![]() |
|
![]() |
||||||||||||||
|
(Galibier) |
![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() |
(Croix de Fer) |
||||||||||||||
|
|
Zaterdag 15 september, tijdrit Alpe d'Huez met/tegen Marieke, 13 kilometer, 1
uur en 2 minuten Marieke houdt strak mijn wiel op het vlakke stuk. Na het bruggetje, als de weg linksaf gaat, zoek ik snel het kleine blad op. Achter mij hoor ik het wisselen van de verzetten op Marieke haar Trek. Dit eerste stuk is als vanouds: steil en warm. Ik hou slechts één versnelling over, voor ik een goede cadans en hartslag heb gevonden waarmee ik verder wil fietsen. Halverwege het stuk tot aan bocht 21, merk ik dat het tempo voor Marieke te hoog is. Haar ademen hoor ik steeds verder achter me. Pas na bocht 20 merk ik dat mijn spieren, hartslag en ademhaling zich kunnen vinden in de omstandigheden. Gevoelsmatig ben ik nog steeds uit vorm, doch ik voel ook het klimmersbloed weer door mijn aderen stromen. Afwisselend staand en zittend, klim ik met een net iets te hoge hartslag naar La Garde, waar ik eindelijk kan bijschakelen om meters te maken. Ik weet dat de klim na dit punt makkelijker wordt, maar alleszins vlak. In iets meer dan 19 minuten fiets ik door bocht 14. Ik denk terug of dat sneller is dan in 2005, toen ik in 58 minuten en 30 seconden boven wist te komen. Ik ga er vanuit van niet. Er volgt nog een steil stuk, het laatste stuk naar Ribot. Desondanks loopt het nog steeds lekker, de benen voelen prima en ik haal met enige regelmaat andere renners in. In bocht 10 staan er 30 minuten en 30 seconden op de klok. Voor zover ik me kan bedenken, te langzaam voor een ritje onder het uur. Tegen beter weten in, geef ik nog wat extra gas. Mijn hartslag is nog steeds net te hoog als ik het Panorama de St. Féréol in
bocht 7 passeer. 39 minuten geeft mijn klokje aan, 660 hoogtemeters overwonnen.
Ik rijd Huez binnen en voel plots de kracht uit mijn benen zakken. Meer dan 10 procent,
leert de Edge me en ik moet naar het op één na kleinste verzet. De laatste 2 slokken
gaan uit mijn bidon en met mijn hartslag boven de 180 begin ik aan de laatste 5
bochten. Na bocht 4 gaat het gevoelsmatig weer wat beter. Ik schakel wat bij en
richt mijn vizier op de andere, schaarse renners vóór me. Dit lange, rechte stuk
valt me meestal zwaar, maar gaat nu wonderwel heerlijk. Na bocht 3 zie ik de fotograaf
staan in bocht 2, die ik niet veel later passeer. 56 minuten geeft de Edge aan.
Na bocht 1 ga ik staan op de pedalen. Als de weg vlak wordt, schakel ik het middelste
blad en sprint naar het finishdoek. Ik klok af in 1 uur, 1 minuut en 44 seconden
en enigszins teleurgesteld, ik was stiekem toch blijven hopen, plof ik neer op het
bankje bij de fontein, waar ik mijn lege bidon bijvul met vers water. Marieke volgt
even later. Ze heeft haar tijd van afgelopen zondag niet kunnen verbeteren, niet
verwonderlijk gezien de hoeveelheid kilometers die ze al gemaakt heeft deze week.
Als we beide weer wat zijn bijgekomen, beginnen we aan de afdaling. Terwijl ik rustig
aan, want zonder helm, naar beneden rol, wordt ik voorbij gestoven door Marieke.
Eenmaal veilig beneden heeft ze al een plekje in de zon opgezocht als ik bij ons
huisje aankom. De tijdrit op Alpe d'Huez was een perfecte manier om deze geslaagde
fiets- annex vakantieweek onder ideale meteoroligische omstandigheden af te sluiten. Donderdag 13 september, Ritje Ornon-Alpe du Grande Serre, 101 kilometer, 4
uur en 34 minuten
Er rest ons nog een uurtje fietsen over de drukke N90, terug naar Le Bourg d'Oisans,
via Gavet, Rioupéroux en Livet. De weg lijkt redelijk vlak, maar de Edge laat overduidelijk
weten hoeveel de stijging toch is: op sommige stukken 6 tot 7 procent, net zo steil
dus als grote delen van de Col d'Ornon. Pas als we Rochetaillée in zicht krijgen
en daarmee de vallei van de Oisans, wordt de weg weer vlak en krijgen de benen weer
inspiratie in het laatste stuk. Na iets meer dan vier en een half uur fietsen we
de camping op en ploffen even later vermoeid neer in het gras. Een prachtige, maar
zware rit. Precies zoals in mijn geheugen gegrift. Dinsdag 11 september, Villard-Reculas, 25 kilometer, 1 uur en 25 minuten We rijden dit keer door de Bourg d'Oisans zelf heen. Men is bezig met een rondweg, maar tot die tijd is het er nog druk met verkeer. Eenmaal buiten de bebouwde kom moeten we in de wegwerkzaamheden achter elkaar gaan fietsen. Marieke, die gisteren de Alpe d'Huez en daags ervoor al de Ornon opfietste, zoekt mijn wiel en rustig peddelend fietsen we de lange, rechte weg af naar Rochtaillée, om daar rechtsaf te slaan. Als we over het bruggetje de Romanche passeren en opnieuw rechtsaf slaan, is er van verkeersdrukte geen sprake meer en kunnen we in alle rust beginnen aan de klim naar Villard-Reculas. Het eerste stuk, over de D44 naar La Voute is nog makkelijk, maar als we de afslag naar Allemont hebben gehad, begint het serieuzere klimwerk. Er wachten ons een 9-tal haarspelden, waarbij de hellingspercentages van bocht-tot-bocht nogal verschillend zijn. Sommige stukken laat de Edge 5, 6 procent zien, danweer staat er ruim 10 procent op de teller, met uitschieters naar boven.De stukken na bocht 1 en 3 zijn lang en de ritten van de afgelopen dagen lijken de tol te eisen bij Marieke. Als de weg echter kortdurend erg steil wordt, 17% geeft de Edge aan, rijdt ze het gaatje van 20 meter zomaar dicht en neemt ze zelfs even de leiding over in de klim. Op de wat vlakkere stukken kan ik gelukkig herstellen en kan ik de achterstand weer in mijn voordeel omzetten. De klim is lang, altijd langer dan ik denk en ik heb geen idee waar ik ben. In
tegenstelling tot Alpe d'Huez staan hier geen bordjes en alle haarspelden lijken
op elkaar. Ik herken weer wat als we de laatste haarspeldbocht hebben gerond en
de weg linksaf gaat naar Villard-Reculas. In mijn gedachten wordt de weg nu vlak,
maar het blijkt net even anders als we naast elkaar fietsend de lange weg naar het
Villard-Reculas fietsen. Het zojuist opgezochte middelste kettingblad moet snel
weer worden ingeruild voor de kleinere versie. Pas als we de plaatsnaambebording
in zicht krijgen, daalt de weg kort. Op een parkeerterrein genieten we even van
het uitzicht. Helaas is het hierboven te koud om lang te blijven staan en dus gaan
we verder. Er volgt nog een kort stukje klimmen en daarna daalt de smalle weg heel
lichtjes, onderweg naar Alpe d'Huez. Het uitzicht is ronduit prachtig. In Huez,
op de D211, de 'normale' route naar Alpe d'Huez, beginnen we aan de afdaling. Ik
zoek nu het grote mes op en met een 'tot straks' begin ik aan de afdaling. Als ik
na 3 bochten omkijk, zie ik dat Marieke nog steeds in mijn wiel hangt. Gelukkig
volgen er nog meer bochten en ken ik de weg, een beetje. Toch blijkt mijn 'voorsprong',
ondanks mijn 84 kilometer per uur in het laatste stuk, niet veel meer dan een halve
seconde te zijn. Als we we de camping opfietsen, zie ik een breed grijnzende Marieke
naast me. Dalen is leuk. In de zon genieten we na van deze prachtige rit. Morgen
maar even een rustdag inplannen. Zondag 9 september, Col d'Ornon, 31 kilometer, 1 uur en 20 minuten
Zondag 2 september, Henk Lubberding Classic, 118 kilometer, 3 uur en 38 minuten 2 jaar geleden regende het het eerste uur en was het koud. Nu schijnt de zon
en is het lekker weer om te fietsen. Na het verlaten van de bebouwde kom pakt de
grote groep renners samen en in een gestaag tempo van rond de dertig per uur leggen
we in peloton de eerste van de 85 geneutraliseerde kilometers af. De rit gaat eerst
richting Ulft, alles over brede en goed begaanbare wegen. Het peloton moet even
aan elkaar wennen en regelmatig klinkt het geluid van piepende remmen en banden,
gevolgd door een naar achteren aanzwellend 'Ho!' Het blijft bij kleine valpartijen
en de schrik in de benen.
Mijn benen voelen slecht, de hartslag stijgt naar 186 en nog passeren me legio
renners. Ik pik een wiel en probeer er aan te blijven hangen. Vlak voor we de dijk
weer afrijden, zie ik Marieke en ik knik dat ze aan moet pikken. We gaan de dijk
af en even verderop rechtsaf voor de beklimming van de Eltenerberg. Marieke begint
net als 3 weken hard en ik moet mij uiterste best doen om bij te blijven. Vlak voor
we boven zijn neem ik over ('ik vind dit níet leuk!') en laat even later de fiets
rollen naar beneden. Na de afdaling vormt zich een groepje met nog 1 dame en we
gaan verder, op weg naar Beek waarna de tweede serieuze klim wacht, het Peeske.
Het groepje valt uit elkaar en pas voor de eerste doorkomst in 's-Heerenberg, hebben
we weer een leuk groepje verzameld. Op de Finishlijn staat Merian ons aan te moedigen.
Nog 14 kilometer. De rit gaat verder richting Zeddam, waar we scherp linksaf gaan, een klinkerweggetje
omhoog. Dit valt zwaar en 1 van de dames in de groep weet los te komen. Na de korte
afdaling is het gat ruim 100 meter en probeer ik weer dichterbij te komen, Marieke
strak in mijn wiel. Als we weer in Beek zijn, zijn we weer bij het groepje. Helaas
niet voor lang, want de scherpe bochten, gevolgd door de klim vallen zwaar en weer
valt alles uit elkaar. De zojuist bijgehaalde dame gaat er in de klim opnieuw vandoor.
In de afdaling sluiten we aan bij een andere groep, waar ook een dame in zit, een
concurrente voor Marieke dus. Vlak voor 's-Heerenberg, met het plaatsnaambordje
in zicht, gaat Marieke er vandoor. Ik blijf zitten waar ik zit. Na 500 meter grijpt
de andere dame ('Francis') in en gaat in de achtervolging. Ik volg en kijk wat er
gebeurt. Het gat wordt te klein en ik spring naar voren om Marieke nog even uit
de wind te kunnen zetten. Het wordt een sprint met z'n drieën, die op de finishstreep
wordt beslecht in het nadeel van Marieke. Enigszins teleurgesteld ('ik kon niet
harder...') maar bovenal compleet kapot hangt ze over haar fiets. Ik ben trots op
de door haar geleverde prestatie en in het zonnetje komen we bij van de rit, onderwijl
vergezeld door Merian. Als de hartslag weer tot rust is gekomen, het zweet is afgespoeld
onder de douche en de energievoorraad weer wat is aangevuld zie ik weer een tevreden
gezicht. "Volgend jaar weer?", is mijn vraag. "Volgend jaar weer", is het antwoord. Zondag 26 augustus, rondje Sallandse Heuvelrug, 71 kilometer, 2 uur en 32
minuten Eenmaal in Holten, wijs ik Marieke de weg linksaf, die direct flink begint te
klimmen. Enthousiast begint ze vol gas en ik kan op dit stuk slechts volgen, terwijl
mijn hartslagmeter hoge waardes aangeeft. Een paar honderd meter op de klim worden
we voorbij gereden door een mountainbiker. Ik neem over in de hoop te kunnen volgen,
maar hij gaat te hard en is als eerste boven. Als de weg verderop weer wat vlak
wordt en zelfs afdaalt, komen we er weer bij en met zijn drieën gaan we verder,
over de klinkers bij het parkeerterrein en tegen de wind in over de heide. Ik weet
nog van een aantal jaren terug dat er nog een vies stuk klimmen volgt en neem iets
gas terug. Als de weg weer begint te stijgen, stuift de mountainbiker weer om ons
heen. Ik probeer opnieuw te volgen, maar hij gaat echt hard. Als ik een paar minuten
later boven ben en rustig peddelend uithijg, komt Marieke ('Ik stond geparkeerd')
weer naast me fietsen. We dalen af naar Nijverdal, waarna we linksaf het fietspad nemen richting Hellendoorn en vervolgens naar Lemelen. Hier gaan we de veel minder lastige Lemelerberg over. Marieke begint rustig, maar al gauw voel ik in mijn benen dat het opnieuw hard omhoog gaat. Ook de korte afdaling die volgt wordt niet benut om uit te rusten en er rest mij geen andere mogelijkheid dan bij te trappen om te kunnen volgen. Het oversteken van de drukke N348 zorgt voor een rustmoment, maar de geur van de finish zorgt ervoor dat het kort daarna weer volle bak gaat. Als we de laatste paar honderd meter over het fietspad naar de camping uitfietsen, zie ik rechts naast me iemand nagenieten. Even later zorgen zon, gras en verse bidons voor de recuperatie van een lekkere rit door een prachtig stukje Nederland. Lekker gefietst.
Zaterdag 25 augustus, duurtraining omgeving Dalfsen, 65 kilometer, 2 uur en
18 minuten Ik rij eerst over het fietspad, tegen de wind in, waarbij ik wat kan afkoelen. Vlak voor Dalfsen sla ik linksaf, en ga achter het station langs, richting Heino. De weg slingert mooi door de bossen heen. Aan de borden kan ik zien dat het een Anwb-autoroute is. De bomen maken plaats voor open veld en in een rechte lijn ga naar Heino. Hierna pak ik de parallelweg langs de N35 en ga op weg naar Raalte. Hier is kermis en moet ik opletten geen feestvierders voor de wielen te krijgen. Na Raalte wil ik naar Holten, maar beland op een niet-bewegwijzerd gedeelte. Voor mijn gevoel rijd ik goed, maar het kompas op de Edge leert mij anders. Het eerstvolgende dorpje is Broekland en de plaatsen die daar op de bordjes staan, kan ik niet thuisbrengen. Ik ga westwaarts in de hoop weer op de doorgaande weg uit te komen. Het duurt lang, blijkbaar ben ik ver afgedwaald van mijn geplande route. In Wesepe zie ik een bordje 'Heeten', wat ik mij herinner en ik fiets verder. Als ik bij eenmaal weer bij de N332, het oorspronkelijke plan, ben, zie ik dat Holten nog 14 kilometer is. Te lang, te ver. Ik besluit de rit over de Sallandse Heuvelrug uit te stellen tot morgen en ga linksaf, terug naar Raalte. Eenmaal in Raalte zie ik welk bordje ik heb gemist. Terug door de kermisdrukte,
zoek ik nu mijn weg naar Lemelerveld. Als ik het parkeerterrein van het lokale asielzoekerscentrum
opdraai, weet ik dat ik opnieuw ergens een bordje gemist moet hebben. Door de woonwijk
zoek ik en vind ik even later alsnog mijn weg. Op de Edge zoek ik op in welke richting
ik moet fietsen om terug naar de start te gaan en met die kennis, zoek ik een zo
kort mogelijke lijn omhoog. Met 65 kilometer op de klok, plof ik een half uurtje
later naast de tent neer met een verse bidon. Ondanks dat ik een paar keer fout
ben gereden, heb ik toch wel lekker gefietst, door een prachtige omgeving. Morgen
rechtstreeks naar Holten, op weg naar de Sallandse Heuvelrug. Zondag 19 augustus, parcoursverkenning Henk Lubberding Classic, 83 kilometer,
3 uur en 4 minuten De zon breekt steeds verder door de wolken als we rond kwart over elf onze camping in Olburgen verlaten. We moeten naar de overkant van de IJssel, naar Doesburg. De kortste route volgt globaal de rivier en een kwartier en 8 kilometer verderop steken we de N317 over en passeren Doesburg, op zoek naar bebording die ons de weg wijst naar Zevenaar. We hebben nu wind tegen, wat als voordeel heeft dat we hem dus straks op de terugweg mee hebben. Na Angerlo gaan we linksaf de N336 op, een lange weg die ons, nadat we onder de A12 zijn doorgekomen, in Zevenaar brengt. Hier staat Lobith al op de fietsbordjes en even verderop begin ik delen van de route te herkennen, vooral als we door Baberich fietsen. We blijven de bordjes volgen en bereiden ons voor op het stuk waar over twee weken de wedstrijd vrij wordt gegeven. Vlak voor bebouwde kom van Lobith geeft een luide sis aan dat ik een rustig plekje moet opzoeken om mijn achterband te wisselen. 10 minuutjes en 2 vermoeide armen verder rijden we weer. In Tolkamer moet ik even zoeken, omdat ik niets meer herken. Het gedrang van de wedstrijd zal alle aandacht hebben opgeëist. Als we echter eenmaal de dijk opfietsen, is het weer bekend terrein. Met de wind tegen fietsen we de lange weg af, om aan het einde linksaf te slaan richting Elten. Na het passeren van de spoorlijn gaan we scherp rechtsaf waarna ik Marieke voorbereid op de klim die gaat komen. Zodra de weg steil wordt, fietst Marieke me met ogenschijnlijk gemak voorbij en moet ik vol aanzetten om haar wiel enigszins te kunnen houden. Na een knik linksaf weet ik dat er nog een lang stuk volgt en kan ik weer overnemen. Niet veel later laten we de fietsen uitrollen, over de klinkers, naar de bebouwde kom van Elten. We gaan rechtsaf richting Beek, onder de 3 door. Even twijfel ik of we de goede
route hebben, maar de drempels in Beek zorgen voor herkenning. Als we in Beek rechtsaf
slaan, weet ik dat er nog een klim volgt, 'het Peeske', weet Marieke me te vertellen.
Staand begin ik aan de klim, waarvan ik absoluut niet meer weet hoe lang of kort
hij is. Langer dan gedacht, in ieder geval, want nog voor we boven zijn moet ik
gaan zitten en neemt Marieke over. Een ons gevolgde renner neemt snel de kop over
en om te voorkomen dat hij er met de bergpunten vandoor gaat, volg ik hem en ben
een halve minuut later als eerste boven. In de afdaling komt Marieke weer naast
me fietsen en samen gaan we op weg naar 's Heerenberg, waarna we onze route zoeken
terug naar de camping, geholpen door de Edge. Na Zeddam volgen we het fietspad langs
de N815 richting Kilder en Wehl. Na Wehl fietsen we over de Keppelse weg naar Laag
Keppel, waarna we linksaf slaan om de N317 terug naar Doesburg te volgen. De laatste
kilometers terug naar de camping fietsen we rustig uit en na iets meer dan 3 uur
kunnen we gaan recupereren met een verse bidon. Ik ben tevreden over de rit en blij
dat we de route even hebben verkend. Hoe zich dat vertaalt naar over 2 weken is
natuurlijk nog even afwachten. Het verslag daarvan lees je op deze plek. Zaterdag 11 augustus, Luik-Bastenaken-Luik, 235 kilometer, 9 uur en 57 minuten In een vlot tempo sturen we door de straten van Luik. Een blik op de hartslagmeter
van Marieke leert me dat ik niet de enige ben die gespannen is. Als we Luik uit
zijn, volgt de eerste klim van de dag, die van de Côte d'Embourg. Deze is lang en
hakt er direct flink in. Ineens weet ik ook weer hoe lang de klim is. Na een korte
afdaling naar Sprimont is het nog een stukje klimmen voor we opnieuw afdalen naar
Aywaille waar de tweede klim wacht: de Stocqueu. In een nog soepele tred klim ik
rustig omhoog, om bovenop een korte plaspauze te houden en daarna opgelucht mijn
weg te vervolgen. Ik herinner me dat wat volgt in feite één lange klim naar de Baraque
de Fraiture is, waarbij onderweg nog twee korte klimmen moeten overwonnen. Op dit
lange stuk verschuilen we ons waar mogelijk wat in een groep en rustig peddelend
laten we de kilometers aan ons voorbij gaan. Ik weet namelijk dat het nog zwaar
genoeg gaat worden. Na het hoogste punt, op 650 meter volgens de Edge, op kilometer
64, is de eerstvolgende stop Bastenaken op kilometer 101. In dit stuk zitten nog
enkele korte klimmen, maar het merendeel is afdalen en daardoor tikken de kilometers
vlot af. Eenmaal op de pauze- en controleplaats in Bastogne laat Marieke zich de
rijstpap Het duurt nog een kilometer of 60 voordat we in het mooiste stuk van Luik-Bastenaken-Luik
komen, beginnende met de Wanne. In een gestaag tempo fietsen we met de wind tegen
door het glooiende landschap. Een uurtje later breekt de zon door de wolken en niet
veel later verhuizen eindelijk de mouwstukken van mijn armen naar mijn achterzakje
en kan de zonnebril tevoorschijn worden gehaald. Volgens de Edge is het nog iets
meer dan 100 kilometer. Langzaam maar zeker worden de resterende kilometers naar
Vielsalm minder en dan volgt een stuk vals plat naar beneden langs een rivier waarbij
het tempo lekker wordt opgeschroefd door een groep. De donkere zonnebril van Marieke
kan niet verbergen dat ze het op dit stuk meer naar haar zin heeft dan in het eerste
stuk vanaf Bastenaken. We draaien rechtsaf de Wanne op en Marieke sprint de eerste
meters omhoog. Ik begin rustig, want ik weet nog wat er volgt. Vlak voordat we boven
zijn op het eerste van de drie delen, heb ik haar weer bijgehaald en kan ik haar
waarschuwen dat er nog 2 delen volgen. Gestaag klim ik door en even later zit de
in mijn ogen lastigste klim van vandaag erop. We sluiten aan in de rij voor de ravitaillering
om even later onze weg te vervolgen.
Donderdag 9 augustus, hersteltraining, 27 kilometer, 1 uur en 2 minuten Rustig laat ik de hartslag stijgen. Eigenlijk heb ik geen route in mijn hoofd.
Ik merk dat de wind Noord is en ga daarom eerst een stukje naar het noorden. Als
ik langs de Rijksstraatweg rijdt richting Twijzel, reken ik snel een route door
en bedenk dat het het handigst is om een rondje 'Bergumermeer' te gaan doen. De
benen draaien soepel en het zonnetje schijnt. Het is heerlijk. Voor Twijzel sla
ik rechtsaf naar Kootstertille, waar ik de brug over ga en daarna direct rechts,
terug naar Oostermeer. Pas als ik weer na Suameer de brug over fiets richting Bergum,
heb ik voor het eerst wind tegen. De gekozen route bleek prima te zijn voor de hersteltraining.
Rustig uitpeddelend zet ik na iets meer dan een uur de fiets weer in de garage.
Een lekkere hersteltraining en een prima afsluiter voor de zware tocht van aankomende
zaterdag. Dinsdag 7 augustus, weerstandstraining, 25 kilometer, 52 minuten Het is bewolkt en het regent zo nu en dan. Toch is het heerlijk fietsweer. Na
Veenwouden begin ik aan het eerste blokje van 30 seconden voluit. Het is wennen,
het is een tijd geleden dat ik een soortgelijke training heb gedaan. 30 seconden
later en hopeloos buiten adem kan ik 5 minuten gaan uitblazen. Het tweede blokje
gaat prima, hoewel ik de 30 seconden opnieuw lang vind duren. Dan resteert er nog
één, eentje die ik echt voluit kan nemen. Met hoge hartslag en zure benen kan ik
een halve minuut later beginnen aan het uitfietsen. Met iets meer dan 52 minuten
op de klok parkeer ik de racefiets weer in de garage en kan ik gaan douchen. De
training ging best lekker. Misschien donderdag nog even een uurtje en dan moet het
voldoende zijn voor Luik. Zondag 5 augustus, rustige duurtraining met Douwe, Marieke en Marcel, 63 kilometer,
2 uur en 26 minuten
Na Oostermeer moet ik een plaspauze inlassen, waarna we de weg vervolgen binnendoor
naar Rottevalle. Langs de N31 gaan we terug naar Opeinde, waar ik de eerste punten
voor de groene trui bij elkaar sprokkel bij het plaatsnaambord. Achterlangs gaan
we naar Oudega, waarna Douwe het vervolg van de route op zich neemt, door binnendoor
te sturen richting De Veenhoop. Na een prachtig stuk langs het water, volgt een
lang stuk over een schelpenpaadje richting Eernewoude. Een prima route voor Douwe
met zijn noppenbanden, iets minder voor onze smalle racefietsbandjes. Na Eernewoude
moeten we even rekenen hoeveel tijd we nog over hebben voor we terug moeten zijn
in Hardegarijp. Met 2 korte omweggetjes belanden we in Garijp, waar ik opnieuw puntjes
sprokkel. Helaas ben ik, net als in Opeinde, de enige die sprint en dan is het toch
minder leuk. Marcel laat zich nog niet uit de tent lokken. Op de brug bij Bergum
kan hij zich echter niet inhouden en met een sprint-a-deux rammelen we over het
klinkerweggetje omhoog. De bolletjestrui is voor hem. We rijden Bergum door om verderop langs de grote weg naar Hardegarijp te gaan,
om zodoende nog een eindsprint te hebben. Ondanks aandringen, blijft Marieke bij
Douwe hangen en mag ik met Marcel sprinten. Ik begin met een stuk op hoge snelheid,
in de hoop Marcel te vermoeien. Ik zoek het bord van de bebouwde kom, wat Marcel
en ik bijna gelijktijdig zien. Ondanks het haar, blijken Marcel's benen nog steeds
over een goede sprintcapaciteit te beschikken en wordt de eindsprint in zijn voordeel
beslist. 2-1, voor wie zou de Groene trui zijn? Douwe en Marieke sluiten even later
weer aan, Marcel slaat linksaf en met zijn drieën maken we nog een klein ommetje
alvorens we weer in Bergum zijn. Douwe mag het laatste stuk alleen fietsen, wij
gaan op huis aan. Lekker gefietst, onder heerlijke weersomstandigheden. Wat mij
betreft voor vele herhalingen vatbaar. Zaterdag 4 augustus, rustige duurtraining met Marieke, 47 kilometer, 1 uur
en 48 minuten De wind is Zuidwest en ik probeer een route te kiezen die ietwat beschutting
biedt. Ik kies dezelfde route die ik de afgelopen weken al een paar keer heb gefietst.
Langs het fietspad naar Tietjerk en dan langs de golfbaan naar Leeuwarden. De zon
schijnt volop en de temperatuur is heerlijk. Net buiten Leeuwarden kampt Marieke
opnieuw met bandenpech. De onlangs aangeschafte Vittoria vertoont een bobbel op
het voorwiel. Nadat ik de band er opnieuw heb omgelegd, is het probleem met onbekende
oorzaak verholpen en vervolgen we onze weg. Door Warga, op weg naar Wartena waar
we de route van afgelopen maandag weer oppikken. Een kwartiertje later parkeren
we, een stuk minder vermoeid als bij de laatste exercitie, de fietsen in de garage.
Op naar de dag van morgen. Maandag 30 juli, rustige duurtraining van Bergum naar Kampen en terug, 192
kilometer, 7 uur en 15 minuten In Sint Nicolaasga eet ik wat als ik voor de openstaande brug sta te wachten.
Het oponthoud is van korte duur. Verderop ga ik linksaf, naar het zuiden en krijg
daardoor de wind mee, onderweg naar Lemmer. Na Lemmer rijd ik de Noordoostpolder
in op weg naar Emmeloord. Een lange rechte weg van een kilometer of 15. Ik had verwacht
dat de totale rit zo'n 160 kilometer ging zijn, maar als ik in Emmeloord een bordje
'Kampen 20' zie staan, weet ik dat daar ruim 30 bij gaan komen. Langs de N50 begin
ik aan het laatste stuk. Wachtend voor de Ramspolbrug, wordt de lucht steeds donkerder
en als ik verder kan begint het te hozen. Ik schuil een paar honderd meter verder
in een tunneltje. Het waait zo hard dat ik zelfs aan het einde van de tunnel nog
nat regen. In de zon fiets ik naar Kampen, maar als ik vlak voor de brug Marieke
bel, begint het opnieuw hard te regenen. Ik ga dicht tegen een gevel aan staan om
te schuilen. Als het even later iets droger wordt, komt Marieke aan fietsen en samen
beginnen we aan de terugreis naar Bergum. Zij is vanmorgen rond dezelfde tijd vertrokken vanuit Veenendaal, met een zware
rugtas die ze niet wil afstaan. Met alles wind tegen, schuilt ze nu dankbaar de
winderigste stukken in mijn wiel. Als we bij de Ramspolbrug zijn, kijkt ze plots
sip naar haar voorwiel: lek. Na de brug vinden we een plekje uit de wind en in de
zon en wissel ik snel het bandje. Ondanks een grondige inspectie van ook de achterband,
kan de fiets 10 kilometer verderop opnieuw op de kop. Zoals zo vaak is ook de achterband
lek. Met 2 binnenbandjes minder vervolgen we onze weg. Emmeloord volgt snel en daarna
de lange, rechte weg naar Lemmer die met wind tegen veel langer lijkt. In Lemmer
begint het opnieuw hard te regenen. We schuilen bij de fietsenmaker aldaar, waar
ik 2 nieuwe binnenbandjes aanschaf en de banden professioneel op druk laat zetten.
Marieke wil eindelijk de rugtas afstaan en daarna gaan we verder voor de resterende
60 kilometer. Als we 50 minuten later Joure binnenrijden, begint de rugzak me al behoorlijk
te irriteren. Het ding vangt behoorlijk veel wind en het duurt nog wel even voor
we wind mee krijgen. Met 150 kilometer gereden begint ook het beste van de benen
af te raken. Ik heb een dip, eentje die duurt tot aan Grouw. Gelukkig is daarna
het thuisfront bijna letterlijk in zicht en met de wind in de rug vlotten de laatste
kilometers snel. Met ruim 8 1/2 uur op de klok zetten we vermoeid de fietsen in
de garage. Een prachtige, maar door het weer zware rit. Een prima training voor
Luik-Bastenaken-Luik van volgende week zaterdag. Zaterdag 28 juli, rustige duurtraining, 47 kilometer, 1 uur en 37 minuten Zondag 22 juli, rustige duurtraining met Marieke, 99 kilometer, 3 uur en 45
minuten Dat ik mijn pasgepoetste fiets niet schoon ga houden, merk ik al gauw op het
éénrichtingsfietspad langs de N224. Het heeft flink geregend, de weg is nat en ligt
vol troep. Het is even weer wennen, op dit licht glooiende fietspad: mijn gevoel
zegt niet wat mijn snelheid zegt en dus is de hartslag veel te hoog. Een echt rustige
duurtraining zal het vandaag niet worden, maar dat is niet erg. Ik heb de afgelopen
weken dusdanig weinig getraind, dat er voldoende herstel is en kan komen. We moeten
naar Arnhem, vanuit Ede zo'n 25 kilometer. Vlak voor Arnhem steken we de N224 over
en gaan linksaf de Schelmseweg op. Ondanks dat de route eigenlijk aan één stuk rechtdoor
gaat, slaag ik erin om fout te rijden, wat een viaduct en 2 stoplichten extra kost.
In Rozendaal volgt het eerste serieus leuke klimmetje en moet ik vol aan de bak;
ik voel de benen verzuren. Even later eindigt de weg bij een parkeerplaats en gaan
we over een smal fietspad verder, de hei op. Einde weg rechtsaf en daarna is het
kort maar steil omhoog, waarna we rechtsaf afdalen richting Rheden. Dit stukje komt
me bekend voor: het zit ook in de Henk Lubberding Classic, die 2 september op de
kalender staat. Wat volgt zijn 2 korte maar steile klimmen achter elkaar en daarna
een lange afdaling, terug naar Rozendaal, waarna we even uitpuffen en wat eten bij
een rotonde. Na de recuperatie vervolgen we onze weg, dwars door Arnhem heen. Langs
Oosterbeek, bij de spoorlijn langs, gaan we terug richting Ede. Marieke 'weet nog
een route óm de Wageningse berg heen', omdat ik aangegeven heb dat ik wel genoeg
geklommen had. Als ze vlak voor Wageningen plots gas geeft, begrijp ik wat er aan
de hand is en ik moet alle zeilen bijzetten om het gat van 20 meter te dichten en
er alsnog met de bergpunten vandoor te gaan. Door Bennekom, over de Keijenbergseweg
en daarna linksaf, door een bos terug naar Ede, waar de auto wacht. Met bijna 100
kilometer op de klok stop ik de Edge en plaats de fiets terug achter op de auto.
Op een paar kleine spetters na, is het helemaal droog gebleven, wonderlijk gezien
de dikke buien die boven ons hingen. Lekker gefietst. Donderdag 19 juli, rustige duurtraining, 57 kilometer, 1 uur en 54 minuten Het is heerlijk buiten. De zon schijnt, het is niet koud en de Noordoostenwind
is niet overheersend aanwezig. Ik besluit eerst noordwaarts te gaan, richting Birdaard
en dan linksom terug naar Leeuwarden, om zodoende ongeveer 50 kilometer weg te trappen.
In Bergum zoek ik een route over een fietspad van tegels; nooit echt mijn favoriet
geweest met die smalle banden. Aan het einde laat een vrouw haar hond uit: zij rechts,
de hond aan de lijn links. Ik ben blij dat ik nog even terug ben gegaan voor mijn
bel, en met een luide 'kling' maak ik mijn aanwezigheid kenbaar. Ik fiets verder
richting Veenwouden, waar ik door een woonwijk, om zo weer in de ruimte van Noordoost-Friesland
te komen. De benen draaien best lekker, maar ik merk wel dat de training van afgelopen
dinsdag stiekem toch zwaarder is geweest dan ik had gedacht, want echt lekker aanzetten
zit er niet in. Ik peddel rustig verder, op weg naar Birdaard, waar de brug niet
eens open staat en ga linksaf, om aan de linkerkant van de Dokkumer Ee terug te
rijden naar Leeuwarden. Het stuk naar Stiens heb ik de wind vol in de rug en kan
de snelheid omhoog. Het is al wat later op de avond en daardoor lekker rustig op
de weg. Ook als ik even later Leeuwarden binnen rijd, is er nauwelijks verkeer en
via de wijk Bilgaard, ga ik even verderop weer met een brug over de Dokkumer Ee
heen. Er resten nog een kilometer of 15 naar Bergum. Ik kies de route achter de
golfbaan langs en daarna door Tietjerk. Als ik 10 minuten later in Bergum voor de
stoplichten moet wachten, zie ik op mijn teller dat het, ondanks dat het gevoelsmatig
wat minder ging, toch een aardig gemiddelde heb gereden. Rustig fietsend voltooi
ik de laatste kilometers en zet om kwart voor negen de fiets weer in de garage.
Met een tevreden gevoel stap ik even later met een verse bidon onder de douche.
De vorm begint langzaam weer te komen. Dinsdag 17 juli, intensieve duurtraining, 47 kilometer, 1 uur en 28 minuten Het heeft geregend, zie ik als ik door Bergum fiets. Het is de hele dag mooi
weer geweest, maar linksboven mij pakken donkere wolken samen. Misschien had ik
toch de buienradar moeten bekijken voor ik wegging? Nu is het te laat, ik zie wel
wat het wordt. Ik geef wat extra gas en laat de hartslag stijgen naar 160. Vandaag
geen rustige, maar een intensieve duurtraining, neem ik mezelf voor. De route loopt
tot en met Leeuwarden over exact hetzelfde parcours als afgelopen zaterdag, met
het grote verschil dat de benen nu wel doen wat ik graag zie. Zelfs met wind tegen
toont de Edge een ruime 30 kilometer per uur aan, terwijl ik gevoelsmatig lang niet
voluit ga. In Goutum steek ik dit keer niet linksaf, maar ga rechtdoor naar Wirdum,
om mijn weg te vervolgen parallel aan de snelweg. Tot nu toe is het droog geweest,
maar daar komt verandering in als ik vlak voor Idaerd linksaf sla naar Warga. Uit
de donkergrijze wolken begint het steeds harder te regenen. Even later lijkt het
op te klaren, maar nog voor ik de bebouwde kom van Warga binnen fiets, voel ik opnieuw
dikke druppels uiteen spatten op mijn helm en onderarmen. In het laatste stuk voor
Garijp wordt het droog en dat blijft het ook als ik 10 minuten later de fiets in
de garage zet. 32,1 gemiddeld, geeft de Edge aan. Mijn gevoel strookt dus met de
meting, want het ging heerlijk, ondanks de regen. Als ik de fiets zie, weet ik echter
ook dat er nog één klusje wacht, want zo kan ik natuurlijk niet op pad. Zaterdag 14 juli, rustige duurtraining, 40 kilometer, 1 uur en 25 minuten Zoals gezegd heb ik even geen trainingsschema. Die komt er ook niet deze periode,
dat jullie dat even weten. Doelen zijn Luik-Bastenaken-Luik en de Henk Lubberding
Classic, waarna ik serieus ga nadenken over de doelen voor volgend jaar. In deze
gedachten verzeild, peddel ik de eerste kilometers weg. De route gaat eerst naar
Leeuwarden, met wind tegen. Ik weet niet of het daaraan ligt, maar soepeltjes gaat
het niet. Ik ben blij als ik de beschutting bereik van Camminghaburen, een wijk
in Leeuwarden. Na het spoorviaduct, fiets ik over de bekende route door de stad
en de stad uit, naar Goutum. Ik was van plan om verder te gaan, maar met zulke slechte
benen kies ik maar voor afsteken en neem de kortste route naar huis, via Warga en
Wartena. De Fonejachtbrug, voorheen mijn vaste plekje voor krachttrainingen, wordt
momenteel vernieuwd en is bijna klaar. Ik negeer het rode verkeerslicht en fiets
verder via Garijp, terug naar Bergum, waar ik met een ontevreden gevoel de fiets
in de garage zet. Niet echt lekker gefietst. Dinsdag 10 juli, rustige duurtraining, 42 kilometer, 1 uur en 27 minuten Meestal als ik uit de bergen kom, willen de benen absoluut niet draaien: alle
souplesse is weg. Waarschijnlijk door de lange rustperiode is dit effect minder,
want zodra ik Bergum uitfiets, voelen mijn benen niet anders aan dan voor de vakantie.
Met een lekker rugwindje fiets ik van Suameer naar Oostermeer, de zon lekker op
mijn rug. Ik heb even geen schema, dus doe ik maar gewoon een rustige duurtraining.
Met de hartslag net boven de 140 draai ik het smalle fietspad op en na een korte
plaspauze, vervolg ik mijn weg richting Harkema. Het gaat dan wel gevoelsmatig prima,
mijn teller laat waardes zien waar ik niet trots op hoef te zijn. Ik was 2 weken
geleden uit vorm en dat ben ik nog steeds. Ach, ik heb nog 5 weken tot aan Luik-Bastenaken-Luik,
dus tegen die tijd is de vorm er wel weer. Op de brug bij Blauferlaet zijn werkzaamheden,
fietsers, hardlopers, hondenuitlaters, skaters en Nordic Walkers. Waarom allemaal
op deze plek? En ik ben mijn bel vergeten, dus moet ik op een andere manier de aandacht
trekken. De ruimte op de weg tussen Buitenpost en Kootstertille is dan ook welkom.
Na Eestrum volgt een stukje langs de Rijksstraatweg, waarna ik linksaf sla terug
naar Bergum. Ik groet mijn ouders, die aan het wandelen zijn, en een vijftal minuten
later ben ik weer op de plek waar ik begonnen ben en kan ik onder de douche. De
eerste kilometers over het vlakke Friese land zitten er weer op. |
Laatste reacties:
peter op 01/09 : Beste Johan, Ik bezocht je site regelmatig, veel handige tips en mooie blogs!! Ik lees ... (meer) Frans op 24/08 : Hoi Johan, Begrijpelijk dat je stopt maar toch wel jammer... jouw site hoorde bij mijn ... (meer) Wim op 23/08 : Succes met alles! Ga de verhalen ook missen. (bekijk)
Hier adverteren? |
||||||||||||||