gaan doen. Nadat ik vrijdagavond de rit in de Edge had gezet, kon ik vol vertrouwen op pad gaan. Tegen kwart voor twaalf klikte ik in de pedalen en ging naar het Zuidoosten. De zon scheen, de temperatuur was goed, dit ging een lekker ritje worden.

Het nadeel als je één kant op fietst, is dat je óf alles wind mee hebt (dan is het een voordeel), óf alles wind tegen. Ik had het laatste en het waaide ook nog wel stevig. Een goed gemiddelde kon ik vandaag wel vergeten, wist ik. Ik bedacht me dat dat eigenlijk ook niet zoveel uitmaakte, want ik ging een rit doen die grotendeels door voor mij onbekend gebied leidde en daardoor ook heel leuk kon worden. Het begin van de rit kende ik: via Bergum naar Nijege, Opeinde, door Drachten en dan op naar Ureterp en Bakkeveen. Na Bakkeveen ging ik linksaf, richting Een. Hier bleek een hiaatje in de routebeschrijving, als ik een stukje onverhard tegenkom. Het valt mee en niet veel later heb ik weer asfalt onder de wielen. Daarna gaat de rit via Norg, Peest en Zeijen verder door het dan inmiddels Drentse Landschap. Over de brug, langs het kanaal waait het stevig en de eerste de beste glooiing in het landschap laat de snelheid verder zakken naar net 23 per uur. Er resten nu nog enkele kilometers via Loon en Ballo voor ik Rolde in rijd. Daarna, wist ik nog, is het nog één lange weg naar Borger. Het fietspad is heerlijk aangelegd, deels door bos, met wat glooiing en niet kaarsrecht. De kilometers schieten voorbij en niet veel later rijd ik door een tunnel van de N34. In de bebouwde kom van Borger maak ik nog een extra rondje rond de rotonde, maar daarna gaat het snel door naar Hunzedal, waar het huisje staat. Eenmaal gedoucht vraagt mijn moeder me, of  'ik nu niet een enorme inzinking ga krijgen, na zo'n eind fietsen'. Ik antwoord ontkennend, want ik weet dat het wel wat meevalt. Een heerlijke rit.
Chart and Data Analysis

Donderdag 15 februari, rustige duurtraining, 47 kilometer, 1 uur en 39 minuten
Wat een verademing na al die regen van gisteren: een strakblauwe lucht en nauwelijks wind. Ik had dan ook ouderwets veel zin om te fietsen, toen ik vanmiddag terug reed op de motor van mijn werk naar huis. Nog voor half vijf klikte ik de fietscomputer aan en ging op pad voor een rustige duurtraining van anderhalf uur. Ik koos voor mijn bekende rondje. Eerst naar het noorden, dan via Damwoude naar Buitenpost en via Kootstertille terug naar huis. Net buiten Hardegarijp zoek ik een lekker beentempo op. Het beetje wind wat er is, heb ik in mijn rug en dat is heerlijk om even warm te draaien. Vlak voor Damwoude eet ik wat en daarna gaat het achter een auto met veewagen aan door de bebouwde kom. Weer in het open veld twijfel ik aan een plaspauze, maar ik bedacht me dat ik dat wel kon halen. Eenmaal buiten Buitenpost bleek dat wat optimistisch en duik ik de berm in. Met de druk van de blaas gaat het weer een stuk soepeler en met het laatste stuk de wind een beetje mee rijd, ik soepeltjes naar huis. Vlak voor Hardegarijp klik ik de verlichting erbij aan, maar echt donker is het nog niet als ik vijf minuten later thuis kom. Volgende week kan de lamp bijna thuisblijven, bedenk ik me. Lekker getraind.
Chart and Data Analysis

Dinsdag 13 februari, krachttraining, 66 kilometer, 2 uur en 23 minuten
Ik maakte mij vanmorgen op voor een krachttraining. De weg was drijfnat en dus wist ik één ding zeker: na de tijd fiets schoonmaken. Om 7 minuten over half negen reed ik, wederom tegen de wind in, naar Leeuwarden naar het voor mij inmiddels overbekende viaduct. Ik besloot 2 sessies te doen van elk 5 keer. De eerste keer afwisselend staand/klimmend met de handen op het stuur, de tweede idem, alleen dan met de handen in de beugels. Beide sessies gingen eigenlijk prima, al voelde mijn benen door de nog aanwezige spierpijn wel loodzwaar aan. Conditioneel begint er al langzaam vorm in te komen, dus dat zit wel goed.

Minder leuk vandaag waren de niet oplettende automobilisten. De eerste was een blonde jongedame die voor Koskamp werkt en het niet noodzakelijk vond mij voorrang te verlenen. Een snelle remactie bleek vereist teneinde te voorkomen dat ik weer om een nieuwe helm moest. De dame in kwestie begreep mijn frustratie totaal niet. Niet veel later, in het centrum van Leeuwarden, blokkeerde een Duitser die een weg op wilde rijden het fietspad volledig. Ik had beter op moeten letten bij Duits, dan had ik hem nog wat geestelijk bagage kunnen meegeven. Met een veel te snel rijdende auto, waar ik nog net voorlangs kon, liet ik Leeuwarden achter mij, in de hoop in rustiger vaarwater te komen. Eenmaal bij de Fonejachtbrug ging het opnieuw mis. Een inhalende auto negeert mij volkomen en dwingt mij de berm in, onderwijl, let op, mij het bekende en zeker niet toegestane symbool gevende. Blijkbaar iets tegen wielrenners. Ik heb hem vriendelijk terug 'gegroet'. In Garijp een soortgelijke situatie met een moeder-in-Volvo, die me de stoep opdrong. Mijn hoofdschudden werd niet begrepen. De laatste van vandaag was een dame in Bergum die, ondanks dat ik op een voorrangsweg reed, gewoon rustig opreed, waarbij zich dezelfde remactie voordeed als bij de eerste dame. Bij thuiskomst heb ik nog maar even in de spiegel gekeken, maar ik bleek wel gewoon zichtbaar. Misschien was het vandaag nationale 'ik-zie-racefietsers-over-het-hoofd-dag'. Of zoiets. Blijkt maar weer eens hoe belangrijk opletten in het verkeer is, voor zowel de gemotoriseerde weggebruiker als voor de wielrenner. Afgezien van deze slechte automobilisten, vandaag toch lekker getraind. En het meest positieve vind ik wel, dat ik me vandaag voor het eerst druk heb heb gemaakt over wat anders dan mijn pols. Alles komt uiteindelijk wel weer goed.
Chart and Data Analysis  Chart and Data Analysis

Zondag 11 februari, computercrash tijdens Tacx-training
Gistermorgen is een MRI van mijn linkerpols gemaakt. Als het goed is krijg ik hiervan volgende week maandag de uitslag, dus dan heb ik hierover meer nieuws. Ik moest er om negen uur zijn en mocht van tevoren niet eten, om misselijkheid te voorkomen en toen ik rond 10 uur thuis was, voelde ik me dan ook zo slap als een vaatdoek. Gelukkig had ik verder geen training op het programma staan en kon ik me mentaal voorbereiden op een middag klussen bij mijn zus. Iets wat leuk is om te doen, maar wat altijd langer duurt dan gepland, én steevast spierpijn oplevert. Mijn benen protesteerden dan ook hevig toen ik vanmorgen de wielrenschoenen aantrok en mij voorbereidde op een ritje op de Tacx.

Met dank aan Pepijn kon ik een ritje gaan doen door Italië: de ronde van Lombardije. Deze rit zou bijna 110 kilometer zijn, en omdat ik 3 1/2 uur op de planning had staan, zou dat perfect zijn. Enthousiast begon ik, en met een muziekje (ditmaal Guns n' Roses)  tikten de minuten en kilometers vlot weg. Als ik bijna een half uur heb staan, hoor ik plots een geratel komen uit het vooronder van mijn pc. Niet veel later stokt het beeld. Direct weet ik wat er aan de hand is: de harde schijf is gecrasht. Teleurgesteld stap ik af en ga douchen, hier valt vandaag niets meer aan te redden. Als ik even later onder de douche sta, bedenk ik me dat het me toch wel vaag bekend voor komt, op een zondag enthousiast beginnen aan een rit en dan na een half uur vanwege een crash op moeten houden. Wat zou dat toch zijn?

Donderdag 8 februari, extensieve duurtraining op de Tacx, 40 kilometer, 1 uur en 16 minuten
Over de woon-werkrit valt eigenlijk meer te vertellen dan over de training op de Tacx. Het afgegeven weeralarm zorgde ervoor, dat ik vanmiddag niet wist óf en zo ja, hoe ik thuis zou moeten komen. Langzaam zag ik op de buienradar de brede baan bewolking naar het noorden toeschuiven en rond 10 voor 4 begon het in Leeuwarden te sneeuwen. Ik twijfelde of ik met de fiets terug zou gaan of met de trein. Ik koos voor het eerste, zo slecht kon het toch niet zijn? Het leek mee te vallen, maar dat doet het altijd. Hoe langer de rit vorderde, recht tegen de snijdende oostenwind in, hoe meer sneeuw zich verzamelde op mijn kleding. Met nauwelijks 20 per uur wist ik er tegen in te komen en toen ik thuis was, was ik koud en moe. Even bedacht ik me of ik wel zin had om te Tacxen, maar na 2 minuten bij de warme kachel, schoot ik in mijn wielerkleding en dook ik de schuur in voor een extensieve duurtraining op de Tacx.

Een aantal weken geleden heb ik de Fortius-software aangeschaft, tezamen met enkele Real Life-video's, zoals de trouwe lezer weet. Niet veel later heb ik daar maar een bijpassende PC bij gekocht en vandaag kon ik die combinatie voor het eerst uitproberen. Met Metallica's S&M over de speakers, begon ik aan de 'rit' door Aube Valley. Mijn hartslag wilde het eerste half uur niet echt lekker in de zone blijven en ik had dan ook een hard hoofde in het blok van 30 minuten in D2, maar mijn vrees bleek onterecht. Na een uur en een ruim kwartier vind ik het welletjes: met de woon-werkrit in de benen heb ik vandaag wel genoeg gedaan. De tijd ging snel voorbij, de aanschaf van de software lijkt een goede keuze te zijn geweest. En toch hoop ik, dat ik de komende tijd niet teveel in de schuur hoef te zitten, want er is niets zo fijn als lekker in de buitenlucht trappen.

Aanstaande zaterdag (ja, echt) moet ik door de MRI met mijn pols. Een week later krijg ik daarvan de uitslag, dus zodra ik die heb, dan breng ik ook jullie hiervan op de hoogte.

Dinsdag 6 februari, krachttraining, 73 kilometer, 2 uur en 32 minuten
Het was vanmorgen koud én glad op de weg. Wandelend van de auto naar mijn werkplek, bedacht ik mij dat het vandaag wel eens lastig kon  worden om buiten te gaan trainen. De weersvoorspellingen waren ook niet echt geweldig, dus gaandeweg de dag hield ik de weersites met een schuin oog in de gaten. De zon bleef echter volop schijnen en daarom was er maar één goede keuze: de buitenlucht. En zo stapte ik net voor tweeën op voor een krachttraining van 2 1/2 uur.

Het begin van de trainingen wil steeds niet echt vlotten. Ondanks dat ik gevoelsmatig lekker doortrap, leert mijn snelheidsmeter me anders. Eenmaal in de bebouwing van Leeuwarden en dus uit de wind, ging het al een stuk beter. Ik nam me voor om 3 sessies van elk 5 keer aan krachttraining te gaan doen, waardoor deze training net iets zwaarder zou zijn dan afgelopen zaterdag. Mijn vrees voor drukte op de weg door uit school komende scholieren bleek redelijk ongegrond. Blijkbaar lieten die zich ook afschrikken door de voorspellingen. Eigenlijk gingen alle drie de sessies prima, waarbij uiteraard de derde en laatste het zwaarst was en het moeizaamst ging. Van het verval zoals afgelopen zaterdag was zeker geen sprake en tot en met de laatste keer, voelden mijn benen krachtig als ik bij het spoorviaduct omhoog reed. Na de krachttraining stond er ruim 1 uur en 3 kwartier op de klok en kon ik gaan uitrijden. Wederom via Wartena en Warga, maar ditmaal via Idaerd om wat extra kilometers te maken. Eenmaal voorbij Bergum begint een fietsforens te plakken en zit er niets anders op dan de beste man fietsles te geven. Ik heb hem niet weer gezien. Als ik thuis ben en de fiets afspoel, begint het lichtjes te hagelen. Veel stelt het niet voor, zeker vergeleken bij wat de rest van Nederland te verduren krijgt / heeft gekregen. Na een douche ben ik weer lekker warm en kan ik tevreden terugkijken op een goede krachttraining.
Chart and Data Analysis

Zondag 4 februari, rustige duurtraining, 72 kilometer, 2 uur en 33 minuten
Na de krachttraining van gisteren, voelden mijn benen vanmorgen nog redelijk zwaar. Reden voor mij om niet al te vroeg op de fiets te stappen vandaag, maar te wachten tot na het middaguur om zo nog een paar uurtjes herstel te pakken. Rond kwart over één begon ik aan mijn ronde, die ik van tevoren had uitgestippeld met Mapsource, van een kleine 70 kilometer. Met de wind in de rug en een schraal zonnetje was het, net als gisteren, optimaal genieten. Ik kon het beentempo redelijk hoog houden en ook de snelheid was heel acceptabel. Via Bergum, Suameer, Nijega en Opeinde, stak ik in Drachten linksaf naar de provincie Groningen. Tot zover was de weg wel bekend en even later op onbekend terrein mocht de Gps haar nut bewijzen. Probleemloos wordt ik door het Groningse land gestuurd, maar in Lutjegast (of all places) gaat het mis en maak ik een klassiek Dbo'tje (Doelloos Blokje Om). Omdat ik de weg hier wel een beetje ken, negeer ik de Edge en stuur resoluut huiswaarts, waarbij ik na enkele kilometers de geplande route weer oppak. Het laatste half uur heb ik de wind vol tegen en wordt ik getrakteerd op klinkerweggetjes. De snelheid is er volledig uit en regelmatig zie ik net 25 op de klok staan. 2 dagen achter elkaar trainen, waarbij de 2e dag ook nog langer is dan 2 uur is nog wat optimistisch en dus is het laatste half uur niet echt leuk fietsen meer. Ik ben dan ook blij als ik de bebouwde kom van Hardegarijp weer in het vizier krijg. Als ik de oprit op stuur, geeft ook de Edge aan dat de rit is voltooid. Met een gemiddelde van 28,3 is het niet echt slecht, maar het gevoel in mijn benen zegt iets anders. De eerste week met 200 kilometer (exclusief woon-werkkilometers) zit erop, maar het zal nog wel even duren voor mijn conditie weer op een voor mij acceptabel niveau is. Dit was ook pas week 2.
Chart and Data Analysis

Zaterdag 3 februari, krachttraining, 56 kilometer, 2 uur precies
Aan het omhoog fietsen merkte ik de afgelopen keren dat mijn fietsconditie een douw heeft gekregen de afgelopen maanden. Eigenlijk zag ik er daardoor ook een beetje tegenop om vandaag een krachttraining te gaan doen, maar omdat ik van louter rustige duurtrainingen traag wordt, horen ze erbij. Na een twintigtal minuten warm te hebben gereden, kwam ik voor de eerste keer aan bij het spoorviaduct op industrieterrein De Hemrik in Leeuwarden. Enigszins terughoudend trapte ik op een groot verzet omhoog, om tot de conclusie te komen, dat het eigenlijk vrij makkelijk ging. De vijf keer daarna trapte ik daarom steeds iets harder en begon ik de verzuring in mijn benen te voelen. Na totaal 6 keer fietste ik de benen een kwartiertje los en daarna ging ik op voor een tweede sessie van 6 keer. Nu voelde ik wat ik de eerste keer had verwacht: zware benen en een hoofd dat sneller omhoog wil dan mijn benen toelieten. Hierna stond er bijna een uur op de teller en koos ik voor een rondje Warga-Wartena om de twee uur vol te maken. Onder een strak blauwe lucht en met de wind in de rug was dat zeker geen straf. Met precies twee uur op de klok was ik weer thuis, redelijk tevreden omdat ik de afgelopen 14 dagen zeker enige progressie heb gemaakt.
Chart and Data Analysis

Dinsdag 30 januari, rustige duurtraining, 71 kilometer, 2 uur en 32 minuten
Langzaam begin ik er een beetje vertrouwen in te krijgen dat alles, uiteindelijk, goed gaat komen met mijn pols. Het zoeken van een positie op het stuur gaat steeds beter en ook de 2 1/2 uur van vandaag waren prima vol te houden. Net na enen stapte ik vanmiddag op de motor (voor het eerst) om naar huis te gaan. Een ruim half uur later reed ik de straat uit op de racefiets, op weg voor een rustige duurtraining. Het begin was lastig, met een wind die precies uit het westen kwam. Na Leeuwarden kreeg ik de wind aan de zijkant en kon het tempo wat omhoog, waardoor de benen weer soepel begonnen te draaien. Ik nam een stuk ontbijtkoek en genoot van het aanwezige zonnetje, terwijl ik via Irnsum naar Akkrum reed. Zolang ik maar één tempo vast kan houden, gaat het prima en zou ik bijna vergeten dat ik een lange periode niet heb gefietst, maar net als afgelopen zaterdag, zijn het vooral de bruggen die mij herinneren aan het gebrek aan kracht. In het lange, kale stuk naar Drachten heb ik de wind vol in de rug en over het nieuwe asfalt zoef ik gestaag naar Drachten. Daar is het druk; allemaal mensen die graag naar huis willen. Ik wilde nu ook wel thuis zijn, want mijn benen laten me weten over weinig reserves te beschikken. Over bekend terrein voltooi ik de laatste 20 kilometer en tevreden klok ik na ruim 2 1/2 uur thuis weer af. Met mijn pols is het redelijk goed gegaan en de conditie komt wel weer. Het vertrouwen is er.
Chart and Data Analysis

Zaterdag 27 januari, rustige duurtraining, 39 kilometer, 1 uur en 22 minuten
Vandaag had ik helemaal vol gepland: ik moest naar Leeuwarden om een cadeautje en iets voor de computer op te halen, ik moest naar Jan om mijn rechterdijbeenspier los te laten masseren, ik moest naar Bergum dingetjes halen en brengen en ik moest nog naar mijn fietsenmaker voor wat sportvoeding. Ergens tussendoor moest ik dus nog ruimte zien te vinden om te kunnen trainen. Ik moet er gewoon nog aan wennen dat ik weer wat tijd besteden kan aan fietsen, nu blijkt ook hoe snel ik erin geslaagd ben de vrijgekomen tijd in te vullen met andere dan fietsactiviteiten. Niet fietsen is wennen, weer kunnen fietsen blijkbaar ook. Al met al is alles gelukt en net voor half drie klikte ik de Edge aan en begon aan een rustige duurtraining van anderhalf uur.

Na de training van afgelopen maandag, was ik benieuwd hoe het vandaag zou gaan, met zowel mijn pols als mijn conditie. Een iets te enthousiast wegrijden herinnerde me direct aan mijn pols en een stevige Noordwestenwind liet me het gebrek aan conditie zien. Toch ging het zeker niet slecht. Met mijn hand vond ik sneller een prettigere positie op het stuur en eenmaal wat uit de wind achter een bomenrij begonnen de benen weer soepel aan te voelen. In Leeuwarden hield mijn cadansmeter ermee op. Een korte inspectie leerde mij dat ik het slechts vastgeplakte en (nog steeds) niet vast gezette cadansmagneetje was verloren. Een typisch geval van eigen schuld, dikke bult en dus zat ik de rest van de rit zonder cadansmeter. Na Leeuwarden kreeg ik de wind in de rug en kon de snelheid omhoog. Vooral in het open veld bij Wartena en Warga ga de meter hele dikke 35'ers aan. Even leek het alsof de 15 weken rust geen invloed hebben gehad, maar het viaduct over het kanaal wees mij duidelijk op mijn beperkingen. Lekker vermoeid kwam ik een kwartiertje later weer thuis aan en zette de fiets in de schuur. Mijn pols was dik, maar het ging al wat beter dan de vorige keer en zolang er maar progressie in zit, zit het met de motivatie ook wel goed.

Morgen trouwens de laatste keer hardlopen dit winterseizoen, namelijk de Hollander Techniek Mini-Marathon in Apeldoorn, een loop over 18,6 kilometer. Het verslag daarvan, wie weet met foto's, vinden jullie morgen op deze plek.
Chart and Data Analysis

Maandag 22 januari, rustige duurtraining, 47 kilometer, 1 uur en 42 minuten
"Ik zou het maar doen", antwoordde de arts vanmorgen op mijn vraag "of ik wel weer mag fietsen." "De pijn aan je pols is je grens", ging hij verder en meer had ik niet nodig om vanmiddag na 13 weken de buitenlucht weer eens op te zoeken met mijn racefiets. Ik moest mij vanmorgen om kwart over elf melden bij het ziekenhuis, waarna ik met de arts in overleg ging over het wel-en-wee van mijn pols. De arts was er, na het zien van de röntgenfoto's, zelf van overtuigd dat het bot geheeld was, maar wilde voor de zekerheid een MRI-scan laten maken. "Dat duurt wel een week of drie", moest hij bekennen. "En dan mag je een week later een afspraak maken met mij", ging hij verder. "En mag ik ondertussen wel weer fietsen?", was mijn vraag. "Ik zou het maar doen", antwoordde hij en ik bedankte hem voor zijn tijd en ging. Buiten was het opgehouden van regenen en ik bedacht mij dat het dus een prima dag zou zijn om er weer eens op uit te trekken. Opgetogen ging ik een paar uur later naar huis om me om te kleden.

Met te weinig kleren aan reed ik de straat uit. Een koude oostenwind sneed dwars door mijn wielerjack heen, maar het kon me niet schelen want ik zat weer op de fiets en alle aandacht ging uit naar mijn linkerhand. In een seconde bedacht ik een route die me normaal zo'n anderhalf uur zou kosten. Ik stuurde over het fietspad en probeerde voor mijn hand een plekje te vinden op het stuur wat prettig aanvoelde. Op zich viel het mij niet tegen: echt pijn deed het niet, het was meer een kwestie van er bij na blijven denken. Na 20 minuten was ik redelijk warm gedraaid en verslapte de aandacht voor mijn hand; ik kon mij weer richten op het fietsen. Zoals verwacht ging dat niet echt lekker: de hartslag te hoog, de cadans te laag en een snelheid onder mijn woon-werktempo. En toch genoot ik. Ik genoot van de frisse lucht, van de zon, het zoeven van de banden op het asfalt. Zelfs het drinken van dorstlesser leek een traktatie. Mijn hand hield het. Zelfs op klinkerweggetjes was het goed te doen, mits ik de pols een beetje recht hield. Een onoplettende beweging zorgde zo nu en dan voor een pijnscheut, maar met een beetje beleid en af en toe strekken ging het prima. Na meer dan 1 uur en drie kwartier, ruim een kwartier langer dan normaal, was ik weer thuis en kon ik een welverdiende, warme douche opzoeken. De pols is nu wel dik en ietwat pijnlijk, maar voelt verder niet anders dan eerst. Mijn eerste trainingsrit zit erop, nu maar hopen dat mijn pols zich een beetje goed blijft houden, want nu ik eenmaal geproefd heb, wil ik door ook.
Chart and Data Analysis

Laatste reacties:

peter op 01/09 : Beste Johan, Ik bezocht je site regelmatig, veel handige tips en mooie blogs!! Ik lees ... (meer)

Frans op 24/08 : Hoi Johan, Begrijpelijk dat je stopt maar toch wel jammer... jouw site hoorde bij mijn ... (meer)

Wim op 23/08 : Succes met alles! Ga de verhalen ook missen. (bekijk)

Comparos.nl
Racefietsen Frames
Schoenen Zadels
Groepen Helmen
Wielsets Pedalen
Fietscomputers Brillen

Hier adverteren?